Waar vind ik dossiers over binnenlandse afstand en adoptie?
Een afstandsmoeder werd begeleid bij het proces van afstand en adoptie door Fiom of door een andere instelling voor ongehuwde moederzorg, door het tehuis waar ze verbleef of door de Raad voor de Kinderbescherming. De instelling(en) die de afstandsmoeder begeleidde(n) legden informatie over haar vast. Deze informatie vindt u in het afstandsdossier. Afstandsdossiers van Fiom en van een aantal andere instellingen voor ongehuwde moederzorg worden bewaard bij Fiom. Afstandsdossiers van de Raad voor de Kinderbescherming over afgestanen die zijn geboren voor 1970 vindt u bij het Nationaal Archief. Afstandsdossiers van de Raad voor de Kinderbescherming over afgestanen die zijn geboren na 1970 liggen nog bij de Raad voor de Kinderbescherming zelf. Afstandsdossiers van moederhuizen kunnen op verschillende plekken liggen, bijvoorbeeld in stads- of gemeentearchieven, bij Regionaal Historische Centra of in kerkarchieven. Een beknopt overzicht van archieven van tehuizen vindt u op de website van Fiom.
Zodra het kind geboren was, bepaalde de rechtbank (die de geboorteplaats van het kind als werkgebied had) wie de tijdelijke voogdij over het kind kreeg. De rechtbank wees de voogdij bijvoorbeeld tijdelijk toe aan de Raad voor de Kinderbescherming of aan een voogdijinstelling. De voogdijbeslissingen over het kind werden geregistreerd op een voogdijregisterkaart. Ook stelde de rechtbank een voogdijdossier over het kind samen. Voogdijregisterkaarten worden bewaard bij het Regionaal Historisch Centrum (RHC) van de provincie waar de afgestane/de geadopteerde geboren is. Het voogdijdossier wordt bewaard bij het Regionaal Historisch Centrum van de provincie waar de rechtbank gevestigd is, die op de voogdijregisterkaart genoemd wordt.
Het afstandskind werd vervolgens geplaatst in een (tijdelijk) pleeggezin, in het tehuis van geboorte of in een ander kindertehuis. Tehuizen stelden dossiers samen over de kinderen die er verbleven. De dossiers van tehuizen worden bewaard op verschillende plekken, waaronder stads- en gemeentearchieven, Regionaal Historische Centra en kerkarchieven. Een beknopt overzicht van archieven van tehuizen vindt u op de website van Fiom.
Er startte mogelijk (niet altijd) een adoptieprocedure (adoptie was pas vanaf 1956 officieel mogelijk). De aspirant-adoptieouders dienden een adoptieverzoek in bij de rechtbank waar hun woonplaats onder viel. Vervolgens voerde de Raad voor de Kinderbescherming een gezinsonderzoek uit naar het adoptiegezin. Tot 1974 moest ook de Centrale Adoptieraad advies geven over de adoptie. De rechtbank deed ten slotte uitspraak in de adoptiezaak.
Zowel de rechtbank, als de Raad voor de Kinderbescherming en de Centrale Adoptieraad stelden eigen adoptiedossiers samen. De adoptiedossiers van de rechtbank worden bewaard bij het Regionaal Historisch Centrum van de provincie waar de adoptieouders woonden. De adoptiedossiers van de Raad voor de Kinderbescherming over geadopteerden met een geboortejaar tot en met 1969 worden bewaard bij het Nationaal Archief. De adoptiedossiers van de Raad voor de Kinderbescherming over geadopteerden met een geboortejaar vanaf 1970 liggen bij de Raad voor de Kinderbescherming zelf. De adoptiedossiers van de Centrale Adoptieraad vindt u bij het Nationaal Archief.