Op 14 februari vieren we Valentijnsdag. Op die dag staat de liefde centraal. Liefde die lang niet altijd zonder problemen kan worden beleefd. Een treffend voorbeeld hiervan is de verboden liefde tussen Marjana Franko en Pedro Anthony in het achttiende-eeuwse Curaçao. Documenten in onder meer het Nationaal Archief getuigen daarvan.
In die tijd wordt de koloniale samenleving van Curaçao gekenmerkt door een strakke scheiding tussen de verschillende bevolkingsgroepen. Een van de meest strenge scheidingen is die tussen tot slaaf gemaakte mensen en mensen die hen tot hun bezit rekenen.
Daarnaast zijn er nog talloze andere factoren die ieders positie in de maatschappij bepalen, zoals huidskleur, afkomst, vermogen, religie. En of iemand vrij is geboren of later in het leven is vrijgemaakt. Iedereen wordt geacht zijn plek te kennen en zich niet te wagen op de terreinen van de ander. Wie dat toch doet, kan rekenen op sociale uitsluiting of zelfs rechtszaken. Dat ondervinden ook de op Sint-Eustatius geboren Marjana Franko en haar geliefde Pedro Anthony.
Marjana
Marjana wordt in 1718 geboren in slavernij. Als jong meisje krijgt zij haar vrijheid. Ze groeit vervolgens op in een witte familie die nauw gelieerd is aan het koloniale gezag. Als volwassene zoekt ze haar eigen weg, maar daardoor vervreemdt ze zich van de kringen waarin ze is grootgebracht. Als ze ervoor kiest openlijk ongehuwd samen te leven met de tot slaaf gemaakte Pedro, is dat een overtreding op vele fronten.
Een succesvol koppel
De geliefden hebben een vergelijkbare huidskleur, maar daar houden de overeenkomsten op. Marjana is vrij en bovendien protestants gedoopt. Pedro heeft niets, niet eens een wettelijke status als inwoner van Curaçao. Volgens de wet is hij bezit. Maar wat het koloniale bestuur pas echt moeilijk vindt, is dat Marjana en Pedro zeer succesvol zijn op de plantage waar ze allebei werken.
Zij laten zo zien dat zwarte mensen evenveel en zelfs meer kunnen bereiken dan witte. Dat voelt voor de heersende klasse als een directe aanval op de gevestigde orde.
Veroordeeld zonder bewijs
In 1758 gaat de Eilandsraad in de aanval. Pedro wordt beschuldigd van diefstal en Marjana van heling. In de anderhalf jaar die volgen worden ze opgesloten, verhoord en zelfs gemarteld. Marjana blijft haar onschuld volhouden. Uiteindelijk worden ze beiden zonder bewijs veroordeeld. Hij tot een openbare geseling en daarna verkoop aan iemand buiten Curaçao. Zij wordt verbannen en zonder geld of papieren afgezet op de kust van Jamaica.
Gerechtigheid
Wie denkt dat dit het einde is van het verhaal, heeft het mis. Marjana weet via Londen Amsterdam te bereiken en doet haar beklag op het hoofdkantoor van de West-Indische Compagnie (WIC). Wat volgt is een jarenlange juridische strijd die in 1772 in het voordeel van Marjana wordt beslist. Zeven jaar later krijgt ze ook nog een schadevergoeding.
Sporen
Marjana’s verzet heeft in vele archieven sporen achtergelaten. Zo zijn alle papieren van de strafzaak tegen haar en Pedro in het archief van de WIC terug te vinden. Het archief van de Staten-Generaal bevat vele verzoekschriften van haar en de nietigverklaring van haar vonnis. In het zogeheten oud-archief van Curaçao is in de journalen van de boedelkamer meer te vinden over de schadevergoeding die zij ontving.
Ook bij andere archiefinstellingen zijn documenten over Marjana bewaard gebleven. Dankzij de collectie van het gemeentearchief Den Haag ontdekten we dat Marjana haar laatste jaren in deze stad heeft gewoond en daar op 9 september 1795 is overleden. Over het lot van Pedro is niets bewaard gebleven.
Meer lezen? Het bijzondere levensverhaal van Marjana Franko is door onze collega Maartje van de Kamp beschreven boek in haar ‘Verliefd en veroordeeld’
Archiefstukken
Doopakte Marjana Franko (rechtsboven)
Voorblad vonnis uitgesproken over Marjana Franko op Curaçao in 1760
Nietigverklaring vonnis Marjana Franko door de Staten Generaal