Adriaen van der Donck

1641 tot 1655

Dertien klaagbrieven over het bestuur van Nieuw Nederland liggen in het Nationaal Archief. De belangrijkste figuur achter deze geschriften is Adriaen van der Donck. Een jonge jurist die in 1641 naar Nieuw Nederland vertrok om daar een nieuw leven te beginnen.

Adriaen van der Donck, Het Vertoogh (Remonstrantie van Nieu Nederlandt ende gelegentheden aldaer), 1649

Nicolaes Visscher, 'Novi Belgii Novaeque Angliae' (Nieuw Nederland en Nieuw Engeland), 1656 (detail), foto: Nationaal Archief

Vanaf 1648 werd hij lid van het adviescollege voor het bestuur van Nieuw Nederland - de Negen Man - dat door Peter Stuyvesant in het leven was geroepen. Vanaf dat moment stond zijn leven in het teken van een verbeten strijd om een ander bestuur.

Van der Donck en de Negen Man hadden veel kritiek op het reilen en zeilen van de WIC in de kolonie en op directeur-generaal Stuyvesant in het bijzonder. Samen schreven zij een pamflet over het bestuur: ‘Het Vertoogh van Nieuw Nederland’ (zie beeld). Een van de doelen van dit pamflet was het maken van harde afspraken over de grenzen tussen de Nederlandse kolonie en die van de Engelsen in Virginia en New England.

Om de onderhandelingen op gang te helpen, maakte Van der Donck een kaart waarop hij de mogelijke grenzen liet intekenen. Het origineel van deze kaart bestaat helaas niet meer, maar hij werd in 1650 door Johannes Janssonius gegraveerd. Een jaar later werd de kaart door Nicolaes Visscher verbeterd en opnieuw uitgegeven onder de naam ‘Novi Belgii Novaeque Angliae’ (zie beeld). Met zijn pamflet probeerde Van der Donck in de Republiek aandacht te krijgen voor de verwaarloosde kolonie.

Maar het conflict liep uit de hand. In maart 1649 liet Stuyvesant zijn rivaal Van der Donck arresteren op beschuldiging van hoogverraad. Het liefst had Stuyvesant korte metten gemaakt met de jurist, maar het liep anders. Stuyvesant moest onder druk van zijn superieuren in de Republiek inbinden. Van der Donck kwam vrij en zette zijn strijd voort. Hij vertrok, niet geheel vrijwillig, naar de Republiek.

Hij bleef zich bemoeien met Nieuw Nederland. Via hem bereikten de klaagbrieven van de Negen Man de Staten Generaal. Maar tevergeefs. De Staten-Generaal reageerde nauwelijks. Van der Donck kreeg ‘huisarrest’ en Stuyvesant bleef op zijn post. In deze periode schreef hij een tweede stuk, “Beschryvinghe van Nieuw-Nederlandt”.

Van der Donck wilde de bewoners van de Republiek aansporen om naar de kolonie te verhuizen. Door de talloze rijkdommen van het land op te sommen zouden mogelijk toekomstige kolonisten gaan inzien hoe weldadig het land was en welke voordelen het hen zou kunnen opleveren.

In 1653 keerde hij toch nog terug naar de kolonie. Een noodlottige beslissing, want twee jaar later, 37 jaar oud, kwam hij om het leven, vermoedelijk bij een aanval van indianen.