Mijn vader werkte op de aardewerkfabriek ‘Céramique’ in Wijck-Maastricht, waar nu de gelijknamige moderne wijk ligt. Hij was nachtwaker. De geallieerden naderden Zuid-Limburg en de directie besloot de fabriek stil te leggen. Mijn vader en een collega werden gevraagd om met hun gezin in de kelders te komen wonen, om zo de zaak in het oog te houden.
Wij trokken dus omstreeks 10 september 1944 met enige bezittingen naar de enorme kelders van de fabriek. Het tweede gezin, van vaders collega, eveneens. Het waren grote kelders met veel lege ruimte. Bovendien stonden er diverse wagentjes waar we mee konden rijden. Een ideaal speelterrein voor ons kinderen.
Op 13 september hoorden we een enorme knal. ‘Dat was de brug’, zei mijn vader. ‘Kom we gaan boven kijken’. We klommen naar het hoogste punt van een van de fabriekshallen vanwaar je de bruggen van Maastricht goed kon zien. De Wilhelminabrug was opgeblazen en lag in puin. Op hetzelfde moment vloog de Sint-Servaasbrug de lucht in. Indrukwekkend en angstaanjagend.
Enkele uren later gedruis en geroep. ‘Dao koume ze!’ Die ‘ze’ waren de Amerikaanse soldaten die met tanks en jeeps over de Akersteenweg binnen trokken onder gejuich en muziek. Daar moesten we bij zijn, dus naar buiten. Op een afstand van 200 meter zagen we de Amerikanen binnen trekken. Maar voor we daar waren, zag ik iets opmerkelijks.
We kwamen aan de singel die vóór de oorlog Wilhelminasingel heette, maar van de Duitsers een andere naam had gekregen. Op de hoek van die straat met de Hogebrugstraat stond een man op een ladder. Hij had het straatnaambordje net weggehaald en spijkerde nu met driftige gebaren een nieuw bordje aan de muur met 'Wilhelminasingel'. Dat was voor hem kennelijk het symbool van de bevrijding. Ik weet sindsdien wat een symbool is en wat het voor iemand kan betekenen!