Het vlaggetje

08-05-1945, Bussum

De eerste week van mei 1945 was er een van grote opwinding en spanning en daarna van uitbundige vreugde. Ik was net achttien geworden en woonde sinds september 1944 in Bussum met mijn ouders, twee broers, zusje en grootmoeder en drie evacuées.

Bevrijdingsoptocht in Bussum, 8 mei 1945. Collectie: Agnes Sillem.

Mijn oudste broer was op 31 augustus 1942 opgepakt door een Duitse patrouilleboot toen hij met een vriend op weg was naar Engeland. Sindsdien zat hij in verschillende concentratiekampen. De laatste winter zat hij in Dachau.

Ik hield een dagboek bij en geef hierbij een uittreksel van wat we rond die bevrijdingsdagen in april/mei 1945 beleefden:

Maandag 30 april Een fantastisch bericht: de Amerikanen hebben Dachau bevrijd en zelfs zonder bloedvergieten, Ernst en Jaap hebben alle ellende overleefd! Wat een opluchting! (...) ’s Avonds eten we feestelijke tomatensoep met bruine bonen.

Woensdag 2 mei Hitler is dood, maar hij wordt opgevolgd door admiraal Donitz, die tot de laatste man wil blijven doorvechten, wat een ellende ... hoe lang nog? Maar om een uur of twaalf horen we, na enige dagen stilte, ineens het gedreun van vliegtuigen, laag overvliegende bommenwerpers – de veel besproken voedselpakketten! (..)

Donderdag 3 mei Berlijn is gevallen!

Vrijdag 4 mei De halve familie is in bed met koorts en misselijkheid. Om 9 uur het langverwachte bericht: de Duitsers in Nederland en Denemarken hebben gecapituleerd! Wat een vreugde! Moeder gaat achter de piano zitten en speelt het Wilhelmus en we zingen allemaal mee, gezond of ziek, heel aangrijpend. De vlaggen gaan voorzichtig uit – je weet maar nooit. We eten bevrijdingspap van twee blikjes gecondenseerde melk met suiker – zalig!

Zaterdag 5 mei Nog halfziek met grote stroom mensen naar de straatweg om te kijken of de Canadezen er al aan kwamen, maar nog niets te zien ....

Zondag 6 mei Eerst een indrukwekkende dankdienst in de propvolle kerk. ’s Middags met ons allen naar het gemeentehuis, drommen mensen. De burgemeester spreekt ons toe en tot besluit zingen we en masse het Wilhelmus: geweldig, maar ook een beetje angstig want er lopen toch ook nog gewapende Duitsers rond.

Maandag 7 mei In alle vroegte met zusje naar de Amsterdamsestraatweg, maar nog steeds geen Canadees te zien. Wel zien we hoe een NSB’er wordt opgepakt en met andere kameraden in een oude verhuisauto wordt meegenomen. ’s Middags bij het gemeentehuis dan eindelijk de eerste Canadese kwartiermakers gezien in auto’s vol bloemen, wat een feest!

Dinsdag 8 mei Hele dag op de straatweg vertoefd, waar de Canadezen nog in grote colonnes voorbij kwamen, op weg naar Amsterdam. En wij maar juichen! Af en toe stagneerde het en dan konden wij handen schudden en praatjes maken en bloemen uitdelen. Ik had ook een paar kleine rood-wit-blauwe vlaggetjes bij me, in het wit had ik mijn naam en adres gezet, in de hoop ooit nog eens een brief uit Canada te krijgen. Als ik een hele aardige kerel zag, dan gaf ik hem er eentje...

Tot zover mijn dagboek. Natuurlijk nooit iets gehoord uit Canada. Maar in 1995, toen we vijftig jaar bevrijding herdachten, werd ik gebeld door het gemeentehuis van Nijkerk. Men vroeg of ik dat meisje was geweest dat bij de bevrijding van Bussum aan een Canadees een vlaggetje had gegeven. Dat kon ik beamen.

In Nijkerk was een stel nog overlevende Canadezen te gast, omdat ze daar in de buurt hun laatste hevige strijd hadden geleverd tegen de Duitsers. Ik werd uitgenodigd om op 9 mei 1995 naar Nijkerk te komen om de Canadees te ontmoeten aan wie ik vijftig jaar eerder zo’n vlaggetje had gegeven. Hij had het al die jaren bewaard en wilde mij het teruggeven. En zo is het geschied.