De ervaringen lopen erg uiteen, van algemeen positief tot negatief. Naast het gedrag op de werkvloer wordt ook het gedrag buiten werktijden tot onderwerp gemaakt.
Over het algemeen is men tevreden over het werk van de Italianen; ze hebben genoeg werklust. In Zutphen liggen de gemiddelde arbeidsprestaties zelfs ‘boven die van de Nederlanders.’ Weliswaar hebben sommigen een wat langere inwerkperiode nodig, maar daarna doen hun prestaties niet onder voor die van de Nederlanders.
Echter, niet iedereen is zo positief. In Krimpen aan de IJssel geeft de personeelschef van N.V. Van der Giessen- de Noord de voorkeur boven Spaanse arbeidskrachten: ‘Italiaanse arbeidskrachten zijn qua kwaliteit en mentaliteit belangrijk minder dan de Spanjaarden. […] Ze zijn overwegend nonchalant en niet spaarzaam. Wij moeten ze niet meer. Geef ons maar Spaanse arbeidskrachten. Die zijn tenminste serieuzer en spaarzamer.’
Daarnaast heeft de personeelschef uit Krimpen aan de IJssel kritiek op de manier waarop de Italianen omgaan met verlofperiodes: ‘Men komt dan geregeld vier weken later terug en heeft dan altijd wel een stapel papieren bij zich, waaruit men dan maar een ziekte moet kunnen lezen.’ In Amsterdam heeft men soortgelijke ervaringen: sommigen komen niet terug van hun vakantie in Italië.
Toch hebben sommige Italianen een goede reden om wel terug te keren: ze zijn met een Nederlandse getrouwd of hebben een Nederlandse vriendin. Soms pakt dit goed uit, soms wat minder. Bij N.D.S.M. in Amsterdam komt van tijd tot tijd wel eens een vrouw om zich over een Italiaanse werknemer te beklagen. ‘Het bedrijf bemoeit zich hier niet mee, als zijnde een zuivere privé-aangelegenheid.’ Italianen die met een Nederlandse trouwen, beheersen de Nederlandse taal vaak beter en kunnen zich daardoor binnen het bedrijf specialiseren.
Wellicht voelen de Nederlandse dames zich aangetrokken tot de Italianen vanwege hun ‘prijzenswaardige’ gedrag buiten de fabriek. Nergens wordt misbruik van alcohol opgemerkt. In Zutphen valt op dat de Italianen er goedgekleed bijlopen en dat ze grote belangstelling voor gemotoriseerd vervoer tonen. Hier wordt soms onnodig veel geld in gestoken, omdat ze nogal eens veel willen betalen voor een slechte auto. Het helpt dan ook niet dat de Italianen ‘vaak koppig’ kunnen zijn.
Vooral in de pensions kunnen de Italianen soms moeilijk doen, of ‘onredelijke eisen’ stellen. In Amsterdam wordt een keer bezwaar gemaakt waneer een gekookt ei wordt overhandigd, in plaats van geserveerd op een schaal. Ook op de werkvloer wordt de omgang soms als niet gemakkelijk beschouwd. N.V. De Vries - Robbé in Gorinchem meldt dat de tolk erg tactisch moet zijn om ruzie te voorkomen, als hij de Italianen op hun fouten wijst.
Maar uiteindelijk is N.V. De Vries - Robbé toch wel tevreden met zijn Italiaanse werknemers: ‘Samenvattende kan worden gezegd, dat zij in het algemeen gewaardeerde krachten zijn, die men onder de huidige omstandigheden niet graag zou missen.’