Als 18 jarige werd ik samen met mijn huisgenoten gearresteerd. Alles moesten we achtergelaten. Na verblijf in een school en later in een hotel waar we op de grond moesten slapen, moesten we lopend op klompen 20 kilometer naar Westerbork.
Na aankomst zag ik dat drie gevangenen werden doodgeknuppeld: t.w. B. uit Roswinkel, H. uit Amsterdam en B. uit Enschede. Laatstgenoemde werd doodgeslagen door V. van de Heidemij uit Oranjedorp en O. uit Assen. O. is later nog berecht, maar kreeg een zeer lichte straf. We werden allen kaalgeschoren; vrouwen ook van onderen. Sommigen werden verkracht door B.S.ers (Binnenlandse Strijdkrachten) uit Assen en Hooghalen: Drentse boerendochters werden op tafels vastgebonden en verkracht, terwijl de nog aanwezige Joden toekeken.
Vervolgens moesten we met honderden mensen gelijk door het kamp marcheren. Ik heb dit als een afmattings-systeem ervaren. Daarna kwamen we hondsmoe aan in oude, naar lysol stinkende barakken: 500 mensen in één barak, bedstellen drie hoog en drie naast elkaar.
De dagen erna kregen we weinig te eten, t.w. een halve liter aardappelsoep en ’s avonds 200 gram brood. ’s Morgens werd nooit geen eten verstrekt en met zo’n rantsoen waren we in korte tijd een wandelend geraamte. Alles was gericht op systematische uithongering, getuige het aantal omgekomenen. (Zie hiervoor de Burgerlijke Stand van Westerbork 1945.) Nog binnen één maand stierven de eerste mensen van uitputting. Zo ook de broer van mijn latere vrouw.
Vader en dochter mochten niet eens de begrafenis bijwonen. Zij waren nergens lid van! Toch werd de vader zes maanden en de dochter (mijn latere vrouw) vier maanden opgesloten in het hongerkamp Westerbork.
Buiten het kamp was geen voedselschaarste en stierf er na 1945 toch ook niemand meer van de honger…?!.
Alleen uit Exloo en naaste omgeving zijn elf mensen in het Kamp omgekomen, w.o. vader en zoon S. Ook uit andere Drentse dorpen zijn slachtoffers gevallen. Per dag waren dat zeker vijf à zeven personen. Iedereen was aan de diarree. Het Rode Kruis heeft zich nooit in het kamp laten zien.
Later heeft dominee van Lunzen uit Odoorn geprotesteerd tegen wat hij later noemde ‘moedwillige verwaarlozing’. De kampleiding was in handen van ene boer Stienstra van Oranjehoeve (Oranjekanaal).
Ander onderwerp: Prins Bernhard is bij de SA geweest, ik niet. Waarom zat hij óók niet in het kamp?
Mijn zusje van 15 jaar werd ook gearresteerd: door een kerel van de BS met een groot geweer werd ze van huis gehaald. Ja….ze was lid van de jeugdstorm.
Gelukkig waren zij die buiten het kamp mochten werken: zij aten melde en brandnetels van het veld. Bij terugkeer in het kamp werden gevangenen streng gefouilleerd door o.a. D. en V., die 2 bewakers waren speciaal overgekomen uit Veenhuizen. Deze kerels waren ware sadisten. Het bezit van enig eetbaars of b.v. een potlood werd met de gummiknuppel afgestraft, waarbij V. je eerst toeschreeuwde: “Als ik wat bij je vind staat het ziekenhuis voor je open.” Ook werd wel eens eten door een boerin verstrekt, dat dan door sommige bewakers werd omgeschopt. Het is me eens gebeurd, dat ik werd ‘betrapt’ tijdens zo’n afranseling dat ik het zag. Ze kwamen me achterna, ik vluchtte en verstopte me direct achter de deur in de barak. Ze vonden me niet en keerden weer om.
Kampcommandant Buijvoets (die na een half jaar de leiding van het Kamp overnam) heeft ze teruggestuurd naar Veenhuizen!
Gevangenen leden op uitgebreide schaal aan diarree, ook brak er tyfus uit. De ondervoeding veroorzaakte loszittende tanden, openvallende huid, dikke enkels, keelontsteking enz. Uit Z.O. Drenthe zijn minstens 37 personen van de honger omgekomen, de lijkwagens reden af en aan. Al met al: Kamp Westerbork was een hel.