Barbara Visser komt uit Nieuw-Vennep en herinnert zich 11 december 1976 nog als de dag van gisteren. Het is de dag waarop de 52-jarige Barbara hoorde dat haar vader ‘fout’ was geweest tijdens de Tweede Wereldoorlog. Hoe fout hij geweest was, kreeg zij echter niet te horen. Dat wist haar moeder niet precies. De puzzelstukjes van een ongelukkige jeugd en een slechte band met haar vader, vielen desalniettemin deels op hun plaats. Toch was het voor Barbara niet duidelijk wat haar vader gedaan had en hoe slecht hij was geweest. Deze vragen spookten dan ook jarenlang door het hoofd van Barbara en een echt goede plek kon ze het niet geven. Toch besloot Barbara pas vorig jaar, op vijftigjarige leeftijd, het verleden van haar vader te onderzoeken. Ze moest weten wat haar vader nou precies had gedaan en toog naar het Open Archief. Hier bekeek ze het strafdossier van haar vader. Na het lezen was er woede, verdriet en vooral ook schaamte. Barbara realiseerde zich dat er niks veranderd was sinds haar achttiende: ze zou dit hoofdstuk, ook nu ze zekerheid had, nooit kunnen afsluiten. Geen liefde “Mijn vader is nooit een vriendelijke man geweest. Althans, binnen het gezin dan, want voor de buitenwereld leek hij altijd erg open en vriendelijk. Dat was hij ook, maar als hij eenmaal binnen was, werd hij heel anders. Hij praatte eigenlijk nooit met ons en een teken van liefde hoefden we ook niet te verwachten. Ik heb nog nooit met mijn vader, die nu al 21 jaar is overleden, over zijn of mijn gevoelens gesproken. Hij heeft me nooit geknuffeld en ook een zoen kan ik me niet herinneren. Ik kon dit nooit plaatsen en wist niet waarom mijn vader zo was. Ook mijn moeder was vaak depressief, maar met haar kon ik overigens wel goed praten. Pas op mijn achttiende verjaardag, de dag dat mijn moeder over hem vertelde, kon ik dingen gaan plaatsen. Het deed er toen nog niet zo toe wat mijn vader precies had gedaan, want het was toen in ieder geval duidelijk waarom mijn vader zo’n gesloten persoon was. Toch heeft het mij in al die jaren nooit losgelaten en ik moest op een gegeven moment gewoon weten wat hij nou precies had gedaan.”
Barbara, kind uit een gezin vanvijf kinderen, was eigenlijk de enige van haar broers en zussen die zich over het verleden van haar vader bekommerde. Haar broers en zussen, soms tot onbegrip van Barbara, wilden er niet zoveel van weten. In ieder geval niet als zij daar zelf onderzoek voor moesten doen. Het was dan ook Barbara die, samen met haar man maar zonder directe familie, naar het archief ging om het dossier van haar vader te bekijken. Een ontzettend emotioneel moment, want daar kwam Barbara er namelijk achter dat haar vader werd veroordeeld tot tien jaar celstraf. Daarvan zou hij er uiteindelijk vijf uitzitten. Hij zat zijn straf uit in verschillende gevangenissen: Kamp Marthastichting in Alphen aan den Rijn, bewaringskamp Duindorp in Scheveningen maar ook heeft hij enige tijd als gevangene doorgebracht in Leeuwarden, Esserheem en Eygelshoven. Toen Barbara de dossiers bekeek was dat zwaar. Vooraf werd ze helemaal gescreend en ook tijdens de inzage controleerde een medewerker van het Archief constant of zij niks aan de dossiers veranderde en dus alleen maar de aangewezen stukken las. Dat haar vader de Duitsers hielp met het arresteren van onderduikers en controle op persoonsbewijzen, zorgde er uiteindelijk voor dat hij werd veroordeeld tot de straf van tien jaar. Na dit gelezen te hebben was er voor Barbara, eindelijk, duidelijkheid. Ze kon nu beter begrijpen waarom haar vader zo’n gesloten, onaardige man was. Waarom hij geen contact onderhield met zijn kinderen en ook zijn vrouw, terwijl hij naar de buitenwereld toe zo enthousiast leek. De rust waar ze naar op zoek was, kwam echter niet.
Geen rust “Het zijn dingen die je niet afsluit. Ik kan dit niet loslaten. Ondanks het feit dat er eigenlijk weinig over is om nog te onderzoeken, heb ik nog steeds geen rust. Ik ben hier eigenlijk iedere dag, ondanks dat het al wel minder is dan vroeger, wel mee bezig. Mijn broers en zussen hebben inmiddels, nadat ik ze dit gevraagd had, ook gelezen wat onze vader heeft gedaan. Toch zijn zij er een stuk minder mee bezig, maar dat is hun eigen keuze. Persoonlijk schaam ik me voor mijn vader, ik ben toch uit hem voortgekomen. Hij zit als het ware in mij, en daar baal ik enorm van. Ik zal m’n vader dit nooit kunnen vergeven, want dat staat voor mij gelijk aan vergeten. En dat is gewoon echt onmogelijk. Het gaat zelfs zo ver dat ik met mijn kinderen eigenlijk nooit over ‘opa’ praat: het was een nare man.”
Voor Barbara is het altijd onbegrijpelijk geweest dat haar moeder niks van haar vaders verleden afwist. Haar moeder ontmoette haar vader pas het jaar na zijn vrijlating en staat dus helemaal los van de oorlogstijd. Dat Barbara’s vader toestemming vroeg aan de vader van Barbara’s moeder om haar de hand te vragen, en daarbij vroeg of het een probleem was dat hij in de gevangenis had gezeten (en dat was het niet), was voor Barbara’s moeder genoeg. Haar vader vond het prima en ook zij vond het verder niet meer belangrijk wat Barbara’s vader nou precies had gedaan. Het was een jonge vrouw, verliefd op een jonge man en dus nam ze het verleden van haar toekomstige man voor lief. Het enige dat Barbara’s moeder wist was dat hij in de gevangenis had gezeten, maar echt weten wat hij had uitgevoerd, deed ze niet. Daar heeft ze ook nooit naar gevraagd. Haar moeder was een streng katholiek opgevoede vrouw en probeerde alles met de mantel der liefde te bedekken. Barbara kan niet begrijpen dat haar moeder nooit geprobeerd heeft te achterhalen wat haar vader had gedaan en is daar redelijk boos over. Sterker nog, ze kan dat eigenlijk geen plekje geven en neemt het haar moeder erg kwalijk. Vooral omdat ze daardoor, vooral vroeger, geen duiding kon geven aan het gedrag van haar vader.
Herdenkingen “Ik weet nog dat de herdenkingen op vier mei altijd ontzettend beklemmend waren. Mijn moeder stond er altijd met klem op dat het doodstil was en dat we respect opbrachten. Mijn vader deed dan wel mee, maar eens goed over de oorlog praten was er niet bij. De vlag uithangen, de volgende dag, dat deden we eigenlijk nooit. Als ik daarnaar vroeg, waarom dat was, kreeg ik nooit een echt antwoord. Mijn vader praatte altijd snel over het onderwerp heen. Toen begreep ik dat nooit, maar nu kan ik dat natuurlijk veel beter plaatsen. Toen was dat onmogelijk. Mijn moeder had het eigenlijk veel eerder kunnen, nee, moeten vertellen.”
Nadat Barbara er achter was gekomen wat haar vader precies had gedaan, heeft ze besloten dit niet aan haar moeder te vertellen. Dat wilde ze haar moeder niet meer aandoen, ook vanwege haar leeftijd. Volgens Barbara zou dat weinig toevoegen.
“Natuurlijk, ik kan niet alleen mijn vader, maar ook mijn moeder niet vergeven. Mijn vader voor zijn keuzes tijdens de oorlog, mijn moeder omdat ze hier nooit naar gevraagd heeft en mij zo laat heeft verteld over wat zij wél wist. Maar het is niet mijn taak om dit nu nog aan mijn moeder uit te leggen. Ik zou haar alleen maar verdriet doen en voor mij persoonlijkvoegt het eigenlijk helemaal niets toe. Ik weet nu wat er in die tijd is gebeurd en dat is voor mij heel belangrijk. Eigenlijk is dat het belangrijkste: het niet meer hoeven gissen naar bepaalde dingen. Er is nu duidelijkheid, zekerheid. Ik weet wat er is gebeurd en waarom mijn vader bepaalde keuzes heeft gemaakt. Het was geen rijke man en hij wilde geld verdienen. Ook zijn ouders vonden het belangrijk dat hij geld ging verdienen, en dus heeft hij voor de Duitse kant gekozen. Het maakt mijn jeugd er niets beter op, maar je kunt het nu veel beter een plaats geven. Maar ondanks dat ik het een betere plaats kan geven, is het wel duidelijk dat ik dit nooit zal kunnen afsluiten. Dit zal me altijd bezig blijven houden. Dat is het vervelende ervan: dit heeft gewoon geen einde.”