Vóór de 19e eeuw bestaat er geen officiële spelling van de Nederlandse taal.’Toch is er niet direct sprake van een spellingsanarchie. Reeds in de Middeleeuwen bestaat er zo’n grote mate van overeenstemming dat kleine verschillen als woort en woord en dair en daer eigenlijk te verwaarlozen zijn. Aan een uniforme spelling is niet zo’n behoefte.
In de Franse tijd verandert dit. Voor het eerst in de geschiedenis wordt het Nederlands een leerstoel aan de universiteit waardig gekeurd. De predikant Matthijs Siegenbeek wordt benoemd tot buitengewoon hoogleraar in de vaderlandse taal en welsprekendheid. Hij ontwerpt op verzoek van de minister van Onderwijs een eenheidsspelling die in 1804 wordt ingevoerd.
Vele spellingshervormingen zijn sindsdien gevolgd. Net zoals die allereerste keer lopen deze steeds opnieuw uit op gebekvecht. Taalgebruikers zijn gehecht aan hun taal en gaan niet zonder slag of stoot akkoord met een nieuwe spelling die hen van hogerhand wordt opgelegd.
Collectie Losse Aanwinsten van de Tweede Afdeling van het Algemeen Rijksarchief, verworven van 1852-1979
Toegangsnummer archiefinventaris 2.22.01, inventarisnummer 280