Geschiedenis van de archiefvormer
Deze directie werd ingegsteld bij resolutie van de Staten-Generaal van 24 maart 1631 en had haar oorsprong te danken aan de lastige worstelstrijd met de Duinkerkers, waarin zij grote diensten bewezen heeft. Zij herleefde in de Eerste Engelse Oorlog, doch voldeed toen niet aan de verwachtingen, nadat met hogere eisen moest gaan stellen aan de bouw, grootte en bemanning der schepen, om aan de uitstekend uitgeruste Engelse vloot het hoofd te kunnen bieden. De directieschepen werden door kooplieden en stedelijke regeringen als convooien uitgerust op de onderscheiden plaatsen waar de directie gevestigd was, als Rotterdam, Amsterdam, Hoorn, Enkhuizen, Edam, Monnikendam, Middelburg, Vlissingen, Zierikzee, Veere en in Friesland en Groningen.
Bij secrete resolutie van de Staten-Generaal van 1 april 1656 werd bepaald dat de directeuren zouden gerekend worden met de ontvangst en het beheer van het last- en veilgeld te hebben opgehouden op 31 december 1655, en tevens dat het bewind van de directeuren der Extraordinaris Equipage zou eindigen.
Zie verder over deze directie: J.C. de Jonge, Nederlandsch Zeewezen , p. 254 s. 99 en 487 en 550.
Betreffende de bevoegdheid der Directiën kan hier volstaan een verwijzing naar hetgeen wordt meegedeeld door:
- J.E.Elias; Schetsen uit de geschiedenis van ons zeewezen, 1568-1654 ('s-Gravenhage, 1916-1930)
- J.C. de Jonghe: geschiedenis van het Nederlandsche Zeewezen (Haarlem, 1851862)
Geschiedenis van het archiefbeheer
In 1828 zijn met de overbrenging van het archief van de opgeheven Directiën van de Levantsche Handel en de Navigatie op de Middellandse Zee ook verschillende zich blijkbaar vanouds daarin bevindende stukken, afkomstig van Directiën ter equipering van oorlogsschepen te Amsterdam en te Hoorn, gedateerd 1636-1657, overgedragen aan het Algemeen Rijksarchief te 's-Gravenhage.
Op het Nationaal Archief zijn verder komen te berusten enkele stukken afkomstig van dergelijke Directiën te Rotterdam: deze stukken waren deels in bewaring geweest onder het Gemeentebestuur van Rotterdam, deels hadden zij behoord tot de verzameling stukken afkomstig uit het in 1844 door brand geteisterde "Marinearchief", voor welker conservatie Prins Hendrik zorg had gedragen.
De stukken der Directiën te Amsterdam en Hoorn waren bij de inventarisatie van het archief der Directiën van Levantsche handel in 1882 door Mr. van der Burgh gedeeltelijk afgescheiden, gedeeltelijk foutief als archiefstukken der laatstgenoemde Directiën beschreven.
Onder het archief van de Levantse Handel bevonden zich ook brieven en enige registers behorende tot de directie van de Extraordinaris Equipage ter zee te Amsterdam.
Daar deze in geen verband stond tot de directie van de Levantse Handel en haar ontstaan aan andere redenen te danken had, zo moet men onderstellen dat toevallige omstandigheden tot die samenvoeging geleid hebben; misschien is de conjectuur niet gewaagd dat men bij de opheffing dezer directie in 1656 haar archief aan de directie van de Levantse Handel in bewaring heeft gegeven, het zou ook kunnen zijn dat evenals de directie van de Levantse Handel ook die van het Extraordinaris Convooi of Equipage in het stadhuis te Amsterdam vergaderde en ten gevolge daarvan die archieven verenigd zijn.
De verwerving van het archief
Het archief is bij Koninklijk Besluit of ministeriële beschikking overgebracht.