1.05.11.15 Inventaris van het digitaal duplicaat van het microfichebestand van de Notariële Archieven van Suriname over de periode (1820) 1828-1845

Download inventaris als:PDF|XML Download inventaris Download inventaris Sluiten
Taalgebruik in onze archieven Taalgebruik in onze archieven Ik heb het begrepen

Archiefvorming

Geschiedenis van de archiefvormer

1. De Notariële praktijk zoals uitgeoefend door de gezworen klerken in Suriname

1.1 De instelling van de gezworen klerken in 1828
Bij besluit van de gouverneur-generaal in Rade van 20 november 1828 is gearresteerd en de 25e daaraanvolgend afgekondigd (Gouvernementsblad van Suriname, nr. 21) een 'Reglement op het uitoefenen van de Notariële praktijk door gezworen klerken in de Kolonie Suriname'. Daarbij (art. 1-3) werd die praktijk opgedragen aan zes ambtenaren, onder de naam van gezworen klerken, van welke er vijf te Paramaribo en een in het nederdistrict Nickerie zouden resideren. Zij werden door de gouverneur-generaal benoemd en werkten te Paramaribo, behoudens oppertoezicht van de procureur-generaal, onder de griffier van het Hof van civiele en criminele justitie en die in Nickerie onder de hoofdambtenaar aldaar.
1.2 Procedures en bevoegdheden van de gezworen klerken
Art. 4 noemt de akten en contracten die zij mogen passeren. Hierbij waren b.v. uitgezonderd, transporten en hypotheken van en op onroerende goederen, die ten overstaan van het gemeentebestuur moesten worden gepasseerd. Volgens art. 37 waren zij verplicht een repertorium aan te leggen, dat elke maand met de gepasseerde minuut-akten aan de procureur-generaal (voor Nickerie aan de hoofdambtenaar aldaar) ingezonden en door deze voor 'gezien' getekend moest worden. Akten en repertorium werden aan de gezworen klerken teruggegeven. De akten moesten gedeponeerd worden in een 'minutenkast', welker sleutel de griffier van het Hof onder zich hield. In Nickerie geschiedde dit deponeren op het kantoor van de hoofdambtenaar.
1.3 Het beheer van de akten en registers
Art. 47 bepaalde dat alle akten en registers, toen uitmakend het notarieel archief van de secretarie van de kolonie, zouden overgaan en voortaan zouden staan 'onder het toeverzigt' van de griffier van meergemeld Hof. Het archief van de akten in het district Nickerie zou staan onder de hoofdambtenaar aldaar. Ingevolge art. 48 zou de registratie van de akten, gepasseerd buiten de kolonie, warranden en andere instrumenten, die tot dusver ter secretarie van deze kolonie had plaats gehad, door de gezworen klerken te Paramaribo in de daartoe voorhanden registers, bij voortduring geschieden.
1.4 De beloning van de klerken
De gezworen klerken genoten geen vast inkomen van het land (art. 58), maar emolumenten bij tarief vastgesteld. Een van hun werd door hen, onder goedkeuring van de genoemde griffier, gekozen tot hun boekhouder en kassier (art. 59). Dit laatste was niet toepasselijk op de gezworen klerk van Nickerie, die volgens art. 70 geheel op zich zelf stond. Zij moesten, krachtens art. 73 bij de aanvaarding van hun ambt, de vereiste eden afleggen in handen van de gouverneur-generaal.

2. Het nieuwe reglement van 1869

Toen 1 mei 1869 een nieuwe wetgeving voor Suriname werd ingevoerd, trad gelijktijdig het Reglement op het Notarisambt in die kolonie in werking.

Geschiedenis van het archiefbeheer

Het archief is op 12 april 2010 overgedragen aan de Republiek Suriname. De originelen berusten vanaf die datum bij het Nationaal Archief van Suriname.

De verwerving van het archief

De rechtstitel is (nog) onbekend