1.10.19 Inventaris van het archief van A. van Citters [levensjaren 1633-1696], 1495-1697

Download inventaris als:PDF|XML Download inventaris Download inventaris Sluiten
Taalgebruik in onze archieven Taalgebruik in onze archieven Ik heb het begrepen

Archiefvorming

Geschiedenis van het archiefbeheer

De meeste stukken bevinden zich sinds 1876 op het Rijksarchief. Al in 1862 had rijksarchivaris Van den Bergh van de familie te horen gekregen dat men niet ongenegen was de originele verbalen van Aernout van Citters aan het Rijksarchief af te staan. Maar het zekere voor het onzekere nemend, had Van den Bergh in 1868 op de auctie Te Winckel en Nijhoff toch maar een serie kopieverbalen aangekocht. Dat bleek zonde van het geld want in 1876 kwam het Rijksarchief door een legaat van wijlen Jacob de Witte van Citters in het bezit van niet alleen de originele verbalen, maar ook van de verzamelingen portefeuilles in quarto met brieven van staats¬lieden aan leden van zijn familie en portefeuilles in folio met de familiepapieren. Door aankoop tenslotte voegde het Rijksarchief daar in 1888 nog een kopieregister aan toe van brieven van Fagel en Heinsius aan Van Citters uit de jaren 1680-1695, dat aansloot bij de kopieverbalen die in 1868 waren aangekocht.
De kopieverbalen (kavel 1573 van de auctie Te Winckel en Nijhoff) werden geregistreerd als Aanw. 1868 B XXIII. Zie VROA 1868, p. 4 en Arch. van het ARA inv. nr. 454. Het familiearchief werd geregistreerd als Aanw. 1876 XXI. Zie het verslag van Van den Bergh in VROA 1876, p. 117. Correspondentie met de familie Van Citters in arch. ARA inv. nrs. 27 (I 140), 29 (U 116), 48 (I 261) en 51 (U 9, met inventaris). Het kopieregister is Aanw. 1888 22 a. Zie VROA 1888, p. 26.
De belangstelling op het Rijksarchief in Den Haag ging vooral uit naar de kopieverbalen en de gezantschapspapieren van Aernout van Citters. Zij werden daar beschouwd als een belangrijke aanvulling van de collectie buitenlandse verbalen en gezantschapspapieren die in de zogenaamde collectie `Legatiearchieven' waren bijeenge¬bracht. In de andere stukken was men minder geïnteresseerd.
In 1899 stuurde men familiepapieren naar het Rijksarchief in Zeeland waar in 1922 en 1931 nog meer stukken volgden.
Voor de overdracht van 1899 zie de correspondentie ARA-RAZ in arch. ARA inv.nr. 107 (I 361, 370 en 377, met inventa¬ris), 109 (U 320, 342 en 356) en VROA 1899, p. 26. Voor de overdrachten van 1922 en 1931 zie resp. arch. ARA inv. nr. 473 en VROA 1931, p. 44. Deze stukken zijn in het RAZ gevoegd bij het familiearchief Verheye Van Citters (beschreven door M.P. de Bruin. De inventaris verscheen in: Gebundelde inventarissen, I, ('s Gravenhage) p. 59-70) en in de verzameling mr. W.A. van Citters.
Het doel dat men zich daarbij stelde: een consequente scheiding tussen het archief van Aernout van Citters en de archieven van zijn familieleden is nog steeds niet gerealiseerd. Bij de meest recente inventarisaties in Den Haag zijn stukken aangetroffen die men in Zeeland zou verwachten. Deze stukken zijn buiten de inventaris gelaten en afgestaan aan het Rijksarchief in Zeeland, waar zij gevoegd zijn bij het archief Verheye van Citters. Hetzelfde geldt voor de kopieverbalen, die zijn teruggebracht naar de collectie Aanwinsten, onder het nummer 1868 B XXIII 1-17.
Behalve archiefstukken schonk de familie Van Citters het Rijk ook een groot aantal handschriften die merendeels op Zeeland betrek¬king hadden. Deze handschriften kwamen in 1881 op het Rijksarchief terecht en vandaar, door overdrachten in 1881 en 1899, op het Rijksarchief in Zeeland. Slechts de weinige stukken die in Zeeland al voorhanden waren of niet geacht werden op de provincie betrekking te hebben, bleven in Den Haag op het Rijksarchief achter.
Voor de overdracht van 1881 aan het Rijksarchief zie arch. ARA inv. nr. 58 (I 122). Voor de overdracht aan Zeeland in 1881 ibid. inv. nr. 59 (U 114 en 129). Voor de overdracht aan Zeeland in 1899 zie de relevante verwijzingen bij noot 2.
Tot het familiearchief Van Citters behoorden oorspronkelijk ook de archieven van kasteel Popkensburg en de heerlijkheid Sint Laurens. Kasteel en heerlijkheid werden in 1863 door de familie verkocht en de archieven volgden in 1876 door een legaat van Jacob de Witte van Citters de nieuwe eigenaren. Tot het archief van het kasteel behoorden onder meer de twee registers van kopiestukken van de Staten-Generaal van 1667 die in 1891 ter auctie Nijhoff door het Rijksarchief werden aangekocht.
Aanw. 1891 20a. Het eerste deel werd later overgebracht naar Coll. SG 'dubbelen' inv. nr. 1090.

De verwerving van het archief

Het archiefblok bevat archiefstukken onder verschillende rechtstitels verworven.