2.01.29.01 Inventaris van de archieven van het Departement van Marine, 1795-1813

Download inventaris als:PDF|XML Download inventaris Download inventaris Sluiten
Taalgebruik in onze archieven Taalgebruik in onze archieven Ik heb het begrepen

Archiefvorming

Geschiedenis van de archiefvormer

Overzicht van de verschillende besturen van de Marine, 1795-1813.

Resoluties van de Staten-Generaal 20 februari 1795 p. 195.
Propositie van de burger Hahn ter vergadering presiderende over de vernietiging van de colleges ter admiraliteit met overlegging van een decreet van de provisionele representanten van het volk van Holland van 27 februari dienaangaande.
27 februari 1795 p. 230.
Vernietiging van de colleges van admiraliteit, dat vervolgens in plaats van de vernietigde admiraliteitscolleges tot de directie van het zeewezen, het werk van de convooien en licenten daaronder begrepen zal worden aangesteld en benoemd een comité tot de zaken van de Marine bestaande uit 21 personen door Hoog. Mog. uit de gehele republiek zonder onderscheid te noemen.
Zeven hunner in het bijzonder gechargeerd met het departement van de Equipage en van de eigenlijke directie van de zaken van de zee of oorlog te water, mitsgaders de constructie van de schepen en hetgeen daartoe relatie heeft.
Zeven anderen bijzonder worden belast met het werk van de Financiën, zowel spruitende uit het ordinair inkomen van de konvooien en licenten als van hetgeen door de bondgenoten ten behoeve van 's lands zeemacht zal worden gecontribueerd; de zeven laatsten bijzonder gedemandeerd wordt het werk van de konvooien en licenten, te weten de cognitie en behandeling van alle zaken en kwesties daaruit resulterende, waaromtrent dan ook provisioneel in hun geheel zullen blijven de plakkaten op dat stuk geëmaneerd; aan ieder dezer departementen vrijstaan van een afzonderlijke secretaris onder de naam van substituut-secretaris met de nodige klerken aan te stellen, dat zal worden aangesteld een generale advocaat-fiscaal tot waarneming van het recht van de overheid in de zaken van de verscheidene konvooien en licenten, zowel in cas van militaire misdaden, die door het volk te water zullen worden begaan, als in cas van delicten welke door 's lands bedienden gesubjecteerd aan het voorzegde comité zullen worden begaan, dat ook een secretaris voor het gehele comité zal worden aangesteld.
Het comité zal zitting houden in Den Haag.
Tot leden benoemd:
  • P. Paulus
  • C. Placker (ontslagen 5 maart 1795)
  • H. Aeneae
  • J. Penninck
  • J. Sels (5 januari 1796 descensie)
  • W. van der Beets (27 mei 1796 uitgevallen)
  • J. Stapert (26 maart ontslagen)
  • A.H. Brouwer (16 maart bedankt)
  • C.E. Vaillant
  • W. van Hogendorp (21 augustus 1795 descensie)
  • J.H. van Swinden
  • A. in de Betouw
  • J. van der Ramhorst
  • B. Blok
  • G.J. Jacobson
  • J. van Peer (26 maart ontslagen)
  • L.I. Boeye (11 maart (?))
  • D. Speleveld
Drie vacante plaatsen, mitsgaders de advocaat-fiscaal worden spoedig aangevuld en benoemd.
Algemeen secretaris: J.E. van Eck.
Resoluties:
  • 2 maart 1795 p. 237. Burger Loncq tot lid geëxcuseerd 10 maart 1795. Roos generaal advocaat-fiscaal.
  • 10 maart 1795 p. 293, tot leden de burgers P. Gevers (11 februari 1796 ontslagen.) de Kempenaar, H.H. van Haarsma, Besier.
  • 16 maart 1795 p. 333, tot lid: P.P. van Gilse.
  • 26 maart 1795 p. 397, tot leden: H. Schilge, B. Stapert, C. van Borchuis.
  • 9 maart 1795 p. 280. Gearresteerd formulier van eed voor de leden, advocaat-fiscaal en secretaris.
  • 14 april 1795 p. 529, tot lid: Van Doorn.
  • 30 oktober 1795 p. 2024, tot leden: G. van Olivier, F.R. Rademaker.
  • 5 januari 1796 p. 28, tot lid: H.J. Dijkmeester.
  • 11 februari 1796 p. 382, tot lid: J.D. Pasteur.

Nationale vergadering

  • 18 maart, 27 mei 1796.
  • Afsterven pres. Paulus; in plaats van Paulus en Van der Beets aangesteld tot leden: M.Rom, R.J. Capellen van de Marsch.

Notulen Uitvoerend Bewind

  • 1 februari 1798 nr. 14. Deliberaties aangevangen over de benoemingen van agenten Marine en Binnenlandse Zaken, in advies.
  • 2 februari 1798 nr. 18. De burger Florijn gedespicieerd tot agent van Marine maakt zwarigheid.
  • 6 februari 1798 nr. 11. Missive van de burger L.I.Z. Wiselius aan de burger directeur Wijbo Fijnje, betuigt zeer vereerd te zijn met de hem opgedragen post van agent van Marine, maar vindt zich onberekend voor de waarneming.
  • 10 februari 1798 nr. 13. De deliberatie over het benoemen van agenten voortgezet zijnde is de keuze voor agent van de Marine gevallen op de burger Spoors, fiscaal van het comité tot de Westindische handel en bezittingen, de directeur Van Langen gecommitteerd om met hen te confereren.
  • 11 februari 1798 nr. 13. Missive van de burger Spoors verzoekende om de daarbij aangevoerde redenen van de benoeming te worden ontslagen; gepersisteerd.
  • 11 (?) februari 1798 nr. 15. Rapport van de conferentie met de burger Spoors en apparitie van hem, die accepteert de post van agent van de Marine en akte van aanstelling gedepêcheerd.
  • 11 februari 1798 nr. 29. De vice-admiraal De Winter gerekwireerd om enige dagen in Den Haag te verblijven, ten einde bij het comité van Marine illucidaties te geven.
  • 17 februari 1798 nr. 14. Schriftelijke consideraties van De Winter aanwezig.
  • 15 februari 1798 nr. 19. Missive van de burger Spoors blijvende difficulteren. Rapport secretaris 16 februari nr. 19.
  • 16 februari 1798 nr. 39. Burger Spoors accepterende de post van agent van Marine.
  • 18 februari 1798 nr. 8. Missive deswege aan de const. verg. en publicatie.
  • 20 februari 1798. nr. 9. Missive van de burger Nozeman, bedankende voor zijn aanstelling als secretaris van de agent van Marine.
    Blijkt van geen aanstelling. Schijnt gebleven te zijn.
  • 20 februari 1798 nr. 10. de burger A.G. Besier, commissarisdirecteur van de Marine.
  • 20 maart 1798 nr. 14 en 29 maart nr. 16b. Over het huren van het huis van de gewezen Engelse minister voor het agentschap.
  • 14 november 1798 nr. 7. Decreet van het vertegenwoordigend lichaam van 6 november, houdende instructie voor de agent van Marine.
  • 25 december 1798 nr. 1. Benoeming van Jacob Spoors tot agent op deze instructie.
  • 8 januari 1799 nr. 8. Missive van de agent van Marine dat hij aan C. Nozeman ontslag had gegeven als zijn secretaris.
  • 4 mei 1799 nr. 23. Missive van de agent van Marine, ingevolge besluit van 10 april nr. 45 overleggende een tableau van de werkzaamheden van zijn agentschap.
  • 11 juli nr. 53. [Geapprobeerd. (De brief niet gevonden; het tableau is niet ingeschreven in het briefboek van de agent.)]
  • 12 juli 1799 nr. 21. Aan I. Eland, 100 dukaten toegelegd wegens het maken van een index op de notulen van het Comité van Marine.
  • 1 juli 1800 nr. 12. Missive van de agent van Marine van 30 juni l.l.: voordracht van personen bij zijn agentschap benodigd. Geapprobeerd.
Samenstelling:
  • Secretaris: J. de Jongh.
  • Commiezen: C. Wagner, I.A. Paroté, G.C. Kinker, F. van Schaak.
  • Klerken: I. Westplate Cool, I.C. Tengbergen, A. Rocquette, G. v.d. Jagt.
  • Extra: H. v.d. Marck, A.M. Dury.
Departement van Equipage:
  • Commies-Directeur: H. Aeneae
  • Commiezen: A.I. Vermunt. A. de Kemp.
  • Klerk: J. Mergenkuil.
Departement van Financiën:
  • Commies-Directeur: J. Penningh.
  • Commiezen: A.W. Cassa, P. Quant.
  • Klerken: I. Smits, C. de Vries.
Charterkamer:
  • Commies: H. Wielhezen.
  • Compt. van de hoofdelijke betaling:
  • Commiezen: I. Kool, B.A. Perier, I. Bisschop, A. v.d. Ramhorst.
  • Klerken: H. Careau, W. Obreen, D. Washington, G. Vrolijk.

Besluiten Staatsbewind:

  • 17 oktober 1801 nr. 11. De commissarissendirecteur bij het agentschap van Marine, gequalificeerd de lopende zaken waar te nemen, vermits de burger Spoors, agent van Marine, benoemd is tot lid aan het Staatsbewind.
  • 18 december 1801 nr. 74. De burger Spoors, honorable ontslagen zijnde als agent van Marine, is de bovengemelde qualificatie ingetrokken.
  • 14 december 1801 nr. 69a.Geprecédeerd tot de benoeming van een Raad van Marine (als zijnde bij besluit van 23 oktober nr. 33 bepaald datgeen secretaris van Staat zou worden benoemd), tot leden benoemd: H. Aeneae, G .J. Jacobson, H.J. Van Royen op provinsionele instructie als voor de agent van Marine van 6 november 1798 (d.d. 14 nov. daarna nr. 7 ingekomen) in afwachting van nadere instructie.
  • 21 december 1801 nr. 10. Missive Raad van Marine (18 december) bericht zich te hebben geconstitueerd. De secretaris De Jong tot prov. secretaris gequalificeerd.
  • 11 januari 1802 nr. 52. De instructie voor de Raad van Marine gearresteerd. De finale organisatie der Bureaus is niet tot stand gekomen. Zie Besl. 9 november 1804 nr. 1.

Staatsbesluiten:

  • 29 april 1805 nr. 4. De Raad van Marine en deszelfs functies gecontinueerd.
  • 30 april 1805. nr. 18. De Raad van Marine aangeschreven zich op de 1e mei te dissolveren en het lid Van Royen om de zaken der Marine over te nemen en zich bij provisie te chargeren met de functies van secretaris van Staat voor de Marine.
  • 20 mei 1805 nr. 30. Aangesteld tot secretaris van Staat voor de Marine, de vice-admiraal Verhuell op nader te bepalen instructie, de fungerende secretaris van Staat Van Royen bij provisie gecontinueerd.
  • 14 juni 1805. nr. 18. Missive van de vice-admiraal Verhuell accepterende de post van secretaris van Staat voor de Marine.
  • 16 september 1805 nr. 35. Van Royen cesseert zijn functies.
  • 20 september 1805 nr. 9. Missive van de secretaris van Staat Verhuell kennisgevende van het aanvaarden van zijn post.
  • 3 januari 1806 nr. 200.Conceptinstructie voor de secretaris van Staat voor de Marine (in advies) De Jong bleef steeds secretaris.

Koninklijke Decreten:

  • 9 Juni 1806 nr. 3. De vice-admiraal Verhuell communiceert twee decreten van de koning van Holland genomen te Parijs 5 juni 1806, houdende benoeming van hem Verhuell tot minister van Marine.
  • 21 september 1806 nr. 33. Missive van Marine met de Staatsraad in voldoening aan het decreet van 17 juli nr. 62, met conceptinstructie voor de minister van Marine en voor de verdeling der administratie in divisies en bureaus (in advies). Hierop is gevolgd een Koninklijk Besluit van 14 november 1807 nr. 19, houdende enige algemene bepalingen omtrent de werkkring des ministers.
  • 10 december 1807 nr. 5. De minister Van der Heim wordt benoemd tot minister van Marine.
  • 8 januari 1808 nr. 37.
  • Art. 1. Het ministerie van Koloniën wordt verenigd met dat van Marine en zal voortaan een enig ministerie uitmaken.
  • Art. 2. De minister Van der Heim zal de titel voeren van minister van Marine en Koloniën.
  • 6 mei 1808 nr. 19.
  • Art. 1. De organisatie van het ministerie van Marine en Koloniën wordt vastgesteld, zoals hierna volgt: (Gealtereerd bij decreet van 16 november nr. 6 A.B.). Twee commissarissen-generaal (adjunct v.d. minister).
  • 13 mei 1808 nr. 5. Voor Marine: de heer Ruysche. Koloniën: de heer Falck.
(Deze betrekkingen vervallen, decreet 16 november 1808 nr. 6.)

Generaal-Secretariaat:

De registratie der wetten en decreten, het openen der depêches, renvooi aan de divisies; het surveilleren der archieven, der processen-verbaal van allerlei aard en expedities. De revisies der liquidaties; het opmaken der maandelijkse en jaarlijkse begroting; de aanvragen op de publieke schatkist, enz.
  • 13 mei 1808 nr. 5. Secretaris-generaal Vosmaer.
  • 29 november 1808 nr. 16b. Secretaris-generaal de ridder A.R. Falck.
  • 13 mei 1808 nr. 5. Chef van het Generaal-Secretariaat: mr. A.N. Mooyaardt.
Verder wordt hier opgegeven de organisatie van 16 november 1808. Decreet A. en B.
    1e bureau:
  • Registratie van alle de bij het ministerie inkomende stukken, het classificeren der documenten, het expediëren van allerlei aard, de ontvang van het recht van zegel, kopieën en aanvragen aan de publieke schatkist. 13 mei en 29 november 1808 nr. 16.b. J. Schreuder, chef. een souschef, vier commiezen, twintig klerken.
    2e bureau:
  • Het bewaren der archieven en documenten niet meer tot het lopende werk behorende, het in het net schrijven der verbalen, het opmaken en bewaren der registers en bijzonderlijk van de generale index. I.A. Paroté, chef. een souschef, twee commiezen, vier klerken. Chef van de generale comptabiliteit: J. Frazer.
    3e bureau:
  • Financiën der Marine, liquidatie der achterstanden, het examineren der rekeningen en toezicht over de sommen aan de twee eerste divisies geaccordeerd. A.W. Cassa, chef. een souschef, twee commiezen, vijf klerken.
    4e bureau:
  • Financiën der Koloniën, liquidatie der achterstanden, het examineren der rekeningen, het toezicht over de sommen aan de twee laatste divisies geaccordeerd. P. de Munnik, chef. twee boekhouders, twee commiezen, vijf klerken.
Eerste divisie:
Het personeel der Marine en de militaire mouvementen. Chef: de ridder C. van Kerchem.
    1e bureau:
  • Promoties in het Koninklijk korps der Marine, discussies der rangen, mouvementen, militaire instructies der Marine. Chef: de ridder G.W. Gobius. een souschef, twee commiezen, drie klerken.
    2e bureau:
  • Werven, soldij, krijgsgevangenen, administratie van geneeskunde en quarantaine. Chef: P. de Gijselaar. een souschef, een commies, vier klerken.
    3e bureau:
  • Het loodswezen, de pilotage, vuren en bakens, kustbeveiligen, deserteurs, koopvaart en justitiezaken. Chef: J. de Jong. vier commiezen, drie klerken.
Tweede divisie:
Het materieel der Marine, de constructie en alle andere takken van maritieme administratie. Chef: A.J. Vermunt.
    1e bureau:
  • Kleding en vivres.
  • Chef: J.C. Tengbergen.
  • drie commiezen, vier klerken.
    2e bureau:
  • Constructies, hout, mastwerk, zeilage, werklieden en werven. Chef: J. Kool. een souschef, twee commiezen, vier klerken.
    3e bureau:
  • Arsenalen, artillerie, scheepsbehoeften, enz. Chef: P. Quant. een souschef, twee commiezen, twee klerken.
Derde divisie:
Civiele, politieke en militaire administratie der onderscheidene koloniën. Chef: R. Dozy.
    1e bureau:
  • Civiele, politieke en justitiële zaken, het examineren der financiële administratie, als ook van de wisselbrieven, assignaties enz., en de objecten uit deze profluerende. Chef: C. Soleil. een souschef, twee commiezen, een klerk.
    2e bureau:
  • Civiele, politieke en justitiële zaken, het examineren der financiële administratie, als ook van de wisselbrieven, assignaties enz. en de objecten uit deze profluerende. Chef: D. 't Joostink. een souschef, twee commiezen, een klerk.
    3e bureau:
  • Aanwerving en uitrusting der troepen voor de koloniën, aankoop van munitiën, fortificatiën, militaire soldijen, enz. Chef: A van den Velden. een souschef, drie commiezen, twee klerken.
    4e bureau:
  • Tractementen der civiele geëmployeerden, doodregisters, testamentaire zaken. Chef: H. Ogelwight jr. twee boekhouders.
Vierde divisie:
Commerciële relaties, met alle de koloniën approvisionementen, enz. Chef. H. Vollenhoven.
    1e bureau:
  • Verkoop van koloniale producten, rekening-courant met de kooplieden, berekening der inkomende en uitgaande rechten door de ontvangergeneraal te perceptiëren. Chef: W. Ris. vijf boekhouders, een commies, een klerk, een assistent.
    2e bureau:
  • Het voorzien der koloniën van geld en levensmiddelen, contracten voor de leverantiën, het bevrachten van schepen, ens. Chef: I. de la Hayze. een souschef, twee commiezen, twee klerken. Magazijnen: vier magazijnmeesters, vier commiezen, acht assistenten.
  • De perceptie van alle koloniale inkomsten, volgens een nader te arresteren instructie:
  • ontvangergeneraal: J. Clifford.
Décret Impérial 12 décembre 1810. Décret organique de l'incorporation des officiers de la Marine Hollandais dans la Marine Impériale.
    12 décembre.
  • Démission du vice-amiral Bloys et du major Van Braham.
  • (Dep. minist. 13 dec. 1810, no. 25, 1e div.).
20 décembre 1810.
art. 1.
Functie Naam Plaats
Sont nommés chefs militaires (de marine) l'amiral Verdooren à Amsterdam
le vice-amiral Kikkert à Rotterdam.
art. 2.
Functie Naam Plaats
directeurs d'Equipement: A. Hoek à Rotterdam
A. Roepell à Amsterdam.
Sous-directeurs 1e classe: C. Tonneboeyer à Nieuwediep,
I.D. Schutter
sous-directeurs 2e classe: I. Rivery à Medemblik.
Agent comptable de la direction d'Equipement 1e classe: I.H. Schultz, I. Vogelensangh
Agent comptable de la direction d'Equipement 2e classe: A. Oerdijk van Putten, I. van Heijnen. x
Art. 3.
Functie Naam Plaats
Constructeur-general de l'arrondissement de Hollande: P. Glavimans.
Constructeur 1e classe: I.P. Schuyt, P. Glavimans Iz.
Constructeur 2e classe: P. Schuyt, P. van Es.
Constructeur 3e classe: H. Ciebert.
Sous-constructeur 1e classe: A.Bakker
Sous-constructeur 2e classe: I. Landstraat, P. Glavimans, C. Soetermeer, H. Speeleveld, I. Oosterhout, I. Vos Iz. x
art. 4.
Functie Naam Plaats
Commissaire de marine pour la comptabilité. P. Quant de 1e classe à Amsterdam
Commissaire de marine pour la comptabilité. V. Tainville de 2e classe à Rotterdam
Id. pour les revues, vivres et hôpitana C. van Kerchem 1e classe à Amsterdam.
Id. pour les armements, prises et inscription. ? Martin 1e classe à Amsterdam
Id. pour les armements, prises et inscription. ? Pasques 2e classe à Rotterdam
art. 5.
Functie Naam Plaats
Inspecteur de Marine 1e classe I.B. Tromant.
Sous-Inspecteur de Marine 1e classe I.M. Lacour.
Sous-Inspecteur de Marine 2e classe L.F.T. Vaucresson. x
art. 7.
Functie Naam Plaats
Secretaires de la prefecture (?) du sous-arrondissement (?) x x
x
Décret Impérial: 20 décembre 1810.
art. 1. Mr. Van der Heim, ministre de la Marine de Hollande est nommé préfet de l'arrondissement maritime de Hollande. (Dépêche min. 23 dec. 1810, no. 34, 1e div.).
  • 20 décembre 1810. Fixation des appointements et frais de commis. (Dép. min. 23 dec. 1810, no. 36, 1e div.).
  • 11 septembre 1810.Organisation des aspirant de la 1e et 2e classe. (Dép. min. 26 dec. 1810, no. 37, 1e div.).
Etat des pensions de Marine affectés sur le fonds de retenus connus sous le nom de caisse des Invalides.
(Dép. min. 31 dec. 1810, no.4, 5e div.).
Décret Imp.15 juillet 1810. Sur l'armement de deux escadres en Hollande. (Dép. min. 21 juillet 1810, no- 1, 2e div.).
  • 4 avril 1810, division des côtes du Nord en quatre commendements. (Dép. min. 12 avril 1810, no. 3, 2e div.).
  • 13 décembre 1810, liquidation des pensions accordées par les gouvernements précédents.(Dép. min. 19 dec. 1810, no. 3, 5e div.).
Dép. Min. 14 janvier 1811, 1e div., no. 50.
Mr. Van Kerchem, commiss. de Marine à Amsterdam, sera partir du conseil d'administration.
  • 18 février 1811, 1e div., no. 91.
  • Martin, commissaire de Marine chargé à Amsterdam, armements, prises et inscription maritime.
  • M. Parquet, comm.: à Rotterdam, armements, prises et inscription maritime.
  • Rainville, comm.: à Rotterdam, comtabilité.
  • Tenant, comm.: à Rotterdam, revues et hôpitana.
Dép. Min. 22 février 1811, 1e div., no. 96.
Décret Imp. sur l'organisation de l'inscription maritime dans les sept départements de Hollande, 10 février 1811.
Mr. Pouyer, commissaire de Marine se rendra dans les départements pour y prouver à la limitition des quartiers, syndicats et communes. Instruction pour mr. Pouyer.
Liste des officiers supérieurs de la Marine et des officiers d'administration décernés à se rendre dans les sept départements de Hollande pour les levées.
  • Zuiderzee - Amsterdam - Lejaulve - Capt. de v. "Martin" - comm. de marine.
  • Bouches de la Meuse - La Haye - Protcau - Capt. de v. "Pasquet" - comm. de marine.
  • IJssel Supérieur - Arnhem - Gabet - Capt. de freg. "Bernard" - comm. ppal
  • Bouches de l'IJssel - Zwolle - La Have - Capt. de freg. "IJset" - comm. ppal
  • Frise - Leeuwarden - le Coupé - Cat. de freg. "Jacquet" - comm. ppal
  • Ems occidental - Groningen - Bruillac - Capt. de freg. Corelius - comm. ppal
  • Ems oriental - Aurich - Cavoche - Capt. de freg. "Jacques" comm. ppal
Dépêche ministérielle 1 avril 1811, 1e div., no. 123.
Mr. Dury, aucun employé du ministère de la Marine est nommé à la place de sécretaire de la préfecture maritime à Amsterdam et mr. M.W. Reepmaker sécretaire du sous-arrondissement de Rotterdam.
Dép. min. 5 avril 1811, 1e div., no. 128.
Commissaire de l'escadre commandé par mr. le vice-amiral DeWinter; le sous-inspecteur de Marine, Prigny. Sous-commissaire de la division aux ordres de mr. le contre-amiral Ruysch; Piekorne commis principal de marine.
4 Décrets Imp. sur le traitement des employés de l'ancien ministère de la Marine de Hollande, que les circonstances n'ont point permis de maintenir en activité, 12 avril 1811. (Dép. min. 2 mai 1811, 1e div., no. 149.).
Décret Imp. 12 avril 1811. Concernant 31 employés de l'ancien ministère qui sont maintenues au service de l'administration de Marine. (Dép. min. 2 mai 1811, 1e div., no. 150.)
Dép. minist. 28 mai 1811 (au vice-am. Freget) 1e div., no. 167. S. Picered, employé à Rochefort, servir à Amsterdam à la demande de l'amiral.
Dép. Min. 20 juin 1811, 1e div., no. 218, avancement par décret de l'Emp. du 14 juillet.
  • Rainville, commissaire de 1e classe
  • Tenant ) commissaire de 2e classe à Rotterdam
  • Parquet )
  • Martin commissaire de 2e classe à Amsterdam
  • Prigny commissaire de 2e classe comptabilité Escadre de Texel
  • Sous-commissaires de marine chargés de l'inscription maritime: Jacquet à Leeuwarden, Bernard à Arnhem, Jaques à Aurich.
Dép. Min. 30 mars 1812, 1e div.
Tableaux d'organisation personelle des quartiers del'inscription maritime en Hollande. (Décr. Imp. 28 février 1812.).
Dép. Min. 16 avril 1812, 1e div., no. 498. Décret Imp. du 8 avril états majors des équipages de Haut bord. No. 59, 62, 63, 64, 65, 69, 70, 71, 75, 76, 77, 79.
Dép. Min. 28 Mei 1812, 1e div., no. 539.
15 mai lettre de mr. le vice-amiral Verhuell mutation sur l'escadre de Texel, son commandement.
Dép. Min. 2 juin 1812, 1e div., no. 546.
Mort du vice-amiral De Winter le 2 juin, apposition des scellés sur ses papiers et effets.

Geschiedenis van het archiefbeheer

De verwerving van het archief

Het archief is bij Koninklijk Besluit of ministeriële beschikking overgebracht.