2.02.26 Inventaris van het archief van de Parlementaire Enquêtecommissie Rijn-Schelde-Verolme (RSV), (1965) 1983-1987 (1989)

Download inventaris als:PDF|XML Download inventaris Download inventaris Sluiten
Taalgebruik in onze archieven Taalgebruik in onze archieven Ik heb het begrepen

Archiefvorming

Geschiedenis van de archiefvormer

Wet- en regelgeving

Het parlementair enquêtebericht ligt verankerd in artikel 70 van de Grondwet. Een enquêtecommissie kan door de Tweede Kamer ingesteld worden op grond van artikel 1 van de Enquêtewet van 1850 (Stb. 45) gewijzigd bij de Wet van 7 september 1977 (Stb. 549) die nadien de Wet op de Parlementaire Enquête is gaan heten. Procedurele voorschriften voor een enquêteonderzoek zijn opgenomen in het Reglement van Orde van de Tweede Kamer, vastgesteld bij besluit van de Kamer van 12 juli 1966.
Het Reglement van Orde is verschillende keren gewijzigd. Bij de instelling van de Enquêtecommissie werden de art. 136 t/m 145a van de vijfde gewijzigde druk, november 1980, aangehaald. De Enquêtecommissie RSV refereert in haar eindverslag naar art. 148 t/m 158 van de zesde gewijzigde druk, september 1983.
De toelichting op de regels van de Wet op de Parlementaire Enquête en het Reglement van Orde in verband met de werkwijze van de Enquetecommissie RSV is te vinden in het 'Verslag van de Enquêtecommissie . RSV', band 3, p. 15-21; Tweede Kamer (TK) Bijlagen, 17817 nr. 17.

Instelling

Na de verlening van surséance van betaling aan het Rijn-Schelde-Verolme-concern (RSV) op 9 februari 1983 door de Arrondissementsrechtbank in Rotterdam hielden de vaste commissies voor Economische Zaken en voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid op 9 en 10 februari 1983 openbare hoorzittingen, waarbij betrokkenen bij RSV gehoord werden. Deze hoorzittingen vormden de aanzet tot het houden van een parlementaire enquête inzake RSV.
Op 16 maart 1983 deed de vaste Commissie voor Economische Zaken een formeel voorstel aan de voorzitter van de Tweede Kamer tot het instellen van een enquête over RSV. De openbare behandeling van het voorstel geschiedde op 23 maart 1983. De instelling van de Enquêtecommissie RSV vond op 24 maart 1983 plaats.
TK Bijlagen, 17817 nrs. 1-2; TK Handelingen 1982-1983, p. 3270-3287 en 3332-3333.
Dezelfde dag is de commissie met haar werkzaamheden begonnen. Het Kamerbesluit werd op 30 maart 1983 in de Nederlandse Staatscourant, nr. 63 gepubliceerd. Op 7 april 1983 werd de aanvang van de werkzaamheden van de commissie in een aantal landelijke dagbladen bekendgemaakt.

Organisatie en werkwijze

De voorzitter van de Tweede Kamer heeft, in overleg met de fracties, negen leden, elk met een plaatsvervanger, tot de Parlementaire Enquêtecommissie RSV benoemd.
TK Handelingen 1982-1983, p. 3332-3333. Lijst van de leden en medewerkers van de Parlementaire Enquêtecommissie RSV is opgenomen in bijlage 1 van deze inventaris
Na de aanvang van de werkzaamheden heeft de Enquêtecommissie in de brief van 14 april 1983 de opvattingen over haar taakopdracht weergegeven.
TK Bijlagen, 17817 nr. 5
De commissie heeft haar werk in twee fasen ingedeeld: de eerste fase bestond uit het houden van een vooronderzoek aan de hand van schriftelijke informatie en informele gesprekken, en de tweede fase uit het houden van de openbare verhoren.
Voor het voorbereidend onderzoek (eerste fase) heeft de RSV-commissie een functionele opdeling in twee subcommissies toegepast: subcommissie I (subcommissie RSV) werd belast met de studie naar de gang van zaken bij het RSV-concern zelf en subcommissie II (subcommissie Overheid) ging het overheidshandelen in de RSV-zaak onderzoeken.
TK Bijlagen, 17817 nr. 7
In het vooronderzoek werd de commissie ondersteund door twee groepen medewerkers: de externe onderzoekers belast met onderzoek naar het functioneren van het RSV-concern (subcommissie I) en de interne onderzoekers voor het onderzoek naar het functioneren van de overheid (subcommissie II). De benaming "externe onderzoekers" werd gebruikt omdat ze in tegenstelling tot de "interne onderzoekers" niet afkomstig waren uit de overheidsinstellingen.
De werkwijze van de Enquêtecommissie RSV is uitvoerig in het 'Verslag', band 3, behandeld; TK Bijlagen, 17817 nr. 17.
Op basis van het vooronderzoek dat bijna één jaar duurde, werd een programma van verhoren samengesteld. Hierop trad de tweede fase van het enquêteonderzoek in werking, de openbare verhoren.
TK Bijlagen, 17817 nr. 11.
De openbare verhoren werden in drie series gehouden volgens de indeling in perioden:
  • commissie Keyzer tot en met de grote fusie (1965-1971);
  • de fusie tot en met het kabinet Den Uyl (1971-1977);
  • kabinet Van Agt I tot en met de surséance (1977-1983).
Het eerste verhoor werd op 12 januari 1984 en het laatste op 17 oktober 1984 afgenomen.
Op 10 december 1984 bracht de Parlementaire Enquêtecommissie RSV haar eindrapport uit. De hoofdrapportage bestaat uit twee verslagen (A en B). In verslag A zijn de onderzoeksresultaten verwerkt en verslag B beschrijft de uitgevoerde werkzaamheden.
Daarnaast zijn afzonderlijke bijlagen, rapporten van interne en externe deskundigen en verslagen van verhoren gepubliceerd (zie de inventarisnummers 633-641).
Het geheel is in de Handelingen van de Tweede Kamer opgenomen.
Verslag van de Enquêtecommissie Rijn-Schelde-Verolme (RSV) in: TK Bijlagen, 17817 nrs. 16-21.
16 delen: 1-2: Opkomst en ondergang van Rijn-Schelde-Verolme; 3: Werkwijze en procedures; 4-7: Bijlagen; 8: Rapport interne deskundigen; 9-12: Rapport externe deskundigen; 13-16: Verhoren

Opheffing

Na het uitbrengen van het eindrapport bleef de Parlementaire Enquêtecommissie RSV op haar verzoek voortbestaan. Zij had namelijk nog een aantal aangelegenheden af te wikkelen.
Verslag, band 3, p. 61; TK Bijlagen, 17817 nr. 17.
De RSV-commissie heeft de Tweede Kamer op 10 november 1987 om opheffing verzocht. Op 24 november 1987 werd de commissie ontbonden.
TK Bijlagen, 17817 nr. 69; TK Handelingen 1987-1988, p. 1215-1216.

Geraadpleegde literatuur

  • Dölle, A.H.M., Het recht van parlementaire enquête, Nederlands Parlementsrecht Monografie 3, Groningen 1990
  • Franssen, H.M. en J.A. Schagen, Over de orde mijnheer de Voorzitter, Reglement van Orde van de Tweede Kamer der Staten-Generaal toegelicht aan de hand van de praktijk, 's-Gravenhage 1990
  • Hagelstein, G.H., De parlementaire commissies, Nederlands Parlementsrecht Monografie 6, Groningen 1991
  • Harren, J. en M. van den Bos, De RSV show: de onthullingen van dag tot dag, Utrecht 1984.
  • Raalte, E. van, Het Nederlandse parlement, 's-Gravenhage 1991
  • Reglement van Orde van de Tweede Kamer der Staten-Generaal ‘s-Gravenhage 1983 (zesde, gewijzigde druk)
  • Tuurenhout, M.E., Parlementaire controle en ambtelijke verantwoordelijkheid, Arnhem 1992
  • Tweede Kamer, Bijlagen, 17817 nrs. 1-69
  • Tweede Kamer, Handelingen, 1982-1983, p. 3270-3287, 3332-3333
  • Tweede Kamer, Handelingen, 1984-1985, p. 2481-2482, 2562-2581, 2587-2602, 2995-3164, 3517-3707, 3779-3904
  • Tweede Kamer, Handelingen, 1987-1988, p. 1215-1216
  • Verslag van de Enquêtecommissie Rijn-Schelde-Verolme (RSV) , 's-Gravenhage 1984
  • Woltjer, J.J., Het verslag van de parlementaire enquêtecommissie RSV, in: Tijdschrift voor Geschiedenis 1985, p. 557-573

Geschiedenis van het archiefbeheer

Het schriftelijk materiaal werd, vanwege de onderverdeling in twee subcommissies, op verschillende plaatsen verzameld en geregistreerd. De onderzoekers van subcommissie I (RSV) ontvingen het materiaal op het kantoor van Dijker en Doornbos (DD) in Utrecht dat het onderzoek vanuit het RSV-optiek coördineerde. Van het archief werd een overzicht gemaakt. Dit overzicht is in deel 20 (Addendum) van het rapport, uitgebracht aan de Parlementaire Enquêtecommissie RSV door de externe deskundigen, opgenomen.
Rapport inzake de ontwikkelingen in en resultaten van het RSV-concern in de jaren 1967 tot en met 1982, 20 delen, Utrecht 1984.
Voor deel 20, Addendum, zie inventarisnummer 121. Het volledig rapport van de externe deskundigen is in deze inventaris opgenomen onder nrs. 95-97.
Subcommissie II (Overheid) heeft het schriftelijk materiaal op het kantooradres aan het Plein in Den Haag ontvangen. De stukken die de commissie en haar medewerkers opstelden, werden van een registratienummer voorzien. Begin 1985 werd een overzicht van het secretariaatsarchief vervaardigd.
Zie inventarisnummer 27.
De departementen van Algemene Zaken, Buitenlandse Zaken, Defensie, Economische Zaken, Financiën, Sociale Zaken en Werkgelegenheid, Verkeer en Waterstaat hebben alle documentatie en archiefbescheiden die verband hielden met het te onderzoeken onderwerp, aan de commissie toegestuurd. Het Ministerie van Economische Zaken heeft de grootste hoeveelheid schriftelijk materiaal aangeleverd. Een deel van het archief over de scheepsbouwproblematiek was reeds geïnventariseerd.
Luxemburg, G.L.J.M. van, 'Inventaris van enige archiefdelen inzake de scheepsbouwproblematiek, 1965-1977', Ministerie van Economische Zaken, 's-Gravenhage 1978.
Het overig materiaal werd door de afdeling Post- en Archiefzaken van dat departement speciaal voor de Enquêtecommissie geselecteerd, geordend en geïnventariseerd.
'Inventaris van stukken betreffende Rijn-Schelde-Verolme Machinefabrieken en Scheepswerven N.V. afkomstig uit de archiefdelen Directoraat-Generaal voor Industrie 1972-1983, Regeringsadviseur 1979-1983, Directoraat-Generaal voor de Energievoorziening, 1960-1971 opgesteld naar aanleiding van de Enquête van de Tweede Kamer der Staten-Generaal naar het door opeenvolgende kabinetten gevoerde beleid ten aanzien van het Rijn-Schelde-Verolme concern', 's-Gravenhage 1984.
Na beëindiging van het enquêteonderzoek werd het geheel van archiefbescheiden naar het gebouw van de Tweede Kamer der Staten-Generaal overgebracht.
Het archiefdeel overgedragen door Dijker en Doornbos te Utrecht besloeg tien meter plankruimte, het archief gevormd door de commissie bevatte circa tien meter en de overgelegde stukken besloegen ± veertig meter.
Het archief van de commissie RSV bevond zich voor de inventarisatie in het depôt van het Centraal Archief van de Tweede Kamer.

De verwerving van het archief

Overbrenging van een overheidsarchief