Geschiedenis van de archiefvormer
Vice-consulaat
Kort na het uitbreken van de tweede Wereldoorlog verzamelden zich in Frankrijk zeer veel uitgewekenen uit België en Nederland. Op bevel van de Franse regering werden zij via de kustgebieden naar het Zuidwesten geleid, zodat rondom Bordeaux een grote opeenhoping van vluchtelingen ontstond. De Nederlandse vluchtelingen kregen tenslotte de omgeving van Toulouse aangewezen als tijdelijk toevluchtsoord in afwachting van verdere evacuatie dan wel repatriëring. Voor hun opvang moest ter plaatse een organisatie worden opgezet. De heer A.J. van Dobben, vertegenwoordiger van Philips in Toulouse, zette zich daar zeer voor in, gedeeltelijk op eigen houtje, gedeeltelijk in overleg met het Consulaat in Montauban. Opdat hij zijn werkzaamheden beter zou kunnen uitvoeren, stelde Mezger, de Nederlandse consul in Montauban, voor om hem een officiële status te geven. De Nederlandse gezant Loudon deed daarop het voorstel aan de Regering in Londen om Van Dobben de titel te geven van vice-consul, ressorterend onder het Consulaat in Montauban. De kontakten met Londen verliepen echter zo moeizaam, dat men een andere regeling moest treffen. Van Dobben werd benoemd tot vice-consul ad interim te Toulouse, rechtstreeks onder de bevelen van de consul-generaal, de heer Sevenster. Na de oplossing van het vluchtelingenprobleem zouden zijn functie en de post weer komen te vervallen. Een voorstel uit Londen om van Toulouse een zelfstandig Consulaat te maken, werd als onnodig door Sevenster van de hand gewezen.
Offices Néerlandais
Het Vice-consulaat heeft als zodanig maar enkele maanden bestaan, doordat Frankrijk onder druk van Duitsland de officiële diplomatieke betrekkingen met de door de Duitsers bezette landen moest verbreken. Toen het Gezantschap in Vichy op 5 september 1940 zijn deuren sloot, konden de Consulaten nog doorwerken, maar de Duitsers maakten duidelijk, dat zij dit ongewenst vonden. Derhalve moesten nu ook de Cosulaten gesloten worden. Om te voorkomen dat nu de hele Nederlandse belangenbehartiging zou verdwijnen, werd men het met de Fransen eens over een nieuwe regeling. De Consulaten zouden officieel hun poorten sluiten, maar in de praktijk gewoon doorwerken onder een nieuwe naam: de 'Offices Néerlandais' werden opgericht. Zij werden belast met de belangenbehartiging van de Nederlandse vluchtelingen in de ressorten van de voormalige Consulaten. Zij traden op 25 november 1940 officieel in werking. De algemene leiding van de 'Offices' werd in handen gelegd van een buitenstaander, de heer Sauveur. De heer Sevenster mocht officieel alleen nog optreden als voorzitter van de 'Association de Secours aux Réfugiés Néerlandais', een particuliere Nederlandse hulporganisatie, belast met de financiële en materiële hulp aan de Nederlandse vluchtelingen. In de praktijk behield Sevenster zijn positie van algemeen leider. De 'Offices' traden tevens op als bureau van de ASRN. Bij de instelling van de 'Offices Néerlandais' kreeg ook het Vice-consulaat in Toulouse deze status. De heer Van Dobben werd tot directeur benoemd en trad als zodanig op tot hij in september 1941 in moeilijkheden kwam, doordat hij in verband werd gebracht met de illegale handel in diamanten. De heer J. Testers nam op 15 september zijn functie over. Testers was voor de oorlog werkzaam geweest in de tuinbouw bij Parijs en bij de nadering van de Duitsers uitgeweken naar het Zuiden. Sevenster had hem vervolgens benoemd tot hoofd van het vluchtelingencentrum in Toulouse waardoor hij zeer goed op de hoogte was van de hele problematiek en tevens de nodige kontakten had opgebouwd. Hij was daarom de ideale opvolger. In de loop van het jaar 1941 werd de druk van de Duitsers op de Franse overheid om tot de opheffing van alle Nederlandse organisaties over te gaan steeds groter. De Fransen drongen ten gevolge daarvan aan op verhuizing van de 'Offices' en verzegeling van de oude archieven.
In maart 1942 moest het 'Centre d'Accueil' te Toulouse worden ontruimd. In juli volgde de aanzegging van de opheffing van de 'Offices'.
Bureaux d'Administration des Néerlandais
De Fransen besloten in overleg met de heren Sauveur en Sevenster tot de oprichting van 'Bureaux d'Administration des Néerlandais', belast met de taken, die vroeger door de Consulaten werden uitgeoefend, maar nu officieel geleid door Fransen en ressorterend onder het Franse Ministerie van Buitenlandse Zaken. Uit zuinigheidsoverwegingen werden niet alle 'Offices' omgezet in 'Bureaux d'Administration'. In Toulouse kwam ter vervanging van de 'Offices' te Toulouse en Montauban één nieuw bureau, dat op 21 oktober 1942 officieel in werking trad. Als directeur van dit bureau traden achtereenvolgens op: H. de Bernard, R. de Nerciat en M. Boucoiran. De heer Aarts, tot nu toe de rechterhand van J. Testers, werd 'Conseiller-technique'.
'Centres d'Assistance Social aux Réfugiés Néerlandais', het CASAN.
Inmiddels had de heer Sevenster, wiens positie in Vichy onhoudbaar was geworden, zich in Toulouse gevestigd. Hij mocht zich niet langer profileren als voorzitter van de ASRN, maar hij mocht wel een nieuwe hulporganisatie op touw zetten. Dit werd de organisatie van de 'Centres d'Assistance Social aux Réfugiés Néerlandais', het CASAN. Sevenster zelf trad op als algemeen directeur, de voormalige directeuren van de 'Offices Néerlandais' werden benoemd tot regionaal directeur. Sevenster werd op 9 december 1942 gearresteerd wegens illegale activiteiten. Aan de heer Testers, die op dat moment bij hem was, droeg hij zijn bevoegdheden over, maar helaas werd ook die enkele dagen later gearresteerd, tijdens een vluchtpoging naar Spanje samen met de heer Kolkman, de directeur van het CASAN te Perpignan. Voor zijn vertrek naar Perpignan had Testers de heer Aarts in alle zaken gemachtigd als zijn plaatsvervanger. Aarts voelde zich daarom de rechtmatige opvolger van de heer Sevenster. De heer Janse, als 'Conseiller-technique' verbonden aan het 'Bureau Central d'Administration' te Vichy, betwistte hem deze positie. In het hierdoor ontstane conflict werd tenslotte beslist, dat Janse tot algemeen directeur werd benoemd, belast met het contact met Londen en de Franse en Zweedse autoriteiten, terwijl Aarts, als regionaal directeur, uitvoering zou geven aan de daadwerkelijke steunverlening. In dit geharrewar vonden de Fransen aanleiding om de leiding van de steunverlening over te dragen aan de 'Bureaux d'Administration'. Het CASAN werd per 1 februari 1943 gesloten.
Na 1943
De heer Aarts bleef desalniettemin actief. Hij correspondeerde zelf met vluchtelingen en verzorgde vertalingen van Nederlandse brieven voor het 'Bureau d'Administration'. Pas in de zomer van 1944 voelde hij zich genoodzaakt om volledig onder te duiken. Na de bevrijding van Zuid-Frankrijk in augustus 1944 keerde hij terug in Toulouse en richtte het 'Bureau de Secours aux Réfugiés Néerlandais' op, dat nauw samenwerkte met het 'Bureau d'Administration'.
In Parijs werd inmiddels gewerkt aan de heropening van de Nederlandse consulaire posten. Dit resulteerde o.a. in de oprichting van een beroeps-Consulaat te Toulouse op 18 oktober 1944. De heer Lefébure werd tot consul benoemd, terwijl Aarts de titel kreeg van vice-consul. Dat de heer Mezger niet opnieuw tot consul werd benoemd, had te maken met het feit, dat er in Parijs klachten over zijn functioneren tijdens de oorlog waren binnen gekomen. Het 'Bureau d'Administration' werd per 1 december 1944 opgeheven. Het gebouw werd met inhoud en personeel weer overgedragen aan de Nederlanders. De belangrijkste taak van het nieuwe Consulaat was de bevrijding, ondersteuning en repatriëring van Nederlandse uitgewekenen. De heer Aarts overleed op 8 juni 1945 aan een hartaanval. Hij werd opgevolgd door de heer F.W.C. Dégent, die tot de opheffing van het beroeps-Consulaat in mei 1947, als waarnemend vice-consul belast is geweest met de dagelijkse leiding over het Consulaat.
Geschiedenis van het archiefbeheer
Van de archieven van de Nederlandse Post in Toulouse is maar een deel bewaard gebleven. Dit is minder het gevolg van slecht archiefbeheer, dan van de oorlogsomstandigheden. Het beleid was, dat alle archieven van het Vice-consulaat werden overgedragen aan het 'Office Néerlandais', van het 'Office Néerlandais' aan het 'Bureau d'Administration' en van het 'Bureau d'Administration' weer aan het Consulaat. In hoeverre dit ook werkelijk is gebeurd, is niet meer na te gaan. Ook kan niet meer worden achterhaald welk deel van de totale archieven van het Vice-consulaat en het 'Office' tenslotte bewaard is gebleven, omdat de agendaboeken zijn verdwenen. Alleen van de stukken van het 'Bureau d'Administration' is zeker, dat deze vrijwel compleet zijn overgeleverd. Bij dit archief is het agendaboek bewaard gebleven. Van de archiefstukken van de heer Aarts is in de zomer van 1944 een deel door zijn huisbazin verbrand. Niet bekend is over wat voor archiefstukken het hier gaat. Eind 1946 heeft de heer Dégent alle aanwezige oorlogsarchieven naar het Consulaat-generaal in Parijs gestuurd. Daar zijn de stukken gebleven, totdat ze in 1972 samen met de Vichy-archieven naar Den Haag zijn verzonden.
Oude dossierindeling van het CASAN
-
Dossier A
Correspondance avec 1e délégué à Montauban
-
Dossier B
Correspondance avec 1e délégué de Toulouse
-
Dossier C
Correspondance avec le délégué de Perpignan
-
Dossier D
Correspondance avec le délégué de Marseille
-
Dossier E
Correspondance avec 1e délégué de Nice
-
Dossier F
Correspondance avec 1e délégué de Lyon
-
Dossier G
Centre de Chateauneuf-les-Bains
-
Dossier H
Secours d'Hiver, 1942-1943
-
Dossier I/J
Vêtements
-
Dossier K
Compte en Banque
-
Dossier L
Correspondance avec les Réfugiés
-
Dossier M
Commissariat pour les Réfugiés à Marseille
-
Dossier N
Centre de Lessac
-
Dossier O
Questions Général ou de Principe
-
Dossier P
Bureau Materiel
-
Dossier Q
Téléphone
-
Dossier R
Correspondance avec Monsieur Janse Comptabilité
De verwerving van het archief
Het archief is krachtens bepalingen van de Archiefwet overgebracht.