Geschiedenis van de archiefvormer
Nadat
Zie inv.nr. (vrl. 1438)
de Regering daaraan in de ministerraad van vrijdag 11 januari 1963 haar goedkeuring had gehecht werden op 25 januari en 8 februari 1963 advertenties geplaatst in de dagbladen.
In deze advertenties werd bekend gemaakt dat Nederlanders en Nederlandse rechtspersonen die meenden een schadeclaim op Indonesië te hebben als gevolg van de op 3 september 1957 en daarna door de Republiek Indonesië tegen Nederlandse eigendommen en belangen genomen maatregelen deze konden laten registreren bij het bureau Schadeclaims Indonesië (DOA/SI) van het ministerie van Buitenlandse Zaken (BuZa).
Ondanks een op aansporing van DOA/SI door de voorzitter van de ondernemersraad voor Indonesië bij herhaling aan zijn leden gericht verzoek de claims vóór 1 september 1963 bij DOA/SI in te dienen, bleken velen daarmee geen haast te maken. Kennelijk wilden deze maatschappijen na het herstel der diplomatieke betrekkingen met Indonesië de kat eerst uit de boom kijken. Volgens de desbetreffende Indonesische verordeningen waren er 911 bedrijven ‘genationaliseerd’, omdat zij als Nederlandse bedrijven werden aangemerkt. Op 13 september 1963 waren echter nog slechts 360 claims ingediend.
Met het oog op dit trage verloop enerzijds en anderzijds de steeds dringender wordende behoefte om te weten hoe groot het bedrag der totale claims was werd besloten om per advertentie bekend te maken dat de gelegenheid om claims te laten registreren per 31 december 1963 zou worden gesloten.
Op 27 september en 11 oktober 1963 werd dit per advertentie bekend gemaakt. Tevens gaven de buitenlandse vertegenwoordigingen bekendheid aan de sluitingsdatum in hun ambtsgebieden.
Dit had ten gevolge dat er op ultimo december 1963 450 bedrijfsclaims waren ingediend en in de laatste dagen van het jaar nog ruim 150 bedrijfsclaims werden aangemeld met het verzoek om uitstel voor de indiening omdat men met de berekeningen nog niet gereed was. Tevens werden er in die dagen nog 154 aanvragen voor schadeformulieren van particulieren ontvangen en werden er nog ruim 500 claims van particulieren ingediend. Per 1 maart 1964 waren 620 claims ingediend wegens ‘nationalisatie’ van bedrijven.
Wat de claims van particulieren betreft waren er per 1 maart 1964 5641 aanvragen voor het verkrijgen van schadeformulieren ontvangen. Na ontvangst van de schadeformulieren zagen kennelijk vele aanvragers in, dat hun geval niet voldeed aan de in het schadeformulier gestelde criteria. Er werden in elk geval slechts 3254 formulieren ingevuld terug ontvangen. Hiervan hadden 194 betrekking op genationaliseerde, ontnomen bedrijven en bedrijfjes.
Bureau Schadeclaims Indonesië (DOA/SI), 1962-1989
Aankondiging van BuZa voor de instelling van het bureau.
‘DEN HAAG - Het ministerie van Buitenlandse Zaken opent over enkele maanden de mogelijkheid voor bedrijven en particulieren om bij een speciaal bureau opgave te doen van de claim, die zij naar hun mening hebben op Indonesië wegens het nationaliseren van hun eigendommen. Het bureau, dat onder de naam bureau Schadeclaim Indonesië, gevestigd is aan de Hooftskade 1 te Den Haag, staat onder leiding van mr. G. Rodenburg, een vroegere directeur van een cultuurmaatschappij, die een tweetal maanden geleden door het ministerie van Buitenlandse Zaken in dienst is genomen.
Met nadruk wijst men er in Den Haag op, dat de oprichting van dit bureau in geen enkel verband staat met een toegenomen hoop op bevredigende onderhandelingen met Indonesië over de schade. De oprichting is echter mede een gevolg van de overweging, dat langer uitstel van registratie van de omvang van de geleden schade de moeilijkheden, die er aan vastzitten, nog zouden vergroten. Op den duur raken bescheiden en administratieve gegevens zoek, komen getuigen te overlijden enz., zodat de controle op de claim onmogelijk wordt. Door de oprichting van het bureau hoopt men een inzicht te krijgen in de totale financiële claim van Nederland op Indonesië.
Verwacht wordt, dat naast de claims van de genationaliseerde bedrijven duizenden aanmeldingen zullen binnenkomen van particulieren, die bv. een huis hebben verloren.
De betrokkenen zullen over enige tijd via officiële publicaties worden opgeroepen zich bij het bureau te melden. Zij krijgen dan een formulier toegezonden waarop de opgave kan worden gedaan. Hierop zendt het bureau een bevestiging van de ontvangst van het ingevulde formulier.
Dit betekent niet een erkenning van de schadeclaim. Aan het ontvangstbewijs kan dan ook geen enkele aansprakelijkheid van de Nederlandse regering ten aanzien van de schade worden ontleend’.
DOA/SI werd in 1962 ingesteld onder het directoraat-generaal Indonesië (DGIN).
Aanleiding voor de instelling van DGIN, met ingang van 1 januari 1953, was de overdracht van de Indonesische aangelegenheden met uitzondering van de culturele betrekkingen (naar Onderwijs, Kunsten en Wetenschap), financiële betrekkingen (naar Financiën) en economische betrekkingen (naar Economische Zaken) door het ministerie van Uniezaken en Overzeese Rijksdelen aan BuZa.
Het bureau dat voor 1953 de Indonesische zaken bij BuZa had behandeld, het bureau Indonesië van de directie Oosten (DOA/IN), werd voor de behandeling van deze taken uitgebouwd tot directoraat-generaal. Toen de betrekkingen met Indonesië geleidelijk aan normaliseerden en de administratieve taken naar andere departementen, waaronder Binnenlandse Zaken, konden worden overgeheveld, werd in 1964 besloten DGIN op te heffen.
De overblijvende taken werden deels bij het directoraat-generaal Politieke Zaken (DGPZ) en deels bij de direct onder de secretaris-generaal ressorterende afdelingen en directies geplaatst.
DOA/SI werd in 1966 geplaatst onder de directie Algemene Zaken. Dat duurde tot 1968. Van 1969-1976 ressorteerde het onder de directie Oosten, één van de regionale directies onder DGPZ. Eind 1976 werd de directie Oosten omgedoopt naar directie Azië en Oceanië.
DOA/SI was belast met inventarisatie van schadeclaims van Nederlanders ten gevolge van de Rijkswet ter verdeling van het bedrag bedoeld in de Nederlands-Indonesische Overeenkomst van 7 september 1966.
De in 1969 tot stand gekomen verdelingswet regelde de uitkering aan de volgende categorieën:
- Obligatiehouders (afgedaan in 1974);
- Natuurlijke personen (afgedaan in 1978);
- Rechtspersonen.
De rechtspersonen met claims niet hoger dan f 250.000,- waren eveneens in 1978 afgedaan. Voor de hogere claims was de afwikkeling in 1989 nog gaande. Deze betaling geschiedt in 25 gelijke jaarlijkse termijnen, van 1978-2002. Een deel van de jaarlijkse inkomsten uit Indonesië zou hierna overblijven: dit wordt, ter afdoening van de claims van de Nederlandse staat, in de schatkist gestort.
Bij de slotuitkering op deze claims moeten de gerechtigden kwijting verlenen aan de minister van BuZa.
Sectie Uitvoering Compensatieaccoord Egypte (DAM/CE), 1973-1989
Aan de directie Afrika en Midden-Oosten, bureau Midden-Oosten (DAM/MO) werd in 1973 DAM/CE toegevoegd. Het was ingesteld naar aanleiding van het met de Verenigde Arabische Republiek (VAR) gesloten akkoord.
Overeenkomst van 25 februari 1971 tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Verenigde Arabische Republiek inzake de schadeloosstelling van Nederlandse belangen (TRB. 1972.39)
DOA/SI behandelde de schadeclaims die als gevolg van het akkoord met de VAR werden ingediend. Het bureau verifieerde vorderingen en verzorgde de uitkeringen tot schadeloosstelling van Nederlandse belangen in Egypte, welke door nationalisaties en dergelijke waren getroffen in de periode 1960-1962. Bij de behandeling van die zaken werkte het bureau dan onder de verantwoordelijkheid van het bureau Midden-Oosten van de directie Afrika en Midden-Oosten (DAM/MO) en werd het aangeduid met DAM/CE.
DAM/CE was een uitzondering op de overige directie-onderdelen van DAM omdat het uitvoerend was.
Bureau Schadeclaims DDR (DEU/SD), 1973-1989
Dit bureau week als niet-beleidsbureau af van de andere bureaus van de directie Europa (DEU). Het behandelde de individuele claims van Nederlandse natuurlijke en rechtspersonen op de Duitse Democratische Republiek (DDR) vanwege schade ontstaan als gevolg van nationalisaties of andere overheidsmaatregelen. De beleidsbureaus hielden zich wel met schadeclaims bezig, maar dan ging het om politieke onderhandelingen op ambtelijk en diplomatiek niveau en niet om de daadwerkelijke behandeling van individuele claims (verifiëren vordering, opmaken van uitdelingslijsten). Tot en met 1970 was dat laatste gedaan door mr. A. van der Walle, achtereenvolgens bij bureau Oost-Europa (DEU/OE), directie Westelijke Samenwerking (DWS), bureau West-Europa (DEU/WE), chef DEU en chef DAZ. Een apart bureau voor de behandeling van schadeclaims was er bij DEU dus niet eerder geweest.
Voor de behandeling van de Oost-Duitse schadeclaims werd een soortgelijke regeling getroffen als bij Egypte. De claims werden door de ambtenaren van bureau DOA/SI behandeld, die dan als DEU/SD ressorteerden onder chef DEU.
DOA/SI, DAM/CE en DEU/SD zijn in 1989 opgeheven en de resterende werkzaamheden zijn overgedragen aan Juridische Zaken van de directie Algemene Zaken (DAZ/JZ)
Zie inv.nr. (vrl.) 2378