Archief
Titel
2.05.473 Inventaris van de Nederlandse diplomatieke vertegenwoordiging in Israël, (1967) 1984-2012 (2013)
Auteur
Doc-DirektVersie
31-10-2023
Copyright
Nationaal Archief, Den Haag
2021 cc0Beschrijving van het archief
Naam archiefblok
Nederlandse ambassade in Israël (Tel Aviv) Nederlandse diplomatieke vertegenwoordiging in Israël Ambassade Israël Ambassade Israël
Periodisering
archiefvorming: 1984-2012 oudste stuk - jongste stuk: 1967-2013
Archiefbloknummer
Z380Omvang
623 inventarisnummer(s);Taal van het archiefmateriaal
Het merendeel der stukken is in het.
Nederlands
Soort archiefmateriaal
Normale geschreven, getypte en gedrukte documenten, geen bijzondere handschriften.Archiefdienst
Nationaal Archief, Den HaagLocatie
Den HaagArchiefvormers
(, 1980 - heden) Nederlandse diplomatieke vertegenwoordiging in Tel AvivSamenvatting van de inhoud van het archief
Het archief behelst stukken van de Nederlandse vertegenwoordiging in Israël en bevat naast uitvoerende en consulaire-, ook informatieve en adviserende stukken.Archiefvorming
Geschiedenis van de archiefvormer
Staatsinrichting en politiek
Israël heeft geen geschreven constitutie, omdat de orthodoxe en vrijzinnige stromingen niet tot overeenstemming konden komen over principiële punten. In 1950 heeft de Knesset (letterlijk ‘bijeenkomst’ of ‘vergadering’) besloten van tijd tot tijd zogenaamde fundamentele wetten aan te nemen, die samen de plaats van een grondwet moeten innemen.
De republiek Israël is een parlementaire democratie met als staatshoofd een president. De uitvoerende macht berust bij de premier en de ministers, die samen de regering vormen; zij behoeven het vertrouwen van het parlement, de Knesset. De president vraagt de leider van de partij met de meeste zetels om de regering te vormen. De 120 leden tellende Knesset bezit wetgevende macht en wordt eens per vier jaar door het volk gekozen, volgens een systeem van evenredig, direct en geheim kiesrecht. De president benoemt de kabinetsformateur na consultatie van de vertegenwoordigers van de partijfracties in de Knesset. De president zelf wordt door de Knesset bij geheime stemming voor een periode van vijf jaar gekozen en is zelf ook lid van de Knesset. Er bestaat de mogelijkheid tot herverkiezing voor nogmaals vijf jaar. Ook ministers kunnen lid van de Knesset zijn, maar het hoeft niet. Hoewel de president het staatshoofd is, bekleedt hij in feite slechts een ceremoniële functie.
Geschiedenis (periode 1975-2015)
Vredesverdrag tussen Israël en de Palestijnen
In de loop van 1974 werden met Egypte en Syrië troepenscheidingsakkoorden gesloten, waarbij Israël zich terugtrok uit de gebieden die het in de Oktober-oorlog van 1973 had bezet en ook een gedeelte van de Sinaï prijsgaf. Intussen geraakte Israël, vooral door de hantering van het 'oliewapen' door de Arabische landen, in toenemende mate geïsoleerd en werd ook betrokken in de Libanese burgeroorlog door de vergeldings- en preventieve acties op Libanees grondgebied tegen de daar verblijvende Palestijnen.
In 1977 werden de parlementsverkiezingen gewonnen door de conservatieve Likoedpartij onder Menachem Begin. De oorlog had ondertussen een economische crisis tot gevolg, die zelfs leidde tot emigratie. Bij gemeenteraadsverkiezingen in 1976 stemde de Palestijnse bevolking massaal op de PLO, terwijl de Israëlische Palestijnen zich in toenemende mate solidair verklaarden met de Palestijnen in de bezette gebieden. In november 1977 kwam president Sadat van Egypte op bezoek bij Begin en hij stelde een vredesregeling voor. In 1978 kwam er onder bemiddeling van de Amerikaanse president Carter te Camp David (-akkoorden) zicht op een vredesverdrag tussen Israël en Egypte. In maart 1979 kwam dit vredesverdrag daadwerkelijk tot stand, maar het steeds maar weer stichten van nederzettingen in de bezette gebieden voorkwam een verdere toenadering. In augustus 1980 nam het Israëlische parlement een wet aan waarbij Jeruzalem tot de ene en ondeelbare hoofdstad werd verklaard. De verkiezingen van 30 juni 1981 werden gewonnen door het Likoedblok, en Begin kon zijn tweede kabinet gaan vormen. In 1981 werd ook het nederzettingenbeleid geïntensiveerd en op 14 december werd de Hoogvlakte van Golan geannexeerd, ondanks veel internationale kritiek.
Ondanks een stilzwijgend bestand met de PLO in Libanon trokken Israëlische troepen na een aanslag op de Israëlische ambassadeur in Londen op 6 juni 1982 met veel vertoon van macht Zuid-Libanon binnen en belegerden zelfs de hoofdstad Beiroet. Ondanks de aftocht van de PLO-strijders, kreeg Israël ook binnenlands veel kritiek te verwerken, zeker na de moordpartijen door Libanese bondgenoten in de Palestijnse kampen Sabra en Chatila in september 1982. In augustus 1983 trad premier Begin af en nam zijn minister van Buitenlandse Zaken Jitschak Sjamir de leiding van het kabinet over.
Vervroegde verkiezingen in maart 1984 leverden een regering van 'nationale eenheid' op, waarin eerst de socialist Sjimon Peres (1984-1986) en vervolgens Likoedleider Sjamir (1986-1988) premier zouden zijn. Deze regering besloot in juni 1985, afgezien van de veiligheidszone, tot een volledige terugtrekking uit Libanon. Met een diep ingrijpend saneringsbeleid wist dit kabinet de beroerde economische toestand te verbeteren. In 1984 kwamen via een geheime luchtbrug 10.000 joden of Falasha’s uit Ethiopië naar Israël.
Eerste Intifada
Groeiende onrust in de bezette gebieden werd door Israël beantwoord met harde strafmaatregelen, deportaties, verschijningsverboden en schoolsluitingen. Naast PLO-aanhangers manifesteerden zich ook steeds meer islamitische fundamentalisten, waaronder de Hamas-beweging. Op 8 december 1987 brak in de Gazastrook en de Westelijke Jordaanoever de Palestijnse opstand of Intifada uit. Ondanks harde maatregelen bleek het leger niet in staat hieraan het hoofd te bieden en de groeiende verdeeldheid hierover in Israël zelf kwam tot uiting bij de verkiezingen van 1 november 1988, waarbij zowel het Likoedblok als de Arbeiderspartij zetels verloren aan radicale partijen ter rechter- en linkerzijde. Ondertussen bleef de nauwe strategische, politieke en economische samenwerking met de Verenigde Staten bestaan, maar ook met de Sovjet-Unie en andere communistische landen in Oost-Europa werden in de jaren tachtig geleidelijk de banden hersteld, wat tot uiting kwam in onder andere een toenemende immigratie van Russische joden.
Tweede Golfoorlog
Eind 1989 deden Egypte onder Moebarak en de Verenigde Staten tevergeefs pogingen de impasse in het overleg over de bezette gebieden te doorbreken. Op 15 maart 1990 kwam het kabinet Sjamir-Peres ten val en pas na een moeizame kabinetsformatie wist Sjamir uiteindelijk in juni 1990 een coalitie te vormen van zijn Likoedblok met een aantal religieuze en nationalistische partijen.
Na het begin van de Tweede Golfoorlog op 17 januari 1991 probeerde Irak Israël bij de strijd te betrekken door Israëlische steden met Scudraketten te bestoken, waarbij enige doden vielen, maar voornamelijk materiële schade werd aangericht. Onder druk van de Amerikaanse regering besloot Israël de aanvallen niet te beantwoorden teneinde de anti-Iraakse coalitie niet in problemen te brengen. Na de oorlog, februari 1991 laaide de Intifada weer op. Mede onder druk van de Amerikanen nam Israël eind 1991 deel aan een vredesconferentie over het Midden-Oosten in Madrid. De Palestijnen die deel uitmaakten van de Palestijns-Jordaanse delegatie, kregen bij hun terugkeer een heldenontvangst.
Periode Rabin
Op 13 juli 1992 werd Sjamir vervangen door Jitschak Rabin. De regering-Rabin ging contacten met de PLO niet uit de weg, wat op 13 september 1993 in Washington resulteerde in een akkoord over beperkt Palestijns zelfbestuur in Gaza en Jericho. Door dit Akkoord van Oslo werden mogelijkheden geschapen voor een verbetering van de relatie met Syrië, Jordanië en Libanon. In 1995 volgde het Oslo-2-akkoord, dat voorzag in een gefaseerde Israëlische terugtrekking uit de belangrijkste steden op de Westelijke Jordaanoever. In maart 1993 koos de Knesset Ezer Weizman van de Arbeiderspartij tot president als opvolger van Chaim Herzog. Midden 1994 tekenden de Israëlische premier Rabin en koning Hoessein van Jordanië de ‘Verklaring van Washington’, waarbij formeel een einde kwam aan de staat van oorlog tussen beide landen. De onderhandelingen met Syrië daarentegen bleven moeizaam verlopen, met als voornaamste struikelblokken de veiligheidsmaatregelen bij een Israëlische aftocht uit de Golanhoogte en de 'diepte' van de te sluiten vrede. Bij confrontaties tussen het Israëlische leger en zijn bondgenoot, de South Lebanese Army (SLA), enerzijds en sji'itische Hezbollah-strijders en Palestijnen anderzijds vielen ook in 1995 weer tientallen doden.
Periode Netanyahu
In november 1995 werd premier Rabin in Tel Aviv vermoord door een jonge Israëlische nationalist. Hij werd opgevolgd door Sjimon Peres, die het vredesproces voortzette. Peres leed eind mei 1996 bij de parlementsverkiezingen en bij de eerste directe verkiezing van een nieuwe premier een zeer kleine nederlaag tegen Likoedleider Benjamin Netanyahu. Netanyahu vormde een rechtsreligieuze coalitieregering en beloofde het vredesproces met de PLO en de Arabische landen voort te zetten. Bij de eerder in 1996 gehouden verkiezingen voor een Palestijnse Raad en een Palestijnse president, werd Arafat met ruime meerderheid tot president gekozen.
In de loop van 1996 ontstond in Israël grote politieke verdeeldheid over het vredesproces. De oorzaken daarvan waren de zelfmoordaanslagen van de Hamas en het beleid van Netanyahu, die de vrede-voor-landfilosofie van Rabin en Peres terzijde schoof en op basis van een vrede-voor-veiligheidstrategie de onderhandelingen met de PLO onder grote buitenlandse druk schoorvoetend voortzette. Netanyahu kondigde de bouw van nieuwe joodse nederzettingen aan en weigerde aanvankelijk in te stemmen met de terugtrekking van het Israëlische leger uit Hebron, waarover begin 1997 na Amerikaanse druk alsnog overeenstemming werd bereikt. De spanningen tussen Israël en de PLO liepen snel op en ook de fragiele relatie met de Arabische landen werd door de harde Israëlische standpunten op de proef gesteld.
Het vredesproces kwam verder in het gedrang toen Netanyahu in februari 1997 de bouw aankondigde van de joodse woonwijk Har Homa in Oost-Jeruzalem. Bovendien werd in september van dat jaar begonnen met de bouw van nieuwe joodse nederzettingen in Efrat, op de Westelijke Jordaanoever. Zelfs de Verenigde Staten keurden in oktober 1997 openlijk het beleid van de regering-Netanyahu af, en binnen de Arabische wereld en de Europese Unie nam het ongenoegen toe over de Israëlische nederzettingspolitiek.
In november werd het overleg hervat tussen Israël en Palestijnse delegaties over de verdere uitwerking van de gebiedsoverdracht. In Israël kreeg Netanyahu het zwaar te verduren door onder andere een beschuldiging wegens corruptie en een mislukte moordaanslag op een Hamas-leider door de Israëlische geheime dienst. Ook groeide in Israël zelf het verzet tegen de Israëlische aanwezigheid in Libanon, waar het leger verschillende aanvallen uitvoerde op de pro-Iraanse Hezbollah. In juni 1997 koos de Arbeiderspartij Ehud Barak tot partijleider, als opvolger van Sjimon Peres. In de Palestijnse Autonome Gebieden (Westelijke Jordaanoever en de Gazastrook) verslechterde de leefsituatie aanzienlijk door de strafmaatregelen van Israël naar aanleiding van de bomaanslagen door Hamas. 70.000 Palestijnen konden door de grenssluitingen niet naar hun werk. Ook de Palestijnse leider Arafat verloor aan prestige door het vastlopen van het vredesproces en de toenemende corruptie in Palestijnse kring. In april deed de Britse premier Blair als voorzitter van de Europese Unie een poging het vredesproces weer vlot te trekken.
Amerikaanse druk op Netanyahu leidde uiteindelijk tot het akkoord van Wye Plantation dat onder leiding van de Amerikaanse president Clinton en met hulp van de zieke Jordaanse koning Hoessein in oktober 1998 werd gesloten door Arafat en Netanyahu. Het akkoord hield in dat Israël zich uit 13,1 procent van de Westelijke Jordaanoever zou terugtrekken, en Arafat op zijn beurt, beloofde harder op te treden tegen terroristische aanslagen van Hamas en was ook bereid om het Palestijns Handvest te herzien. Het Israëlische nederzettingenbeleid was ook nu weer spelbreker en stond de uitvoering van Wye Plantation in de weg.
Periode Barak
Eind 1998 viel Netanyahu’s kabinet, maar de Likoed koos Netanyahu opnieuw tot kandidaat-premier en lijsttrekker. Als reactie daarop keerden verschillende Likoed-kopstukken de partij de rug toe.
De grote verliezer van de parlementsverkiezingen van medio mei 1999 was de Likoedpartij, een grote winnaar was de ultra-orthodoxe Shaspartij, die 10 zetels won. Netanyahu trok zich na de uitslag onmiddellijk terug als premier en de nieuwe premier werd Ehud Barak van de Arbeiderspartij. Netanyahu trad ook nog af als partijleider en werd opgevolgd door Ariel Sjaron.
Tijdens zijn campagne had Barak beloofd het vredesproces met Syrië en de Palestijnen weer vlot te trekken, en hij deed de concrete toezegging dat onder zijn bewind het Israëlische leger binnen één jaar Libanon verlaten zou hebben. Barak beloofde voorts dat over de teruggave van de Golan aan Syrië en terugtrekking van het Israëlische leger uit Zuid-Libanon een referendum de doorslag zou geven.
Direct na de beëdiging van zijn kabinet begon Barak onderhandelingen met de Palestijnen. Na interventies van de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken, Albright, en de Egyptische president, Moebarak, sloten Barak en Arafat op 4 sept. 1999 een nieuw akkoord. In dit 'Wye-2' verplichtte Israël zich ertoe dat 18,1% van bezet land op de Westelijke Jordaanoever in drie fases onder Palestijns gezag zou komen en dat ten minste 350 Palestijnse gevangenen zouden worden vrijgelaten. De belangrijkste toevoeging in Wye-2 was een blauwdruk voor een alomvattende vrede tussen Israël en de Palestijnen, die op 13 februari 2000 afgerond zou moeten zijn en de basis moest vormen van een definitieve vredesregeling in september 2000. Hierna begon Israël met de uitvoering van het akkoord. In twee fases werden 350 Palestijnse gevangenen vrijgelaten en op 4 oktober 1999 werden protocollen voor de verbindingsweg tussen Gaza en Hebron ondertekend. In januari 2000 werd tussen Israël en de Palestijnen een akkoord gesloten over de overdracht van land op de Westelijke Jordaanoever.
De onderhandelingen voor de vrede verliepen echter slecht, en vooral de status van Jeruzalem was een teer punt.
Uit protest tegen de voortgaande bouw van joodse nederzettingen staakten de Palestijnen de onderhandelingen begin december, maar een geheime topontmoeting tussen Barak en Arafat bracht het vastgelopen vredesproces weer op gang. In december 1999 bereikten Israël en Syrië overeenstemming over vredesonderhandelingen en maakten afspraken over teruggave van de Golan in ruil voor vrede, en de terugtocht van Israël uit Zuid-Libanon in ruil voor Syrische inspanningen om Hezbollah aan banden te leggen. Half april 2000 voltooide Israël de terugtrekking van troepen uit Libanon.
Periode Sharon
De coalitie van Barak viel medio 2000 uit elkaar als gevolg van meningsverschillen tussen de regeringspartijen over de binnenlandse en buitenlandse politiek. Nieuwe verkiezingen vonden in februari 2001 plaats en leverden een grote overwinning op voor de Likoedpartij van Ariel Sharon. Naar aanleiding van meningsverschillen tussen Likoed en de Arbeiderspartij vonden in januari 2003 opnieuw verkiezingen plaats. De Arbeiderspartij verloor deze verkiezingen terwijl de centrum-rechtse partij Shinui sterk groeide. In maart 2003 had Sharon een nieuw kabinet gevormd, bestaande uit Likoed, Shinui, de Nationale Religieuze Partij en de Nationale Unie, samen goed voor 68 van de 120 zetels in de Knesset.
Na de verkiezingen leek Sharon een wat mildere koers te varen. Begin februari voerde hij zelfs besprekingen met gematigde Palestijnen. Ondertussen voerden de Verenigde Staten, de Verenigde Naties, de Europese Unie en Rusland de druk op beide partijen op. Men stelde een ‘routekaart’ op voor een allesomvattende vrede in het Midden-Oosten. In de loop van 2003 en begin 2004 zorgden vele bloedige aanslagen ervoor dat er van alle goede bedoelingen weinig terecht kwam. Na 38 jaar bezetting voltooide Israël op 22 augustus 2005 de ontruiming van zijn 22 nederzettingen in de Palestijnse Gazastrook. Twee weken eerder dan gepland en vreedzamer dan verwacht verlieten alle ongeveer 8500 kolonisten het gebied.
Doordat de religieuze partijen het hier niet mee eens waren viel de regering van Sharon echter en Sharon richtte zijn eigen politieke partij op, Kadima geheten. In 2006 raakte Sharon in een diepe coma en na een overgangsperiode werd Ehud Olmert de nieuwe premier.
Periode vanaf 2006
De verkiezingen in de Palestijnse gebieden in 2006 werden gewonnen door de fundamentalistisch-islamistische Hamas. Dit leidde tot een economische en politieke boycot van de Palestijnse Autoriteit door Israël, de VS en de EU die Hamas als een terroristische organisatie aanmerken. Na een aanval door de Libanese beweging Hezbollah op een Israëlische grenspost waarbij drie Israëlische soldaten werden gedood en twee werden gevangengenomen en raketbeschietingen op Israëlische doelen, begon het Israëlische leger met een massale vergeldingsaanval op Libanon waarbij ruim 1100 Libanese doden vallen, het merendeel burgers. In Noord-Israël kwamen 1500 katjoesjaraketten neer. De Israëlisch-Libanese oorlog van 2006 leidde tot grote binnenlandse problemen voor Olmert. Ook in het zuiden van Israël werd de bevolking geconfronteerd met voortdurende raketbeschietingen, ditmaal vanuit de Gazastrook dat door Hamas werd gecontroleerd.
In november 2007 werd in de Amerikaanse stad Annapolis een conferentie gehouden tussen Israël, de Palestijnse Autoriteit en diverse Arabische landen die ook vertegenwoordigers sturen. President Bush riep deze conferentie bijeen met het doel om voor het einde van 2008 een onafhankelijke Palestijnse staat te creëren. In mei 2008 werd bekend dat Olmert van corruptie wordt verdacht. Een Amerikaanse zakenman van Joodse afkomst genaamd Morris Talansky zou hem over een periode van vijftien jaar in totaal 150.000 dollar hebben gegeven. Olmert beweert dat het om bijdragen ging voor zijn verkiezingscampagnes maar de Israëlische justitie denkt dat hij het geld in eigen zak heeft gestoken. Olmert trad in juli 2008 af en werd opgevolgd door Tzipi Livni.
Ondertussen voerde Israël actie in de Gaza-strook in verband met aanhoudende raketaanvallen op Israëlisch grondgebied, dit leidde tot internationale protesten wegens het gebruik van disproportioneel geweld. Op 10 februari 2009 werden vervroegde verkiezingen gehouden. Bij de verkiezingen haalde geen van de partijen een duidelijke meerderheid. Benjamin Netanyahu werd gevraagd een nieuw kabinet te vormen en slaagde daar in maart 2009 in met steun van de arbeiderspartij van Barak.
Israëlische militairen hielden op 31 mei 2010 een scheepskonvooi met goederen tegen dat vanuit de wateren rondom Cyprus onderweg was naar Gaza met de bedoeling de blokkade van Gaza te breken en er hulpgoederen en medicijnen af te leveren. Hierbij kwamen 9 Turkse activisten om het leven en werden de verhoudingen met Turkije ernstig verstoord. Directe besprekingen met de Palestijnen mislukten in het najaar van 2010 vanwege onenigheid over de nederzettingen problematiek. In november 2012 vocht Israël gedurende zeven dagen een conflict uit met HAMAS over de Gaza-strook. In juli 2013 werden de directe onderhandelingen met de Palestijnen. In juli 2014 vonden over en weer raketbeschietingen plaats tussen Hamas uit de Gazastrook en Israël. Israël trok met grondtroepen Gaza binnen. In mei 2015 vormde Netanyahu na vervroegde verkiezingen zijn vierde regering met rechtse signatuur en religieuze inbreng.
Betrekkingen Nederland – Israël
Op 29 november 1947 stemde Nederland vóór het VN-verdelingsplan van Palestina en daarmee voor de oprichting van een Joodse staat. In 1949 erkende Nederland de nieuwe staat Israel de jure. Vanaf dat moment ontstonden er formele diplomatieke contacten tussen Nederland en Israël. Nederland was het eerste land dat een diplomatieke vertegenwoordiger naar Jeruzalem zond.
In het begin van de jaren 1970 hebben Israël en Nederland een gezamenlijk ontwikkelingssamenwerkingsprogramma opgezet dat wordt gecoördineerd door Mashav (Israëls centrum voor internationale samenwerking) en dat officieel in 1975 van start is gegaan. Mashav bestaat uit verschillende projecten, cursussen en programma’s waarin specialisten worden opgeleid voor hulpverlening in ontwikkelingslanden. Al meer dan 30 jaar werken Nederland en Israël samen op het gebied van ontwikkelingswerk. Nederland en Israël hebben verschillende verdragen gesloten, waaronder culturele verdragen, een verdrag op het gebied van de sociale zekerheid, een verdrag ter Voorkoming van Dubbele Belasting, een Memorie ten behoeve van Industrieel Onderzoek en Ontwikkeling en een verdrag over Gezamenlijk Landbouwkundig Onderzoek.
Op politiek en ambtelijk niveau is er intensief contact tussen de twee landen. Daarbij wordt gesproken over de politieke ontwikkelingen in Israël en het Midden-Oosten, het vredesproces tussen Israël en de Palestijnen en mensenrechten. Nederland steunt de pogingen om een alomvattend vredesakkoord tussen Israël en de Palestijnen tot stand te brengen. Nederland zet in op een zogenaamde twee-statenoplossing, waarbij een veilig en internationaal erkend Israël en een onafhankelijke, democratische en levensvatbare Palestijnse staat in vrede naast elkaar bestaan. De Nederlandse regering wijst eenzijdige stappen die niet bijdragen aan het vredesproces af.
Ambassade Tel Aviv
Tot 1980 was de Nederlandse ambassade gevestigd in Jerusalem, maar in 1980 besloot het kabinet Van Agt I om de post te verplaatsen naar Tel Aviv. Dat gebeurde onder druk van de Arabische staten, die dreigden met een nieuwe olieboycot tegen Nederland. In 2003 verhuisde de Nederlandse ambassade naar Ramat Gan, een voorstad van Tel Aviv.
Overzicht ambassadeurs:
- C.B. Arriëns, 1980
- Verkade, 1981 – 1982
- M.P.S. van Berckel, 1984 – 1986
- J.H.R.D. van Roijen, 1988 – 1989
- J.N.J.B. Horak, 1990 – 1993
- C.M.J. Kröner, 1994 – 1997
- J.G.S.T.M. van Hellenberg Hubar, 1999 - 2000
- H.R.R.V. Froger, 2002 – 2003
- B.H. Hiensch, 2004 – 2008
- M. den Hond, 2009 –
Bron: CD-rom “Historisch overzicht van de Nederlandse chefs de poste en hun standplaatsen”, DDI 2003. Naast de ambassade in Tel Aviv waren of zijn er vanaf 1975 nog consulaten in Israël gevestigd:
Overzicht (vice) consulaten
- Eilat, 1984- …., daarvoor vanaf 1973 vice-consulaat
- Haifa, 1945- ….
Voor de uitvoering van diverse regelingen voor verzetsdeelnemers en oorlogsgetroffenen is te Jeruzalem de Regio Afdeling Verzetsdeelnemers en Oorlogsgetroffenen gevestigd. Voorheen was dit het Nederlands Informatie Kantoor (NIK). Bovenstaande informatie is afkomstig uit het door Buitenlandse Zaken samengesteld overzicht van Nederlandse vertegenwoordigingen in het buitenland, 1945-2014.
Taken:
Consulaire en Interne Zaken:
In Israël wonen naar schatting 12.000 Nederlanders. Het consulaire cluster vervult een aantal belangrijke taken voor Nederlanders in het buitenland, zoals een eerste aanvraag of vernieuwing van een regulier reisdocument (op afspraak) of voor een tijdelijk reisdocument. Het consulaire cluster is tevens verantwoordelijk voor de volgende taken:
- Uitgave van diverse consulaire verklaringen.
- Voorlichting over nationaliteiten, naamrecht, adoptie en andere burgerzaken.
- Contactpunt en assistentie bij vermissing, ziekenhuisopnames en arrestaties. Als arrestatie leidt tot detentie verzorgt de consulaire afdeling een informatiepakket en brengt zij een eerste bezoek aan de Nederlandse gedetineerde.
- Afname van het basisexamen inburgering om een machtiging voorlopig verblijf en verblijfsvergunning in Nederland in het geval van gezinshereniging aan te kunnen vragen.
- Afname van de naturalisatietest voor het verkrijgen van de Nederlandse nationaliteit.
- Actualisatie van het reisadvies Israël in samenspraak met de politieke afdeling.
Defensie cluster: Het defensie cluster van de Nederlandse ambassade in Tel Aviv behartigt de Nederlandse defensiebelangen in Israël, Jordanië en de Palestijnse Gebieden. Het cluster is verantwoordelijk voor het ontwikkelen en ontplooien van activiteiten gericht op bilaterale militaire samenwerking op alle functiegebieden om daarmee zo mogelijk de operationele effectiviteit en doelmatigheid van de Nederlandse krijgsmacht te vergroten. Daarnaast identificeert het cluster de invloed van de militaire ontwikkelingen binnen het gebied van verantwoordelijkheid op het Nederlandse defensiebeleid. Dit gebeurt door informatie te verzamelen, analyseren en rapporteren over onderwerpen die uit militair-politiek, militair-economisch, strategisch, operationeel en technisch oogpunt van belang zijn voor de politieke en militaire leiding van het ministerie van Defensie. De activiteiten van het cluster vinden plaats binnen de kaders van de Nederlandse Geïntegreerde Buitenland- en Veiligheidsstrategie. Hiertoe onderhoudt het cluster een breed netwerk binnen de internationale gemeenschap van defensieattaches, militaire organisaties, defensie-industrie en security sector.
Economisch cluster:
Het cluster behartigt de economische belangen van Nederland in Israël en bevordert de aanwezigheid van het Nederlands bedrijfsleven op de Israëlische markt. De verschillende expertises binnen de afdeling werken functioneel samen om optimale dienstverlening te bieden aan bedrijven, kennisinstellingen en overheden. Ter ondersteuning hiervan wordt publieksdiplomatie actief ingezet. Samenwerking op het gebied van bilaterale innovatie, buitenlandse investeringen en internationaal ondernemen wordt bevorderd door intensieve contacten met de ministeries van Buitenlandse Zaken, Economische Zaken en Klimaat, Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit. Daarnaast onderhoudt de ambassade een uitgebreid netwerk van private en publieke organisaties, waaronder de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland - RVO.
Politiek cluster:
Het politieke cluster volgt de ontwikkelingen in Israël en in de regio op de voet om de Nederlandse politiek en beleidsmakers te informeren, kansen voor samenwerking te identificeren en de bilaterale betrekkingen tussen Nederland en Israël te bevorderen.
Cluster Verzetsdeelnemers en Oorlogsgetroffenen:
Het werk van dit cluster bestaat aan de ene kant te handelen volgens de regels, beleid en wetseisen van de Pensioen-en Uitkeringsraad en Sociale Verzekeringsbank en aan de andere kant om op een respectabele manier en conform de wetten met empathie voor de rechten van de oorlogsgetroffenen op te komen.
De Pensioen- en Uitkeringsraad in Nederland is verantwoordelijk voor de toelating tot de regelingen die financiële ondersteuning bieden aan (nabestaanden van) verzetsdeel¬nemers en slachtoffers van de Tweede Wereldoorlog en de periode van ongeregeldheden in het voormalig Nederlands-Indië. De Raad stelt het beleid voor deze wettelijke regelingen vast en adviseert de Sociale Verzekeringsbank (SVB), die verantwoordelijk is voor de uitvoering van deze regelingen, in alle zaken waarin het vastgestelde beleid niet voorziet. De Raad is een zelfstandig bestuursorgaan en werd oorspronkelijk per 1 juli 1990 bij wet ingesteld. De verdeling van taken en verantwoordelijkheden tussen de Raad en de SVB is vastgelegd in de Wet uitvoering wetten verzetsdeelnemers en oorlogsgetroffenen, die op 1 januari 2011 van kracht werd. De minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) is politiek verantwoordelijk, financier en toezichthouder.
De dossierbehandelaars houden zich met name bezig met drie wetten, te weten
- Wet buitengewoon pensioen 1940-1945 (Wbp);
- Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945 (Wuv);
- Wet uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers 1940-1945 (Wubo);
De wetten zijn gebaseerd respectievelijk op de ereschuld van het Nederlandse volk ten opzichte van verzetsdeelnemers en op de bijzondere solidariteit ten opzichte van vervolgden en burger-oorlogsslachtoffers. De wettelijke regelingen voorzien in inkomensaanvullende pensioenen en uitkeringen en/of bijdragen in kosten die worden gemaakt in verband met de lichamelijke en/of geestelijke gevolgen van de Tweede Wereldoorlog en de periode van ongeregeldheden in het voormaligNederlands-Indië.
In de uitvoering van de taken wordt de ambassade geholpen door over het hele land verspreide freelance rapporteurs en er worden vaste spreekuren gehouden in Jeruzalem en de twee Nederlandse oudertehuizen Beth Juliana in Herzlia en Beth Joles in Haifa.
Daarnaast is er de Pleitbezorger Israël voor het (kosteloos) begeleiden en adviseren van cliënten in bezwaar- en beroepsprocedures. De Cliëntenraad Israël geeft gevraagd en ongevraagd adviezen over alle aspecten betreffende de uitvoering van deze wetten voor oorlogsgetroffenen in Israël.
Hieronder volgt een algemene beschrijving over de Nederlandse vertegenwoordigingen in het buitenland.
Taken ambassade
De werkzaamheden van de bilaterale posten kunnen verdeeld worden in politieke aangelegenheden, economische aangelegenheden, ontwikkelingssamenwerking, pers- en culturele aangelegenheden, consulaire aangelegenheden en algemene zaken. Hieronder volgt een weergave van de taken:
Politieke Zaken (PZ):
- het volgen van de binnenlandse en buitenlandse politieke ontwikkelingen in het land van accreditatie; het rapporteren aan de Nederlandse regering omtrent de voor Nederland relevante ontwikkelingen, opdat die bij het formuleren van haar beleid daar rekening mee kan houden;
- het uitdragen van het Nederlandse politieke beleid;
- het behartigen van de belangen van andere landen; dit omvat de behartiging van de politieke belangen van Luxemburg.
Economische Zaken (EZ): De economische werkzaamheden kunnen worden onderscheiden in macro-, meso- en micro-economische. Macro-economisch:
- het opstellen van algemene economische rapportages over macro-economische ontwikkelingen in het land van accreditatie, overheidsmaatregelen, monetaire kwesties, energievoorziening, milieuhygiëne, lucht- en scheepvaartaangelegenheden;
- het vergaren van handelspolitieke informatie en het leveren van inspanningen, met name daar waar de handel op beperkende maatregelen stuit;
- het toezenden van economisch-statistisch materiaal;
- het verstrekken van inlichtingen aan de overheid en het bedrijfsleven van het land van vestiging over economische ontwikkelingen en mogelijkheden tot economische samenwerking met Nederland;
- het uitdragen van het Nederlandse beleid op economisch terrein.
Meso-economisch:
- het berichten over afzetmogelijkheden, ontwikkelingen in het bedrijfsleven, fusies, buitenlandse investeringen, concurrentie van derde landen;
- het geven van voorlichting over Nederlandse leveringsmogelijkheden van goederen en diensten;
- het doen van meldingen over ontwikkelingsprojecten en overheidsaanbestedingen;
- het aantrekken van industriële projecten voor Nederland door middel van voorlichting, bemiddeling, etc.;
- het berichten over economische missies die West-Europa bezoeken en hulp aan Nederlandse missies in het ambtsgebied;
- het berichten over beurzen en tentoonstellingen in het land van vestiging en hulp bij Nederlandse deelname aan beurzen.
Micro-economisch: Het ondersteunen en begeleiden van Nederlandse exporteurs in de vorm van:- handelsbemiddeling;
- voorlichting aan Nederlandse zakenlieden en introducties bij overheid en bedrijfsleven;
- bemiddeling bij handelsgeschillen.
Ontwikkelingssamenwerking (OS): De werkzaamheden in het kader van ontwikkelingssamenwerking houden in:- het analyseren van het ontwikkelingsbeleid van het betrokken land;
- het nagaan van de plaats die Nederland in de samenwerking op dit gebied zou kunnen innemen;
- het vaststellen van doelgroepen waarop het samenwerkingsbeleid gericht kan zijn;
- het adviseren omtrent de aanvaardbaarheid en uitvoerbaarheid van individuele projecten;
- het voorbereiden, uitvoeren en evalueren van Kleine Ambassade Projecten (KAP);
- het toezicht houden op en berichten over de voortgang van projecten;
- het begeleiden van uit te zenden deskundigen, huisvesting, financiering, hulp bij import van goederen;
- het bemiddelen bij de invoer van materieel voor hulpprojecten;
- het behandelen van financiële aspecten.
Consulaire Zaken (CZ):
Ten behoeve van Nederlanders:
Het zorg dragen voor de Nederlandse kolonie en Nederlandse toeristen in het buitenland. De meest voorkomende werkzaamheden hiervoor zijn:
- het verstrekken, verlengen en wijzigen van reisdocumenten voor Nederlanders, alsmede diplomatieke, consulaire en dienstpaspoorten;
- het opmaken van legalisaties;
- het verstrekken van juridische adviezen;
- het leveren van bijstand bij het opstellen van notariële akten;
- het opmaken van akten van huwelijkstoestemming;
- het in bewaring nemen van holografische en geheime testamenten;
- het opmaken van volmachten;
- het registreren van opgemaakte akten in een repertorium;
- het opmaken van akten van de burgerlijke stand;
- het regelen van dienstplichtzaken;
- het zorgen voor repatriëring;
- het overbrengen van gerechtelijke stukken, het bijstaan van rogatoire commissies, het opmaken van legalisaties en het verrichten van andere juridische handelingen.
Ten behoeve van buitenlanders:- het verlenen van visa voor bezoeken aan Nederland korter dan drie maanden of het verstrekken van een ‘machtiging voorlopig verblijf’ bij een verblijf langer dan drie maanden;
- het doorzenden van asielverzoeken;
- het inlichten van buitenlandse autoriteiten over Nederland.
Pers- en culturele zaken (PCZ):
Het bevorderen en verbreiden van kennis van het leven en denken van het Nederlandse volk, zijn staatkundige, economische en sociale structuur, zijn cultuur en zijn historie, en over de beginselen en feitelijke gegevens die daarbij een rol spelen. De diplomatieke post heeft tot taak het ontwikkelen van activiteiten en het aankweken en onderhouden van relaties die de banden tussen beide landen kunnen verstevigen. Concreter betekent dit:
- het medewerken aan de uitvoering van bilaterale afspraken en verdragen op cultureel en wetenschappelijk gebied;
- het deelnemen aan het internationale culturele verkeer;
- het profijt trekken uit multilaterale samenwerkingsvormen op dit gebied alsmede het uitdragen van Nederlandse standpunten;
- het onderhouden van contacten met de lokale pers teneinde publicaties over Nederland te stimuleren en waar nodig onjuiste voorlichting te corrigeren.
Algemene zaken (AZ) De afdeling Algemene Zaken is belast met de ondersteunende, secundaire taken op een post, dat wil zeggen zaken met betrekking tot:- personeel;
- informatievoorziening, automatisering;
- organisatie;
- financieel beheer;
- archief;
- communicatie;
- huisvesting;
- vervoer.
Geschiedenis van het archiefbeheer
De archieven van de buitenlandse posten van het Ministerie van Buitenlandse Zaken (BZ) werden op de post zelf geordend en geselecteerd conform instructies, opgesteld door de centrale archiefafdeling op het departement en neergelegd in een archiefinstructiebundel. De archiefinstructiebundel heeft in de loop der jaren grotere en kleinere revisies ondergaan. De belangrijkste was de introductie van de archiefinstructiebundel 'Archiefzorg op de posten' in 1999. Deze archiefinstructie introduceerde een nieuwe primaire, hiërarchische ordening op trefwoord en verving de oude ordening op basis van de Archiefcode BZ, afgeleid van de Universele Decimale Code (UDC). De in dit archief aangetroffen dossiers uit de periode tot 2000 zijn afkomstig van de ambassade te Wenen. Deze zijn bij de oprichting van de ambassade te Ljubljana overgedragen. In 2021 is het archief van de ambassade in Israël bewerkt door Doc-Direkt, locatie Rijswijk.
De verwerving van het archief
Het archief is in 2021 door overgebracht naar het Nationaal Archief, krachtens artikel 12 van de Archiefwet 1995
Inhoud en structuur van het archief
Inhoud
Het archief bevat stukken ontvangen en opgemaakt door de Nederlandse ambassade in Israël te Jeruzalem (tot 1980) en later te Tel Aviv over de periode (1967) 1984 - 2012 (2013). Het betreft stukken over de organisatie en taken van de ambassade op het gebied van consulaire, economische, culturele en politieke zaken. Als “hotspot” of bijzondere gebeurtenis zijn door de BZ / werkvoorbereider de volgende onderwerpen benoemd:
- Midden-Oosten vredeproces (movp)
- Palestijnse kwestie
- Status Jeruzalem
- Bezette gebieden en nederzettingen beleid
- Luchtvaart: De vliegramp betreffende El Al cargo in de Bijlmer op 4 oktober 1992
- Staatsbezoek van Hare Majesteit de Koningin en prins Claus aan Israël van 27 tot en met 29 maart 1995
Selectie en vernietiging
De selectie heeft plaatsgevonden aan de hand van de volgende vastgestelde Basis Selectie Documenten (BSD's):
Voor archiefbescheiden over de periode tot en met 1990 op de beleidsterreinen Buitenland en Ontwikkelingssamenwerking:
- [103B] selectielijst voor de neerslag van de handelingen van de Minister van Buitenlandse Zaken en de onder hem ressorterende actoren op het beleidsterrein Ontwikkelingssamenwerking over de periode 1965–1990’, 18 december 2013, Nr.: NA/2013/13.045 (stcrt. jaargang 2013, nr. 36668);
- [103A] Selectielijst voor de neerslag van de handelingen van de Minister van Buitenlandse Zaken en de onder hem ressorterende actoren op het beleidsterrein Buitenland over de periode 1965-1990, 18 december 2013, Nr.: NA/2013/13.044 (stcrt. jaargang 2013, nr. 36665);
Voor archiefbescheiden over de periode vanaf 1990 op de beleidsterreinen Buitenland en Ontwikkelingssamenwerking:- [186] Selectielijst voor de neerslag van de handelingen van de minister van Buitenlandse Zaken en de onder hem ressorterende actoren op het beleidsterrein Nederlands buitenlands beleid over de periode vanaf 1990, 18 december 2013 / Nr.: NA/2013/12.299 (stcrt. jaargang 2013, nr. 36667).
Aanvullingen
Het is niet uitgesloten dat in de toekomst alsnog dossiers worden nagezonden. Om die reden is het mogelijk dat er voor dit archief nog aanvullingen komen.
Verantwoording van de bewerking
Als basis voor de bewerking werd een Archiefbewerkingsplan (ABP Postenarchieven 1975-2013) opgesteld, dat in november 2013 werd ondertekend door Doc-Direkt, het ministerie van Buitenlandse Zaken en het Nationaal Archief. Hierin zijn de afspraken met betrekking tot de selectie, ontsluiting, materiële verzorging en overbrenging geregeld voor de postenarchieven in de periode 1975-2013. Vervolgens werd voorafgaand aan de bewerking een werkinstructie opgesteld.
Voor de bewerking van dit archief is ook rekening gehouden met het ABP voor de archieven van de buitenlandse posten van het ministerie van Buitenlandse Zaken in de periode vanaf 1990 (ABP posten 1990-heden). Dit ABP, ondertekend door het ministerie van Buitenlandse Zaken en het Nationaal Archief, bevat de uitkomst van een onderzoek naar de gemaakte selectiebeslissingen op basis van de door de posten gehanteerde archiefinstructies ten opzichte van de geldende selectielijsten. Het resultaat was dat op de door de posten gemaakte beslissingen een aantal correcties moest worden doorgevoerd. De correcties hebben vooral betrekking op de rubriek Algemene Zaken, waarbij met name dossiers inzake de bedrijfsvoering (o.a. huisvesting, financiën en personeel), op grond van eerdergenoemde selectielijsten, alsnog voor vernietiging zijn aangemerkt.
De omvang van het archief voor aanvang van de bewerking was 62,625 m1. Na bewerking van het archief is in totaal 16,25 m1 archief voor bewaring overgebleven.
Ten behoeve van de overbrenging naar het Nationaal Archief zijn de volgende stappen uitgevoerd:
- alle ijzerwerk (paperclips, nietjes, hechtmechanieken e.d.) is verwijderd;
- foto's, lichtdrukken en andere materialen die aan sterkere chemische reacties dan goed papier - onderhevig zijn, zijn voorzien van afzonderlijke fourflaps;
- omslagen, archiefdozen en etiketten voldoen aan de ICN-kwaliteitseis.
Ordening van het archief
Het archief is primair op rubriek geordend. De rubrieksindeling is gebaseerd op de in de archiefinstructiebundel 'Archiefzorg op de posten' van 1999 geïntroduceerde primaire, hiërarchische ordening met trefwoorden. Binnen de rubrieken zijn de dossiers zoveel mogelijk chronologisch geordend. Dossiers oorspronkelijk geordend op basis van de Archiefcode BZ zijn, om een uniforme wijze van ordening te krijgen, overgezet naar de indeling op trefwoord. Dit was mogelijk, aangezien de overstap van een ordening op code naar die op trefwoord nagenoeg niets aan de bestaande dossiervorming veranderde. Daardoor was het mogelijk de oude code-ordening van een dossier om te zetten naar de nieuwe trefwoord-ordening.
Aanwijzingen voor de gebruiker
Openbaarheidsbeperkingen
Deels openbaar, deels beperkt openbaar (B), deels niet openbaar.
Beperkingen aan het gebruik
Reproductie van originele bescheiden uit dit archief is, behoudens de algemene regels die gelden voor het kopiëren van stukken, niet aan beperkingen onderhevig. Er zijn geen beperkingen krachtens het Auteursrecht.
Materiële beperkingen
Het archief kent beperkingen voor het raadplegen van stukken als gevolg van slechte materiële staat.
Andere toegang
Voor dit archief is geen andere toegang beschikbaar
Aanvraaginstructie
Openbare archiefstukken kunnen online worden aangevraagd en gereserveerd. U kunt dit ook via de terminals in de studiezaal van het Nationaal Archief doen. Om te kunnen reserveren dient u de volgende stappen te volgen:
- Creëer een account of log in.
- Selecteer in de archiefinventaris een archiefstuk.
- Klik op ‘Reserveer’ en kies een tijdstip van inzage.
Citeerinstructie
Bij het citeren in annotatie en verantwoording dient het archief tenminste éénmaal volledig en zonder afkortingen te worden vermeld. Daarna kan worden volstaan met verkorte aanhaling.
VOLLEDIG:
Nationaal Archief, Den Haag, Nederlandse ambassade in Israël (Tel Aviv) Nederlandse diplomatieke vertegenwoordiging in Israël, nummer toegang 2.05.473, inventarisnummer ...
VERKORT:
NL-HaNA, Ambassade Israël Ambassade Israël, 2.05.473, inv.nr. ...
Verwant materiaal
Bewaarplaats van originelen
Niet van toepassing
Inventarisnummers van dit archief zijn niet in kopievorm beschikbaar
Afgescheiden archiefmateriaal
Niet van toepassing
Niet van toepassing
Bijlagen
Geen bijlagen