2.05.87 Inventaris van het archief van het Ministerie van Buitenlandse Zaken na de bevrijding (Tweede Haags archief), 1945

Download inventaris als:PDF|XML Download inventaris Download inventaris Sluiten
Taalgebruik in onze archieven Taalgebruik in onze archieven Ik heb het begrepen

Inhoud en structuur van het archief

Inhoud

De neerslag van het Tweede Haags Archief, dat 2,6 meter beslaat, vormt een goede afspiegeling van de kleinschaligheid en ondergeschiktheid van het ministerie. Dit hield zich allereerst vooral bezig met de veelzijdige uitvoerende taken van de buitenlandse dienst: staatsbelangen op vooral politiek en economisch gebied, belangen van het bedrijfsleven en van particulieren. Wanneer men de omvang van dit archief echter vergelijkt met die van het Eerste Haags Archief, dat 4,5 meter beslaat, valt deze toch mee, als men bedenkt, dat het maar over vier maanden loopt. De meestal dunne dossiers bestonden soms alleen maar uit een kennisneming, doorverwijzing, doorzending of korte beantwoording dan wel werden ze daarmee afgesloten. Vanwege de tijd waarover dit archief gaat kunnen deze overigens inhoudelijk zeer interessant zijn. In dat verband kunnen worden genoemd rubrieken als Restitutie en recuperatie (1.2.5.3), Annexatie (1.2.5.4), Vermiste personen (1.2.6.2.2) respectievelijk Krijgsgevangenen en geïnterneerden (1.2.6.2.3). Nota's en neerslag van uitgebreid intern overleg ontbreken zo goed als geheel. Een uitzondering daarop is echter het dossier 'Stukken betreffende telefoongesprekken met Londen', waarin beleidszaken zijn te vinden.
Inv.nr. 1502.
Verder is het archief interessant vanwege de eerste aanzet voor de wederopbouw en de verdergaande samenwerking op militair en economisch terrein.

Verantwoording van de bewerking

Het `Tweede Haags Archief' van het Ministerie van Buitenlandse Zaken werd in 2002 ter bewerking aangeboden aan de Centrale Archief Selectiedienst (CAS) te Winschoten, die het in het voorjaar van 2004 voltooide. De cesuren van het archief zijn 6 mei 1945, de datum waarop het departement van de Duitsers werd overgenomen, en augustus 1945, toen het hoofdministerie in Den Haag terugkeerde. Op voorstel van de op 15 mei 1945 benoemde nieuwe archivaris, mej. M.W. Jurriaanse
L.J. Ruys, `Het Sonderkommando "Von Künsberg" en de lotgevallen van het archief van het Ministerie van Buitenlandse Zaken in Nederland van 1940-1945', in: Nederlands Archievenblad. Tijdschrift van de Vereniging van Archivarissen in Nederland (NAB), 65e jrg (1961), 135-153; m.n. 153.
, werd er toen op grond van haar in Washington opgedane ervaringen voor de codering en opberging van de stukken een op onderwerp ingedeeld decimaal registratuursysteem ingevoerd.
J. Woltring, `Het Oud-Archief van het Ministerie van Buitenlandse Zaken', in: Jaarboek 1962/1963 van het Ministerie van Buitenlandse Zaken, 's-Gravenhage 1963, 151-163; m.n. 158. Verder: M.W. Jurriaanse, `De Afdeling Post- en Archiefzaken van het Ministerie van Buitenlandse Zaken', in: NAB, 62e jrg (1957-1958), 69-72. Voor een uitgebreide uitwerking van de situatie vanaf 1950: Organisatie en reorganisatie van het Departement van Buitenlandse Zaken, 's-Gravenhage 1950, hoofdstuk III.
Door het vaak ontbreken van een aanduiding op de stukken was het in veel gevallen moeilijk te achterhalen welke de behandelende afdeling of instantie was.
Op grond van het hiervoor genoemde reorganisatievoorstel van het departement en de daarin geformuleerde taakomschrijving van de afdelingen zijn de stukken zo goed mogelijk in de verschillende rubrieken geplaatst. Met dien verstande dat de voorgenomen afdeling Inwendige Dienst, die officieel pas later werd doorgevoerd, vanwege de duidelijkheid al in deze inventaris is opgenomen. De onderlinge volgorde werd bepaald aan de hand van de latere indeling uit de Staatsalmanak. Een eerder gemaakte opmerking als zouden de bescheiden tot augustus 1945 volgens de vooroorlogse methode zijn geordend, bleek hiermee niet juist.
Jaarboek 1962/1963 van het Ministerie van Buitenlandse Zaken, 158.
Om de toegankelijkheid van dit archief te bevorderen is er een index op personen en organisaties buiten het eigen ministerie gemaakt met verwijzingen naar de inventarisnummers. De eigentijdse index
Inv.nrs. 1-3.
voorziet hier namelijk minder in, omdat op de desbetreffend kaarten is volstaan met een vermelding van het oude codenummer, waaronder het is ingeschreven. De stukken zijn op grond van de in de tijd doorlopende nummering binnen de verschillende rubrieken en subrubrieken geordend. Deze zijn onder elke inventarisnummer terug te vinden.
Omdat het archief voornamelijk oorlogsgerelateerde stukken bevat, is het archief integraal bewaard.

Ordening van het archief

Raadpleging van de inhoudsopgave en de index op personen en organisaties kan de onderzoeker helpen bij het vinden van de onderwerpen. Omdat dit archief slechts een korte periode beslaat en de dossiers geregeld spiegel-dossiers zijn van die van het ministerie te Londen moet de onderzoeker volledigheidshalve ook kennis nemen van de stukken in het Londens Archief. Aan de hand van de hierboven geschetste reorganisatie van het departement moet gemakkelijk zijn vast te stellen in welke rubriek deze dossiers zijn te vinden. Een uitgebreide index kan daarbij ook van dienst zijn. Daarnaast zal het geregeld voorkomen, dat dossiers na augustus 1945 zijn afgehandeld. De neerslag daarvan is te vinden in de op onderwerpen ingedeelde departementale Codearchieven van 1945 tot en met 1954, die na bewerking door de CAS aan het Nationaal Archief zullen worden overgedragen.