Beschrijving van het archief
Naam archiefblok
Rijksbureaus voor Textiel
Rijksbureaus Textiel
Periodisering
oudste stuk - jongste stuk: 1939-1955
Archiefbloknummer
E20145
Omvang
1062 inventarisnummer(s); 31,60 meter
Taal van het archiefmateriaal
Het merendeel der stukken is in het Nederlands.
Soort archiefmateriaal
Normale geschreven en gedrukte teksten.
Archiefdienst
Nationaal Archief
Locatie
Den Haag
Archiefvormers
Centrale Textiel Inspectie
Kernbureau Textielproducten, Sectie Wol
Ondervakgroep Wollenstoffenweverij en Kaardgarenspinnenrij
Rijksbureau voor de Distributie van Textielproducten door de Handel (Distex)
Rijksbureau voor Textiel
Rijksbureau voor Textiel, Kantoor Arnhem
Rijksbureau voor Textiel, Kantoor Tilburg
Rijksbureau voor Textiel, kantoor Veenendaal
Rijksbureau voor Textiel, Sectie Confectie
Rijksbureau voor Textiel, Sectie Distex
Rijksbureau voor Wol
Rijksbureau voor Wol en Lompen
Rijks-Textielbureau
Sectie Confectie van het Rijksbureau voor Wol en Lompen en van het Rijks-Textielbureau
Stichting Centrale Textiel Handelmaatschappij
Textieldirectorium
Tijdelijk Rijksbureau voor Textiel, afdeling Handel
Tijdelijk Rijksbureau voor Textiel, afdeling Industrie
Samenvatting van de inhoud van het archief
Ondanks de neutraliteit had de Eerste wereldoorlog in Nederland tot schaarste en distributieproblemen geleid. Hernieuwde oorlogsdreiging en de mogelijkheid van een terugkerende schaarste waren aanleiding voor de Distributiewet van 1939. Een (niet met name genoemd) gevolg van de wet was de oprichting van diverse Kernbureaus voor handel en nijverheid. Zonder een uitgebreid ambtelijk apparaat moesten zij voorbereidingen treffen om zonodig de schaarste binnen de sector zo doeltreffend mogelijk het hoofd te kunnen bieden. Bij het uitbreken van de Tweede wereldoorlog in september 1939, werden de Kernbureaus omgezet in, uiteindelijk twintig, Rijksbureaus met een doorlopend sterk groeiend ambtelijk apparaat.
Aan het hoofd van de Rijksbureaus stond vaak een topfiguur van een vooraanstaand bedrijf uit de industrietak, ondersteund door ambtenaren en vertegenwoordigers van de vakcentrales. Na inventarisatie van de importmogelijkheden, voorraden en behoeften, trachtte men met behulp van prijsvorming, fabricagevoorschriften en distributiebeschikkingen te komen tot een zo doeltreffend en rechtvaardig mogelijke verdeling en verspreiding van goederen onder (detail)handel en het publiek en van grondstoffen, productiemiddelen en verdere faciliteiten onder de fabrikanten en verwerkende industrieën. Het was de bedoeling dat hierbij geen enkel bedrijf boven andere bevoordeeld zou worden: de onderlinge concurrentiestrijd moest voor de duur der schaarste opgeschort worden. De vele regelingen werden meestal niet kenbaar gemaakt via de reguliere weg van publicatie in de staatscourant, maar door middel van circulaires.
In het zuiden van Nederland bestond in de periode september 1944 - mei 1945 vaak een Tijdelijk Rijksbureau voor de bevrijde gebieden, onder leiding van het College van Algemene Commissarissen voor Landbouw, Handel en Nijverheid.