Terug naar zoekresultaten

2.06.117 Inventaris van het archief van de Directie Interne Zaken, Afdeling Operationele Zaken, (Bureau) Kabinet van het Ministerie van Economische Zaken en taakvoorgangers, 1946-1998

Voer een zoekterm in
VorigeVolgende

Archief

Titel

2.06.117
Inventaris van het archief van de Directie Interne Zaken, Afdeling Operationele Zaken, (Bureau) Kabinet van het Ministerie van Economische Zaken en taakvoorgangers, 1946-1998

Auteur

CAS 1250

Copyright

Nationaal Archief, Den Haag
2009 cc0

Beschrijving van het archief

Naam archiefblok

Ministerie van Economische Zaken: Directie Interne Zaken, Afdeling Operationele Zaken, Bureau Kabinet
EZ / Interne Zaken

Periodisering

oudste stuk - jongste stuk: 1946-1998

Archiefbloknummer

E11

Omvang

; 826 inventarisnummer(s) 37,40 meter

Taal van het archiefmateriaal

Het merendeel der stukken is in het.
Nederlands

Soort archiefmateriaal

Normale geschreven, getypte en gedrukte documenten, geen bijzondere handschriften.

Archiefdienst

Nationaal Archief

Locatie

Den Haag

Archiefvormers

Ministerie van Economische Zaken / Kabinet Ministerie van Economische Zaken / Kabinet van de Ministerie Ministerie van Economische Zaken / Directie Externe Betrekkingen, Afdeling Kabinet Ministerie van Economische Zaken / Directie Interne Zaken, Afdeling Kabinet Ministerie van Economische Zaken / Directie Interne Zaken, Afdeling Staf en Protocollaire Aangelegenheden Ministerie van Economische Zaken / Directie Interne Zaken, Afdeling Operationele Zaken, (Bureau) Kabinet, , 1946, , 1946-1948, , 1948-1966, , 1966-1985, , 1985-1991, , 1991-1993

Samenvatting van de inhoud van het archief

Het archief van het Bureau Kabinet van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (1946-1998) bevat onder andere circulaires met richtlijnen omtrent protocollaire aangelegenheden, stukken betreffende benoemingen en werkzaamheden van diverse bewindslieden op Economische Zaken. Daarnaast bevat het archief stukken met betrekking tot het decoratiebeleid en de toekenning van koninklijke onderscheidingen (w.o. Orde van de Nederlandse Leeuw en de Orde van Oranje-Nassau), alsmede de toekenning van het predikaat ‘Koninklijke’. Eveneens is er een index in de vorm van een kaartsysteem op de Koninklijke onderscheidingen aanwezig in het archief.

Archiefvorming

Geschiedenis van de archiefvormer
Taken archiefvormer
De archiefvormer, de Directie Interne Zaken/Kabinet van het Ministerie van Economische Zaken, heeft sinds het einde van de Tweede Wereldoorlog weinig naamsveranderingen gekend. Achtereenvolgens volgens de Staatsalmanakken:
  • 1946 - Kabinet
  • 1948 - Kabinet van de Minister
  • 1966 - Directie Externe Betrekkingen, Afdeling Kabinet
  • 1985 - Directie Interne Zaken, Afdeling Kabinet
  • 1991 - Directie Interne Zaken, Afdeling Staf en Protocollaire Aangelegenheden
  • 1993 - Directie Interne Zaken, Afdeling Operationele Zaken, (Bureau) Kabinet
De taken bestonden de gehele periode uit: het regelen van officiële ontvangsten, coördineren van de beantwoording van aan Hare Majesteit de Koningin en de leden van het Koninklijk Huis gerichte verzoeken, aangelegenheden van protocollaire aard en het verzorgen van koninklijke onderscheidingen.
De minister van Economische Zaken had zitting in de in 1946 ingestelde Decoratiecommissie.
Het archief van de Directie Interne Zaken, Afdeling Operationele Zaken, (Bureau) Kabinet van het Ministerie van EZ bestaat uit stukken betreffende de volgende onderwerpen:
  • verlening van koninklijke onderscheidingen;
  • correspondentie uit hoofde van lidmaatschap van de Decoratiecommissie;
  • zuivering van gedecoreerden;
  • herziening van het decoratiestelsel;
  • verlening van het predicaat ‘Koninklijke’;
  • protocollaire zaken;
  • ministerswisselingen en wisselingen van staatssecretarissen.
Decoratiecommissie
In november 1946 werd de Decoratiecommissie ingesteld en in 1996 opgeheven. Deze commissie, bestaande uit de ministers van Buitenlandse Zaken, Economische Zaken en Marine (deze laatste werd later opgevolgd door de minister van Defensie), bracht adviezen uit aan de ministerraad inzake de verlening van koninklijke onderscheidingen in de beide orden van verdienste: de Orde van Oranje-Nassau en de Orde van de Nederlandse Leeuw. In de praktijk werden de taken van deze 'ministeriële Decoratiecommissie' gedelegeerd aan de zogenoemde 'ambtelijke Decoratiecommissie', bestaande uit de directeuren Kabinet en Protocol van de genoemde ministeries met hun ondersteunend apparaat.
De commissie verkreeg in november 1947 een zelfstandige rol van betekenis: elk decoratievoorstel vanaf de eremedaille in goud, verbonden aan de Orde van Oranje-Nassau tot en met de graad van Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw werd door dit orgaan afgehandeld. Toekenning van de graden van Commandeur en hoger in beide orden behoefde de goedkeuring van de ministerraad. De eremedailles verbonden aan de Orde van Oranje-Nassau in zilver en brons werden zelfstandig afgehandeld door de ministeries. In de periode 1945 - 1995 nam het aantal toegekende onderscheidingen in deze orden per jaar toe van circa 2000 in 1945 tot circa 5500 in 1995. Formeel bestond de decoratiecommissie in deze opzet tot 1 mei 1996.
In 1948 stelde de regering richtlijnen vast voor het verlenen van koninklijke onderscheidingen, die in hun uiteindelijke vorm zouden bestaan uit ruim 70 aanwijzingen.
De standaardprocedure van voorstel tot decoratie
Voorstel
Een voorstel tot verlening van een onderscheiding aan een in Nederland woonachtig persoon, dient schriftelijk te worden ingediend bij de burgemeester van de woonplaats van de decorandus. Naast algemene persoonsgegevens, wordt gevraagd naar gegevens over de werkkring en de functie van de decorandus.
Tot slot is de relatie van de voorsteller tot de decorandus van belang.
Motivering
De motivering is het belangrijkste onderdeel van het voorstel. Hierin moet worden aangegeven wat de bijzondere verdiensten zijn van de decorandus, en waarom deze bijzonder zijn.
Tijdig indienen
Van groot belang is dat het voorstel tijdig wordt ingediend. Indien het de bedoeling is om de onderscheiding uit te reiken bij de lintjesregen ter gelegenheid van Koninginnedag, is het verstandig om het voorstel vóór 1 juli van het jaar daarvoor bij de burgemeester in te dienen. Indien de voorsteller streeft naar uitreiking van de onderscheiding bij een tussentijdse gelegenheid, verdient het aanbeveling dat hij of zij een termijn van minimaal een half jaar aanhoudt.
Advies van de burgemeester
De burgemeester is de eerste die over decoratievoorstellen een advies uitbrengt. De burgemeester kan in vele gevallen goed beoordelen of de decorandus inderdaad bijzondere, persoonlijke verdiensten voor de samenleving heeft. De burgemeester heeft dus een belangrijke taak als het om decoratievoorstellen gaat. Indien de burgemeester vindt dat een Koninklijke onderscheiding is gerechtvaardigd, komen de volgende vragen aan bod: in welke orde kan betrokkene worden gedecoreerd? En in welke graad?
Voor een zorgvuldige afweging, en om te kunnen vaststellen of betrokkene van onbesproken gedrag is, vraagt de burgemeester de justitiële gegevens van de decorandus op. Nadat de burgemeester het advies heeft geformuleerd, gaat het dossier naar de Commissaris van de Koningin.
Advies van de Commissaris van de Koningin
Het advies van de burgemeester gaat naar de Commissaris van de Koningin van zijn provincie. Ook de Commissaris van de Koningin brengt een advies uit over het voorstel.
Behalve over de vraag of betrokkene decorabel is, adviseert de Commissaris van de Koningin ook in welke orde de decorandus eventueel te benoemen is, welke graad naar zijn oordeel passend is en of de voorgestelde gelegenheid geschikt is. De Commissaris van de Koningin zendt vervolgens het dossier met zijn advies aan het Kapittel voor de Civiele Orden.
Advies Kapittel voor de Civiele Orden
Het Kapittel maakt de 'landelijke afweging' en toetst alle voorstellen aan het Ordereglement. Ieder decoratievoorstel komt in de vergadering van het Kapittel aan de orde. Bekeken wordt of de betrokken persoon inderdaad decorabel is en zo ja, in welke orde en graad. Ook adviseert het Kapittel over de gelegenheid waarbij de onderscheiding zou kunnen worden uitgereikt.
Het advies van het Kapittel wordt vervolgens gezonden aan de 'minister die het aangaat'. De adviezen van het Kapittel wegen zwaar. Als de minister ervan af wil wijken, dan zal hij hiervoor goede argumenten aan moeten voeren. Komen de minister en het Kapittel er uiteindelijk samen niet uit, dan zal de ministerraad over het voorstel beslissen. Die beslissing is bindend.
Voordracht en ontwerp-Koninklijk Besluit door de minister 'die het aangaat'
De minister beslist of een voordracht tot verlening van een Koninklijke onderscheiding wordt gedaan aan H.M. de Koningin. De minister baseert zijn beslissing op het dossier en advies van het Kapittel voor de Civiele Orden. Voorstellen voor personen die activiteiten op meerdere terreinen hebben ontplooid zonder dat daarin een specifiek zwaartepunt is te onderkennen, worden gezonden aan de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.
Over de uiteindelijke beslissing licht de minister de betrokken Commissaris van de Koningin en de burgemeester in. De burgemeester zorgt ervoor dat de voorsteller van de uitslag op de hoogte wordt gesteld.
Indien de minister die het aangaat een positieve beslissing over het voorstel heeft genomen, doet hij H.M. de Koningin de voordracht voor decoratie toekomen, vergezeld van het ontwerp-Koninklijk Besluit.
Ondertekening Koninklijk Besluit door H.M. de Koningin
Indien de minister een positieve beslissing over het voorstel heeft genomen, biedt hij H.M. de Koningin het ontwerp voor een koninklijk besluit aan. Nadat H.M. de Koningin het besluit heeft getekend, plaatst ook de verantwoordelijke minister daarop zijn handtekening, het zogenoemde contraseign.
Nadat het contraseign is geplaatst kan het besluit worden uitgevoerd. De Kanselarij der Nederlandse Orden ontvangt een afschrift van het Koninklijk Besluit en levert vervolgens de onderscheidingstekens aan. De minister zorgt ervoor dat deze bij de bestuurder komen die de uitreiking voor zijn rekening neemt.
Uitreiking
De meeste uitreikingen gebeuren tijdens de 'Algemene gelegenheid', beter bekent als de 'lintjesregen'. Wie de onderscheiding uitreikt, wordt bepaald door de minister.
Voor het uitreiken van onderscheidingen komen in aanmerking de burgemeester, de Commissaris van de Koningin, de minister zelf, een ambtenaar, een persoon van een ander bestuursorgaan die onder de directe verantwoordelijkheid van een minister valt of een bestuurder van een ander overheidslichaam, zoals van een waterschap.
De uitreiking aan een persoon die in de Nederlandse Antillen of in Aruba woont, wordt verzorgd door de Gouverneur van de Nederlandse Antillen respectievelijk Aruba.
Geschiedenis van het archiefbeheer
Het archief stond voor de bewerking in opslag en beheer bij de Centrale Archief Selectiedienst in Winschoten.
De verwerving van het archief
Het archief is krachtens bepalingen van de Archiefwet overgebracht.

Inhoud en structuur van het archief

Selectie en vernietiging
Voor de kerntaak van het archiefvormend orgaan is bij de selectie gebruik gemaakt van de volgende selectielijst:
  • Selectielijst voor de neerslag van de handelingen van de minister van Economische Zaken als vakminister en de onder hem als vakminister ressorterende actoren op het beleidsterrein Adelsbeleid, Adelsrecht en het Decoratiestelsel over de periode 1945 - 2000, vastgesteld bij beschikking van van 6 februari 2006 nr. C/S&A/06/115, Stcrt. 6 juni 2006, nr. 107;
  • Selectielijst voor de neerslag van de handelingen van de minister van Economische Zaken en de onder hem ressorterende actoren op het beleidsterrein Organisatie van de Rijksoverheid over de periode 1945 - 1999, vastgesteld bij beschikking van 5 juli 2005 nr. C/S&A/05/1199, Stcr. 245-2005.
Het archief is niet volledig. De bescheiden met betrekking tot de toekenning van Koninklijke onderscheidingen over de periode 1963 - 1982 ontbreken. Mogelijk zijn deze bescheiden vernietigd, maar een proces-verbaal van vernietiging is niet aangetroffen. Het is niet bekend of in het verleden verder nog vernietiging heeft plaatsgevonden.
De vernietiging van de ca. 2 meter archiefbescheiden is, na toestemming van het Ministerie van Economische Zaken, bij brief van 17 juni 2008, kenmerk IA/INF / 8073081, gerealiseerd door Van Gansewinkel Nederland BV.
Verantwoording van de bewerking
In 2006 is door het Ministerie van Economische Zaken ter bewerking aan de Centrale Archief Selectiedienst te Winschoten aangeboden het archief van Directie Interne Zaken, Afdeling Operationele Zaken, (Bureau) Kabinet van het Ministerie van Economische Zaken en taakvoorgangers over de periode 1946 - 1998.
Doel van de bewerking was het archief in een zodanige staat brengen, dat het voldoet aan de normen voor de goede, geordende staat en het overgebracht kan worden naar het Nationaal Archief.

Aanwijzingen voor de gebruiker

Openbaarheidsbeperkingen
Deels openbaar, deels beperkt openbaar (A).
Beperkingen aan het gebruik
Reproductie van originele bescheiden uit dit archief is, behoudens de algemene regels die gelden voor het kopiëren van stukken, niet aan beperkingen onderhevig. Er zijn geen beperkingen krachtens het auteursrecht.
Materiële beperkingen
Het archief kent geen beperkingen voor het raadplegen van stukken als gevolg van slechte materiële staat.
Aanvraaginstructie
Openbare archiefstukken kunnen online worden aangevraagd en gereserveerd. U kunt dit ook via de terminals in de studiezaal van het Nationaal Archief doen. Om te kunnen reserveren dient u de volgende stappen te volgen:
  1. Creëer een account of log in.
  2. Selecteer in de archiefinventaris een archiefstuk.
  3. Klik op ‘Reserveer’ en kies een tijdstip van inzage.
Citeerinstructie
Bij het citeren in annotatie en verantwoording dient het archief tenminste éénmaal volledig en zonder afkortingen te worden vermeld. Daarna kan worden volstaan met verkorte aanhaling.
VOLLEDIG:
Nationaal Archief, Den Haag, Ministerie van Economische Zaken: Directie Interne Zaken, Afdeling Operationele Zaken, Bureau Kabinet, nummer toegang 2.06.117, inventarisnummer ...
VERKORT:
NL-HaNA, EZ / Interne Zaken, 2.06.117, inv.nr. ...

Verwant materiaal

Beschikbaarheid van kopieën
Inventarisnummers van dit archief zijn niet in kopievorm beschikbaar

Archiefbestanddelen