2.08.17 Inventaris van de leggers van de administratie der Domeinen, afkomstig van het Ministerie van Financiën en van het Amortisatiesyndicaat, 1819-ca. 1976

Download inventaris als:PDF|XML Download inventaris Download inventaris Sluiten
Taalgebruik in onze archieven Taalgebruik in onze archieven Ik heb het begrepen

Archiefvorming

Geschiedenis van de archiefvormer

1819-1828

Bij Koninklijk besluit van 30 november 1818 werd het beheer van 's Rijks domeinen opgedragen aan het Bestuur van de Registratie, Zegel en Hypotheekrechten, ingaande 1 januari 1819. Bij Koninklijk besluit van 25 december 1818 no. 17 werden nadere maatregelen vastgesteld. De fungerende rentmeesters werden ontslagen. Een gedeelte van hen werd benoemd tot Ontvanger der Domeinen in een of twee kantons. De goederen, niet in die kantons gelegen, kwamen onder beheer van de Ontvangers der Registratie.
Bij circulaire van 28 december 1818 La 2P werd een beheersinstructie vastgesteld en meegedeeld aan alle ambtenaren, belast met het beheer van en toezicht over de domeingoederen. In §10 van deze instructie was bepaald dat de ontvangers de volgende leggers moesten houden:
  • A. Legger der bouwhoeven, landerijen, aanwassen en grienden;
  • B. Legger der tienden;
  • C. Legger der erfpachten, cijnsen, uitgangen en soortgelijke prestatiën, in een jaarlijkse vaste som bepaald;
  • Cbis. Legger der erfpachten, cijnsen, uitgangen en soortgelijke prestatiën, in natura bepaald;
  • D. Legger van gebouwen, molens, visserijen, jacht, veren, tollen, kapitalen en inschrijvingen in het grootboek der Nationale Schuld;
  • E. Legger van bossen en plantages.
Ten behoeve van de formulierenadministratie hadden deze leggers de nummers 73 tot en met 77 gekregen. Deze regeling gold alleen voor de ontvangers in de noordelijke provincies. De ontvangers in de zuidelijke provincies gebruikten deels andere leggerformulieren. Omdat Limburg in die tijd tot de zuidelijke provincies werd gerekend, zijn die ook in het hierna beschreven leggerbestand terug te vinden. Het gaat om de afwijkende legger der domaniale renten, erfpachten, cijnsen (formulier 73, zonder letter) en om de legger der pastoriegoederen (geen formuliernummer). Deze laatste legger is aangelegd ter uitvoering van het Koninklijk besluit van 5 februari 1816 no. 42.
Deze leggers moesten worden samengesteld uit gegevens, vermeld in de zgn. Staat der domeinen, welke voor elk rentambt was aangelegd. De directeuren der Registratie en Domeinen in de provincies dienden een dubbel van de leggers bij te houden.
Toen krachtens de Wet van 27 december 1822 S.59 het beheer der domeinen werd opgedragen aan het Amortisatiesyndicaat, bleven de ontvangers der registratie en domeinen met het feitelijke beheer belast. Wel werden de directeuren der Registratie en Domeinen bij Koninklijk besluit van 5 januari 1824 no. 32 van hun bemoeiingen met het domeinbeheer ontslagen. Hun taken op dat gebied werden overgenomen door vijf Administrateurs. Deze Administrateurs hadden de volgende standplaatsen en ressorten:
  • Eerste ressort te Arnhem: provincies Noord-Brabant, Geldeland en Overijssel;
  • Tweede ressort te Amsterdam: Zuid-Holland, Noord-Holland, Utrecht, Friesland, Groningen en Drenthe;
  • Derde ressort te Brussel: Limburg, alsmede de nu Belgische provincies Brabant, Limburg en Henegouwen;
  • Vierde ressort te Gent: Zeeland, alsmede de nu Belgische provincies West-Vlaanderen, Oost-Vlaanderen en Antwerpen;
  • Vijfde ressort te Luik: de nu Belgische provincies Luik, Namen en Luxemburg en het Groot-hertogdom Luxemburg.
Bij Koninklijk besluit van 8 juni 1828 no. 93 werden de ontvangers der Registratie van het beheer van 's Rijks domeinen ontslagen. Het werd ingaande 1 juli 1828 opgedragen aan Agenten van het Domein. Wel bleven de ontvangers der Registratie belast met de ontvangsten voor en betalingen van de dienst der domeinen.
De Agenten kregen de beschikking over de archieven en de leggers van de ontvangers. Bij resolutie van 24 juli 1828 (circulaire no. 5) had het Amortisatiesyndicaat gedetailleerde voorschriften gegeven voor het in orde brengen van de leggers per Agentschap. Zo werden de leggers, welke door iedere Agent van de ontvangers waren overgenomen, geacht gezamenlijk uit te maken de legger van het Agentschap. Daartoe dienden alle ingeschreven posten per type legger te worden vernummerd. De oude nummers (in zwarte inkt) werden doorgehaald en vervangen met een nieuw nummer in rode inkt.

1828-1863

Bij resolutie van 22 juli 1828 (circulaire no. 3) was al bepaald dat er nieuwe leggers dienden te worden aangelegd. Omdat de domeingoederen anders gegroepeerd werden, waren deze leggers niet identiek aan de oude serie. De nieuwe leggers waren de volgende:
    11: Legger der incorporele goederen
  • Deze legger bevat de boekingen van alle incorporele goederen als renten, cijnsen, thijnsen, uitgangen, erfpachten, alle andere jaarlijkse of casuele prestatiën, alsmede verschuldigde kapitalen, het recht van visitatiegeld, recognitiën wegens concessies en gebruiksrechten in de bossen en tenslotte de voorschotten aan gemeenten voor de bouw van schoollokalen. De posten van de leggers [11] zijn afkomstig uit de oude legger C, nadat eerst de kapitalen en inschrijvingen in het Grootboek en de voorschotten aan de gemeenten wegens schoollokalen vanuit legger D naar het eind van legger C van hetzelfde vroegere domeinkantoor waren overgebracht.
    22: Legger van het domein van oorlog
  • Deze legger bevat de boekingen van alle goederen van het Departement van Oorlog waarvan aan het domeinbestuur slechts het geldelijk beheer is opgedragen en het materieel beheer bij het Departement van Oorlog is gebleven. Verkreeg het domeinbestuur de volle en vrije beschikking over dergelijke goederen, dan werden ze overgeschreven op de legger der corporele goederen. De posten van de leggers [22] zijn afkomstig uit de oude leggers A en D.
    28: Legger der corporele goederen
  • Deze legger bevat de boekingen van alle corporele goederen, die onder welke titel dan ook aan de Staat toebehoren, zoals bouwhoeven, landerijen, aanwassen, grienden, wijngaarden, heidegronden, huizen, gebouwen, molens, fabrieken, visserijen, jacht, veren, tollen, tonnen en bakens, enz. De posten van de leggers [28] zijn afkomstig uit de oude leggers A en D.
    35: Legger der schuldvorderingen van het Fonds der Nationale Nijverheid
  • Deze legger bevat de boekingen van alle voorschotten uit het Fonds ter bevordering van de Nationale Nijverheid aan particulieren gedaan. De posten van de leggers [35] zijn afkomstig uit ongenummerde leggers, aangelegd krachtens het Koninklijk besluit van 30 juni 1825 no. 96.
    36: Legger der tienden
  • Deze legger bevat de boekingen van alle tienden die aan de Staat toebehoren. De posten van de leggers [36] zijn afkomstig uit de oude leggers B.
    48: Legger der bossen en plantages
  • Deze legger bevat de boekingen van alle bossen en plantages. Ze werden alleen gehouden door de Agent in wiens ressort zich geen woudmeester of onderwoudmeester bevond. De posten van de leggers [48] zijn afkomstig uit de oude leggers E.
In de provincie Noord-Brabant moest nog een speciale legger gehouden worden:
    --: Legger der goederen, behorende tot de Dotatie van Z.K.H. Prins Frederik der Nederlanden
  • Deze legger bevat de boekingen van alle corporele en incorporele goederen en tienden, behorend tot de dotatie van Prins Frederik, bedoeld in de Wet van 25 mei 1816 S.25. Ze berusten in het Rijksarchief in Noord-Brabant.
Nadat bij Koninklijk besluit van 12 augustus 1828 no. 110 was bepaald dat de wegen, vaarten, kanalen, veren en droogmakerijen onder beheer van het Amortisatiesyndicaat werden gesteld, bepaaldde dit syndicaat bij resolutie van 25 januari 1829 (circ. no. 20) dat de agenten nog de volgende leggers moesten aanleggen:
    43: Legger der grote wegen van de eerste klasse
  • Deze legger bevat de omschrijvingen van de wegvakken met de daarbij behorende gebouwen, weegbruggen, andere bruggen, heulen en duiker, behorende tot de grote wegen der eerste klasse. Het onderhoud van deze wegen kwam meestal ten laste van het Amortisatiesyndicaat.
    44: Legger der grote wegen van de tweede klasse
  • Deze legger bevat de omschrijvingen van de wegvakken met de daarbij behorende gebouwen, weegbruggen, andere bruggen, heulen en duikers, behorende tot de grote wegen der tweede klasse. Het onderhoud van deze wegen kwam meestal ten laste van de provinciebesturen.
    45: Legger der vaarten, veren en droogmakerijen
  • Deze legger bevat de omschrijvingen van de kanaalvakken met de daarbij behorende gebouwen, sluizen, veren en tollen behorende tot de vaarten en kanalen.
De nummers voor de leggers vermeld betreffen het formuliernummer, waaronder ze bij het domeinbestuur bekend stonden.
Van al deze leggers moest een duplicaat en een triplicaat worden aangelegd voor de Administrateur en voor het Amortisatiesyndicaat.
De opheffing van het Amortisatiesyndicaat had op het feitelijk domeinbeheer niet zoveel effecten: de Afdeling Domeinen van het Ministerie van Financiën trad in de plaats ven het syndicaat. De opheffing van de functie van de Administrateurs betekende voor het leggerbeheer dat deze duplicaatserie niet meer werd voortgezet. Ze zijn evenwel terecht gekomen bij de Algemene Rekenkamer, die ze tot 1864 als controle-exemplaren heeft gebruikt en daarin eventuele boekingen en wijzigingen heeft aangebracht. Hierbij waren niet inbegrepen de leggers der grote wegen en der vaarten, veren en droogmakerijen: die waren al, bij de overgang van het materieel beheer van die goederen aan het Ministerie van Waterstaat per 1 mei 1841, overgegeven aan dat ministerie en aan de gouverneurs der onderscheiden provincies (circ. 97).
Veel ingrijpender was de opheffing bij Koninklijk besluit van 1 december 1843 no. 45 van de functie van Agent der Domeinen per 1 januari 1844. Het domeinbeheer ging toen over naar de ontvangers der registratie. Dit was evenwel niet het geval in de provincies Gelderland, Zuid-Holland en Noord-Brabant, waar een (in Noord-Brabant twee) ontvangers der domeinen werden aangesteld. Ook de agenten in Alkmaar en Sas van Gent bleven als ontvanger der domeinen in functie. Deze uitzonderingspositie was nodig omdat in de ressorten van deze nieuwbenoemde ontvangers der domeinen nog grote hoeveelheden verkoopbare domeingoederen aanwezig waren. De verkoop der domeinen op grote schaal kon niet overgelaten worden aan ontvangers der registratie, daar zij zich hierop niet volledig konden richten. Deze functies van ontvangers der domeinen werden tussen 1850 en 1863 opgeheven, waarbij het domeinbeheer werd overgedragen aan de ontvangers der registratie.
Deze nieuwe organisatie maakte het noodzakelijk dat nieuwe leggers werden aangelegd voor de ontvangers der registratie die vanaf 1844 met het domeinbeheer werden belast. Daarbij werd gebruik gemaakt van dezelfde leggerformulieren als de Agenten in gebruik hadden. De triplicaten der leggers van de Agenten der domeinen die op het ministerie in gebruik waren, werden niet vernieuwd. Dat was niet nodig, omdat bij wijzigingen in de leggers door de ontvangers niet alleen het nieuwe nummer van de nieuwe legger werd vermeld, maar ook het oude nummer van de legger van het Agentschap. Pas als ontvangers nieuwe leggers moesten openen, gebeurde dat ook bij het ministerie. In de periode 1844-1863 is er dus een groot verschil tussen de leggerbestand van de ontvangers en dat van het ministerie. Bij resolutie van de Minister van Financiën van 2 oktober 1863 no. 41 Gen. Secr. werd een nieuwe instructie op het beheer der domeinen vastgesteld, hetgeen tevens een vernieuwing van de leggers ten gevolge heeft gehad.

Indeling van de leggers 1819-1863 in deze inventaris

De hoofdindeling is die naar ressort van de administrateur. Vervolgens zijn de de leggers provinciegewijs gegroepeerd. Binnen elke provincie zijn de leggers per agentschap alfabetisch geplaatst, direct gevolgd door de leggers van de ontvangers die in 1828 zijn opgegaan in de leggers van het betreffende agentschap. Deze leggers zijn eveneens alfabetisch op kantoornaam geplaatst. De leggers die zijn aangelegd ná 1844 en dus zijn gevormd door de ontvangers der registratie en domeinen als opvolgers van de agenten, zijn eveneens in deze rubriek geplaatst. Ze zijn te herkennen aan de formuliernummers 11 tot en met 48.

Geschiedenis van het archiefbeheer

De verwerving van het archief

Overbrenging van een overheidsarchief