2.08.95 Inventaris van het archief van de Rijksmunt, (1909) 1910-1994

Download inventaris als:PDF|XML Download inventaris Download inventaris Sluiten
Taalgebruik in onze archieven Taalgebruik in onze archieven Ik heb het begrepen

Inhoud en structuur van het archief

De onderzoeker zal rekening moeten houden met de eigenaardigheden van het rubriekenstelsel. Gegevens die gevonden worden in dossiers die betrekking hebben op een enkele zaak kunnen vrijwel altijd aangevuld worden met gegevens uit de algemene serie over het onderwerp waaronder die zaak valt. Sommige rubrieken zijn uiteen gevallen in algemene series, series over subrubrieken (series binnen series) en dossiers over bijzondere onderwerpen.
Is er een concreet aanknopingspunt, bijvoorbeeld een brief die in een ander archief is aangetroffen, dan kan de brief getraceerd worden in de agenda’s – voorzover bewaard gebleven – en dan kunnen daar andere ingekomen en uitgegane stukken over dezelfde zaak gevonden worden. Zijn bepaalde series niet meer aanwezig (penningen, medailles, diverse leveranties) dan is het mogelijk met behulp van de agenda’s in elk geval het bestaan van correspondentie vast te stellen.
Hiaten in agenda’s en series kunnen omzeild worden door gebruik te maken van de bewaard gebleven delen van de uitgebreide boekhouding en metaaladministratie. Ook de stukken over de totstandkoming van de begroting kunnen uitkomst bieden.
De serie over aanmuntingen voor Nederland over de jaren 1909 - 1939 (inv.nrs. 1861 - 1889) bevat ook stukken over aanmuntingen voor overzeese gebiedsdelen.
Voor 1948 was voor elke aanmunting van een bepaalde denominatie een afzonderlijk KB nodig. Dit heeft geleid tot het ontstaan van series over aanmuntingen van afzonderlijke munten. Deze series houden eind jaren ’40 op. In de oorlog werden alleen zinken munten geslagen; na de oorlog werd er heel weinig geslagen. Vanaf 1948 werd elk jaar in één de maximale omvang van de muntslag vastgesteld. Daardoor is er vanaf dat jaar geen sprake meer van serievorming voor de afzonderlijke denominaties.
Informatie over het beleid van de Muntmeester is verspreid over correspondentie met het ministerie van Financiën, dus verspreid over de rubrieken. Ook hier kunnen stukken over de totstandkoming van de begroting belangrijke informatie opleveren. Stukken over de voorbereiding van aanmuntingen kunnen eveneens worden aangetroffen in de series over de aanschaf van munt- en medaillemateriaal en in de series over de aanschaf van muntwerktuigen en uiteraard in de stukken over de muntwetgeving.
Het rijke archief van ’s Rijks Munt maakt het mogelijk de levenscyclus van een munt te volgen vanaf de voorbereiding, het ontwerp en de vervaardiging van de muntstempels via de aanmunting, wijze van verpakking, wijze van uitgifte en circulatie tot en met de intrekking en omsmelting.

Inhoud

De belangrijkste bestanddelen zijn:
  • jaarverslagen;
  • ingekomen en uitgaande stukken;
  • vergaderstukken;
  • inkoopboeken;
  • order- en verkoopboeken;
  • verbruiksboeken;
  • agenda's en registers.

Selectie en vernietiging

Vernietiging in het verleden.
In 1948 heeft Ph. van Hinsbergen, hoofdcommies Rijksarchief Utrecht het archief van ’s Rijks Munt van 1814-1909 geïnventariseerd. Hij heeft daarbij ook een voorstel gedaan voor vernietiging van archiefbescheiden uit de periode na 1909. Voor zover bekend is aan dat voorstel geen gevolg gegeven. Via mondelinge overlevering is bekend dat er in de jaren ’70 en ’80 is vernietigd, op niet meer controleerbare wijze: er zijn geen vernietigingslijsten bewaard gebleven, wellicht zijn ze zelfs niet opgesteld. Tijdens de inventarisatie bleek dat vooral financiële administratie vernietigd is. Van voor 1928 zijn alleen de begrotingen bewaard gebleven. Het belangrijkste verlies als gevolg van deze vernietiging zijn dossiers over diverse leveranties, penningen en medailles van voor 1940, respectievelijk 1930 en respectievelijk 1952, uitzonderingen daargelaten.
Er is een concept-onderzoek naar actoren en handelingen op het terrein van het “geldwezen” in de periode 1940-1990, in het kader van het Project Invoering Verkorting Overbrengingstermijn (PIVOT)(mei 1993) en een daarop gebaseerd Concept Basis Selectiedocument (juli 1993). Hoewel rapport en selectiedocument zijn opgesteld voor de periode 1940-1990, zullen zij terugwerkende kracht krijgen voor de periode 1909-1940. Het selectiedocument is geldig voor het beleidsterrein van het ministerie van Financiën en dus ook voor ’s Rijks Munt. Uitgangspunt voor selectie is dat die archiefbescheiden bewaard blijven die zicht bieden op het beleid inzake de vervaardiging van munten, de totstandkoming ervan en de gevolgen ervan. Dit standpunt zou bij toepassing ervan voor ’s Rijks Munt leiden tot vernietiging van veel archiefmateriaal inzake de vervaardiging van munten en van al het materiaal inzake de vervaardiging van niet-muntproducten van ’s Rijks Munt.
Schoning, selectie en vernietiging heeft op voorzichtige en kleine schaal plaatsgevonden. Daarvoor pleiten een aantal argumenten. ’s Rijks Munt is een uniek bedrijf. Het is het enige bedrijf in Nederland dat munten slaat. Daarnaast is het in de vorige en deze eeuw een van de twee toonaangevende bedrijven op het gebied van de vervaardiging van medailles, penningen en eretekenen. Het andere bedrijf is Koninklijke Begeer te Zoetermeer. Het archief van Begeer is grotendeels verloren gegaan. Inzake munten, medailles, penningen en eretekenen is het archief van ’s Rijks Munt van groot cultuurhistorisch belang. Ook de organisatiestructuur van ’s Rijks Munt geeft aanleiding tot voorzichtigheid bij selectie en vernietiging: de leiding van het bedrijf is in handen van één man: de muntmeester. Derhalve zijn er – tot 1980 – geen notulen van beleidsbepalende organen. Het beleid van ’s Rijks Muntmeester moet gereconstrueerd worden uit diens correspondentie die verspreid is geraakt over tal van dossiers ondergebracht in tal van rubrieken.
Tenslotte is er de nauwe band van het archief van ’s Rijks Munt met het daaraan verbonden museum. Het archief heeft een ondersteunende functie bij de uitvoering van de museale taken van ’s Rijks Munt. Er is geschoond op dossierniveau, niet binnen de dossiers. De inkoopboeken diversen zijn bewaard om het gemis van inkoopdossiers van voor 1952 te ondervangen. De verbruiksboeken van brandstoffen, gas, elektriciteit en water zijn bewaard omdat de stukken betreffende leverantie van brandstoffen, enz. zijn vernietigd. De order- en verkoopboeken zijn bewaard omdat zij:
  1. een overzicht geven van de productie van ’s Rijks Munt en
  2. omdat dossiers betreffende de leverantie van medailles van voor 1952 vernietigd zijn.
Helaas zijn de drie orderboeken van voor 1944 niet aangetroffen.

Aanvullingen

Verantwoording van de bewerking

Het ministerie van Financiën heeft Doc-Direkt opdracht gegeven om het archief van de Rijksmunt materieel te bewerken en een nieuwe inventaris te maken welke voldoet aan de eisen van het Nationaal Archief. De omvang van het archief voor bewerking bedroeg 000 (Nog in te vullen) meter. Uit het archief is, conform afspraken, niets vernietigd.
Ten behoeve van de overbrenging naar een archiefbewaarplaats dient het archief te voldoen aan de in de Regeling duurzaamheid archiefbescheiden (2001) gestelde eisen. Concreet betekent dit dat de volgende stappen zijn uitgevoerd:
  • Alle ijzerwerk (paperclips, nietjes, hechtmechanieken e.d.) is verwijderd;
  • Foto's, lichtdrukken en andere materialen die aan sterkere chemische reacties dan goed papier onderhevig zijn, zijn voorzien van afzonderlijke fourflaps;
  • Omslagen, archiefdozen en etiketten voldoen aan de ICN-kwaliteitseis.
Alle stukken zijn van nietjes, plakband en overige hechtmiddelen ontdaan en verpakt in zuurvrije omslagen en zuurvrije archiefdozen. Ze zijn daarna genummerd volgens de inventaris. De omslagen en dozen zijn voorzien van etiketten.

Ordening van het archief

Bij de inventarisatie is uitgangspunt geweest – uit principieel oogpunt en wegens de beperkte tijd – de bestaande dossiers zoveel mogelijk intact te laten. De onderwerpsgewijze ordening volgens alfabet was zonder al te veel moeite onder te brengen in een archiefschema. Een bijkomend voordeel is dat daardoor bestaande nadere toegangen (de agenda’s) hun waarde blijven behouden voor onderzoek in het archief. Een ordening op basis van de organisatie van ‘Rijks Munt bleek niet goed mogelijk omdat dan de ordening in rubrieken doorbroken moest worden en omdat de organisatie in de laatste jaren voortdurend veranderde.
Bij de conservator van het museum leefde de wens de productie (munten, medailles, stempels, poststempels, etc.) zoveel mogelijk toegankelijk te maken. Het “historisch” gedeelte was deels al toegankelijk via de rubrieksgewijze ordening. Voor het latere gedeelte – vanaf midden jaren ’80 – betekende dat, dat stukken uit de afdelingsarchieven van verkoop, controlling, graveurs en management samengevoegd moeten worden. Veel tijd om op deze manier gevormde dossiers te schonen (dubbelen!) was er niet.
Moeilijkheden:
  • sommige rubrieken bevatten dossiers die ook in de onderwerpenlijst niet benoemd zijn of als algemeen geclassificeerd (dus: binnen de rubriek Algemene Zaken is er een serie algemeen!);
  • het samenstellen van de objectdossiers kostte veel tijd, omdat ze uit andere dossier moesten worden samengesteld of juist afgesplitst.
De inventaris bevat in principe alle stukken tot de privatisering op 1 juli 1994.