Algemeen
Met de organisatie-beschikking van 11 mei 1946, Kabinet 647, werd de Directie van de Landbouw onderverdeeld in zes afdelingen. De zes afdelingen hadden elk een taak.
Afdeling IV werd belast met de behandeling van veeteeltaangelegenheden. Voorheen werden deze zaken behartigd door Afdeling V, één van de twaalf afdelingen die de Directie van de Landbouw, volgens de beschikking Kabinet DG no. 8700 van 26 juni 1942, telde.
Bij de organisatie-beschikking van 18 december 1950, Kabinet 1734, veranderde de naam in Afdeling Veeteeltwezen. In 1957 onderging de afdeling wederom een verandering van naam, hetgeen werd bekrachtigd door de organisatie-beschikking van 29 april 1957, Kabinet 234. Vanaf dat moment werd het de Directie Veeteelt.
In datzelfde jaar vond een reorganisatie plaats, waarbij de Directie Veeteelt en de Directie Zuivel werden samengevoegd tot één directie. De instelling van de Directie Veeteelt en Zuivel werd vastgesteld in de organisatie-beschikking van 11 oktober 1957, Kabinet 1348.
Organisatie en taak
Bij de afdeling Veeteeltwezen berusten de werkzaamheden welke zijn gericht op de bevordering van de dierlijke productie, zowel wat de kwaliteit als de hoeveelheid betreft. Voor de uitvoering van deze taak is in elke provincie een rijksveeteeltconsulent werkzaam, die nauw betrokken is bij de toepassing van de verschillende regelingen ten aanzien van paarden-, rundvee-, schapen-, geiten-, varkensfokkerij en -houderij. Deze consulenten verrichten hun voorlichtende en toeziende taak in samenwerking met provinciale veeverbeteringscommissies, de stamboek-organisaties en andere organen uit het bedrijfsleven.
Met een meer coördinerende taak, in het belang van het fokkerijwezen, is verder een vijftal veeteeltconsulenten in algemene dienst bij de rijksvoorlichtingsdienst geplaatst, te weten voor:
- de kunstmatige inseminatie bij rundvee;
- de melkcontrole;
- de paardenfokkerij;
- de varkensfokkerij en
- de veevoeding.
Voor de pluimveefokkerij en -houderij is een afzonderlijke dienst ingesteld, waarbij onder leiding van een inspecteur van de landbouw een zestal rijkspluimveeteeltconsulenten werkzaam is, elk met één of méér ambtsgebieden.
Met het onderzoek ten behoeve van de veehouderij, bestaande uit voeder-, verterings- en conserveringsproeven is het Rijkslandbouwproefstation te Hoorn belast, terwijl het praktisch en wetenschappelijk onderzoek ter bevordering van de doelmatige uitoefening van de pluimveehouderij door het Rijksinstituut voor de Pluimveeteelt te Beekbergen wordt verricht. Het controle-onderzoek van meststoffen en veevoedermiddelen is aan het Rijkslandbouwproefstation te Maastricht opgedragen. Aan het hoofd van het geheel staat ir. Th. C.J.M. Rijssenbeek, directeur van het Veeteeltwezen.
Aangezien de fokwaarde van een dier blijkt uit zijn inschrijving in een stamboek, heeft de afdeling kontakt met stamboek verenigingen. Voor paarden is het stamboekwezen zelfs wettelijk geregeld in de Paardenwet 1939 en het Paardenbesluit 1941 Hengstenhouderij, waarvan de afdeling toezicht houdt. Ze heeft daartoe een drietal controleurs in dienst. De afdeling kent ten behoeve van de fokkerij subsidiën toe en houdt toezicht op de besteding daarvan. Paardenstamboeken kunnen een subsidie ontvangen voor het houden van jaarlijkse premiekeuringen, waarvoor de plannen door de afdeling moeten worden gekeurd.
De kunstmatige inseminatie, bij afkorting k.i. genoemd, bij rundvee en de melkcontrole zijn belangrijke middelen tot verbetering van de rundveestapel. Voor de toepassing daarvan zijn dan ook landelijke richtlijnen van kracht. Ten behoeve van de k.i. zijn ingesteld een Centrale- en Provinciale Commissie(s) van Toezicht op de uitvoering van de Kunstmatige Inseminatie. De Productiecommissaris voor de Veeteelt, welke krachtens de Bodemproductiewet 1939 is ingesteld, is bevoegd omtrent de k.i. nadere regels vast te stellen.
De directeur van het Veeteeltwezen is uit hoofde van zijn functie de Productiecommissaris voor de Veeteelt. Voorts houdt de directeur zich van de ontwikkelingen op de hoogte door het participeren in verenigingen, commissies, werkgroepen e.d., hetzij als voorzitter hetzij als adviserend lid of lid.
Ook de ontwikkelingen in het buitenland worden nauwlettend gevolgd. Zo is bijvoorbeeld de directeur van het Veeteeltwezen voorzitter van de Commission de Production Bovine, een sub-commissie van de Europese Zoötechnische Vereniging.