Op 27 januari 1941
Ministerie van Buitenlandsche Zaken nr. 119, GA, gewijzigd bij beschikking van 28 juli 1942, nr. 583/0.5.0.
werd de Netherlands Purchasing Commission (voortaan: NPC) opgericht bij gezamenlijke beschikking van de ministers van Buitenlandse Zaken, van Koloniën en van Defensie. Al voor de instelling van de NPC waren in de Verenigde Staten en Canada diverse commissies werkzaam op het gebied van aankoop van diverse artikelen ten behoeve van militaire en burgerlijke overheidsdiensten. Dit waren de Royal Netherlands Indies Ordnance Commission die inkopen deed voor het KNIL
In juni 1940 uitgestuurd door het ministerie van Koloniën.
, de Royal Netherlands Navy Purchasing Commission
Opgericht 5 juli 1940. Taak:
- aanschaf materiaal voor marine in Engeland en overzee;
- bewapening koopvaardij;
- uitrusting en bewapening Nederlandse oorlogsschepen;
- aankoop en uitrusting vliegtuigen MLD;
- verzorging doortrekkend marinepersoneel;
- behandelen uitkeringen aan echtgenoten/weduwen marinepersoneel;
- voorbereiding bouw vlootbasis Nederlands-Indië na herovering.
, die zulks verrichtte voor de Koninklijke Marine, de Civil Marine Service of the Netherlands-Indian Government
Arriveerde september 1940 in New York onder leiding van ir. Veerman.
, die aanschaffingen deed ten behoeve van de modernisering van de Gouvernementsmarine en de gewestelijke vloot en de bebakening en kustverlichting van Nederlands-Indië en tenslotte de Royal Netherlands Arsenal
Deze was reeds voor het uitbreken van de oorlog in Nederland actief in de Verenigde Staten.
die voor de Artillerie-Inrichtingen Hembrug in Amerika spullen trachtte te verwerven. Tot de vorming van een centraal orgaan en vereniging van de vier aankoopcommissies werd overgegaan op last van de regering om een betere coördinatie te verkrijgen en omdat het naast elkaar bestaan van de vele commissies op de buitenwereld - in casu de Amerikanen - een ongunstige indruk maakte en de regeling van bevoegdheden onduidelijk werd. De NPC werd onder voorzitterschap van ir. J. van den Broek gesteld die verantwoording schuldig was aan de Nederlandse regering en de Gouverneur-Generaal van Nederlands-Indië.
Na instelling van de NPC zette de Civil Marine Service of the Netherlands-Indian Government haar werkzaamheden voort als Civil Marine Department; de Royal Netherlands Arsenal Commissie ging verder als het Arsenal Department; de Royal Netherlands Navy Purchasing Commission stond vanaf 27 januari 1941 bekend als het Naval Department van de NPC. Verder kende de NPC het Department C, vanaf midden 1942 General Purchasing Division genoemd. Gestart als bemiddelingsorgaan en centraal toezichtorgaan voor inkoop van civiele goederen in de VS ten behoeve van Nederlands-Indië, werd vanaf januari 1941 de taak van deze afdeling uitgebreid met de aankoop van civiele goederen voor de regeringen van Curaçao en Suriname.
In 1950 werd overwogen de NPC te reorganiseren, gezien het afnemend aantal bestellingen. Aanleiding was een brief over deze zaak van de marineattaché Washington. Met ingang van 1 april 1950 verliet kolonel E. Baretta die tot dan toe als NPC-lid belast was met de aankopen ten behoeve van de Koninklijke Land- en Luchtmacht met eervol ontslag deze organisatie. Aangezien de Indonesische regering geen gebruik van de NPC wilde maken en door het wegvallen van aankopen van het KNIL overwoog men de leger- en luchtmachtafdeling van de NPC op te heffen. Desgevraagd verklaarde het comité chefs van staven dat een ingekrompen NPC, onder de naam NPC Navy Department ook de inkopen voor genoemde twee krijgsmachtdelen - de Luchtmacht maakte nog deel uit van de Koninklijke Landmacht - zou kunnen verrichten, evenals MDAP (Mtual Defence Assistance Program) en worden gedeeld door de ministeries van Marine en Oorlog. In 1951 adviseerde de materieelraad de militaire- en marine attaché met deze inkopen te belasten.
Centraal Archievendepot, het archief van het ministerie van Marine, dossier 156667 geheim.