Inhoud
Aanwijzingen voor de gebruiker
Indien stukken uit het archief ter inzage worden verlangd, dienen, nadat de onderwerpen zijn opgezocht, de daarbij aan de linkerzijde vermelde inventarisnummers te worden opgegeven. Hierbij dient in de inventaris zowel onder het hoofdstuk 'ongeclassificeerd' als onder 'geclassificeerd' te worden gezocht, omdat daarin gelijke onderwerpen voorkomen, doch de stukken vanwege geheimhouding gescheiden werden geregisteerd en geborgen.
Bij het Ministerie van Defensie werd in plaats van de term rubricering, de term classificatie gebruikt. Derhalve kan waar in deze inventaris de term classificatie voorkomt, rubricering worden gelezen.
Selectie en vernietiging
De vernietiging geschiedde aan de hand van de bij het besluit van de ministers van Cultuur, Recreatie en Maatschappelijk Werk en van Defensie van 30 december 1969, Dir. O.K.N., afd O/M.A., nr. 154391 en de afdeling Efficiency en Administratieve Organisatie, nr. 250.880/2B vastgestelde lijst van te vernietigen archiefbescheiden van het Ministerie van Defensie, laatstelijk gewijzigd bij besluit van de ministers van Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur en van Defensie van 11 juni 1987, kenmerk MMA/Ar-1973I, hoofdstuk 'Chefs van Staven'.
De vernietiging van de bescheiden van de Staf van de Bevelhebber der Landstrijdkrachten zou hebben moeten geschieden aan de hand van hoofdstuk 9 van VS 2-1112, zijnde het voorschrift betreffende de vernietiging en inlevering van de daarvoor in aanmerking komende stukken uit de archieven van de staven, onderdelen, diensten en inrichtingen der Koninklijke Landmacht.
Omdat de scheiding van bescheiden van de Landmachtstaf en van de Staf van de Bevelhebber der Landstrijdkrachten in de praktijk niet mogelijk was, zonder het onderlinge verband van de bescheiden te verbreken, werd voor alle bescheiden van het archief voor de vernietiging uitgegaan van de lijst van te vernietigen archiefbescheiden van het Ministerie van Defensie. Deze lijst overkoepelt het landmacht voorschrift ook in beleidsmatige zin.
Verantwoording van de bewerking
De inventarisatie van het ongeclassificeerd deel van het archief geschiedde in het kader van de cursus Voortgezette Vorming Archiefbeheer in de periode november 1988 tot mei 1989, op grond van artikel 27 van het Koninklijk Besluit Algemene Secretarieaangelegenheden Rijksadministratie (KB ASA), waarin wordt bepaald dat de over te brengen archiefgedeelten in een inventaris dienen te worden beschreven. Hierop volgend werd in de periode juli 1989 tot november 1989 het geclassificeerd deel van het archief geïnventariseerd. Het geïnventariseerde archief beslaat de periode van 1 januari 1973 tot en met 31 december 1979.
De begindatum van 1 januari 1973 werd aangehouden omdat op die datum naar aanleiding van de samenvoeging van de secretarie van de Chef Generale Staf met die van de Bevelhebber der Land-strijdkrachten op 1 september 1972, begonnen werd met een nieuwe nummerserie.
De einddatum van 31 december 1979 komt voort uit artikel 24 van het KB ASA, dat bepaalt dat het archief, als regel, elke tien jaar dient te worden afgesloten, na afloop van het jaar waarvan het jaartal op 9 eindigt.
De in 1987, respectievelijk 1988, afgeronde herordening van het archief vond plaats aan de hand van het Registratuurplan voor het Ministerie van Defensie, de Koninklijke Marine, de Koninklijke Landmacht en de Koninklijke Luchtmacht. Dit registratuurplan, volgens welke de stukken per onderwerp zijn geordend, diende ook als uitgangspunt voor de inventarisatie. Het daarin opgenomen schema behoefde echter enige aanpassing, omdat de rubrieken in dit registratuurplan niet exclusief zijn. Onder een aantal hoofdrubrieken waren onderwerpen van zeer diverse aard gerangschikt. Voor het overige is dit schema echter wel gebruikt als leidraad voor het opstellen van de indeling van de inventaris.
Op grond van hetgeen in de paragraaf Organisatie van hoofdstuk 1 staat geschreven, leek het op het eerste gezicht voor de hand te liggen de stukken in twee blokken te ordenen, namelijk:
- Stukken die betrekking hebben op de taken die worden uitgeoefend door de Generale Staf/Landmachtstaf;
- Stukken die betrekking hebben op de taken die worden uitgeoefend door de Staf van de Bevelhebber der Landstrijdkrachten;
en binnen deze twee blokken naar de verschillende afdelingen en secties.
De op grond van deze indeling uit te voeren scheiding van de stukken bleek echter onmogelijk, en wel om twee redenen:
- Omdat de verschillende afdelingen en secties voor zowel de Generale Staf/Landmachtstaf als voor de Staf van de Bevelhebber der Landstrijdkrachten werken, worden de opgestelde en behandelde stukken, zowel bij de afdelingen en secties zelf als bij de secretarie, niet gescheiden gehouden;
- Bij hoge uitzondering wordt een zaak door één afdeling of sectie autonoom behandeld en afgedaan.
Daarom is besloten de beschrijvingen van de stukken te rangschikken tot een achttal onderwerpen en aan elk ervan een hoofdstuk toe te wijzen.
Een ander probleem bij de ordening vormden de stukken, die uitvloeisel vormen van de vele overlegstructuren (commissies, stuur-, project- en werkgroepen en dergelijke), die binnen deze organisatie bestaan hebben of nog bestaan. Verreweg de meeste daarvan werden ad hoc geformeerd. Aan hun installatie lag vrijwel nooit een formele instellingsbeschikking ten grondslag. Mede gezien het feit dat hun stukken in het verleden nooit als een apart archief zijn beschouwd en ook niet als zodanig in het archief van de secretarie zijn ondergebracht èn omdat het aantal van deze werkverbanden nogal omvangrijk is, 119 in totaal, is bij de inventarisatie besloten aan deze stukken niet de status van gedeponeerde archieven toe te kennen. In plaats daarvan zijn de beschrijvingen van de desbetreffende bescheiden in de inventaris opgenomen in de rubrieken waarop de werkzaamheden van de werkverbanden in kwestie betrekking hadden. Van de werkverbanden die vóór 1973 werden ingesteld en/of na 1979 werden opgeheven of momenteel nog bestaan, zijn alleen de stukken beschreven die betrekking hebben op de periode 1973-1979. Een voorbeeld van een dergelijk werkverband is de werkgroep Ochtendblad/Rampspoed, die is opgericht in de jaren '60 en die momenteel (1989) nog steeds in functie is. De stukken van deze werkgroep staan beschreven onder inventarisnummer 569.