Inhoud
Het archief is gevormd in de periode 1914 tot en met 1997. Tot 1921 door Alink op persoonlijke titel voordat hij benoemd werd tot vlootaalmoezenier. het betreft veelal stukken over Nederland maar tot 1945 ook over Nederlands-Indië en Nederlands-Nieuw-Guinea. Er zijn documenten aangetroffen inzake de bijdrage van de vlootaalmoezenier aan het geestelijk welbevinden van militairen, overig defensiepersoneel, veteranen en het thuisfront. Maar ook over het verbeteren van de moraliteit van de krijgsmacht als geheel vanuit Rooms-Katholieke invalshoek. Kern van deze inventaris zijn de correspondentiedossiers van de (Hoofd-) vlootaalmoezeniers. Hun op schrift gestelde wederwaardigheden en briefwisselingen met het thuisfront, werden opgeborgen in de persoonsdossiers. Dat maakt deze dossiers tot een belangrijke bron van onderzoek.
Verantwoording van de bewerking
Tijdens de selectie is het historisch belang van de aangetroffen dossiers als uitgangspunt gebruikt. Het archief van de Hoofdvlootaalmoezenier komt op basis van artikel 5 lid e van de Archiefwet voor blijvende bewaring in aanmerking. De aangetroffen documenten van de taakopvolger Dienst Geestelijke Verzorging/Rooms-Katholieke Geestelijke Verzorging (DGV/RKGV) 1998-2010 zijn niet meegenomen in deze inventaris. Er zijn ook persoonsdossiers aangetroffen met daarin stukken van de DGV. Deze vrij recente persoonsdossiers bevatten niet of nauwelijks correspondentie, maar vooral de administratieve neerslag van aanstelling, salariëring e.d. Die dossiers komen niet in aanmerking voor blijvende bewaring conform artikel 5 lid e van de Archiefwet.