2.13.244 Inventaris van het archief van de Hoofdvlootaalmoezenier, (1914) 1921-1997

Download inventaris als:PDF|XML Download inventaris Download inventaris Sluiten
Taalgebruik in onze archieven Taalgebruik in onze archieven Ik heb het begrepen

Archiefvorming

Geschiedenis van de archiefvormer

Organisatie In het onderhavige archiefblok staat de Rooms-Katholieke geestelijke verzorging centraal. Van belang is om te weten dat de Rooms-Katholieke geestelijke verzorging voor 1998 per krijgsmachtdeel georganiseerd was (landmacht, luchtmacht en marine, de marechaussee was toen nog geen zelfstandig krijgsmachtdeel). Dit archief vormt de neerslag van de taakuitvoering door de aalmoezeniers van de Koninklijke Marine in de periode (1914) 1921-1997. Deze periode omvat het proces van institutionalisering van de geestelijke belangenbehartiging van de rooms-katholieke geestelijke verzorging bij de Koninklijke Marine. Achtereenvolgens de vlootpastoor, vlootaalmoezenier en na 1945 een aparte Hoofdvlootaalmoezenier voor de vloot werden als officiële functies geïncorporeerd in de Marine. De vlootaalmoezeniers rapporteerden over hun werkzaamheden aan de Hoofdvlootaalmoezenier. Hieronder worden de belangrijkste cesuren in de organisatie van de Rooms-Katholieke geestelijke verzorging in relatie tot de KM beschreven.
1914-1918 In 1914 werd H.J.M.M. Alink door A.J. Callier, de Bisschop van Haarlem, aangewezen als de aalmoezenier van Den Helder. Alink kreeg van Callier de opdracht om de geestelijke belangen van het Rooms-Katholieke marinepersoneel te behartigen. 1918-1921 Alink werd bij koninklijk besluit van 13 mei 1918, no. 82 benoemd tot vlootpastoor. Deze betrekking werd echter gefinancierd door het Departement van Financiën. 1921-1997 Bij het Departement van Marine werd de Rooms-Katholieke geestelijke verzorging bij koninklijk besluit van 20 mei 1921, no. 47 ingesteld met de instelling van de betrekking van vlootaalmoezenier. Alink werd bij koninklijk besluit van 4 juni 1921, no. 82 benoemd tot vlootaalmoezenier. Alink viel onder hoofdaalmoezenier F.E. Evers. Tot 1945 was er één hoofdaalmoezenier voor vloot en leger samen. Daarna kwam er een aparte hoofdaalmoezenier voor vloot (hoofdvlootaalmoezenier) en kreeg ook het leger een eigen hoofdaalmoezenier (hoofdlegeraalmoezenier). Tot en met 1997 werd de Rooms-Katholieke geestelijke verzorging voor het marinepersoneel door de KM zelf verzorgd. Sinds 1998 In 1998 is het onderdeel Diensten Geestelijke Verzorging (DGV) opgericht. De Rooms-Katholieke geestelijke verzorging is in dit onderdeel opgegaan en fungeert als één van de subdiensten van de DGV. Vanuit de RKGV wordt de geestelijke verzorging sindsdien niet meer afzonderlijk voor elk krijgsmachtdeel, maar integraal voor alle krijgsmachtdelen georganiseerd. Er is een hoofdaalmoezenier voor alle krijgsmachtdelen, de hoofdkrijgsmachtaalmoezenier. De vlootaalmoezeniers ressorteren sindsdien onder de hoofdkrijgsmachtaalmoezenier.
Taken Het bijdragen aan het (geestelijk) welbevinden van militairen, overig defensiepersoneel, veteranen en het thuisfront, en aan de moraliteit van de krijgsmacht als geheel vanuit Rooms-Katholiek invalshoek. De Rooms-Katholieke en de geestelijke verzorgers van de andere denominaties die werkzaam zijn binnen de krijgsmacht hebben een bijzondere positie. Zij zijn weliswaar werkzaam bij Defensie, maar blijven voor de religieus inhoudelijke kant van hun werk (o.a. het houden van diensten, doop- en huwelijksaangelegenheden, etc.) verantwoording schuldig aan de kerk of de instantie die hen uitzendt, dus niet aan de minister.

Geschiedenis van het archiefbeheer

In 2012 gingen de vlootaalmoezeniers in Den Helder verhuizen. De verhuizing vormde de aanleiding voor de overplaatsing van archiefbescheiden betreffende de werkzaamheden van de vlootaalmoezeniers naar de toenmalige afdeling Semi-Statische Archiefdiensten (SSA), de taakvoorganger van de huidige afdeling SIB. Er werden stukken over de jaren 1914-2010 overgeplaatst. "Oud archief" van de vlootaalmoezeniers (KM/RKGV/HVA), 1921-1997, met stukken uit 1914-1921 van vlootaalmoezenier H.J.M.M. Alink Het overgrote deel van de overgeplaatste stukken is gevormd door KM/RKGV/HVA in de periode 1921-1997. Het overgeplaatste werkdossier van H.J.M.M. Alink bevat stukken over de jaren 1914-1946. De stukken in het werkdossier over de jaren 1914-1921 zijn gevormd door Alink voordat de Rooms-Katholieke geestelijke verzorging in mei 1921 bij de KM werd ingesteld en Alink in juni 1921 tot vlootaalmoezenier werd benoemd.Stukken over de jaren 1998-2010Ook werden er ordners met stukken over de jaren 1998-2010 overgeplaatst. De vlootaalmoezeniers ressorteren sinds 1998 niet meer onder de KM/RKGV/HVA, maar onder de DGV/RKG. De stukken over de jaren 1998-2010 hebben echter geen fysieke samenhang met de stukken van de KM/RKGV/HVA en behoren tot archief van de taakopvolger. Deze jonge dossiers zijn afgescheiden van dit archief.ArchiefvermengingEr werden persoonsdossiers van de vlootaalmoezeniers overgeplaatst waarin stukken van de KM/RKGV/HVA vermengd zijn met (enige) stukken van de taakopvolger. De persoonsdossiers zijn primair alfabetisch op achternaam van de vlootaalmoezeniers geordend, waardoor het niet mogelijk is om in één oogopslag te zien om hoeveel stukken van de taakopvolger het gaat en wat de looptijd daarvan precies is. Hier wordt uitgegaan van 1998-2010.Dit is namelijk de datering die is opgegeven toen het onderhavige archiefblok van de KM/RKGV/HVA en de (enkele) stukken van de DGV/RKGV in 2012 bij de taakvoorganger van SIB werden ingeleverd.

De verwerving van het archief