Geschiedenis van de archiefvormer
De artillerie schietschool werd in 1878 opgericht. Het legerbestuur wilde bij de invoering van het nieuwe geschut van 12 en 8 cm in 1873 en 1874 tevens de opleiding van het artillerie personeel verbeteren.
In 1875 werd opdracht gegeven tot het onderzoeken van 3 mogelijke lokaties voor een schietschool, twee in Noord-Holland en één op de Veluwe. Het onderzoek wees uit dat het terrein bij Oldebroek het meest geschikt was en op 6 april 1878 werd daar de artillerie schietschool opgericht.
In 1922 viel de school ten offer aan de toen heersende bezuinigingswoede en werd de schietschool omgezet in een schietkamp, dat tot op heden is blijven voortbestaan, met uiteraard een onderbreking tijdens de 2e wereldoorlog.
Het tweede gedeelte bestond uit ± 15 cm archiefstukken van verschillende regimenten en depots artillerie. Ook bij deze onderdelen werd de administratie gevoerd volgens de richtlijnen door het legerbestuur uitgegeven en ook hier is wegens de geringe hoeveelheid stukken de gebruikelijke driedeling niet hersteld.
Voor de geschiedenis van deze onderdelen wil ik verwijzen naar deel 4 van de militair-historische bijdragen van de sectie krijgsgeschiedenis "Afstammingen en voortzettingen der Artillerie", door H. Ringoir ('s-Gravenhage, 1979).
Het derde gedeelte, ± 12 cm, bestaat uit drie commissiearchieven. Twee commissies waren belast met het beproeven van nieuw geschut voor de artillerie-onderdelen, de derde hield zich bezig met het bestuderen van de eigenschappen van granaten. Doordat in het verleden archief van het ministerie van oorlog/defensie verloren is gegaan, was het niet mogelijk om een instellings- en opheffingsdatum van de commissies te achterhalen.
Het vierde gedeelte was verpakt in een omslag met als titel: "Voorgeschiedenis der Artillerie". Deze omslag bestond uit enkele afschriften van koninklijke besluiten inzake de artillerie en een bundel stukken uit het archief van de inspecteur van de artillerie.
Het laatste gedeelte bestaat uit de zgn. "Collectie Hartmans". C.A. Hartmans werd op 4 juli 1886 geboren en kwam in 1903 als cadet in dienst. Na zijn opleiding werd hij tweede luitenant bij de vestingartillerie. In september 1922 ging hij, inmiddels kapitein geworden, over naar het korps pontonniers en torpedisten. In februari 1929 werd hij overgeplaatst naar het departement van defensie en de staf van het wapen der artillerie. In mei 1932 werd hij bevorderd tot majoor, in juli 1936 tot luitenant-kolonel. Op 1 mei 1938 werd hij hoofd van de IVe afdeling B van het ministerie van defensie en in 1953 directeur van het Legermuseum. Hartmans overleed op 19 juni 1975 in Den Haag.
Tijdens zijn tewerkstelling bij het departement heeft hij in verschillende commissie's gezeten op artilleristisch gebied
Geschiedenis van het archiefbeheer
In deze plaatsingslijst zijn de artillerie-archieven van voor 1940 beschreven die in 1985 nog bij het centraal archievendepot van het ministerie van defensie (C.A.D.) berustten, met uitzondering van de artilleriebrigades. Bij de aanvang van de bewerking besloeg de totale hoeveelheid stukken ± 90 cm.
Het grootste gedeelte van deze hoeveelheid werd gevormd door het archief van de artillerie schietschool, het latere artillerie schietkamp. Dit besloeg ± 38 cm.
Bij het Algemeen Rijksarchief berustten reeds andere delen van sommige van deze door Kloosterboer beschreven archiefjes, terwijl eveneens al vroeger waren overgedragen archieven van soortgelijke eenheden en inrichtingen.
Het archief van de school en van het schietkamp was oorspronkelijk ingericht volgens de bij het leger in gebruik zijnde voorschriften, zoals die zijn vastgelegd in het reglement van administratie bij de landmacht, boekwerk no. 11. Deze streven de splitsing van de correspondentie algemeen, geheim en een persoonlijke gedeelte.
Elk jaar werd er in elk der categorieën gestart met het nummer 1, voorafgegaan door de letter A, G of P.
De toegangsmiddelen bestonden uit agenda's en klappers.
Deze driedeling was door een vorige bewerking ongedaan gemaakt. De stukken waren bij elkaar gevoegd per onderwerp, ongeacht de rubricering. Wegens de betrekkelijk geringe hoeveelheid stukken is deze vermenging gehandhaafd.
Het archief is na mei 1940 ingeleverd bij het regelingsbureau voor de artillerie, die het op haar beurt weer inleverde bij het weermachtsarchief, waar enkele officieren zich bezighielden met de selectie van de archiefstukken.
Na de oorlog werd dit, ondertussen van het predikaat "nederlands" voorziene weermachtsarchief omgezet in het archief koninklijke landmacht, gevestigd te Leiden. Zoals uit de verklaringen van vernietiging blijkt, is ook hier weer een selectie toegepast. Dit archief is later opgegaan in het C.A.D
Het tweede gedeelte bestond uit ± 15 cm archiefstukken van verschillende regimenten en depots artillerie. Deze stukken zijn op dezelfde wijze bij het C.A.D. terecht gekomen als hierboven is beschreven voor het archief van de artillerie schietschool/het artillerie schietkamp. Ook bij deze onderdelen werd de administratie gevoerd volgens de richtlijnen door het legerbestuur uitgegeven en ook hier is wegens de geringe hoeveelheid stukken de gebruikelijke driedeling niet hersteld.
Het vierde gedeelte was verpakt in een omslag met als titel: "Voorgeschiedenis der Artillerie". Deze omslag bestond uit enkele afschriften van koninklijke besluiten inzake de artillerie en een bundel stukken uit het archief van de inspecteur van de artillerie. Deze omslag is overgedragen aan het algemeen rijksarchief om daar gevoegd te worden bij het daar aanwezige gedeelte van het archief. Het ging hier om ± 12 cm archiefstukken.
Het laatste gedeelte bestaat uit de zgn. "Collectie Hartmans". Wanneer deze collectie is gevormd is niet meer na te gaan. Waarschijnlijk zijn de stukken kort na de oorlog door de toenmalige overste Hartmans overgedragen aan het archief koninklijke landmacht te Leiden. De stukken uit deze collectie zijn afkomstig uit archieven die door oorlogshandelingen vernietigd zijn, o.a. uit het archief van de IVe afdeling B van het ministerie van defensie.
Omdat ze, zoals op grond van het bestemmingsbeginsel zou moeten, niet meer naar hun oorspronkelijke plaats teruggevoerd konden worden, is besloten om de collectie intact te laten. Het gaat hier om ± 12 cm archiefstukken.
Bij verklaring van overdracht van 24 maart 1986 droeg het Centraal Archieven Depot van het Ministerie van Defensie aan de Tweede Afdeling van het Algemeen Rijksarchief over ca. 0,75 m1 archiefmateriaal van verscheidene Artillerie-eenheden en inrichtingen van de Koninklijke Landmacht. De overdracht ging gepaard met een plaatsingslijst van P. Kloosterboer. Het bestand telde 19 archiefjes, verdeeld over 15 afzonderlijke nummeringen.
Overbrenging van een overheidsarchief