Inhoud
De archieven van de Inspecteur van de Infanterie zijn verre van compleet. Schoning en vernietiging hebben het grootste deel van het archief doen verdwijnen. De archieven van de diverse onderzoekscommissies uit de 19e eeuw en de Commissie der Normaal Schietschool zijn fragmenten goeddeels bestaande uit rapporten betreffende beproefde geweren. Dit geld ook voor het archief van de Normaal Schietschool waarbij ook nog een deel van de stukken betreffende de terreinen van het Infanterie Schietkamp die onder haar gezag viel bewaard zijn gebleven. Al het overige is weggeworpen en wat toch nog overbleef geeft de indruk geheel toevallig bewaard te zijn gebleven. Ook het Archief van het Infanterie Schietkamp is incompleet, om niet te spreken van het fragment van dat van de Pupillenschool.
Het gebruik van de inventaris wijst zich zo goed als vanzelf. Inhoudelijke toegang wordt verkregen via de inventaris (beschrijvingen van afzonderlijke stukken) en, voor de bewaard gebleven correspondentie-stukken. Deze zijn chronologisch en daarbinnen op oplopend omslagnummer ingericht. In een omslag kunnen echter meerdere stukken met afzonderlijke agendanummers zitten. Deze nummers niet in de specificatie opgenomen. In de agenda's is tijdens de ordening in de jaren veertig bijgeschreven welke stukken vernietigd zijn of ontbreken. De overige zijn dus bewaard en met enige moeite kunnen ze, met een redelijke kans op succes, gezocht worden in het inventarisnummer waarin de omslagen zitten die het meest bij het gezochte nummer in de buurt komen.
Verantwoording van de bewerking
De bewerking tijdens de oorlog bestond uit het verwijderen van voor vernietiging in aanmerking komende stukken, volgens thans niet meer bekende selectiecriteria, en de inventarisatie van het overblijvende. Deze bewerking is verlopen volgens exact dezelfde methodiek, die elders uitvoerig is uiteengezet, en resulteerde in een formele "AGAG-inventaris" met een specificatie van bewaarde correspondentie.
ARA II, Chefs der Artillerie, inleiding p. 26 e.v.; en ARA II, Archief van de Tweede Afdeling, 1937-1982, inv.nrs. 24, 26, 28, de stukken 1941 D5, 1942 D30 en 1943 D21.
De te bewaren correspondentie werd herordend. Stukken over één onderwerp en doorgaans daterend uit één kalenderjaar werden bijeen gevoegd tot een omslag. Aan deze omslag werd als kenmerk gegeven het laagste jaar en agenderingsnummer van de erin ondergebrachte stukken.
In het kader van de ontmanteling van het conglomeraat "Landmachtarchieven" zijn de archieven I.d.I., S.R.O.I., en A.C.I.G en Instructie Bataljon herbewerkt. Daarbij is globaal de toestand, die door het Archief KL was beoogd, gehandhaafd c.q. hersteld. De bestanddelen van de archieven zijn op een gewone nummering gebracht, terwijl bovendien waar mogelijk series zijn hersteld. De door de correspondentie gemengde "ongenummerde" (d.i. niet ingekomen of uitgaande) bescheiden zijn daaruit verwijderd en afzonderlijk, in een aantal catagoriën en daarbinnen chronologisch, beschreven. De (aangepaste) specificaties van de bewaard gebleven correspondentie zijn integraal tekstverwerkt door het Interdepartementaal Tekstverwerkingscentrum te Winschoten. Daarna is dit instrument door tekstverkorting tot een derde van zijn oorspronkelijke omvang ingedikt.
De overige archieven zijn chronologisch geordend daar door de geringe omvang van deze archieven verdere ordening nauwelijks zin heeft.
Bij ordening van de Mitrailleurcommissie bleek deze gesplitst te moeten worden in het archief van de "Mitrailleurcommissie, 1900-1909" en de "Commissie voor het Vervoer van Mitrailleurs, 1922-1930". De ordening van de dozen onder de noemer "Proeven" leverde materiaal voor de archieven van de 19e eeuwse onderzoeks commissies voor diverse typen geweren, de Normaal Schietschool en de Commissie der Normaal Schietschool. De dozen onder de noemer "Diversen" leverden materiaal dat nu in de archieven van de I.d.I., de Normaal Schietschool, de Pupillenschool, het Infanterie schietkamp en de Commissie Vechtwagens zit. Uit het archief van de Koninklijke Militaire Academie is nog een stuk betreffende de Pupillenschool voor het archief van de I.d.I. (thans nr.230) tevoorschijn gekomen.
Om de inventaris te completeren zijn verder nog een aantal archieven betreffende de inspectie bij de infanterie uit de eerste helft van de negentiende eeuw toegevoegd. Het betreft hier de archieven van de Eerste Inspecteur der Infanterie, luitenant-generaal Tindal, de generaal-majoor belast met het toezicht op de infanterie in het Eerste Grote Militaire Commando en die van de generaal-majoor belast met het toezicht op de korpsen Grenadiers en jagers. Deze zijn afkomstig uit de zogenaamde "collectie Van Thielen". Dit is een conglomeraat archieven, genoemd naar de departementsambtenaar die bij de overdracht de "specificerende" lijsten vervaardigde. Dit conglomeraat werd in 1905 door het ministerie van Oorlog overgedragen aan het Algemeen Rijksarchief, en in 1948 van een summiere inventaris voorzien.
Ook zijn toegevoegd de archieven van de, bij de oprichting van het Infanterie Schietkamp te Harskamp betrokken, "Commissie belast met het Onderzoek naar een Terrein voor een Permanent Schietkamp voor de Infanterie" en de "Directie Geniewerken te Harskamp" afkomstig uit het archief van de eerst aanwezend ingenieur te Arnhem. Dit laatste omdat deze zijn agendering van stukken direct in de agenda van de Commissie voor een Permanent Schietkamp voortzet.
Aan deze inventaris is verder nog het archief van het Instructie Bataljon toegevoegd dat in het conglomeraat "Landmachtarchieven" onder de Inspecteur van het Militair Onderwijs hing.
Het kleine deel van het archief van de School voor Reserve Officieren der Militaire Administratie dat bij het archief van de School voor Reserve Officieren der Infanterie zit komt daar omdat de commandant van de S.R.O.I. vanaf 1932 tot 1940 tevens commandant van de S.R.O.M.A. was.