2.15.41 Inventaris van de archieven van het College van Rijksbemiddelaars, van de Gemachtigde voor de Arbeid en van het Loonbureau, (1924) 1940-1970

Download inventaris als:PDF|XML Download inventaris Download inventaris Sluiten
Taalgebruik in onze archieven Taalgebruik in onze archieven Ik heb het begrepen

Inhoud en structuur van het archief

Inhoud

Aanwijzingen bij de raadpleging van het archief

Om te bepalen onder welk nummer een bepaalde bedrijfstak of een onderwerp beschreven staat, raadplege men eerst het alfabetisch register.
De afzonderlijke stukken van de totstandkoming van een beschikking zijn in een apart vel papier gevouwen met als opschrift de hoedanigheid en de datum van de beschikking. Bij dossiers betreffende bindende regelingen en algemeen verbindendverklaringen betreft deze datum niet de datum van opneming in de Nederlandse Staatscourant, maar die van de beschikking zelf.
Bij de volgorde van nummering is de 0 achter het streepje te verwaarlozen: ...-01 is gelijk behandeld als ...-1. Bij de plaatsing van de dossiers is de 0 verwaarloosd. De dossiers betreffende de landbouw en aanverwante bedrijfstakken behoren volgens de Bedrijfsnomenclatuur eigenlijk onder groep 18. Deze dossiers waren echter benoemd met L-nummers, op enkele uitzonderingen na. Bij de plaatsing zijn ze op hun originele plaats gezet als zijnde groep 18.

Selectie en vernietiging

I (Het College van) Rijksbemiddelaars (1924) 1940-1942 en de Gemachtigde voor den Arbeid 1942-1945

Na advies van de heer M.W.M. Gruythuysen, medewerker van de Tweede Afdeling van het Algemeen Rijksarchief werden, vooral uit de dossiers betreffende afzonderlijke bedrijven stukken vernietigd. Van iedere bedrijfstak werden enkele bedrijvendossiers bewaard.
Machtiging tot incidentele vernietiging werd verkregen bij brief van de Rijksarchiefdienst/ Rijksarchiefinspectie van 29 juni 1990, zonder nummer. Na vernietiging is de omvang van het archief van ca. 8 m' teruggebracht tot ca. 3,5 meter.

Verantwoording van de bewerking

I (Het College van) Rijksbemiddelaars (1924) 1940-1942 en de Gemachtigde voor den Arbeid 1942-1945

De ordening van de bedrijfstak- en bedrijvendossiers van het archief was voornamelijk gebaseerd op de indeling zoals die gegeven wordt in de 'Bedrijfsnomenclatuur van de in de bedrijfstelling 1930 opgenomen bedrijven'; Uitgave: Centraal Bureau voor de Statistiek - 's Gravenhage 1935.
De dossiers betreffende afzonderlijke onderwerpen kregen nummers, die kennelijk door het Secretariaat zelf bepaald werden. Deze nummering was vrij willekeurig. Voorts werden stukken aangetroffen, die geen nummer hadden. Dit waren mogelijkerwijs stukken die door de Rijksbemiddelaars/Gemachtigde voor den Arbeid of door medewerkers van het secretariaat zelf bewaard werden.
Aangezien genummerde en ongenummerde dossiers vaak over dezelfde onderwerpen handelen, werden deze ook onderwerpsgewijs beschreven en geïnventariseerd.
De dossiers van de bedrijfstakken en betreffende afzonderlijke bedrijven werden gerangschikt volgens de oorspronkelijke ordening.
De cesuur tussen de archieven van de Rijksbemiddelaars en die van de Gemachtigde voor den Arbeid ligt bij 1 november 1942. Veelal is dit op de stukken aangegeven, doordat na die datum het kenmerk 'Rijksbemiddelaars' op het registratiestempel verwijderd is.

II Het College van Rijksbemiddelaars 1945-1963 en het Loonbureau 1963-1970

Geïnventariseerd moesten worden alle aanwezige stukken van voor de inwerkingtreding van de Wet op de Loonvorming op 20 april 1970, behalve de dossiers betreffende afzonderlijke ondernemingen. Het betreft dus stukken van:
  • (het College van) Rijksbemiddelaars, ca.1940-1942 november;
  • de Gemachtigde van den Arbeid, 1942 november-1945;
  • het College van Rijksbemiddelaars, 1945-1963 maart 14;
  • het Loonbureau, 1963 maart 14-1970 april 20;
  • diverse commissies en werkgroepen.
Al deze stukken waren chronologisch opgeborgen in portefeuilles en mappen. De enige scheiding die was aangebracht betrof die bij de reeds genoemde datum van 14 maart 1963. Omdat de stukken van na 14 maart 1963 werden gestempeld met stempels van zowel het College van Rijksbemiddelaars als van het Loonbureau en de afzonderlijke archieven van het College en Loonbureau niet te scheiden waren, werd advies gevraagd aan het Algemeen Rijksarchief (ARA). De heer V. v.d. Berg van het ARA adviseerde alle stukken van na 14 maart 1963 te rekenen tot het archief van het Loonbureau. Ook raadde hij aan de bestaande nummering te handhaven.
De nummering van de bedrijfstakdossiers is gebaseerd op de 'Bedrijfsnomenclatuur van de in de bedrijfstelling 1930 opgenomen bedrijven - Systematische indeling der bedrijven met vermeldingvan de bedrijfsklasse en de bedrijfsgroep waarin zij zijn ondergebracht'. Uitgave Centraal Bureau voor de Statistiek, 's-Gravenhage 1935. De bedrijfstaknummering loopt van 1 tot en met 26.
Daarboven werden nog nummers gegeven aan dossiers betreffende diverse onderwerpen. In deze hogere nummering zit weinig systeem, zodat een alfabetisch register nodig was om het archief toegankelijk te maken.
Her en der bleken stukken aanwezig die niet door de administratie geregistreerd waren, maar door diverse ambtenaren verzameld en behandeld buiten het archief om. Deze documentaire verzamelingen werden onderzocht op originele stukken die in de genummerde dossiers ingevoegd werden. Het betrof vooral stukken betreffende de loonpolitiek. Deze door de administratie niet genummerde stukken werden opgenomen onder de nummers 63-130.
Bij een bezoek aan het archief van de Stichting van de Arbeid bleek, dat de archieven van de Stichting gescheiden waren gebleven van die van het Loonbureau. De verslagen van de vergaderingen van het College van Rijksbemiddelaars werden aaneengesloten aangetroffen. De serie werd niet verbroken en de verslagen van de vergaderingen 14 maart 1963-1970 (1969) zijn dus opgenomen in het archief van het College van Rijksbemiddelaars onder de inventarisnummers 76-79.
Bij de behandeling van een CAO-voorstel ging men in grote trekken als volgt te werk: Als een CAO- of wijzigingsvoorstel in veelvoud bij het bureau van het College was binnengekomen, werd het voorstel bekeken door het secretariaat. Dat maakte een 'Notitie voor de Stichting van de Arbeid'. Dan werd het voorstel met de notitie naar de Stichting van de Arbeid gezonden. De Stichting zond het voorstel met het advies terug. Dan werd een 'Nota voor het College van Rijksbemiddelaars' samengesteld. Het voorstel werd, met de nota en het advies van de Stichting en het voorstel met geleidebrief (dit alles in stencilkopievorm) aan het College gezonden. Dan werd het in de Collegevergadering behandeld. Tenslotte schreef de behandelend secretaris nog een 'Korte Samenvatting' bij het voorstel en dan werd de CAO of wijziging met de beschikking door de behandelend Rijksbemiddelaar getekend of geparafeerd.
Omdat veel stukken bij deze procedure in kopievorm meegestuurd werden, terwijl het origineel van die stukken uiteraard in het archief berust, zijn veel van de kopieën vernietigd (behalve als er aantekeningen op voorkwamen van Secretariaat of Rijksbemiddelaar). Hierdoor is de omvang van het archief sterk teruggebracht. Veelal werd één van de toegezonden exemplaren van het voorstel als 'werkexemplaar' gebruikt. Dit exemplaar werd opgenomen als het toegezonden exemplaar. Bij bestudering van de gang van zaken bij de behandeling van een voorstel is het dus belangrijk te weten, dat zowel de Stichting van de Arbeid als het College van de voorgaande correspondentie in kopievorm kon kennisnemen. Ook bij het archief van het Loonbureau (1963-1970) is een dergelijke werkwijze gevolgd.
Bij de totstandkoming van bindende regelingen van lonen en andere arbeidsvoorwaarden waren meestal geen goedgekeurde eindteksten aanwezig. Vaak is er wel een aantekening onder welk C.v.R.-nummer de regeling in de Nederlandse Staatscourant verschenen was. Daarom werd een overdruk uit de Nederlandse Staatscourant van de betreffende regeling bijgevoegd als die niet aanwezig was. Hetzelfde gebeurde bij algemeen verbindendverklaringen van bepalingen van CAO's. Ook hier was meestal geen eindtekst of overdruk aanwezig.
Bij de Dienst Collectieve Arbeidsvoorwaarden (het voormalig Loonbureau) is een verzameling aanwezig van getekende drukproeven voor de publicaties in de Nederlandse Staatscourant.
De verzameling loopt vanaf nummer C.v.R. 2801. Deze verzameling dient als register op de algemeen verbindendverklaringen ex artikel 5, 5e en 6e lid van de wet op het algemeen verbindenden het onverbindend verklaren van bepalingen van collectieve arbeidsovereenkomsten. De wet heeft geen aanwijzingen gegeven voor de inrichting van dit register. Aangezien in de huidige situatie bij de Dienst Collectieve Arbeidsvoorwaarden deze getekende drukproeven wel in de dossiers worden opgenomen, werd toestemming gevraagd om de drukproeven van de nummers C.v.R. 2801 tot en met C.v.R. 3367, lopend van augustus 1966 tot april 1970 in het archief van het Loonbureau op te nemen. Deze toestemming werd verkregen, onder voorwaarde dat de drukproeven een serie zouden blijven vormen. In het archief van het Loonbureau, 1963-1970 zijn ze opgenomen na de door het Loonbureau genummerde dossiers.
De heer P.J. Rouwenhorst van de Dienst Collectieve Arbeidsvoorwaarden was zo vriendelijk de concept-inventaris te bezien en van enkele op- en aanmerkingen te voorzien, die verwerkt werden.
De heer J.Th. Janssen van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid heeft de inventaris van (het College van) Rijksbemiddelaars (1924) 1940-1942 en de Gemachtigde voor den Arbeid 1942-1945 gemaakt. De inventaris van het College van Rijksbemiddelaars 1945-1963 en het Loonbureau 1963-1970 is eveneens door de heer J.Th. Janssen in concept gemaakt.
Door de Centrale Archief Selectiedienst (CAS) is de inventaris van de archieven van (het College van) Rijksbemiddelaars, (1924) 1940-1942 en de Gemachtigde voor den Arbeid, 1942-1945 en de archieven het College van Rijksbemiddelaars, 1945-1963 en het Loonbureau, 1963-1970 samengevoegd tot één inventaris met een aanééngesloten nummering. De tekst van de agenda's van ingekomen en uitgegane stukken uit het archief van het College van Rijksbemiddelaars, 1945-1963 en het archief van het Loonbureau, 1963-1970 alsmede de tekst van een aantal commissies waarvan de stukken niet aangetroffen zijn, zijn niet verwijderd uit de inventaris. Bij de desbetreffende beschrijvingen is dit aangegeven. De bewerking van het archief door de CAS bestond uitsluitend uit het toegankelijk maken van het archief overeenkomstig de brochure 'Om de kwaliteit van het behoud normen 'goede en geordende staat' uitgave Beekhuis/Hol 1993 van de Rijksarchiefdienst/Pivot. De dossiers van de bedrijven op naam over de periode 1945-1970 zijn opgenomen in de toegang Inkomens- en Arbeidsvoorwaardenbeleid 1940-1994.