2.15.56 Inventaris van het archief van de dossiers van personeelsleden van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, ontslagen in de periode (1932) 1933-1991

Download inventaris als:PDF|XML Download inventaris Download inventaris Sluiten
Taalgebruik in onze archieven Taalgebruik in onze archieven Ik heb het begrepen

Inhoud en structuur van het archief

Selectie en vernietiging

Tot 1991 golden voor de bewaring van personeelsdossiers van de ministeries criteria die ertoe leiden dat vele dossiers bewaard werden
Dit gebeurde ingevolge de Lijst van voor Vernietiging in Aanmerking komende Archiefbescheiden van het ministerie van Sociale Zaken en Volksgezondheid, vastgesteld bij beschikking van de ministers van Sociale Zaken en Volksgezondheid en van Cultuur, Recreatie en Maatschappelijk Werk, d.d. 16 januari 1967 (zie bijlage 1).
. De meeste van deze dossiers bleken bij nader inzien geen informatie te bevatten die van belang zou kunnen zijn voor de reconstructie van het handelen van het ministerie op hoofdlijnen. In 1991 werden deze criteria zo gewijzigd dat nog slechts die stukken in aanmerking komen die "betrekking hebben op personeelsleden, die een bijzondere of belangrijke invloed hebben gehad op het beleid van het ministerie, dan wel anderszins op enig gebied van bijzondere betekenis zijn geweest, voor zover deze stukken daadwerkelijk licht werpen op die invloed en/of betekenis van het individuele personeelslid"
Vergelijk de beschikking van de ministers van Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur en van Sociale Zaken en Werkgelegenheid tot wijziging van de categorieën 71 en 72 van de lijst van te vernietigen archiefbescheiden van het ministerie van Sociale Zaken en Volksgezondheid, d.d. 20 augustus 1991 (Stcrt. 197) (zie bijlage 2) en het daarbij horende dossier afkomstig uit het archief van de Algemene Secretarie van de Centrale Directie Algemene Zaken.
.
Bij de selectie is door het ministerie een extra criterium toegevoegd: het ministerie wenst de feitelijke diensttijd-gegevens, met basale persoonsgegevens, van de hoogste ambtenaren te bewaren, ook al geven die stukken geen verder inzicht in hun invloed en/of betekenis. Alle aanstellings- en bevorderingsbesluiten van de secretarissen-generaal en de directeuren-generaal of gelijkwaardige topambtenaren (met eventueel de stukken die inzicht geven in de ambtelijke ontwikkeling van deze personen) zijn bewaard.
Naast de dossiers van om hun functie binnen het ministerie belangrijke personen, is een klein aantal personeelsdossiers die om andere redenen als bijzonder kunnen worden aangemerkt. Een afzonderlijke groep bewaard gebleven dossiers betreft die van na de Tweede Wereldoorlog gezuiverde personen. De meeste van deze dossiers geven inzicht in het functioneren van de organen waar de gezuiverde personeelsleden werkzaam waren. Bij deze laatste dossiers zijn vaak alleen de stukken inzake de zuivering bewaard gebleven en niet het reguliere personeelsdossier. Voorts zijn de dossiers bewaard van alle ambtenaren die in het kader van de parlementaire enquête naar de uitvoeringsorganen van de sociale zekerheid (1992-1993) van belang geacht werden.
Een aantal dossiers die volgens bovengenoemde criteria voor blijvende bewaring in aanmerking zouden komen, zijn voortijdig vernietigd of vermist. Het betreft hier bijvoorbeeld het dossier van de eerste secretaris-generaal en staatssecretaris voor de Volksgezondheid, prof. dr. P. Muntendam.
De cesuur is gelegd bij de inwerkingtreding van het nieuwe vernietigingscriterium dat voortvloeit uit de wijziging van de vernietigingslijst per 11 oktober 1991. Dat betekent dat dossiers van na 11 oktober 1991 uit dienst getreden personeelsleden niet in deze inventaris zijn opgenomen.
In 1992 werd gekomen tot een selectie van het 25,5 meter grote zogenaamde historische personeelsdossiers-bestand volgens de nieuwe vastgestelde criteria. Overigens zijn de dossiers aanwezig van die personen die laatstelijk in dienst waren van het ministerie. Daarbij bepaalt de taakovergang of het dossier nog bij het ministerie van Sociale Zaken is blijven berusten. Zo zijn alle dossiers van de personen in dienst van het directoraat-generaal voor de Volksgezondheid met de overgang van de taak overgedragen aan het ministerie van Volksgezondheid en Milieuhygiëne; ook het personeelsdossier van de eerste plaatsvervangend secretaris-generaal, Kloppenburg, is destijds overgedragen. Alleen van personen die voor de taakovergang het ministerie verlieten zijn hier opgenomen. Op dezelfde manier zijn er stukken afkomstig van andere ministeries aanwezig wanneer de laatste werkgever het ministerie van Sociale Zaken was.
De inventarisatie bestond uit het stuksgewijs schonen van de dossiers op de relevante documenten en het chronologisch ordenen van de voor bewaring in aanmerking komende stukken. In een aantal gevallen is van de chronologische ordening afgeweken. Dit is dan gebeurd om de relatief grote hoeveelheid stukken door systematische orderning toegankelijker te maken.
Overigens zijn alle benoemings- en bevorderingsbesluiten bewaard, ook al houden zij geen verband met het selectiecriterium voor bewaring. Verder zijn voor bewaring in aanmerking gebracht alle stukken die betrekking hebben op de organisatie en functies- en functie-benamingen die het belang van het individuele personeelslid overstijgen. Juist bij de hogere ambtenaren wordt in individuele stukken veel informatie gegeven over de instelling van bepaalde functies en over de bijbehorende taken
Zo is de informatie over de functie en taken van de assistent-secretaris-generaal geheel gebaseerd op het individuele personeelsdossier van de enige functionaris met die functie, drs. J.I.C.M. Daniëls.
.
Alle dossiers zijn alfabetisch op naam van het personeelslid geordend. In de lijst van personalia worden per persoon de voor de bewaring bepalende functies vermeld, met tijdstippen van benoeming en ontslag; soms is een van die tijdstippen niet meer te achterhalen en wordt slechts het bekende tijdstip gegeven. In een aantal gevallen wordt ook aangegeven welke functies na de diensttijd bij het ministerie door de personeelsleden werden vervuld; het gaat hier dan alleen om hoge functies. Verder worden waar mogelijk de volledige namen en geboorte- en overlijdensdata vermeld. Wanneer niet de functie bepaalde of het dossier bewaard bleef, wordt aangegeven waarom tot bewaring besloten is.
Als bijlage bij de inventaris is gevoegd een overzicht van de belangrijkste functionarissen van het ministerie, ontleend aan de hier geïnventariseerde dossiers en aan de staatsalmanakken.
Gegevens over de personen waarvan de personeelsdossiers bewaard blijven, zijn daarnaast te ontlenen aan de ministeriële dossiers inzake de voorbereiding van besluiten tot toekenning van koninklijke onderscheidingen. Bovendien is er een serie foto’s in het archief van het ministerie aanwezig waarop velen van deze personeelsleden staan afgebeeld. Voorts is belangrijke informatie over de betekenis van de meeste personen voor het beleidsterrein van het ministerie te ontlenen aan de dossiers uit de archieven van de organisatie-onderdelen die de neerslag vormen van hun werk.
Van sommige personeelsleden is hier niet een volledig personeelsdossier aanwezig. Dit geldt met name ambtenaren die niet rechtstreeks als ministerie-ambtenaar zijn aan te merken, zoals bijvoorbeeld personen werkzaam bij raden en instellingen; dit geldt onder andere de voorzitters van de Raden van Arbeid en (leden van het College van) Rijksbemiddelaars.
De zuivering van dergelijke personeelsleden die via de begroting van het ministerie werden betaald, was wel opgedragen aan de minister en veel van de dossiers inzake dergelijke personeelsleden zijn met name zuiveringsdossiers.
Voor meer informatie over personen werkzaam bij raden en instellingen zij verwezen naar de archieven van de organisatie-onderdelen die met deze organisaties directe bemoeienis hadden.
Na de selectie ter vernietiging resteert nog 1,8 meter personeelsdossiers.