2.21.033 Inventaris van het archief van F.X. de Brouwer van Hogendorp [levensjaren 1807-1871], 1829-1871 en enkele verwanten, 1826-1901

Download inventaris als:PDF|XML Download inventaris Download inventaris Sluiten
Taalgebruik in onze archieven Taalgebruik in onze archieven Ik heb het begrepen

Archiefvorming

Geschiedenis van de archiefvormer

Florentin Xavier de Brouwer werd op 20 mei 1807 in Mechelen geboren. Op 3 september 1829 huwde hij Sara Wilhelmina Johanna, gravin van Hogendorp (1810-1888), wier achternaam hij bij de zijne voegde. De Brouwer van Hogendorp had, na een geslaagde rechtenstudie in Leuven, belangrijke financiële relaties aangeknoopt met de bankiershuizen Hirsch en Bischofsheim, hetgeen hem in staat stelde invloed uit te oefenen in de Belgische economie. In 1848 werd hij gekozen in de Belgische Kamer van Volksvertegenwoordigers, waarin hij mede ijverde voor een goede spoorwegexploitatie. Zelf projecteerde hij de spoorlijnen vanuit Luik naar Belgisch Limburg, die in de naaste toekomst verbonden zouden worden met Nederlandse lijnen.
Ook in Nederland trachtte hij concessies te verkrijgen, zoals in 1857 voor de lijn Borculo-Enschede-Hannover. Zijn activiteiten breidden zich zelfs uit tot in Rusland, waar hij via zijn relaties het huis Hirsch de financier werd van de spoorlijn Moskou-Riazan, en Turkije, waarheen hij vlak voor zijn dood in 1871 een inspectiereis wilde maken.
Zijn voornaamste bijdrage aan het Nederlands spoorwegwezen was de fusie van zijn Société du Chemin de Fer Liégois-Limbourgeois et ses Prolongements met de in 1863 opgerichte Maatschappij tot Exploitatie van Staatsspoorwegen, waarvan hij tot 1869 mededirecteur was. Onder zijn medebeheer kwam in 1866 de lijn Eindhoven-Luik tot stand, waarvan de exploitatie niet de verwachte baten opleverde, omdat er nog geen aansluitende lijnen in Nederland waren aangelegd. Dit leidde tot geldelijke moeilijkheden in de Maatschappij, die mede door zijn financieringskunde werden overwonnen.

Geschiedenis van het archiefbeheer

Het archief werd in 1953 door mej. A. Thorbecke tegelijk met de collectie Thorbecke aan het Algemeen Rijksarchief overgedragen.
De rechtstitel is (nog) onbekend