Geschiedenis van de archiefvormer
Jan Heemskerk Azn. werd geboren te Amsterdam op 30 juli 1818, als zoon van Abraham Heemskerk en Johanna Jacoba Stuart, dochter van de staatsgeschiedschrijver Martinus Stuart. Hij promoveerde in 1839 te Utrecht tot doctor in de letteren en rechten waarna hij zich te Amsterdam als advocaat vestigde. In 1852 werd hij benoemd tot rechter bij de rechtbank aldaar en in 1864 tot raadsheer bij het provinciaal gerechtshof van Noord-Holland. In tussen was hij in 1851 gekozen tot lid der provinciale staten van Noord-Holland en in 1856 tot lid van de gemeenteraad van Amsterdam. Van 1859 tot 1864 had hij een zetel in de Tweede Kamer. In 1866 werd hij in het kabinet Van Zuijlen van Nijevelt minister van Binnenlandse Zaken. Het politieke strijdtoneel was juist in die dagen in heftige beroering en tot tweemaal toe werd na een motie van afkeuring de Kamer ontbonden, hetgeen tot gevolge had dat Heemskerk in dit kabinet tot weinig sprekende daden kwam. Slechts in de bestrijding der veepest heeft hij zich zeer verdienstelijk kunnen maken. Toen in 1868 de begroting van Buitenlandse Zaken opnieuw door de Kamer werd afgekeurd nam het ministerie na aarzeling haar ontslag.
In 1869 werd Heemskerk opnieuw gekozen tot lid der Tweede Kamer. Thans werd hij algemeen gezien als de aanvoerder der conservatieve partij en toonde zich een fel tegenstander van o.a. Thorbecke. Een verschuiving in de machtsverhoudingen in de Kamer veroorzaakt door de sterk in kracht toegenomen antirevolutionaire partij kostte hem in 1873 zijn zetel.
In hetzelfde jaar werd hij benoemd tot raadsheer bij de Hoge Raad. Door de val van het ministerie Fransen van de Putte werd hij reeds in het volgende jaar opnieuw in de politieke arena geroepen en door de Koning gelast met de vorming van een nieuw kabinet, waarin hij ten tweede male de post van minister van Binnenlandse Zaken bezette. In dit ministerie bracht hij in 1875 de wet op het hoger onderwijs tot stand. De voorbereiding van een nieuwe wet op het lager onderwijs strandde echter in 1877 op een verkiezingsnederlaag.
In 1879 werd opnieuw een beroep op hem gedaan voor een ministerspost, doch hij kon zich niet verenigen met de plannen van de formateur. Nog in hetzelfde jaar werd hij benoemd tot lid van de Raad van State.
Hoewel hij toch reeds op gevorderde leeftijd was gekomen zou het in 1883 geformeerde ministerie waarin hij opnieuw als minister van Binnenlandse Zaken zitting had hem nog de meeste voldoening geven. Onder dit ministerie toch kwam de langverbeide grondwetsherziening tot stand. De hierdoor nodig geworden Kamerontbinding en nieuwe verkiezingen gunden hem geen voortzetting van zijn ministerschap. Opnieuw werd hij benoemd tot lid van de Raad van State waar hij tot zijn laatste levensdag werkzaam was.
Hij is overleden op 9 oktober 1897 te Den Haag.
Literatuur: J.J. Huizinga. J. Heemskerk Azn. Conservatief zonder partij (1818-1897). Harlingen, 1973.