2.21.102 Inventaris van het archief van de familie Krayenhoff, (1730) 1746-1984

Download inventaris als:PDF|XML Download inventaris Download inventaris Sluiten
Taalgebruik in onze archieven Taalgebruik in onze archieven Ik heb het begrepen

Archiefvorming

Geschiedenis van de archiefvormer

Korte Biografie van C.R.T. Kraijenhoff (1758-1840)

Cornelis Rudolphus Theodorus Krayenhoff werd als enige zoon van Cornelis Johannes en Clara Jacoba de Man op 2 juni 1758 in Nijmegen geboren. Hij studeerde rechten, wijsbegeerte en medicijnen in Harderwijk, waarna hij zich te Amsterdam vestigde als arts. Hij schaarde zich daar bij de patriotten en werkte mee aan de omwenteling in januari 1795. Kort daarna werd hij aangesteld als adjunct-inspecteur-generaal der rivieren en als adjunct-controleur der Hollandse fortificatiën. In 1798 werd hij luitenant-kolonel der genie en directeur van het Departement van de Krammer en Biesbosch tot aan en met het eiland Texel, één der territoriale afdelingen, waarin de inmiddels nationaal verklaarde dienst der fortificatiën was verdeeld. Dit departement omvatte vrijwel geheel Holland en Utrecht, inclusief de Grebbelinie. Tot eind 1807 bleef hij zowel in dienst als inspecteur bij de waterstaat en als directeur van de Krammer en Biesbosch etc. bij de genie. In juli 1806 werd hij voorts benoemd tot directeur van het Depot-generaal van Oorlog in de rang van kolonel. Na samenvoeging en reorganisatie van de wapens der genie en artillerie in 1807 werd hij inspecteur-generaal der verenigde korpsen der genie en artillerie, in de rang van generaal-majoor. Van 27 mei 1809 tot 3 maart 1810 was hij minister van Oorlog. Van deze post werd hij op aandrang van Napoleon ontslagen, omdat hij de versterking en verdediging van de stad Amsterdam tegen de annexatie had voorbereid. Van maart tot december 1810 vervulde hij wederom de functie van inspecteur-generaal der artillerie en genie, waarna hij als brigade-generaal der genie bij het Franse leger werd ingelijfd.
Na de terugtocht der Fransen in 1813 werd hij benoemd tot militair gouverneur van Amsterdam, tevens commandant van het eerste territoriale militaire arrondissement. In 1814 volgde zijn benoeming tot inspecteur-generaal der fortificatiën, in de rang van luitenant-generaal. In 1815 werd hij met de titel van baron in de adelstand verheven en in 1818 kreeg hij het grootkruis der Militaire Willemsorde toegekend. Naast zijn dagelijkse werkzaamheden heeft hij zich geruime tijd beziggehouden met geodetische en astronomische metingen en berekeningen, hetgeen onder andere geresulteerd heeft in de bekende choro-topografische kaart van de noordelijke provincies van het Koninkrijk. In 1826 werd hij uit de dienst ontslagen. Op 24 november 1840 overleed hij te Nijmegen.
Voor verdere biografische gegevens zie A.J. van der Aa, Biografisch Woordenboek der Nederlanden, 10e deel, p. 385.

Geschiedenis van het archiefbeheer

Kraijenhof heeft een vrij omvangrijke hoeveelheid papieren nagelaten, die hij in zijn verschillende ambtelijke functies heeft gevormd en verzameld. Onmiddellijk na zijn pensionering in 1826 heeft men bij het departement van Oorlog de waarde van deze verzameling onderkend. Krayenhoff mocht deze papieren bij zich houden, maar mocht geen stukken vervreemden. Na zijn dood in 1840 hebben functionarissen van het Archief van Oorlog deze verzameling geselecteerd op stukken die voor de administratie van waarde waren. Deze geselecteerde stukken zijn gevoegd in de verzameling Memories der Genie. De overige stukken werden bij de familie gelaten. In 1860 werd hiervan een inventaris opgemaakt, waarna nogmaals stukken voor de memorie-verzameling werden afgestaan.
Inventarisnummer 77.
Tenslotte is de restant-collectie in 1894 en 1910 door de familie Krayenhoff aan het Algemeen Rijksarchief afgestaan.
Bij de inventarisatie van de archieven van het departement van Oorlog in de jaren veertig door M.D. Lammerts is deze restant-collectie Krayenhoff uit elkaar gehaald. Stukken zijn gevoegd in de archieven van de inspecteurs van de Waterstaat vóór 1850, in het archief van de Hollandse fortificatiën en in het archief van de inspecteur-generaal der fortificatiën. Voorts werden stukken betreffende de veldtocht in Noord-Holland in 1948
Archief 2e afdeling A.R.A., minuut van brief aan rijksarchivaris in Noord-Holland D 114 van 23 april 1948
aan het Rijksarchief in Noord-Holland overgedragen. Het merendeel van deze opsplitsingen is archivistisch verantwoord, omdat de betreffende stukken door Krayenhoff zelf uit deze archieven gelicht zijn en niet zijn teruggelegd.
Er bleken in het verleden enige minder juiste beslissingen genomen te zijn.
De overdracht naar Noord-Holland berustte zuiver op pertinentie en is weer ongedaan gemaakt.
Archief 2e afdeling A.R.A., dossier D 9.87 (1975)
In de archieven van de Krammer en Biesbosch en van de inspecteur-generaal der fortificatiën berustten enige stukken afkomstig van Krayenhoff, ontvangen en opgemaakt in een andere functie. Deze stukken zijn teruggebracht naar de archieven waartoe ze behoren.
archief 2e afdeling A.R.A., dossier D 9.141 (1978)
De stukken beschreven in de inventarisnummers 62-73 behoorden oorspronkelijk niet tot het archief van Krayenhoff, maar zijn als enig overgebleven fragment van het archief van het Eerste territoriale militaire arrondissement aan deze collectie toegevoegd. Deze maatregel hoewel archivistisch onjuist, is uit praktische overwegingen genomen om te voorkomen dat deze stukken uit het zicht raken wanneer ze worden opgenomen in een collectie handschriften of losse aanwinsten.
De in deze inventaris beschreven archivalia zijn ingedeeld naar de functies van Krayenhoff. Voorts is een concordantie met de inventarissen van de aanwinsten 1894 en 1910 opgenomen.

De verwerving van het archief

Inbewaringgeving van een particulier archief, niet in eigendom verkregen