2.21.118 Inventaris van een verzameling stukken van mr. Robert Melvil baron van Lynden [levensjaren 1843-1910], 1900-1905

Download inventaris als:PDF|XML Download inventaris Download inventaris Sluiten
Taalgebruik in onze archieven Taalgebruik in onze archieven Ik heb het begrepen

Archiefvorming

Geschiedenis van de archiefvormer

Robert Melvil baron van Lynden (ook wel Lijnden) werd geboren op 6 maart 1843 te Amsterdam. Na een carrière als rechter in de Arrondissementsrechtbank te Utrecht werd hij in 1900 benoemd tot secretaris-generaal van het Permanente Hof van Arbitrage in Den Haag. Een jaar later (op 1 augustus 1901) werd hij benoemd tot minister van Buitenlandse Zaken in het kabinet Kuyper. Op 9 maart 1905 bood hij zijn ontslag aan. Hij overleed op 27 april 1910 te Den Haag.

Geschiedenis van het archiefbeheer

Mr. Robert Melvil van Lynden bepaalde op 2 april 1907, dat zijn stukken en papieren, uit de tijd toen hij minister van Buitenlandse Zaken was, na zijn dood in handen gesteld moesten worden van een commisse, bestaande uit zijn broer F.M. baron van Lynden en zijn neven mr. dr. C.W.A. baron van Vredenburch en mr. dr. F.A.C. graaf van Lynden van Sandenburg, die moesten beoordelen welke stukken wel en welke niet konden worden gepubliceerd. Zijn verzamelingen "Mijne moeilijkheden met Baron van Heeckeren", "Geschiedenis van mijn aftreden" en "Oorzaken van mijn aftreden als minister van Buitenlandsche Zaken"(de inv.nrs 9 en 10) waren voor publiciteit bestemd zodra "de daarin verhaalde zaken tot het domein der geschiedenis zullen behooren"of zodra de commissie oordeelde dat na een publicatie van derden deze stukken dienden te worden openbaar gemaakt
De commissie kreeg volmacht om deze stukken in het Algemeen Rijksarchief te deponeren
Na het overlijden van F.M. baron van Lynden nam mr. M. van Notten zijn plaats in de commissie in. Baron van Vredenburch ordende het materiaal en bewaarde het in zijn huis te 's-Gravenhage, waar dr. N. Japikse er kennis van kon nemen (zie inv.nr. 17)
De zoon van het derde lid van de commissie, mr. C.Th. E. graaf van Lynden van Sandenburg, wonend op het kasteel Sandenburg te Neerlangbroek droeg deze verzameling in 1955 over aan het Algemeen Rijksarchief, als hoedanig de stukken voorlopig zoveel mogelijk chronologisch onder aanwinst III van dat jaar in de "Verslagen" werden beschreven
Bij de uiteindelijke inventarisatie is de "algemeene inventaris"van de stukken (zie inv.nr. 16) als leidraad genomen, waarop 15 portefeuilles vermeld staan, terwijl in iedere portefeuille een genummerde inhoudsopgave ligt, die correspondeert met de stukken. Voor eventuele splitsing van de dossiers was daarom geen aanleiding, te meer daar sindsdien de stukken genummerd waren voor uitlening.

De verwerving van het archief

Het archief is door schenking verworven.