2.21.165 Inventaris van het archief van de familie Uhlenbeck, 1744-1962 (1978)

Download inventaris als:PDF|XML Download inventaris Download inventaris Sluiten
Taalgebruik in onze archieven Taalgebruik in onze archieven Ik heb het begrepen

Archiefvorming

Geschiedenis van de archiefvormer

1. Het geslacht Uhlenbeck in Velbert en Ceylon

Het geslacht Uhlenbeck
Voor een beschrijving van het geslacht Uhlenbeck, zie Nederlands Patriciaat, jaargang 31, 1945, pag. 287-298, en de zich daarin bevindende literatuurverwijzing. Zie voor nadere details ook inventarisnummers 50 en 202.
is afkomstig van het landgoed Eulenbeck onder Velbert (Rijnstreek, hertogdom Berg), dat door de eigenaars vanaf de 15e eeuw in exploitatie was gebracht. In de 18e eeuw werd er een ijzergieterij opgericht. Johan Wilhelm Uhlenbeck (1744-1812)
P.C. Molhuysen, P.J. Blok, L. Knappert, Nieuw Nederlandsch Biografisch Woordenboek, deel V, kolom 982-986, bevat beschrijvingen van Christianus Cornelius Uhlenbeck (1780-1845), Christian Eliza Uhlenbeck (1840-1897), Johan Wilhelm Uhlenbeck (1744-1812) en Olke Arnoldus Uhlenbeck (1810-1888).
verliet echter het landgoed en diende als Feldwebel Frederik de Grote. In 1768 vluchtte hij na een duel naar Ceylon, waar hij zich in dienst van de Verenigde Oost-Indische Compagnie begaf. Als majoor-commandant van Galle werd hij in 1796 bij de overgave van Ceylon aan de Engelsen krijgsgevangen gemaakt. Na zijn vrijlating leefde hij als ambteloos burger voort. Op 3 september 1775 huwde hij Maria Wilhelmina Gildemeester (1757-1813). Zijn zoon Christianus Cornelius Uhlenbeck (1780-1845) raakte bij de overgave van Ceylon eveneens krijgsgevangen, doch trad weldra als civiel-ingenieur in Engelse dienst. Dit stelde hem mede in staat om de Nederlandse kolonie in Ceylon te vertegenwoordigen, wanneer de belangen van zijn landgenoten (de "burgers") moesten worden behartigd. Zo wist hij de afschaffing van de slavernij op Ceylon te bewerkstelligen. Op 26 mei 1805 huwde hij Catharina Elisabeth Andringa, die hem in Colombo negen kinderen schonk. Terwille van de maatschappelijke ontplooiing van deze kinderen besloot hij in 1820 tot de overtocht naar Nederland, hetgeen leidde tot een openbaar afscheid van alle "burgers". Het schip, waarop hij met zijn moeder en zijn gezin voer, leed in 1821 schipbreuk voor de Tafelbaai, hetgeen echter slechts tot materiële verliezen leidde. Uhlenbeck vestigde zich als ambteloos burger in Voorburg, waar hij in 1828 tot burgemeester werd benoemd. Tien jaar later nam hij ontslag, maar zijn technische vaardigheden, opgedaan in Ceylon, leidden ertoe, dat hij bij de oprichting van de koninklijke akademie voor de opleiding van burgerlijke ingenieurs in Delft onder ir. A. Lipkens tot administrateur werd benoemd.

2. Olke Arnoldus Uhlenbeck (1810-1888)

Olke Arnoldus, de tweede zoon van Christianus Cornelius Uhlenbeck en Catharina Elisabeth Andringa, werd op 18 maart 1810 in Colombo geboren. Op 11-jarige leeftijd maakte hij de wederwaardigheden van de overtocht naar Nederland mee. Na een opleiding op een Engels college begon in 1826 een marine-opleiding, die tijdelijk door de actieve dienst werd onderbroken toen in de jaren 1830-1832 de Nederlandse marine bij gelegenheid van de afscheiding van België op de Schelde moest opereren. Bij een landingsoperatie voor de citadel van Antwerpen in 1832 liep Uhlenbeck een hoofdwond op. Naar aanleiding van deze krijgsverrichtingen werd hij bij Koninklijk Besluit van 8 oktober 1842, nr. 4, tot ridder in de Militaire Willemsorde, 4e klasse, benoemd.
Als luitenant ter zee werd hij in 1835 toegevoegd aan ir. A. Lipkens, die als adviseur van het departement van Binnenlandse Zaken tevens de koning van advies moest dienen over door hemzelf ontworpen duikboten. Uhlenbeck kreeg de taak deze boten te vergelijken met Engelse modellen, ze varensgereed te maken en te beproeven. Weldra werd hij ook betrokken bij de opleiding van duikers en bij onderzoekingen van onderzee-toestellen op non-belligerent terrein. De door hem en Lipkens op deze manier geperfectioneerde vindingen werden echter niet operatief gemaakt. Lipkens werd in 1842 directeur van de koninklijke akedemie voor de opleiding van burgerlijke ingenieurs in Delft, Uhlenbecks opdracht werd in 1844 ingetrokken, omdat hij tot lid van een commissie ter aanbieding van geschenken aan de keizer van Japan werd benoemd en op het fregat "Bromo" werd geplaatst.
Aldus werd hij betrokken bij het diplomatiek initiatief van koning Willem II ter verruiming van de Nederlands-Japanse betrekkingen. In Japan verbleef hij op het fregat "Palembang" in afwachting van 's keizers antwoord op het verzoek om aanbieding. Zijn ergernis over het commando over de "Palembang", over de verhoudingen tussen de Nederlandse handelsfactorij op Deshima en de Japanse overheid en over de beperkingen in bewegingsvrijheid die hemzelf en zijn manschappen door de Japanners waren opgelegd, brachten hem in een conflict met het opperhoofd van de Nederlandse handel in Japan, dat in 1846 door de goeverneur-generaal van Nederlandsch-Indië in zijn nadeel werd beslecht. Een periode van gedeeltelijke nonactiviteit volgde door ziekte van Uhlenbeck en zijn vrouw Marie Jeanne Arnoldine Lette, met wie hij op 25 april 1839 gehuwd was. In 1850 werd hij belast met de inspectie van het loodswezen in Amsterdam, maar na de dood van zijn vrouw op 19 oktober 1852 ging hij weer in actieve dienst. Op 3 november 1854 huwde hij Antoinette Lette, de zuster van zijn overleden vrouw. Rangverhoging en een zekere roem behaalde hij, toen hij in 1856 met de verouderde raderboot de "Vesuvius" moest optreden tegen zeeroversbases in de Molukken. Op zijn geslaagde poging om het schip in noodweer te behouden en de daarbij betoonde moed volgde zijn bevordering tot kapitein-luitenant. In 1859 nam "lord Donderton", zoals allengs zijn bijnaam werd, tijdelijk het commando over de marine in Suriname waar. In 1861 werd hij bevorderd tot kapitein ter zee, en als zodanig voerde hij het bevel over een nieuw type fregat met stoomvermogen "Adolf Hertog van Nassau", waarmee hij verscheidene malen wereldreizen ondernam. In 1866 werd hij bevorderd tot schout-bij-nacht en werd hem het commando van het marine-etablissement Willemsoord opgedragen. In 1869 werd hij vice-admiraal en het jaar daarop werd hij benoemd tot commandant van de zeemacht in Oost-Indië.
Onder zijn commando begonnen de schermutselingen tegen zeeroverijen aan de noordkust van Sumatra, die in 1874 zouden uitlopen op de Atjeh-oorlog. Hij zelf keerde echter reeds terug naar Nederland, toen de eerste aanvallen op de kust van Atjeh plaatsvonden. Op 25 april 1874 werd hij op zijn verzoek uit de dienst ontslagen en gepensioneerd. Op 26 maart 1888 overleed hij in Den Haag.

3. Christian Eliza Uhlenbeck (1840-1897) en zijn nakomelingen

Een levensbericht van Christian Eliza Uhlenbeck bevindt zich in het Marineblad nr. 9, 1 maart 1897, inventarisnummer 85. Een dienststaat bevindt zich in het stamboek van marine-officieren na 1850, nr. 208 en in inventarisnummer 87.
Christian Eliza, de enige in leven gebleven zoon van Olke Arnoldus Uhlenbeck en zijn eerste vrouw Marie Jeanne Arnoldine Lette, werd op 7 mei 1840 in Voorburg geboren. Hij volgde het voetspoor van zijn vader en werd op 14-jarige leeftijd adelborst aan de Koninklijke Militaire Akademie in Breda. In 1857 begon zijn loopbaan als zee-officier op het schip de "Admiraal van Wassenaar", en van 1859 tot 1861 was hij betrokken bij patrouilles in Nederlandsch-Indië. Bij enkele gelegenheden voerde hij het commando over de schoenerbrik "Makassar" voor de kust van Borneo. Van 1864 tot 1865 voer hij onder bevel van zijn vader Olke Arnoldus op het fregat met stoomvermogen "Adolf Hertog van Nassau". Sedertdien bleef hij voornamelijk betrokken bij de opleiding van marine-officieren in het moederland en bij beproeving van nieuwe vindingen op technisch gebied. In 1875 vertrok hij weer naar Nederlandsch-Indië, waar hij werd gestationeerd voor de noordkust van Atjeh om het bevel te voeren over de bevoorrading van manschappen, die daar een bruggenhoofd hadden gevormd. Zelf had Uhlenbeck het commando over een landingsdivisie, die in 1877 de vorstendommen Samelangan en Merdu pacificeerde. In 1878 keerde hij om gezondheidsredenen naar Nederland terug.
In 1880 bevorderd tot kapitein-luitenant, kreeg hij het bevel over het wachtschip "Hellevoetsluis". In 1882 had hij de leiding over de opleiding van bootsmansleerlingen aldaar. Deze activiteit werd onderbroken, toen hij in 1884 tot chef van de eerste afdeling van Marine in Batavia werd benoemd. In 1887 zette hij in Nederland zijn activiteiten in de onderwijssfeer voort, omdat hij tot commandant van het Koninklijk Instituut voor de Marine en directeur van het Onderwijs werd benoemd. Dit bleef hij tot zijn bevordering tot schout-bij-nacht in 1892: hem werd toen het commando van de marine in Willemsoord en van de stelling Den Helder opgedragen.
Op 16 september 1896 vroeg Uhlenbeck om gezondheidsredenen ontslag en pensioen aan. Op 7 januari 1897 overleed hij in Zandvoort.
Christian Eliza was op 19 mei 1871 gehuwd met Anna Christina ten Bosch. Uit dit huwelijk kwamen drie zoons voort, waarvan de oudste, Olke Arnoldus, op 9 maart 1872 in Tiel geboren werd. Hij was voorbestemd om de voetsporen van zijn vader te volgen, maar werd als adelborst afgewezen. Nu volgde hij de opleiding Indisch Ambtenaar in Delft en begon vanaf 1896 een burgerlijke loopbaan bij de Algemene Secretarie in Batavia
Voor een staat van dienst als indisch ambtenaar, bijgehouden vanwege zijn pensionering, zie inventarisnummer 133.
. In 1904 werd hij referendaris, in 1907 en 1908 nam hij het secretariaat van de Raad van Indië waar.
Na tijdelijk aan de departementen van Oorlog en Eredienst verbonden te zijn geweest, werd hij in 1910 definitief secretaris van de Raad van Indië. In 1919 werd hij lid van de Algemene Rekenkamer van Nederlandsch-Indië. In 1923 nam hij ontslag uit 's lands dienst en keerde naar Den Haag terug, alwaar hij werd gepensioneerd. Op 2 februari 1929 overleed hij.
Zijn beide broers Johannes Diederik Uhlenbeck (1875-1939) en Anne Christiaan Anton Uhlenbeck (1883-1927) hadden administratieve functies in Indische ondernemingen. Johannes Diederik was administrateur van de onderneming Kwala Namoe van de Medan Tabak Maatschappij, Anne Christiaan Anton van de ondernemingen Penandjoeng en Mandalaneh onder Soerabaja.
Olke Arnoldus Uhlenbeck was gehuwd met Maria Berbera Visser (geboren 1874), die hem één zoon schonk, Christiaan Eliza Olke. Deze werd op 2 september 1904 in Buitenzorg geboren en begon, na een marine-opleiding vrijwillig te hebben afgebroken, zijn loopbaan als surnumerair bij de belastingen in Rotterdam. In 1935 was hij firmant van de commissionairsfirma Schuller & Co., die in 1949 opging in de Rotterdamsche Bank N.V.

4. Het geslacht Guyot

Op 24 mei 1871 huwde Antoinette Uhlenbeck, een dochter van Olke Arnoldus Uhlenbeck (1810-1888) en Marie Jeanne Arnoldine Lette (1813-1852), Henri Daniel Guyot (1836-1912), die als marine-officier bevriend raakte met Olke Arnoldus en zijn zwager Christian Eliza Uhlenbeck. Hij was de zoon van Paul Charles Guillaume Guyot (1800-1861)
Voor een beschrijving van het geslacht Guyot, zie Nederlands Patriciaat, jaargang 2, 1911, pag. 172-175.
en Henriette Jacqueline van Noort (1799-1869).
Paul Charles Guillaume Guyot, die op zijn beurt de zoon was van de oprichter van het doofstommeninstituut in Groningen, Henri Daniel Guyot (1753-1828)
Een biografie van Henri Daniel Guyot bevindt zich in P.C. Molhuysen e.a., Nieuw Nederlandsch Biografisch Woordenboek, deel I, kolom 1008.
, begon in 1814 zijn loopbaan als militair
Een biografie van Paul Charles Guillaume Guyot bevindt zich in o.c., kolom 1009. Een staat van dienst bevindt zich in het stamboek van officieren na 1813, inventarisnummer 301, fo. 149.
. Hij werd opgeleid in de artillerieschool in Delft, waar hij in 1819 assistent-instructeur werd. Ook doceerde hij aan de Koninklijke Militaire Akademie in Breda, totdat hem in 1829 als kapitein-luitenant werd opgedragen de goeverneur-generaal J. van den Bosch als adjudant te begeleiden naar Nederlandsch-Indië tot diens ontslag. Als zodanig was hij niet alleen betrokken bij de militaire aspecten van het goevernement en de persoonlijke veiligheid van de goeverneur-generaal, maar diende hij de goeverneur-generaal ook op andere beleidspunten van advies.
Na het aftreden van goeverneur-generaal Van den Bosch keerde Guyot eveneens naar Nederland terug, waar hij zich na twee jaar non-activiteit uit de militaire dienst terugtrok en zich in Nijmegen vestigde.
Daar maakte hij naam als historicus en bekleedde hij diverse functies. In 1846 werd hij tot lid van de Provinciale Staten van Gelderland gekozen, maar in 1851 verhuisde hij naar Den Haag, waar hij in 1857 lid van de gemeenteraad en in 1858 wethouder werd. Zijn plotselinge dood in 1861 maakte een eind aan zijn politieke loopbaan.
Henri Daniel Guyot werd op 7 mei 1836 in Nijmegen geboren. Hij begon zijn marineloopbaan als kadet in de Koninklijke Militaire Akademie in Breda in 1850 en werd in 1887 gepensioneerd als schout-bij-nacht titulair
Een dienststaat van Henri Daniel Guyot bevindt zich in het stamboek van marine-officieren na 1850, nummer 159.
. In 1864 verbleef hij een half jaar in Suriname. Van 1870 tot 1874 was hij belast met de begeleiding van Olke Arnoldus Uhlenbeck, commandant van de zeemacht in Oost-Indië, die weldra ook zijn schoon-vader werd. Op 24 mei 1871 huwde hij diens dochter Antoinette. Hij was in de jaren 1873-1874 en in 1878 betrokken bij patrouilles en schermutselingen in Atjeh en in 1873 tijdelijk verbonden aan het departement van Marine in Batavia. In 1879 was hij tijdelijk hoofd van de 1e afdeling van Marine aldaar.
Guyot was van 1889 tot 1897 lid van de Tweede Kamer als afgevaardigde van het eerste kiesdistrict in Den Haag, waar hij op 6 mei 1912 overleed.

Stamboom van het geslacht Guyot:

Stamboom van het geslacht Uhlenbeck:

Geschiedenis van het archiefbeheer

In het Nieuw Nederlandsch Biografisch Woordenboek, deel IV, kolom 983
P.C. Molhuysen, P.J. Blok, L. Knappert, Nieuw Nederlandsch Biografisch Woordenboek, deel V, kolom 982-986, bevat beschrijvingen van Christianus Cornelius Uhlenbeck (1780-1845), Christian Eliza Uhlenbeck (1840-1897), Johan Wilhelm Uhlenbeck (1744-1812) en Olke Arnoldus Uhlenbeck (1810-1888).
maakt professor C.C. Uhlenbeck melding van archivalia, afkomstig van Christianus Cornelius Uhlenbeck, berustend bij "zijn nabestaanden". Uhlenbeck correspondeerde toen met Olke Arnoldus Uhlenbeck (1872-1929) over diens voorgeslacht
Vergelijk inventarisnummer 127.
. Het familiearchief, dat bij Olke Arnoldus berustte, werd uitgebreid met enige papieren, afkomstig van nakomelingen van Henri Daniel Guyot (1753-1828). Men mag aannemen, dat Paul Charles Guillaume Guyot zijn historiografische aantekeningen, die hij in Nijmegen maakte, te zamen met de door hem verzamelde oudheden aan de gemeente heeft geschonken. Zij werden in 1977 door de gemeentearchivaris in een verzameling verspreide handschriften aangetroffen, en een inventaris van dit bestand is in voorbereiding.
Correspondentie van de Tweede Afdeling van het Algemeen Rijksarchief, 1977, D 638, bevat een voorlopige opgave van de in Nijmegen aangetroffen handschriften door B.A.M. Kruysen. De opgave is als Aanhangsel II bij deze inventaris gevoegd.
In 1975 gaf Christiaan Eliza Olke Uhlenbeck het familiearchief in bruikleen aan de bibliotheek van de Nederlandse Genealogische Vereniging in Naarden. Enkele bescheiden hieruit werden door de vereniging in multokaternen ingeplakt en in de documentatieverzameling opgenomen. Deze is terwille van het genealogisch onderzoek in zijn geheel van een klapper voorzien. Toen een artikelenserie van A. Korthals Altes in het NRC-Handelsblad de waarde van het familiearchief voor uitgebreider historisch onderzoek aantoonde, werden gedeelten van dit archief tijdelijk op het Algemeen Rijksarchief gedeponeerd met het doel, er kopieën van te laten maken
Correspondentie van de Tweede Afdeling, 1976 D 1436, 1671; 1977 D 9.51, 9.56.
. Na nader overleg met de heer Uhlenbeck en het bestuur van de Nederlandse Genealogische Vereniging volgde een overdracht van deze bruikleen aan het Algemeen Rijksarchief
Correspondentie van de Tweede Afdeling, 1977 D 9.80, 9.90, 9.98, 9.104, 9.105, 9.145.
. De in de multo-katernen geplakte stukken werden als onvervreemdbaar en bijgevolg als aan de vereniging geschonken beschouwd en bleven in de bibliotheek van de vereniging in Naarden. Dit had ten gevolge, dat het familiearchief Guyot nagenoeg geheel in twee delen uiteenviel, evenals enkele archiefbestanddelen van Christian Eliza Uhlenbeck (1840-1897) en Olke Arnoldus Uhlenbeck (1872-1929).
In december 1982 werd het familiearchief aangevuld met stukken, afkomstig van Johannes Diederik Uhlenbeck (1875-1939) die tot dan toe in het Centraal Bureau voor Genealogie berustten
Correspondentie van de Tweede Afdeling, 1982 D 9.197.
.

De verwerving van het archief

Het archief is voor langere tijd in beheer, niet in eigendom verkregen.