Geschiedenis van de archiefvormer
Jean Henri Van Swinden
Een uitgebreide biografie van Jean Henri Van Swinden bevindt zich in R. Rentenaar. Van Swindens vergelijkingstafels van lengte- en landmaten, deel II (Wageningen, 1971), pag. 39-56. Enige gegevens kan men ook aantreffen in P.C. Molhuysen en P.J. Blok, Nieuw Nederlands Biografisch Woordenboek deel IV (Leiden 1918) kolom 1289.
(1746-1823) is het bekendst geworden door zijn arbeid in de internationale commissie tot vaststelling van een eenheidsstelsel in maten en gewichten, die in de jaren 1798-1799 in Parijs werkzaam was. Hij redigeerde twee tussenrapporten en het eindrapport van de commissie en verwierf daardoor grote internationale roem, waardoor hij als Nederlander op blijvend respect van het Franse keizerrijk kon bogen. Hij beschouwde zich in eerste instantie als wetenschapsman en als initiatiefnemer op wetenschappelijk terrein en was openlijk afkerig van politiek. Zijn streven naar de vooruitgang van kennis bracht hem echter in aanraking met de patriottische beweging, hetgeen politiek engagement onvermijdelijk maakte.
Wanneer hij zich genoodzaakt zag om, na vaak herhaald weigeren om gezondheidsredenen (hij had last van reumatische aandoeningen) alsnog een functie te aanvaarden, liet hij zich kennen als een doctrinaire en weinig plooibare persoonlijkheid, waarmee ondanks grote waardering, moeilijk was samen te werken. Het meest werd hij dan ook gerespecteerd als adviseur en individueel rapporteur. De opstelling van de maatregelen ter invoering van het nieuwe stelsel van maten en gewichten, door Van Swinden gepropageerd in zijn hoofdwerk Vergelijkingstafels van lengtematen en landmaten werd dan ook door koning Lodewijk Napoleon overgelaten aan een meer collegiaal ingestelde geestverwant Hendrik Aeneae.
Van Swinden had zich, na zijn promotie en zijn benoeming als hoogleraar in Franeker in 1766, gespecialiseerd in het aardmagnetisme en de landmeting. In 1785 benoemd tot hoogleraar in het Athaeneum in Amsterdam toonde hij zich echter veelzijdiger door zijn inzet voor het genootschap Felix Meritis. Samen met zijn collega, de briljante jonge wiskundige Pieter Nieuwland, publiceerde hij in 1787 een verhandeling over het bepalen der lengte op zee. Door de oprichting van een tijdschrift voor zeelieden en een Kweekschool van de Zeevaart in Amsterdam streefde hij - in de geest der Verlichting - naar popularisering van deze nieuw verworven kennis. Zijn in 1794 gehouden lezing voor het nieuwe Franse metrieke stelsel in Felix Meritis kon door zijn stadsgenoten in het onder Pruissische suzereiniteit staande stadhouderschap van Willem V uitgelegd worden als een aanvaarding van de beginselen der Franse revolutie. Toen zich dan ook in januari 1795 de Bataafse omwenteling voltrok, werd hij benoemd tot lid van het Comité tot de Zaken van Marine en tot Amsterdams afgevaardigde bij de Provisionele Repraesentanten van het Volk van Holland. Daar verdedigde hij de Amsterdamse belangen voor vrijhandel, maar toonde hij zich geen konsekwent federalist: op het gebied van constitutionele en burgerlijke vrijheden toonde hij zich sterk centralistisch en discriminerend. In 1801 werd hij benoemd tot lid van het Uitvoerend Bewind: zijn keus werd toegejuicht door de Franse diplomaten en door degenen, die beducht waren voor te radicale patriottische standpunten. Niettemin nam hij binnen dit comité een geïsoleerde positie in: hij verdedigde het voor de Hollandse steden gewenste vrijhandelsstelsel tegen de Franse aandrang tot protectionisme en blokkade en stelde zich in de constitutionele debatten behoudzuchtig en intransigeant op. Toen in 1802 de staatsgreep van Augereau tegen het Frankrijk onwelgevallig geworden comité plaatsvond, ontging hem ternauwernood de arrestatie.
Morele moed heeft Van Swinden vooral getoond tijdens de inlijving. Toen de keizer om bezuinigingsredenen een einde wilde maken aan het Athaeneum van Amsterdam, de Kweekschool voor de Zeevaart en het door koning Lodewijk opgerichte en door Van Swinden mede bezielde Koninklijk Instituut, wist Van Swinden deze instellingen te redden door onverschrokken tot de keizer het woord te richten. De Kweekschool werd aan een Frans bestuur overgedragen; Van Swinden weigerde principieel de voorzittershamer te overhandigen: Na de onafhankelijkheidsverklaring bleef hij zich trouw achten aan de eed van afkeer van 1796: als Noord-Nederlandse notabele stemde hij tegen de constitutie van 1815: Wel bleef hij zich verdienstelijk maken als een veelzijdig "technisch" adviseur op wetgevend terrein, reden waarom koning Willem I hem dan toch tot Minister van Staat benoemde.
Geschiedenis van het archiefbeheer
Blijkens opschriften op enkele omslagen is de papieren neerslag van Van Swindens nalatenschap kort na zijn overlijden geordend en systematisch beschreven. Enkele omslagen met de originele nummering en een tafel zijn bewaard gebleven
Zie inventarisnummer 71.
. Het archief raakte echter naderhand verspreid en tal van stukken geraakten in handen van verschillende particulieren en in handschriftenverzamelingen van universiteitsbibliotheken.
Het mag als een ironie van het lot beschouwd worden, dat juist Van Swindens politieke papieren (betreffende zijn lidmaatschap van de Provisionele Repraesentanten van het Volk van Holland en van het Uitvoerend Bewind) nagenoeg integraal bewaard zijn gebleven. In 1899 werd de nagelaten bibliotheek en verzameling van mr J. Rooijaards van den Ham bij de firma Beijers in Utrecht geveild; voor ongeveer 6 gulden kocht het Algemeen Rijksarchief twee portefeuilles die, globaal beschreven in het jaarverslag, in dezelfde orde in het depot werden geplaatst
Verslagen van 's Rijks Oude Archieven, 1899. pag. 25, pag. 71-72.
. Hieraan konden eerst in 1970 enkele wetenschappelijke manuscripten worden toegevoegd. Deze geraakten via Van Swindens dochter Anna Elisabeth (1777-1867) in handen van haar echtgenoot, de Amsterdamse medicus en hoogleraar Gerard Vrolik (1775-1859) en maakten deel uit van het familie-archief Vrolik, dat over twee van zijn kleindochters werd verdeeld.
Zij werden in 1970 door bemiddeling van het Centraal Register van Familie-archieven aan het Algemeen Rijksarchief in bewaring gegeven door M. baron Van Aerssen Beveren van Voshol
J.A.A. Bervoets, Inventaris van een verzameling papieren, afkomstig van het geslacht Vrolik en aanverwante geslachten.
.
In 1980 werden hieraan nog enige stukken toegevoegd, die ten onrechte in het archief van de Essayeur-generaal van 's Rijks Munt waren gedeponeerd.
Het archief werd in 1980 geinventariseerd door drs J.A.A. Bervoets, chartermeester I bij de Tweede Afdeling van het Algemeen Rijksarchief.
De verwerving van het archief
De rechtstitel is (nog) onbekend