2.21.218 Inventaris van het archief van prof. dr. P. Muntendam [levensjaren 1901-1986], (1927) 1936-1986

Download inventaris als:PDF|XML Download inventaris Download inventaris Sluiten
Taalgebruik in onze archieven Taalgebruik in onze archieven Ik heb het begrepen

Archiefvorming

Geschiedenis van de archiefvormer

Prof. dr. Pieter Muntendam werd op 22 september 1901 in Amsterdam geboren. In 1924 legde hij zijn artsexamen af aan de Gemeentelijke Universiteit aldaar. In 1936 promoveerde hij tot doctor in de Geneeskunde aan de Rijksuniversiteit in Utrecht op een dissertatie over de De sociale beteekenis van Rheumatiek. Zijn belangstelling richtte zich vooral op de sociale geneeskunde, waarvoor hij zich zowel op universitair als op bestuurlijk niveau inspande.
Van 1949 tot 1964 was hij directeur-generaal van Volksgezondheid bij het ministerie van Sociale Zaken: deze functie werd onderbroken in de jaren 1950-1953, toen hij staatssecretaris van Sociale Zaken en Volksgezondheid was. Van 1953 tot 1964 was hij bovendien buitengewoon hoogleraar in de sociale geneeskunde aan de Rijksuniversiteit in Leiden; van 1964 tot 1972 was hij gewoon hoogleraar; daarna was hij op emeritaat.
In 1982 nam prof. Muntendam ontslag als voorzitter van de staatscommissies inzake het Bevolkingsvraagstuk en de Alternatieve Geneeswijzen.
Professor Muntendam was betrokken bij tal van adviezen op het gebied van de volksgezondheid en het maatschappelijk welzijn: onder meer hield hij zich bezig met het bevolkingsvraagstuk en uit dien hoofde met de problematiek rond gezinsplanning, geboortenbeperking en abortus. Hij nam persoonlijke standpunten in op het gebied van de gezondheidszorg, waarbij hij vooral vraagtekens plaatste bij het monopolie van de arts in zijn beroepsuitoefening. Zijn archief is van betekenis omdat hierin allerlei opinies op het gebied van overheidsbeleid ten aanzien van gezondheidszorg vermeld zijn.

Geschiedenis van het archiefbeheer

Bij zijn ontslag als voorzitter van de staatscommissies inzake het Bevolkingsvraagstuk en de Alternatieve Geneeswijzen in 1982, bleef in zijn werkkamer op het toenmalige ministerie van Volksgezondheid en Milieuhygiëne een deel van zijn persoonlijk archief achter, dat door de beheerder van het oud archief werd beschreven en naar het Algemeen Rijksarchief werd overgebracht.
In 1983 volgde hierop een aanvulling. In 1984 werd het archief gecompleteerd met hetgeen bij hem thuis aanwezig was. Een klein deel van zijn papieren bleef achter, omdat hij dat nog voor zijn werkzaamheden nodig had.
Vervolgens zijn in 1985 en 1986 nog aanvullingen gedaan.