De familie (Laman) Trip
Als stamvader van de familie Trip wordt beschouwd Gerrit Janszoon, sedert 1495 vermeld in Zaltbommel, die naar het door hem aldaar bewoonde huis, ook Gerrit in de Trip genoemd werd.
Nederlands Adelsboek 1987, blz. 78. The Trip Family, an outline of five centuries, Short history of earlier Trips and autobiography by dr. H.L. van Vierssen Trip, Ottawa, 1988.
Van de overlevering als zou de herkomst van de familie enkele eeuwen eerder moeten worden gezocht in de omgeving van Luik
Zie jhr. mr. H.J. Trip: De Familie Trip. Groningen, 1883, blz. 5-6.
werd door onderzoekingen van W. Wijnaendts van Resandt in 1916 al aangetoond, dat zij niet met schriftelijke bewijzen valt te staven.
Zie inventarisnummers 226-227, jhr. H. Trip. De familie Trip, z.p., 1924 en P.W. Klein: De Trippen in de 17e eeuw, een studie over het ondernemersgedrag op de Hollandse stapelmarkt, Assen, 1965, blz. 19.
Ook de veronderstelling, dat het Duitse kasteel Trips
Burg Trips, bij Geilenkirchen, Noordrijn-Westfalen, oorspronkelijk eigendom van de graven Berghe von Trips, in de 17e eeuw vererft aan de Freiherren von Eynatten, die thans nog eigenaar zijn.
ooit familie-eigendom zou zijn geweest
Jhr. mr. H.J. Trip. Idem, blz. 5 en 32.
berust op een mythe, evenals een mogelijke Britse afstamming van de Nederlandse Trippen.
Burke's Genealogical and Heraldic History of the Landed Gentry, Londen, 1952, blz. 2548, vermeldt een verwantschap met de Britse familie Tripp. Zie ook inv.nr. 196.
De familie Trip beoefende de koop- en rivierhandel, aanvankelijk te Zaltbommel, later te Dordrecht en Amsterdam, en verwierf zich al vroeg een zekere welstand en sociaal aanzien.
P.W. Klein. Idem, blz. 26.
Vooral de broers Jacob (1576?-1661) en Elias Trip (1570?-1636), die zich in Amsterdam vestigden, verwierven een groot vermogen door de handel in koper, ijzer en wapens, samen met hun zwager Louis de Geer. Elias Trip behoorde tot de oprichters van de Vereenigde Oostindische Compagnie. Uit de kredietverlening aan Zweden, met koper als onderpand, resulteerde een aanzienlijke vordering op dat land, waarvoor in 1653 als betaling aan Elias Trip en zijn nakomelingen een aantal landgoederen in de Zweedse provincie Halland werden overgedragen; deze goederen konden pas in de 19e eeuw geleidelijk worden verkocht.
P.W. Klein. Idem, blz. 346-417. Zie ook inv.nr. 82 en het archief van de Administrateurs in Nederland van de Tripse goederen in Zweden, 1653-1919 (1923) in het Gemeentearchief Amsterdam.
In de loop van de 17e eeuw bereikte de familie een steeds aanzienlijker maatschappelijke positie en een internationaal aanzien; mede door huwelijken met leden van invloedrijke geslachten, ging zij tot de regentenstand behoren. De welvaart van de Trippen kwam o.a. tot uitdrukking in de bouw van het zogeheten Trippenhuis in Amsterdam.
Zie inv.nr. 415.
Ook het grondbezit van de familie nam toe, in Holland, maar ook in Groningen, waar Elias' zoon Adriaan Trip (1620-1684) zich bezig hield met ontginningen van de veenkoloniën. Van deze Adriaan stammen alle thans nog levende Trippen af; de Amsterdamse takken stierven omstreeks 1800 uit.
De nakomelingen van Adriaan, die in de 19e eeuw in de adelstand werden verheven, waren hoofdzakelijk in Groningen gevestigd en vervulden in de 18e en 19e eeuw vooral burgerlijke en militaire overheidsfuncties. Daarnaast is Adriaan de stamvader van de niet-adellijke families Trip en Sibenius Trip.
De genealogie van deze families is vermeld in Nederlands Patriciaat, 1963, blz. 276-307.
Adriaans achterachterkleinzoon Jean Louis Trip (1750-1822) werd in 1815 benoemd in de ridderschap van Noord-Brabant. Van hem stamt de tak Trip van Zoudtlandt af die in 1911 uitstierf.
Een andere nakomeling van Adriaan, Herman Trip (1776-1846), werd in 1817 in de adelstand verheven.
Zie inv.nr. 43.
Hij is de stamvader van de thans nog bestaande adellijke takken van de familie.
Zijn zoon, Willem Laman (1809-1873), kreeg in 1870 toestemming de naam van zijn grootmoeder, Laman, die hij reeds als voornaam droeg, aan zijn familienaam Trip toe te voegen.
Zie inv.nr. 93.
Eenzelfde toestemming kreeg diens neef Hector Livius (1838-1922) toen hij in 1873 zijn familienaam veranderde in Van Vierssen Trip door toevoeging van een deel van de naam van zijn moeder, Catharina Haersma van Vierssen. In de loop van de 19e eeuw vertrokken de meeste familieleden uit Groningen om zich over het hele land te verspreiden, terwijl in de 20e eeuw hun werkkring zich steeds meer verplaatste van de overheidssfeer naar het bedrijfsleven.