Inleiding
Hendrikus Theodorus Bot werd op 20 juli 1911 geboren in Dordrecht. Hij studeerde indologie en Indisch recht aan de rijksuniversiteit in Utrecht en trad in 1935 in Nederlandsch-Indische dienst als aspirant controleur BB. Daar werd hij voornamelijk tewerk gesteld bij de dienst der Oost-Aziatische Zaken in Batavia, waar hij onder leiding van A.H.J. Lovink onderzoek verrichtte naar de Japanse expansie. De Japanse bezettingsjaren 1942-1945 bracht hij in krijgsgevangenkampen in Burma en Siam door.
Na de bevrijding werd hij belast met de politieke voorlichting aan burgergeïnterneerden in krijgsgevangenkampen in Oost- Azië. Vanaf 22 februari 1946 was zijn loopbaan echter verbonden aan het Nederlands regeringsbeleid ten aanzien van de onafhankelijkheid van Nederlandsch-Indië en de West. Hij was benoemd tot hoofdambtenaar bij het Kabinet van de Luitenant-Gouverneur-Generaal van Nederlandsch-Indië met tegelijktijdige terbeschikkingstelling aan het Ministerie van Overzeese Gebiedsdelen. Op 1 april 1946 werd hij bij dit ministerie gedetacheerd om secretariaten waar te nemen bij de conferenties die zouden moeten leiden tot grotere zelfstandigheid van de koloniën. Ook hield hij verschillende lezingen over het Nederlandse beleid ten aanzien van Indonesië.
Van 1948 tot 1949 was hij waarnemend hoofd Politieke Zaken bij de Algemene Secretarie in Jakarta, daarna politiek adviseur van de Hoge Vertegenwoordiger van de Kroon. Hij was dus nauw betrokken bij de onderhandelingen die aan de soevereiniteitsoverdracht van Indonesië voorafgingen en bij de oprichting van de Nederlands-Indonesische Unie. Na de soevereiniteitsoverdracht notuleerde hij de bijeenkomsten van de ministersconferenties van deze unie als raadadviseur van het Ministerie van Uniezaken en Overzeese Rijksdelen.
Vanaf 1954 was hij verbonden aan het Ministerie van Buitenlandse Zaken, waar hij als topambtenaar belast was met de samenwerking tussen Nederland en de Westerse bondgenoten in de NAVO en de West-Europese Unie. Onder het kabinet-De Quay was hij staatssecretaris van Binnenlandse Zaken, speciaal belast met de aangelegenheden betreffende Nieuw-Guinea. Tijdens dit kabinet bereikte het conflict tussen Nederland en Indonesië inzake dit gebiedsdeel een hoogtepunt: in 1962 werd Nieuw-Guinea aan de Verenigde Naties overgedragen.
Bot was in het kabinet-Marijnen minister van Onderwijs, Kunsten en Wetenschappen (1963-1965) en in de kabinetten Cals en Zijlstra minister zonder portefeuille, belast met ontwikkelingshulp (1965-1967). Daarna was hij ambassadeur in Canada en Oostenrijk. Op 24 september 1984 overleed hij.