2.21.302 Inventaris van het archief van dr. C.L.Patijn [geboren 1908], 1940-1999

Download inventaris als:PDF|XML Download inventaris Download inventaris Sluiten
Taalgebruik in onze archieven Taalgebruik in onze archieven Ik heb het begrepen

Archiefvorming

Geschiedenis van de archiefvormer

Voorwoord door C.L. Patijn

Ik heb nooit overwogen een levensbericht te schrijven, om de volgende redenen:
  • objectief: ik was een waarnemer van vele dingen, maar op het tweede plan, dus niet belangrijk genoeg voor een biografie.
  • subjectief: ik had er ook niet de tijd voor.
Na in 1937 te zijn gepromoveerd op een internationaal onderwerp, heb ik mij voornamelijk op internationaal gebied bewogen, evenwel steeds op twee terreinen tegelijk: internationale politiek en oecumenica (kerkelijke samenwerking). Als Directeur Internationale Organisaties was ik op het Ministerie van Buitenlandse Zaken (tot 1956) belast met het werk betreffende de Verenigde Naties. Als Kamerlid (tot 1967) afgevaardigde naar parlementaire vergaderingen van de Raad van Europa, de West Europese Unie en de NATO. Aan de Rijksuniversiteit van Utrecht hoogleraar in de Leer der Internationale Politieke Betrekkingen (tot 1972). Voorzitter van de Nationale Adviesraad voor Ontwikkelingssamenwerking (tot 1978).
Parallel aan deze functies ben ik op kerkelijk gebied actief geweest (van 1946 tot omstreeks 1975) als voorzitter van een sub-commissie voor internationale vraagstukken onder verantwoordelijkheid van de Synode van de N.H. Kerk (later van de Raad van Kerken in Nederland). In deze hoedanigheid werd ik viermaal als deskundige afgevaardigd naar algemene vergaderingen van de Wereldraad van Kerken (Amsterdam 1948, Evanston 1954, New Delhi 1961, Uppsala 1967). In het kader van de Wereldraad van Kerken maakte ik deel uit van de Sectie "Church and Society" (tot 1956). Vervolgens (tot 1974) van de C.C.I.A. (Commission of the Churches on International Affairs).
In dezelfde periode (1950-1970) heb ik medegewerkt in een niet-officiƫle oecumenische commissie genaamd Committee on the Christian Responsibility for European Cooperation (C.C.R.E.C). Deze was samengesteld uit politici en deskundigen van verschillende landen, ter advisering van de kerken op het gebied van de Europese samenwerking. Samenstelling, werkwijze en publicaties van deze commissie zijn goed beschreven in twee boeken:
  • Dr. Jurjen A. Zeilstra, European Unity in Ecumenical Thinking 1937-1948 (beknopt en juist);
  • Prof. Martin Greschat, Die Christen und die Entstehung der EuropƤischen Gemeinschaft (uitvoeriger en met veel inzicht).

Curriculum vitae

  1. Voornamen: Constantijn Leopold.
  2. Geboortedatum en -plaats: 28 september 1908, Den Haag.
  3. Studie: Rechten, Rijksuniversiteit Utrecht, 1927-1932.
  4. Gepromoveerd op 3 februari 1937 bij prof. mr. J.H.W. Verzijl, titel proefschrift: 'De geschiedenis van de Japansche penetratie in Mantsjoerije als volkenrechtelijk probleem
  5. Loopbaan:
    • Ambtenaar van het Ministerie van Economische Zaken, van 1934-1950
    • Directeur Internationale Organisaties van het Ministerie van Buitenlandse Zaken, van 1950-1956
    • Lid van de Tweede Kamer (voor de PvdA), van 1956-1967
    • Buitengewoon hoogleraar in de Internationale Politieke Betrekkingen aan de Rijksuniversiteit te Utrecht, van 1960-1972
  6. Nevenfuncties:
    • Vertegenwoordiger bij Algemene Vergaderingen van de Verenigde Naties, van 1947-1956
    • Afgevaardigde naar de Raadgevende Vergadering van de Raad van Europa, van 1956-1967
    • Afgevaardigde naar Algemene Vergaderingen van de Wereldraad van Kerken, van 1948-1968
    • Voorzitter van de Nationale Adviesraad voor Ontwikkelingssamenwerking, van 1968-1978
    • Rapporteur voor de NATO inzake 'Future Tasks of the Alliance' (de zgn. Harmel-Studie), 1967
    • Voorzitter van de Leergang Buitenlandse Betrekkingen van het N.G.I.Z.
    • Docent aan de Hogere Krijgsschool
    • Oud-Staatsraad i.b.d.
    • Kamerheer Honorair van H.M. de Koningin

Geschiedenis van het archiefbeheer

Na overleg met het Algemeen Rijksarchief (zie de "verklaring van schenking" van 14 januari 1998 betreffende mijn collectie) heeft de heer C.L. Patijn in verschillende etappes eigen publicaties, brieven, correspondentie e.d. bijeengebracht en overgedragen aan het Algemeen Rijksarchief.
Schenking (van een niet overheidsarchief)

De verwerving van het archief

Het archief is door schenking verworven.