Voorgenomen en gerealiseerde publicaties
1. De beschrijvingen in deze inventaris verwijzen zowel naar voorgenomen als naar gerealiseerde publicaties. De bestudering van de Scriveriana resulteerde allereerst in 1997 in een uitgebreid artikel, Scriveriana I, in het tijdschrift Quaerendo, a quarterly journal from the low countries devoted to manuscripts and printed books
. Dit is hetzelfde tijdschrift waarin Tuynman zijn genoemde overzichtsartikel over Petrus Scriverius' werk in 1977 publiceerde.
Het in 1997 verschenen artikel heet voluit: Pierre Tuynman, with the assistance of Michiel Roscam Abbing, 'Two history books that never appeared. Scriverius, Melis Stoke, the Widow van Wouw and Gouthoeven. Scriveriana I', Quaerendo, 27/2 (1997), 77-112 .
In dit artikel wordt op blz. 80 de voorgenomen publicatie van de onderhavige inventaris aangekondigd. Daarnaast wordt aangekondigd dat op een aantal interessante archiefstukken in volgende afleveringen nog wordt teruggekomen, en in noot 10 wordt vermeld dat de publicatie van een registratie van alle verspreid overgebleven brieven van en aan Scriverius in voorbereiding is.
2. In 2001 verscheen 'Scriveriana II'. Pierre Tuynman with the assistance of Michiel Roscam Abbing, 'Scriverius, Stoke, and Bockenberg, Scriveriana II', Quaerendo A quarterly, 31/4 (2001), 265-280.
Dit artikel is niet alleen een vervolg op Scriveriana I, maar ook een eerste reactie op het in het voorjaar van 2001 te Hilversum verschenen Amsterdamse proefschrift van Sandra Langereis, Geschiedenis als ambacht. Oudheidkunde in de Gouden Eeuw: Arnoldus Buchelius en Petrus Scriverius.
In overleg met Jan Samuel François (XIV-K), de toenmalige eigenaar van het familiearchief, werd door ons in 1996 aan Langereis toestemming verleend om voor haar onderzoek gebruik te maken van de brieven in het familiearchief. Langereis heeft vervolgens echter zonder overleg en toestemming in Bijlage IV in haar proefschrift, een inventarisatie van alle haar bekende 'Correspondentie van Buchelius en Scriverius', ook een volledige opgave opgenomen van alle brieven in het Van Hoogstraten-archief, niettegenstaande het feit dat het merendeel daarvan geen betrekking heeft op haar onderwerp. De door ons toen reeds voorbereide en in
Quaerendo
aangekondigde inventaris van het gehele archief vermeldt zij daarbij niet, evenmin als de door ons voorgenomen publicatie van een werkelijk volledige - en dan ook aanzienlijk omvangrijker - registratie van de bewaard gebleven correspondentie van Scriverius. Daarenboven geeft Langereis in haar dissertatie een weergave van de door ons in Scriveriana I beschreven, tot dan toe onbekende episoden uit Scriverius' werkzaamheid op het gebied van de vaderlandse geschiedenis, zonder daarbij duidelijk te maken dat dit alles reeds enkele jaren tevoren - en uitvoeriger - gepubliceerd was als resultaat van ons onderzoek van en rond de Scriveriana in het Van Hoogstraten-archief. In inv.nr. 39 hebben wij kopieën toegevoegd van de hieromtrent gevoerde correspondentie.
3. M. Roscam Abbing en P. Tuynman, 'De “Schrijver-Van Rodenburg-bijbel” in het familiearchief-Van Hoogstraten', De Nederlandsche Leeuw, 2002, nr. 7-8, k. 319-338. (Zie de kopie van dat artikel in inv.nr. 37, stuk 44.)
4. Voorgenomen publicaties in de Scriveriana-reeks: 'Om de eer van Haarlem' (over Petrus Scriverius' verdediging van Laurens Jansz Coster, en dat Scriverius Haarlemmer van geboorte is, en geen Amsterdammer zoals Langereis stelt); 'Had Scriverius een vriendin?'; 'Oude en nieuwe fabels over Petrus Scriverius'. Tevens artikelen over een reeks van onderwerpen, zoals: Paulus Terhaar en Scriverius' literaire nalatenschap; Scriverius’ portret door Frans Hals; de veilingen in 1663 van Scriverius' bibliotheek en de postume uitgave van het Goutsche Chronycxken.
5. Inventaire van de correspondentie. Registratie van achterhaalde correspondentie van Petrus Scriverius, met een overzicht van zijn woonadressen en transcripties van de door zijn familie geschreven brieven voorzien van een toelichting.