2.21.333.02 Inventaris van het archief van de familie Van Hoogstraten - II - Scriveriana, stukken betreffende Petrus Scriverius (1576-1660), de familie Schrijver en aanverwante families, 1590-1762

Download inventaris als:PDF|XML Download inventaris Download inventaris Sluiten
Taalgebruik in onze archieven Taalgebruik in onze archieven Ik heb het begrepen

Archiefvorming

Geschiedenis van het archiefbeheer

Vererving van Scriveriana in het Familiearchief Van Hoogstraten

De aan Petrus Scriverius gerichte brieven en de andere hier beschreven Scriveriana behoren tot het Familiearchief Van Hoogstraten. Dankzij verschillende stukken uit dit archief zelf is het mogelijk te reconstrueren wie er vroeger de beheerders van waren en hoe deze collectie in zijn huidige samenstelling tot stand is gekomen.
De omvangrijke bibliotheek van Scriverius werd deels op 3 april en vervolgens op 8 augustus 1663 geveild te Amsterdam
Er waren dus in feite twee veilingen. Van beide veilingen is een gedrukte catalogus bekend. De 'Bibliotheca Scriveriana' werd geveild op 3 april 1663 te Amsterdam; de 'Libri appendiciarii bibliothecae Scriverianae' op 8 augustus, eveneens in Amsterdam, toen in de Keizerskroon in de Kalverstraat. De manuscripten staan in beide catalogi beschreven, maar werden eerst op 8 augustus werkelijk geveild, te samen met enkele schilderijen die grotendeels ook in de boedelinventaris van Scriverius' oudste zoon Willem (1607-1661) voorkomen.
. Veel Scriveriana raakten via deze veilingen in andere handen. Onverkocht gebleven of mogelijk nooit op deze veilingen aangeboden zijn de Scriveriana die in het bezit moeten zijn geweest van Scriverius' jongste en langstlevende zoon Hendrik Schrijver (1610-1665).
Door het huwelijk van Hendrik Schrijver met Anna van Rodenburg (1628-1707) uit Oudewater kwamen ook enkele stukken betreffende de Van Rodenburgs bij de Scriveriana. Van haar stammen ook de blaadjes waarop zij de geboorten, en in enkele gevallen het vroegtijdig overlijden, van haar kinderen noteerde en die later ingebonden werden in een bewaard gebleven Statenbijbeltje met goudbeslag. Het overlijden van Scriverius zelf, die de laatste jaren van zijn leven in hun huis te Oudewater doorbracht, staat er in aangetekend: 'Petrus Scriverius mijn mans vader is gestorven den 30 April 1660. Oudt sjnde vier en tachtich Jare, tot lejde begrave.'. Dit kostbare familiebijbeltje, dat eveneens door Jan Samuel François (XIV-K) aan de Stichting Familie van Hoogstraten is overgedragen, is buiten de bruikleenoverdracht aan het Nationaal Archief gehouden
Zie over deze bijbel: M. Roscam Abbing, P. Tuynman, 'De "Schrijver-Van Rodenburg-bijbel" in het familiearchief-Van Hoogstraten', De Nederlandsche Leeuw, 2002, 319-338, met de tekst en een bespreking van alle familie-aantekeningen die er in voorkomen. Het bijbeltje is in de zomer van 2001 door J.S.F. van Hoogstraten geschonken aan de Stichting Familie van Hoogstraten en toegevoegd aan de Van Hoogstraten-bibliotheek, onder beheer van deze stichting.
.
Vermoedelijk pas twee jaar na het overlijden van Anna van Rodenburg, in 1709, werd de tot dan toe gemeen gebleven boedel van Hendrik Schrijver onder zijn erfgenamen verdeeld
Dit kan afgeleid worden uit de volgende twee nu niet meer aanwijsbare stukken die in bezit waren van een kleindochter, Jacomina Elisabeth van Zijll (1689-1774). Het gaat om de 'Inventaris en verdeling van den boedel van de Heer Mr. Hendrik Schrijver in dato 21 October 1709' (nr. 19), en de 'Memorie van de Mobilia, bij de kinderen van Anna van Rodenburg onder den anderen verdeeld, Anno 1709' (nr. 20), die worden beschreven onder de 'charters en papieren gevonden in den boedel van Jacomina Elisabeth van Zijll van Rodenburg'. Het ongedateerde stuk bevindt zich in het familiearchief De Monté VerLoren, inv.nr. 805. Archiefdienst Westfriese Gemeenten te Hoorn.
. Scriveriana, waaronder brieven gericht aan Scriverius en portretten, lijken uiteindelijk bij ten minste twee van haar kinderen terechtgekomen te zijn: Cornelia Aletta (a) en Mia Catharina (b).
(a) Bij de kinderen van Cornelia Aletta Schrijver (1654-1743) en haar man Rudolph van Zijll (1655-1750) hebben diverse bescheiden met betrekking tot Scriverius berust. In 1738 verschijnen te Amsterdam de Nederlandstalige Gedichten van Petrus Scriverius, met daaraan voorafgaand een uitvoerige levensbeschrijving. Een met name genoemde zegsman van de onbekende biograaf is Hendrik Willem van Zijll (1687-1752), oudste en ongehuwd gebleven zoon van Cornelia Aletta
'Het Leven van Petrus Scriverius', voor in de Gedichten van Petrus Scriverius, Amsterdam 1738, 2.
. Diens zuster Jacomina Elisabeth van Zijll (1689-1774) huwt Matthijs Schrijver (1685-1718/20), een nakomeling van Scriverius' oom Thijs Pieterszn. Dit huwelijk bleef kinderloos, maar Matthijs' broer Cornelis (1687-1768), luitenant-admiraal van Holland, had een dochter Philippine (1732-1798), die huwde met Joan Frederik d'Orville (1732-1809)
Er bestaat overigens geen relatie tussen deze Joan Frederik en de Scriveriana die onder de manuscripten van Jacobus Philippus d'Orville (1680-1751) in de Bodleian te Oxford bewaard worden onder de zogeheten Rawlinson-manuscripts.
. Via deze lijn zijn boedelbeschrijvingen bewaard gebleven waaruit onder andere blijkt dat er in de familie Van Zijll in 1774 nog voorhanden waren een 'Verbaal tusschen Petrus Scriverius en zijn zoonen ter eenre, en Johan en Floris Soop, ter andere zijde, in dato 1 junij 1650' en 'Twee boeken zijnde aanteekeningen van Ontfang en Uitgaven etc. tusschen Petrus Scriverius, en zonen, ter eenre, en de Soopen, ter andere zijde'
Zie Archiefdienst Westfriese Gemeenten te Hoorn, Familiearchief De Monté VerLoren, inv.nr. 805 "portefeuille 46 inhoudende: XXXII vervolg stukken betreffende het geslacht Schrijver en verwanten". In de boedelscheiding van Cornelia Tromper (1774), resp. onder nr. 42 en de letter T.
.
Een tweede zuster van genoemde Hendrik Willem van Zijll, Clementia van Zijll (1695-1778), huwt Matthijs de Roode (geb. 1704). Via een kleinzoon van deze Clementia van Zijll, Cornelius de Jong van Rodenburgh (1762-1838) is een aantal archiefstukken vererfd, met name over de Heerlijkheid Rodenburg. Later is dit archief-Rodenburg via een schenking bij de familie Müller terechtgekomen. In 1986 kwamen enkele kopieën uit dit archief met gegevens over de Schrijver-familie te onzer beschikking dankzij de vriendelijke medewerking van Mr. D. Müller te Mijnsherenland
Zie over De Jong van Rodenburg: J.R. Bruijn, C. van Baalen, Van zeeman tot residentieburger. Cornelius de Jong van Rodenburgh (1762-1838), Hilversum 1996.
. Uit deze lijn is ook de 'Collectie Van Zijll de Jong' in de Stichting Belastingmuseum Prof.dr. Van der Poel te Rotterdam afkomstig. Scriveriana bevinden zich hier niet onder, maar wel, onder andere, een akte uit 1662 betreffende een geschil over Hendrik Schrijvers huis te Oudewater
Zie inv.nr. 37, stuk I.30.
.
(b) De tweede lijn van vererving van Scriveriana loopt via Hendrik Schrijvers dochter Mia Catharina (1655-1776). Zij was gehuwd met dominee Johannes de Wildt (1667-1738) en het enig kind uit dit huwelijk, Wilhelmia de Wildt (1694-1776), huwt in 1718 met Fransois (VIII-B), notaris te Schoonhoven en Oudewater. Via dit huwelijk zijn veel van de archivalia en portretten van de Schrijver-familie in de Van Hoogstraten-familie geraakt. Het genoemde Statenbijbeltje met familie-aantekeningen erft Wilhelmia de Wildt in 1760 wanneer het langst in leven gebleven kind van Hendrik Schrijver en Anna van Rodenburg, de ongehuwde Christina Henrietta Schrijver, op 101-jarige leeftijd overlijdt.
Overigens had ook een derde kind van Hendrik Schrijver en Anna van Rodenburg Scriveriana in zijn bezit. Het gaat hier om de naar zijn grootvader vernoemde Pieter Schrijver, heer van Rodenburg en secretaris van Oudewater (1658-1725), die in 1697 Anna van Groenendijk (1673-1727) huwt. Eind 1736 draagt de rector van de Latijnse school te Gouda, Arnoldus Henricus Westerhovius, de door hem bezorgde posthume uitgave van Scriverius' Opera Anecdota philologica et poëtica (Utrecht 1737) op aan twee Goudse magistraten: Adriaan van Groenendijk (1691-1761) en Melchior Sebastiaan van den Kerckhoven (1692-1761)
Deze uitgave bevat op blz. 1-96 180, meest korte filologische aantekeningen over en naar aanleiding van tal van antieke auteurs, en vervolgens op blz. 99-472 Scriverius' Latijnse poëzie.
. Van of via deze beide heren had Westerhoff, zo deelt hij in de opdracht mee, door Scriverius nagelaten papieren, met daaronder vele gedichten, in handen gekregen en hij noemt hen als behorend tot 'de legitieme erven' van Scriverius. Het huwelijk tussen Pieter Schrijver en Anna van Groenendijk was kinderloos gebleven en de Scriveriana waarover Westerhoff spreekt, waren klaarblijkelijk bij de kinderen van Anna's enige broer, Mr. Cornelis van Groenendijk (1658-1704), terechtgekomen. De Opera Anecdota zijn immers opgedragen aan diens enige zoon, Mr. Adriaan Groenendijk, en aan Mr. Melchior Sebastiaan van den Kerckhoven die met een jongere zuster van Adriaan, Margaretha van Groenendijk (1693-1770), gehuwd was
Zie voor de genealogische gegevens: J.J. de Jong, Met goed fatsoen. De elite in een Hollandse stad. Gouda 1700-1750, Dieren 1985, blz. 346-347. Over de totstandkoming van Westerhoffs uitgave is een artikel in voorbereiding.
.

Over het familiearchief-Van Hoogstraten

Via het hierboven sub b vermelde huwelijk van Fransois (VIII-B) met zijn volle nicht Wilhelmia de Wildt zijn niet alleen veel van de archivalia en portretten van de Schrijver-familie in de Van Hoogstraten-familie terechtgekomen, maar ook diverse archiefstukken en portretten van de familie de Wildt. De zoon van Fransois en Wilhelmia de Wildt, Jan Willem (IX-A), heeft zich in zijn voorgeslacht verdiept. Zo stelde hij een genealogie de Wildt samen, maakte hij notities in het genoemde Statenbijbeltje en was hij in familiewapens geïnteresseerd, vermoedelijk ten behoeve van een eigen wapenbord met kwartierwapens.
Jan Willems zoon Samuel (X-A) kreeg vervolgens de Schrijver-archivalia in bezit. Zo werd in 1819 door een (verre) neef van hem, Cornelius de Jong van Rodenburgh (1762-1838), een testament uit 1628 uit zijn bezit gekopieerd
Dit stuk werd op 2 juni 1819 "afgeschreven naar het origineel Extract berustende onder den Heer Samuel van Hoogstraten, Ridder. 18 2/6 19 de Jong van Rodenburgh". Het "origineel Extract" is nog aanwezig (inv.nr. 21, stuk 1). Samuels (X-A) zelf heeft ook afschriften gemaakt van archivalia in zijn bezit. Van zijn hand is bijvoorbeeld het bij stuk 13.3 gevoegde afschrift daavan, en stuk 21.6 (naar een deel van stuk 21.5).
. Samuel (X-A) is het geweest die de uitvoerige lijst van portretten opstelde waarover Wolleswinkel publiceerde
Wolleswinkel 1980 (op.cit. noot 4).
. Uit aantekeningen van zijn hand blijkt dat hij onder meer geprobeerd heeft het archief te ordenen. Op een bewaard gebleven omslag noteerde hij: "Originele Brieven aan Petrus Scriverius van de Jaaren 1603 tot 1649. waaronder van W: & H: Grotius, Hogerbeets en andere Geleerde mannen. Ook gemeenzame brieven over zeer onverschillige onderwerpen, alleen om derzelver oudheid merkwaardig."
Stuk 8.1.
De twee bedoelde brieven (en mogelijk waren het er meer) van Hugo de Groot en Hogerbeets, gericht aan Scriverius, zijn later uit het archief vervreemd en in de Koninklijke Bibliotheek te Den Haag terechtgekomen
Zie de aantekening bij stuk 8.1. Uit stuk 19.4 en 19.5 blijkt bovendien dat men in de achttiende eeuw over nog andere nu niet meer aanwijsbare archiefstukken rakende de familie van Scriverius beschikte.
.
Samuel (X-A) had twee dochters, van wie de jongste, Margaretha Gerardina (X-Ab), huwt met Jhr. Mr. Hendrik Johan Caan (1781-1864). In het familiearchief Caan lijken, afgezien van Scriverius' aankoopakte uit 1641 van de Hofstede Rietveld, gelegen nabij Woerden, geen Scriveriana bewaard te zijn gebleven.
De eigendomsbrief van 4 oktober 1641 betreffende de Hofstede Rietvelt met 8 morgen land berust in het familiearchief Caan bij het Centraal Bureau voor Genealogie te Den Haag. Petrus Scriverius kocht de Hofstede van Isack Godin uit het bezit van diens overleden vrouw Maria Godin. De Hofstede Rietvelt is, zo blijkt uit het archief Caan, tot in de negentiende eeuw binnen de familie vererfd. In 1761 kwam deze door loting in handen van "Wilhelmia De Wildt, weduwe van de Heer Fransois van Hoogstraten".
Wel is het Jhr. Caan geweest die een aantal aan Scriverius gerichte brieven verkocht of afgestaan moet hebben aan zijn collega staatsraad en autografenverzamelaar G.J. Beeldsnijder van Voshol (1791-1853), welke vervolgens in de Koninklijke Bibliotheek terecht zijn gekomen.
Zie de aantekening bij inv.nr. 8, stuk 1. Deze herkomst zal nader uit de doeken worden gedaan in de inleiding van de Inventaire van de correspondentie van Scriverius.
In 1838 huwde zijn dochter, Jkvr. Johanna Catharina Margaretha Caan (1819-1879), met haar achterneef Pieter François (XI-C), een achterkleinzoon van Fransois (VIII-B) en Wilhelmia de Wildt. Door dit huwelijk komen de familiepapieren rond 1845 weer bij de Van Hoogstratens terug. Over de overdracht van deze papieren zijn we vrij nauwkeurig geïnformeerd. Deze Pieter François richt in 1847 samen met zijn broer Samuel Anne (XI-B) een verzoek aan de koning om in de adelstand te worden verheven. De koning had te kennen gegeven daar wel toe bereid te zijn. Er moest nu een uitvoerige opgave gemaakt worden waaruit de Hoge Raad van Adel zou moeten kunnen opmaken dat de Van Hoogstratens uit een aanzienlijk geslacht stamden. Het verzoek is uiteindelijk niet gehonoreerd. In de uitvoerige opgave staat over de familiepapieren dat ze 'nu eindelijk, bij gelegenheid eener zoogenaamde opruiming, nagenoeg twee jaren geleden, door (...) Jhr. Mr. H.J. Caan, in de handen van diens schoonzoon, den tweeden onderteekenaar dezer, zijn gekomen'. Over de papieren met betrekking tot de familie Schrijver staat verder alleen geschreven: 'Wij bezitten eene menigte manuscripten, oude familiepapieren en genealogische aanteekeningen van die familie en andere daarmede verwante aanzienlijke geslachten". Behalve de papieren komt via deze familierelatie (uiteindelijk) ook een groot aantal van de door Samuel (X-A) beschreven portretten successievelijk weer terecht bij de familie Van Hoogstraten. Er is een aantal aanwijzingen dat déze familiepapieren (de Scriveriana) niet bij de genoemde Pieter François blijven, maar bij zijn broer Samuel Anne onder beheer komen, en na hem bij diens oudste zoon Jan Samuel François (XII-C).
Een dochter van Pieter François, de ongehuwd gebleven Caroline Gerardina Johanna (XI-Cd), was zeer begaan met de familiepapieren en portretten. Uit een in het archief bewaarde brief van 24 oktober 1892 valt af te leiden dat haar tante Anna Elisabeth Swaving-Caan (1823-1897) haar enige familiepapieren, waaronder vermoedelijk niet de Scriveriana, had gegeven die gevonden waren in de boedel van Jhr. Mr. Pieter Caan (1821-1894). Dan schrijft ze: "Acht mij gelukkig als ik ze aan mijne neven zal kunnen ter hand stellen, die de overige papieren hebben." Zij stuurt volgens een andere brief inderdaad twee weken later de van haar tante ontvangen archivalia aan haar neef Jan Samuel François (XII-C), die dus al andere papieren, waaronder ongetwijfeld de Scriveriana, in zijn bezit had.
We vernemen voor het eerst weer van de Schrijver-papieren in 1937. Na het overlijden van Jan Samuel François treft diens oudste zoon François (XIII-H), op dat moment burgemeester van Hengelo, Gelderland, en kleinzoon van de bovengenoemde Samuel Anne, de bewuste archiefstukken aan. Hij maakt zijn vondst in een brief bekend aan zijn oom Jan Willem Pieter (XII-D): "Beste Oom, Ik haast mij U te berichten dat ik vanmiddag een belangrijke ontdekking gedaan heb, op 't gebied 'Hoogstratiana'. Bij 't opruimen op de Parklaan na Vader's overlijden vond ik op zolder eenige kisten met vele paperassen: (...) Voorts een pak brieven aan Petrus Scriverius, meest in het latijn (...). Vermoedelijk heeft Vader 't bestaan van deze dossiers nooit geweten; ik ben blij dat ik 't gemerkt heb (...) gaarne zal ik het hele pakket eens meebrengen, dan kunt U 't zelf eens rustig bestudeeren."
Inv.nr. 37, stuk I.12.
Jan Willem Pieter (XII-D) heeft vervolgens van vele van de brieven en andere stukken transcripties, uittreksels en notities gemaakt. Zijn transcripties, die alle door ons gecontroleerd en waar nodig gecorrigeerd zijn, zijn bij de stukken gevoegd.
In oktober 2000 werd de Stichting Familie van Hoogstraten opgericht. De in de Verenigde Staten woonachtige eigenaar van het familiearchief, Jan Samuel François (XIV-K), heeft kort daarna het archief in eigendom overgedragen aan deze Stichting. Tot dit archief behoren de in deze inventaris beschreven archivalia.

De verwerving van het archief

Het archief van de familie Van Hoogstraten is in 2004 door de Stichting Familie Van Hoogstraten in langdurige bruikleen gegeven aan het Nationaal Archief.
Inbewaringgeving van een particulier archief, niet in eigendom verkregen