2.21.346 Inventaris van het archief van D.P. Spierenburg, 1909-2001

Download inventaris als:PDF|XML Download inventaris Download inventaris Sluiten
Taalgebruik in onze archieven Taalgebruik in onze archieven Ik heb het begrepen

Archiefvorming

Geschiedenis van de archiefvormer

Dirk Pieter (Dick) Spierenburg werd op 4 februari 1909 in Rotterdam geboren. Na een driejarige werkzaamheid bij de Handelsvereniging "Amsterdam" begon hij in 1934 zijn loopbaan als ambtenaar bij het ministerie van Economische Zaken, waar hij zich ontwikkelde tot een bekwaam diplomatiek onderhandelaar. In 1936 bewerkstelligde hij dat Nederland handelsakkoorden met de Balkan sloot. Tijdens de Tweede Wereldoorlog kreeg hij de leiding over Rijksbureau voor de metalenverwerkende industrie; na de bevrijding werd hij president-directeur Rijksbureau voor Metalen.
In dat jaar benoemde het kabinet-Schermerhorn hem tot directeur van het Directoraat-Generaal Buitenlandse Economische Betrekkingen (BEB), dat uiteindelijk onder het Ministerie van Economische Zaken kwam te vallen. De topambtenaren van BEB bewerkstelligden onder de moeilijke naoorlogse omstandigheden waarin ons land verkeerde een herstel van de handelsbetrekkingen met het buitenland. Dit was aanvankelijk een moeizaam spel met in- en uitvoerconsenten, deviezenafspraken en kredietonderhandelingen om voor Nederland de broodnodige voorzieningen voor de wederopbouw te bewerkstelligen. Spierenburg zelf, verbleef van 1948 tot 1949 in Parijs als waarnemend regeringscommissaris voor het Europees Herstel Programma, hetgeen inhield dat hij voor de Nederlandse regering (opnieuw: onder leiding van H.M. Hirschfeld) onderhandelingen voerde over totstandkoming en uitvoering van het Marshallplan. Randvoorwaarde voor dit plan was een Amerikaans voorstel tot Europese samenwerking, dat door Hirschfeld werd ondersteund. Van 1948 tot 1949 was hij in Parijs ook hoofd van de Permanente Missie ofwel: gevolmachtigd minister bij de Organisatie voor Europese Economische Samenwerking (O.E.E.S). In 1949 keerde hij terug naar Nederland om zijn directoraat-generaal BEB weer voort te zetten; in die functie bleef hij de schakel tussen de OEES - waarvan hij ambtelijk voorzitter was - en de daarin opgerichte Europese Betalingsunie, die de handelspolitiek zoveel overzichtelijker maakte. Ook was hij betrokken bij de totstandkoming van de Benelux.
Toen het OEES-samenwerkingsverband stagneerde, koos hij voor onderhandelingen met Frankrijk en Duitsland in het kader van het Plan Schuman, dat leidde tot de oprichting van een samenwerkingsverband van landen op het Europese vasteland in de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal. Hierin had hij vanaf 1952 tot 1962 als Nederlands vertegenwoordiger zitting in de Hoge Autoriteit. Van dit orgaan was hij vanaf 1958 vice-voorzitter. In 1962 trad hij weer terug in Nederlandse dienst om op te treden als Permanent Vertegenwoordiger bij de Europese Economische Gemeenschap (EEG) en Euratom. In 1971 werd hij als Permanent Vertegenwoordiger bij de Noord-Atlantische Verdragsorganisatie (NAVO), welke functie hij in 1974 wegens het bereiken van zijn pensioengerechtigde leeftijd neerlegde.
Gezien zijn positie in internationale lichamen bleef hij na zijn pensionering als "honorair adviseur" bij verschillende ministeries (Buitenlandse Zaken, Defensie, Landbouw) zijn werkzaamheden voortzetten. Hij adviseerde op het gebied van internationale veiligheid, samenwerking met de NAVO en natuurlijk op het gebied van Europese integratie, vooral op basis van economische vrijhandel.
Zijn belangrijkste initiatief is dat van de Commissie Spierenburg, een regeringscommissie die het concept voor een Europese Unie moest uitwerken. In 1972 was hij aanwezig bij de Europese Top in Parijs, waar het samengaan met Engeland en de Europese Vrijhandelszone leidde tot moeizame onderhandelingen over het vervolg. Daar maakte hij zich sterk voor een samenwerkingsverband op monetair gebied en een uitgroei naar een Europese Monetaire Unie. Dit zou de grondslag kunnen vormen voor verdergaande multilaterale samenwerkingsverbanden. Het rapport-Spierenburg kwam in 1975 gereed en kreeg een vervolg in een opdracht van de Europese Commissie om zijn denkbeelden op Europees niveau verder uit te werken. In 1979 kwam de Europese Monetaire Samenwerking tot stand; in 1992 liep deze samenwerking uit op het in het Verdrag van Maastricht genomen besluit tot instelling van een Europese eenheidsmunt. Verder leidde het rapport tot ingrijpende hervormingen in de organisatie van de Europese Commissie.
In 1981 trad hij op als regeringscommissaris voor de aardgasprijzen, die met succes met de andere Europese landen onderhandelde over een eenheidsprijs van het door Nederland te leveren aardgas.
Zijn fenomenaal geheugen was legendarisch onder de diplomaten die hem kenden, en dit gebruikte hij nu als kennisbron bij zijn talrijke lezingen en referaten bedoeld ter bevordering van de Europese integratie of de Atlantische gedachte. Uiteindelijk werd hij nauw betrokken bij verschillende historische projecten: In samenwerking met Raymond Poidevin, hoogleraar geschiedenis aan de universiteit van Straatsburg, schreef hij een geschiedenis van de Europese wederopbouw na de Tweede Wereldoorlog (1986), gevolgd door de meer bekend geworden geschiedenis van de EGKS (1993, Engelse versie in 1994). Ook verleende hij zijn medewerking aan de totstandkoming van H.A. Salzmanns' monografie over zijn beleid in BEB (1999). Zie hiervoor de literatuuropgave.

Geschiedenis van het archiefbeheer

In 1977 werd Spierenburg door de Rijksarchivaris van de Tweede Afdeling aangeschreven met het verzoek om de overdracht van zijn archief aan een openbare archiefbewaarplaats in overweging te nemen. Dat was veel te vroeg; de 68-jarige Spierenburg had nog een actief leven van meer dan twintig jaar vóór zich, waarbij de diplomatie meer en meer plaats zou maken voor geschiedschrijving.
Zijn werk als historicus heeft zijn archiefvorming sterk beïnvloed. Niet alleen vinden we uitvoerige correspondentie met het historisch veld, ook had hij toegang tot de archieven van de bureaus waar hij vroeger werkzaam was geweest. Hiervan zijn de resultaten in de vorm van fotokopieën terug te vinden.
Het archief is, na zijn overlijden in 2001, in 2002 overgebracht naar het Nationaal Archief.
De rechtstitel is (nog) onbekend

De verwerving van het archief

Het archief is door schenking verworven.