2.21.424 Inventaris van het archief van F.A.C. Kluiters [levensjaren 1951-2009], (1931) 1990-2009

Download inventaris als:PDF|XML Download inventaris Download inventaris Sluiten
Taalgebruik in onze archieven Taalgebruik in onze archieven Ik heb het begrepen

Archiefvorming

Geschiedenis van de archiefvormer

Frans (Franciscus Afanasi Christiaan) Kluiters werd op 23 februari 1951 in Den Haag geboren
Met dank aan Antoinette G.C.J. Kluiters-Gilbert voor haar informatie over haar echtgenoot en voor haar redactionele opmerkingen.
. Zijn vader was een Haagse gemeenteambtenaar die zijn toekomstige echtgenote tijdens zijn verplichte Arbeitseinsatz in de Tweede Wereldoorlog in Duitsland had ontmoet. Zijn moeder was een boerendochter afkomstig uit het noordoostelijk gedeelte van de Oekraïne, onderdeel van de communistische Sovjet-Unie, en door de dorpsoudste aangewezen om met nog een paar andere meisjes uit het dorp in Duitsland als Ostarbeiterin te gaan werken. Na de bevrijding trouwden zij en vestigden zij zich in Den Haag. Het echtpaar zou vier kinderen krijgen waarvan Frans het derde was.
Een paar duizend vrouwen uit de Sovjet-Unie waren na de bevrijding tegen de wil van Stalin niet teruggekeerd naar hun land, maar met Nederlandse mannen die evenals de vader van Frans Kluiters in Duitsland in de Arbeitseinsatz hadden gewerkt naar Nederland gekomen. In 1945 werd een aantal vrouwen door het Nederlandse Militair Gezag gedwongen om naar de Sovjet-Unie terug te keren, maar ondanks de druk van een repatriëringscommissie uit de Sovjet-Unie bleven de meesten hier. Door het communistische regime in Moskou werd de weigering om terug te keren beschouwd als landverraad. Dat zorgde bij de gezinnen met een echtgenote uit de Sovjet-Unie voor een voortdurende angst om hun familieleden in hun land. Familiebezoek was uitgesloten. En de KGB, de Russische Geheime Dienst, was overal en wist alles, zo vreesden zij. Het betekende in de naoorlogse periode van de koude oorlog dat men steeds op zijn hoede was en voorzichtig met uitspraken; onder vrienden, en ook in de kringen van de Russisch-katholieke kerk waar de ouders van Frans Kluiters banden mee hadden.
Pas na de dood van Stalin in 1953, onder Chroesjtsjov, zou dat enigszins veranderen. Vanaf de tweede helft der jaren 50 werd familiebezoek in de Sovjet-Unie voor de ‘landverraadsters’ weer mogelijk. Het gezin Kluiters zou in de zestiger jaren met grote regelmaat op familiebezoek gaan naar de Oekraïne.
Zie voor de problematiek van de vrouwen uit de Sovjet-Unie in Nederland: Ingrid Harms, ‘Russische vrouwen in Nederland. Portret van de verloren dochters van vader Stalin’, in: Weekblad Vrij Nederland, Kleurenbijlage 1 maart 1986; Feiko H. Postma, De repatriëring van Sovjet-onderdanen uit Nederland 1944-1956. Mythe en waarheid, Amsterdam 2003.
Na de lagere school behaalde Frans het MULO diploma; de HAVO vervolgopleiding maakte hij niet af. Hij verbleef hierna een tijdje in Frankrijk, plukte daar onder andere druiven, en na zijn terugkeer naar Den Haag werkte hij via een uitzendbureau bij diverse bedrijven en organisaties. Uiteindelijk begon hij met een vriend een bedrijf in legerdumpartikelen.
In de tachtiger jaren ontwikkelde Frans Kluiters zijn belangstelling voor inlichtingen- en veiligheidsdiensten, niet zo verwonderlijk gezien de familieachtergrond. Een vriend van hem verwees naar de verslagen van de Parlementaire Enquête Commissie over de Tweede Wereldoorlog. Lezing van de hoofdstukken over de Nederlandse en Engelse Inlichtingendiensten bevredigde hem niet: veel bleef volgens hem onduidelijk. Het leidde tot verder lezen en onderzoek en tot het noteren van zijn bevindingen nadat zijn echtgenote hem had aangemoedigd met de woorden: “dan maak je toch gewoon een lijstje”
Toespraak van B.G.J. de Graaff, voorzitter van de Netherlands Intelligence Studies Association (NISA), bij de presentatie van ‘De Nederlandse inlichtingen- en veiligheidsdiensten’ op 15 april 1993.
. Het lijstje groeide na een aantal jaren onderzoek in archieven, bibliotheken en het waar mogelijk raadplegen van nog in leven zijnde getuigen. Daarbij moest hij soms het wantrouwen van anderen zien te overwinnen: hij was immers geen academisch geschoold historicus, hoe kon dan zijn onderzoek serieus te nemen zijn ? Het ‘lijstje’ werd in 1993 door de SDU gepubliceerd als ‘De Nederlandse inlichtingen- en veiligheidsdiensten’ en werd met het in 1995 uitgegeven ‘Supplement’ door zijn encyclopedische aard van meet af aan beschouwd als het standaardwerk op dit terrein. De inhoud van het boek kenmerkt de wijze van werken van Frans Kluiters, ook in zijn overige latere publicaties: de feiten dienen gebaseerd te zijn op bronnen en ook gecontroleerd, de publicatie zo volledig mogelijk, precies en beknopt geformuleerd. Het leverde hem het respect op van andere onderzoekers op dit onderzoeksterrein; met dit boek werd hij ook door de ‘professionals’ volledig geaccepteerd als specialist.
Na de publicatie van deze encyclopedie kreeg Frans de smaak van het onderzoek te pakken. Met grote regelmaat was hij te vinden in de studiezalen van het Algemeen Rijksarchief/Nationaal Archief in Den Haag en van andere instituten in Nederland. Ook de depots van het Ministerie van Justitie (waar het nog niet-overgedragen archieven betrof) bleven hem niet onbekend.
Hij concentreerde zich voor een groot gedeelte op de Tweede Wereldoorlog; zijn archief laat dit duidelijk zien: het vroege verzet in Nederland met geheim agent Lodo van Hamel, de werking van de inlichtingendiensten in Londen, de rol van prins Bernhard in Londen, een overzicht van alle geheime agenten die in Nederland werden geïnfiltreerd in de jaren 1940-1945. Op stapel stond ook een uitgebreid onderzoek naar de Nederlandse ‘Gladio’, de naoorlogse stay-behind organisatie, in samenwerking met Cees Wiebes. Tezamen met de Belgische historicus en journalist Etienne Verhoeyen publiceerde hij en werkte hij aan een geschiedenis van de Duitse Abwehr in Nederland en België, waarbij Verhoeyen het Belgische deel voor zijn rekening zou nemen en Kluiters het Nederlandse deel
Zie voor de opzet van dit grote onderzoek het Belgische deel: Etienne Verhoeyen, Spionnen aan de achterdeur. De Duitse Abwehr in België 1936-1945, Antwerpen/Apeldoorn 2011, p. 15-16.
. Voor een aantal van deze onderzoeken bezocht hij de National Archives in Washington en in Londen; reisbeurzen van de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO) stelden hem daartoe in staat ondanks het feit dat hij niet voldeed aan een van de formele eisen voor die beurzen: het afgelegd hebben van een doctoraalexamen. In een aanbevelingsbrief voor de NWO schreef de directeur van het NIOD prof dr J.C.H. Blom onder meer: “Maar in zijn publicaties op het gebied van de (geschiedenis van de) inlichtingen- en veiligheidsdiensten heeft hij aangetoond ruimschoots het niveau vereist voor zo’n examen te hebben bereikt. Zijn boeken zijn voor dit veld (dat niet een bijzonder groot aantal beoefenaren kent) van eminent belang”
Archief F.A.C. Kluiters, inventarisnummer 173. Brief J.C.H. Blom aan NWO Gebiedsbestuur Geesteswetenschappen 7-4-2004.
. Zijn ziekte en te vroege overlijden in Den Haag op 1 november 2009 hebben verhinderd dat zijn grote kennis in nieuwe publicaties kon worden gedeeld met de geïnteresseerde lezer.

Geschiedenis van het archiefbeheer

Het archief van Frans Kluiters is het archief van een nauwgezette onderzoeker. Hij hield een uitgebreide documentatie bij over inlichtingen- en veiligheidsdiensten en personen die daarbij een rol speelden, door hem geordend op alfabet. Zijn correspondentie en aantekeningen van telefoongesprekken zijn door hem eveneens op alfabet bewaard. Bij de concepten van zijn publicaties en onderzoeken bewaarde hij vaak allerlei losse aantekeningen en noteerde hij aanvullingen en verbeteringen voor een mogelijke herdruk. Ook zijn soms om praktische redenen zogenaamde verzamelnoten gemaakt. In de oorspronkelijke concepten staan de ‘echte’ verwijzingen; dat is ook een reden om deze concepten in het archief te bewaren en deze niet te vernietigen. Van groot belang zijn ook de door hem verzamelde kopieën van archiefstukken uit Nederlandse, Belgische, Amerikaanse en Engelse archiefbewaarplaatsen. Deze bevinden zich meest in de onderwerpendossiers.
Het archief en de documentatie werden door Frans Kluiters bewaard op onderwerp en/of serie in ordners en opbergmappen. Zoveel mogelijk is bij de inventarisatie de oorspronkelijke orde bewaard. Losse stukken en mappen werden in de algemene documentatieserie geplaatst of bij het onderzoeksonderwerp waartoe zij behoren. De beschrijvingen zijn echter aangepast en verduidelijkt, en op een aantal inventarisnummers is een nadere toegang gemaakt in de vorm van een specificatie.

De verwerving van het archief

Het archief is door schenking verworven.