2.21.446 Inventaris van het archief van de familie Philipse, 1758-1974

Download inventaris als:PDF|XML Download inventaris Download inventaris Sluiten
Taalgebruik in onze archieven Taalgebruik in onze archieven Ik heb het begrepen

Archiefvorming

Geschiedenis van de archiefvormer

Het geslacht Philipse stamt uit oorspronkelijk uit Zeeland, met name Middelburg. De genealogie van de familie is te vinden in Nederland’s Patriciaat jg. 68 (1984) blz. 223-244. Hieronder volgen korte biografische schetsen van de twee voornaamste archiefvormers. Bij archiefvormers die politieke functies uitoefenden, is daarvan melding gemaakt in de inventaris, in een NB onder de rubriekskop.

Anthonie Willem Philipse (1766-1845)

Anthonie Willem Philipse (hij schreef zijn eerste naam zelf ‘Antoni’) studeerde rechten in Leiden van 1786 tot zijn promotie in 1790. In 1795 werd hij schepen en president van de rechtbank in Middelburg, alsmede baljuw van de wateren en stromen van Zeeland. In 1803 volgde zijn benoeming tot procureur-generaal bij het departementaal gerechtshof te Middelburg, een functie die hij combineerde met die van advocaat-fiscaal voor de middelen te lande in het departement Zeeland. Na een korte betrekking als ambtenaar op het departement van Financiën in Amsterdam nam hij deel aan een missie naar Parijs als lid van de Hollandse Commissie (Conseil pour les affaires de Hollande). In januari 1811 werd hij advocaat-generaal bij het keizerlijk gerechtshof te ’s-Gravenhage. In 1813, na het einde van de Franse tijd, werd Philipse procureur-generaal van het Hooggerechtshof aldaar. Ook had hij namens het departement Monden van de Schelde zitting in de Notabelenvergadering die in 1814 de ontwerp-Grondwet moest goedkeuren. Van 1838 tot zijn dood in 1845 was hij president van de Hoge Raad, die na de reorganisatie van de rechterlijke macht uitsluitend hof van cassatie was.

Johan Antoni Philipse (1800-1884)

Net als zijn vader studeerde Johan Antoni Philipse rechten in Leiden van 1817 tot 1822. Hij vestigde zich in Den Haag als advocaat om al snel te worden benoemd tot buitengewoon substituut van de procureur-generaal bij het Hooggerechtshof aldaar. In 1826 werd hij gewoon substituut en in 1833 advocaat-generaal bij datzelfde hof. Bij de reorganisatie van de rechterlijke macht werd hij in 1838 benoemd tot raadsheer in het toen opgerichte civiele gerechtshof van ’s-Gravenhage. In 1844 werd hij vicepresident, in 1849 president van dat hof. Van 1849 tot 1871 was hij – met een korte onderbreking – lid van de Eerste Kamer, van 1852 tot 1870 tevens voorzitter. In die hoedanigheid was de zeer conservatieve Philipse een vertrouweling van koning Willem III. In 1871 werd hij benoemd tot minister van Staat. Hij was gehuwd met Maria Clasina Groen van Prinsterer, zuster van de antirevolutionaire staatsman Guillaume.

Geschiedenis van het archiefbeheer

Het archief berustte bij de familie tot de overdracht aan het Nationaal Archief in 2018. Vóór de overdracht heeft een familielid met potlood aantekeningen gemaakt ter identificatie van documenten en van personen op foto’s.

De verwerving van het archief

Schenking van een particulier archief.