2.22.08 Inventaris van de verzameling lantaarnplaatjes van prof. Ir. J. Haringhuizen

Download inventaris als:PDF|XML Download inventaris Download inventaris Sluiten
Taalgebruik in onze archieven Taalgebruik in onze archieven Ik heb het begrepen

Bijlagen

Algemene indeling van het college in irrigatie, tevens wijzer voor het kaartsysteem van lichtbeelden en voor dat van de literatuur voor waterkracht en irrigatie

 
Inleiding. 0000
1e Hoofdstuk. Het watergebruik. 1000
2e Hoofdstuk. De waterwinning. 2000
3e Hoofdstuk. De aanvoerleidingen en de kunstwerken daarin. 3000
4e Hoofdstuk. De werken voor de afwatering en de waterkering. 4000
5e Hoofdstuk. Bijzondere bevloeiing. 5000
6e Hoofdstuk. De mechanische wateropvoer. 6000
7e Hoofdstuk. De voorbereiding en de uitvoering van bevloeiingswerken. 7000
8e Hoofdstuk. Het irrigatiebeheer. 8000
9e Hoofdstuk. De economische uitkomsten van bevloeiingswerken. 9000
 
Aanhangsel A. Beschrijving van uitgevoerde werken. A000
Aanhangsel B. Hulpwetenschappen. B000
Aanhangsel C. Geschiedenis van de bevloeiing. Gesch. waterkracht C500
Aanhangsel B v B.
Alleen voor het kaartsysteem der lichtbeelden.
Beteugeling van bergbeken.
Aanhangsel H.
Alleen voor het kaartsysteem der lichtbeelden.
Waterbouwkundige laboratoria.
Aanhangsel W.
Alleen voor het kaartsysteem der lichtbeelden.
Uitgevoerde proeven in waterbouwkundige laboratoria. Voor Waterkracht
Opm: De kaartsystemen voor Waterkracht en Irrigatie overlappen elkaar gedeeltelijk. De literatuur is in deze gevallen in de regel bij Irrigatie ondergebracht. Bij het kaartsysteem van Waterkracht wordt in dat geval daarheen verwezen.

Bijlage I. Nadere toegang op de inv.nrs. 58-61

De code verwijst naar inventarisnummers 58-61.
Inleiding (0000)
Handboeken. 0050
A. Overzicht: verbreiding van de bevloeiing. 0100
B. Het doel van bevloeiing. 0200
I. De cultures die bevloeid worden en de visteelt. 0210
a. De rijstbouw. 0211
b. De akkerbouw. 0212
c. De ooftbouw. 0213
d. De weidebouw. 0214
e. De samenhang tussen de cultures in éénzelfde streek. 0215
f. De visteelt. 0216
Zie ook B 850
II. De doeleinden van bevloeiing. 0220
a. De bevochtiging. 0221
b. De bemesting.
c. De regeling van de bodemtemperatuur. 0223
d. De zuivering van de bodem, (w.o. ontzilting) 0224
e. De ophoging van gronden (colmatage = opslibbing, slibbemesting). 225 (5200)
f. De opruiming van stedelijk en industrieel afval. 0226 (5100)
g. De vermeerdering van het grondwater. 0227
III. De voor het doel vereiste hoedanigheid van het water (o.a. i.v.m. het dichtslaan van de bodem). 0230
C. De algemene inrichting van bevloeiingswerken. 0300
I. Een bevloeiing op Java. 0310
II. Een bevloeiing in Midden-Europa. 0320
III. Onderscheiding der onderdelen van een bevloeiingswerk naar hun karakter. 0330
IV. Wilde bevloeiing en technisch geregelde bevloeiing. 0340
 
1e Hoofdstuk. Het watergebruik. (1000)
A. De wijzen van watergebruik. (De "bevloeiingswijzen") 1100
I. De onderwaterzetting. 1110
a. De wilde of natuurlijke bevloeiing. 1111
b. De Egyptische bassinbevloeiing. 1112
c. De kombevloeiing met en zonder waterverversing. 1113
d. De terrasbevloeiing. 1114
II. De oversijpeling. 1120
a. De hellingbouw. 1121
b. De rugbouw. 1122
III. De drainage-bevloeiing. 1130
IV. De instuwing. 1140
a. Met open sloten, voren of greppels. 1141
b. Met ondergrondse buizen. 1142
V. De begieting of bespuiting. 1150
VI. De bevloeiing van suikerriettuinen als voorbeeld van overgangsvorm. 1160
B. De benodigde hoeveelheden. 1200
Zie ook B 800; Landbouwkunde.
I. De gebruikelijke eenheden. 1210
II. De factoren, die op het watergebruik invloed hebben. 1220
III. De invloed van herhaald gebruik van het water en van het watergebruik om beurten. 1230
IV. Ervaringscijfers voor waterbehoefte (algemeen). 1240
V. Waterbehoefte op Java en Madoera. 1250
a. Voor de rijstbouw. 1251
1. Verloop van de waterbehoefte op een enkel rijstveld; Demakse verbruikslijn. 1251,1
2. Maximum-verbruik over grotere uitgestrektheden; natuurlijke rotatie. 1251,2
3. Kunstmatige rotatie of golonganregeling. 1251,3
4. Tegalse verbruikslijn. 1251,4
b. Voor suikerriet. 1252
c. Voor tweede gewassen. 1253
VI. De waterbehoefte voor industriële en andere doeleinden. 1260
 
2e Hoofdstuk. De waterwinning. (2000)
Inleiding.
A. Het aftappen uit rivieren. 2100
I. Algemene beschouwingen. 2110
a. De rivieren. 2112
Voor de literatuurkaarten: zie B450 t/m 457; B540; B920; B1510.
1e. Het régime; het stroomgebied en de afvloeiing daarvan. 2112,1
Voor de literatuurkaarten: zie B450 t/m 457; B540; B920; B1510.
2e. Bepaling van de normale en kleinste afvoeren uit het stroomgebied. 2112,2
Voor de literatuurkaarten: zie B450 t/m 457; B540; B920; B1510.
3e. Bepaling van de grootste afvoeren. 2112,3
Voor de literatuurkaarten: zie B450 t/m 457; B540; B920; B1510.
A. Uit het rivierbed en de waterstanden. 2112,31
Voor de literatuurkaarten: zie B450 t/m 457; B540; B920; B1510.
B. Volgens de methoden van Iszkowski en Lauterburg. 2112,32
Voor de literatuurkaarten: zie B450 t/m 457; B540; B920; B1510.
Volgens de methode van Melchior. 2112,33
Voor de literatuurkaarten: zie B450 t/m 457; B540; B920; B1510.
Latere beschouwingen van Ir Perelaer, Dr Boerema, Prof. ir Begemann e.a. 2112,34
Voor de literatuurkaarten: zie B450 t/m 457; B540; B920; B1510.
4e. De betekenis van "maximum-afvoer"; catastrophe-hoogwater. 2112,4
Voor de literatuurkaarten: zie B450 t/m 457; B540; B920; B1510.
5e. De afvoer van vaste stoffen. 2112,5
Voor de literatuurkaarten: zie B450 t/m 457; B540; B920; B1510.
b. De verschillende wijzen van aftappen; de watervang. 2113
II. Inlaten zonder opstuwing. 2120
a. De gewone inlaten zonder stuw. 2121
b. Inlaten met strekdam. 2122
III. Inlandse dammen van materialen van korte levensduur. 2130
IV. Semi-permanente dammen. 2140
V. De volledige watervang met vaste permanente stuw. 2150
a. De stuwdam. 2151
1e. Het stuwlichaam. 2151,1
A. De enkele stuwmuur (op rotsbodem). 2151,11
B. De stuw met stortbak. 2151,12
C. De stuw met storthelling. 2151,13
D. De enkele stuwmuur met vrije kolkvorming. 2151,14
E. De gewapend-beton stuw. 2151,15
F. De gewelvenstuw. 2151,16
2e. De fundering. 2151,2
3e. De aantasting van bodem en belopen benedenstrooms van stuwen. Het stortebed en bijzondere middelen tegen ontkolking (onschadelijke energieomzetting), 2151,3
4e. De landhoofden. 2151,4
5e. De bandjirdammen. 2151,5
6e. De bepaling van de stuwbreedte en van de opstuwing. 2151,6
b. De inlaatsluis. 2152
c. De spuisluis; zandsluizen. 2153
d. De keuze van de plaats van de watervang in de rivier. 2154
e. De sluitmiddelen. 2155
1e. Schuiven en sponningen. 2155,1
2e. Windwerken. 2155,2
3e. Overkappingen. 2155,3
VI. Beweegbare waterkeringen. 2160
a. Schotbalkstuwen. 2161
b. Naaldstuwen. 2162
c. Rolluikstuwen. 2163
d. Schuiven; Stoneyschuiven; rolschuiven, haakschuiven. 2164
e. Klepstuwen; dakstuwen. 2165
f. Sectorstuwen; segmentstuwen, vizierstuwen. 2166
g. Rolstuwen. 2167
h. Schipdeuren. 2168
i. Roldeuren, 2169
VII. Automatische waterkeringen. 2170
VIII. Vistrappen en vlotwegen. 2180
IX. Schutsluizen, (voor overlaten: zie 2340, 3330, B 424). 2190
B. Het aftappen uit scheepvaartkanalen. 2200
I. Scheepvaartkanalen waaruit bevloeid wordt. 2210
II. Bevloeiingskanalen, die bevaarbaar zijn. 2220
III. De schutsluizen in gecombineerde kanalen. 2230
C. Het gebruik van vergaarkommen. 2300
I. Algemene beschouwingen. 2310
a. De doeleinden van vergaarkommen; hun verbreiding. 2311
b. De algemene inrichting. 2312
c. Topografische, geologische en hydrografische voorwaarden voor de aanleg. 2313
d. De aan een reservoir te geven inhoud. 2314
II. De dalafsluiting.
Zie voor bezwijken van dammen: 2520, berekening van dammen B 340.
2320
a. De keuze van de plaats en van het type der dalafsluiting. 2321
b. Aarden stuwdammen: 2322
1e. Homogene. 2322,1
2e. Met dichting aan de voorzijde. 2322,2
3e. Met dichting in de kern. 2322,3
c. Opgespeelde dammen ("hydraulic-fill dams"). 2323
d. Dammen van steenstorting ("rock-fill dams"). 2324
e. Massieve stuwmuren. 2325
1e. Zonder gewelfwerking. 2325,1
2e. Gewelfde stuwmuren. 2325,2
f. Holle stuwen. 2326
1e. Muren met spaaropeningen. 2326,1
2e. Paneelpijlerstuwen. 2326,2
3e. Gewelfpijlerstuwen. 2326,3
4e. Koepelpijlerstuwen. 2326,4
g. IJzeren stuwen. 2327
h. Houten stuwen. 2328
i. Kistdammen ("kofferdammen"). 2329
III. De aftapkokers (met aftapinrichtingen, schuiven, afsluiters, enz.). 2330
IV. De overlaten (o.a. de ontlast- en kortsluitingsoverlaat, 2340
Zie ook 3330 en B 424.
(Eng. achtereenvolgens Chute en Saddle spillway).
V. De bezinking en de middelen tot voorkoming en tot verwijdering daarvan. De begroeiing van vergaarkommen. 2350
VI. De inrichting van natuurlijke meren tot vergaarkommen. 2360
D. De winning van ondergronds water. 2400
Zie ook B 330 en B 532.
I. Algemene beschouwingen. 2410
Zie ook B 330 en B 532.
a. Het ontstaan van grondwater, het onderzoek naar ondergrondse stromen. 2411
Zie ook B 330 en B 532.
b. De verbreiding van het gebruik van ondergronds water. 2412
c. De middelen tot winning daarvan. 2413
II. Het tot afvloeiing brengen van wateraderen. 2420
III. De aanleg van putten en filtergangen. 2430
IV. Het boren van artesische putten. 2440
V. De opstuwing van ondergronds water door dammen. 2450
VI. De middelen tot vermeerdering van het grondwater. 2460
E. De mechanische en biologische gevolgen van peilverandering en van de bouw van kunstwerken, 2500
I. De invloed, van kunstwerken (zoals stuwen, 9 vergaarkommen enz.) op de visstand. 2510
Zie ook B 850.
II. Het bezwijken van dammen. 2520
 
3e Hoofdstuk. De aanvoerleidingen en de kunstwerken daarin. (3000)
A. Het stelsel van aanvoerleidingen. 3100
I. Algemene beschouwingen over het leidingnet; begrip eindvak. 3110
II. De vakverdeling; de grootte van het eindvak. 3120
III. De benoeming van leidingen, kunstwerken en vakken. 3130
B. De berekening en constructie van aanvoerleidingen, in 't bijzonder van hoofdleidingen. 3200
I. De capaciteit der aanvoerleidingen. 3210
II. De vorm en afmetingen der aanvoerleidingen. 3220
a. Het gebruik van grafieken voor de berekening van kanalen. 3221
b. De aan te nemen snelheden. 3222
c. De toe te laten taludhellingen. 3223
d. De verhouding van bodembreedte tot waterdiepte. 3224
III. Het kanaalverloop en het lengteprofiel. 3230
a. Het verloop; de toe te laten bochten. 3231
b. Het lengteprofiel. 3232
c. Het verloop van de kanaalbodem. 3233
d. De ligging van het kanaalpeil ten opzichte van het maaiveld. 3234
IV. De instandhouding van taluds (= belopen). 3240
V. Dijken, bermen en wegen langs de hoofdkanalen. 3250
VI. Afwatering van de boven het kanaal gelegen gronden. 3260
VII. Watervliezen in leidingen en de middelen daartegen. 3270
C. De kunstwerken in de hoofdleidingen. 3300
I. De verdeelinrichtingen. 3310
a. De verdeelsluizen en opzetinrichtingen.
Hieronder vallen ook achtereenvolgens opzet- en meetinrichtingen, die niet bij verdeelinrichtingen gelegen zijn.
3311
b. De aftappingen. 3312
c. De meetinrichtingen.
Hieronder vallen ook achtereenvolgens opzet- en meetinrichtingen, die niet bij verdeelinrichtingen gelegen zijn.
3313
II. De ontzandingsinrichtingen. 3320
a. De spoelsluizen en spoelpanden. 3321
b. De zandvangen. 3322
III. De overlaten (gewone, zijdelingse, cirkelvormige overlaat, zigzag- en heveloverlaat). 3330
Zie ook 2340, B 424.
IV. De stortdammen en hellende goten. 3340
a. De stortdammen (w.o. de stortdam met sprong en de tafelstortdam). 3341
b. Hellende goten. 3342
V. De bruggen en duikers. 3350
VI. De aquaducten en onderschraagde goten ("flumes"). 3360
VII. De grondduikers en hevels. Gesloten leidingen. 3370
VIII. De roosters. 3380
IX. De tunnels. (Zie voor lit. 6 Boo). 3390
D. De werken voor de waterverstrekking binnen het eindvak. (de detailbevloeiing). 3400
I. De distributie- of bevolkingsleidingen. 3410
II. De meetinrichtingen binnen het eindvak. 3420
III. De kringwadoeks. 3430
E. De werken tot beteugeling van het watergebruik in gebieden bovenstrooms. 3500
 
4e Hoofdstuk. De werken voor de afwatering en de waterkering. (4000)
A. De afwateringswerken. 4100
I. Algemene beschouwingen; het beginsel van gescheiden aan- en afvoer. 4110
II. De afvoerkanalen; hun capaciteit, afmetingen en verhang. 4120
III. De kunstwerken in de afvoerkanalen. 4130
IV. Ondergrondse waterafvoer, (drainering). 4140
B. De waterkeringswerken. 4200
Zie ook B 1500 e.v.
I. De rivierbedijkingen. 4210
Zie ook B 1500 e.v.
II. De zeebedijkingen. 4220
Zie ook B 1500 e.v.
III. De keersluizen. 4230
Zie ook B 1500 e.v.
 
5e Hoofdstuk. Byzondere bevloeiingen. (5000) (Zie voor besproeiing: 1150)
A. De bevloeiing met stedelijk en industrieel afvalwater. 5100
B. De colmatage (opslibbing) en slibbemesting. 5200
 
6e Hoofdstuk. De mechanische wateropvoer. (6000)
A. De werktuigen voor de wateropvoer. 6100
I. Eenvoudige hoos- en heftoestellen. 6110
II. Noria's. 6120
III. Schepraderen. 6130
IV. Vijzels. 6140
V. Zuig- en perspompen. 6150
Zie ook B 472.
VI. Centrifugaalpompen. 6160
Zie ook B 472.
VII. Vijzel- of schroefpompen. 6170
Zie ook B 472.
B. De toepassing van wateropvoerwerktuigen. 6200
I. Voor wateraanvoer. 6210
II. Voor afwatering. 6220
 
7e Hoofdstuk. De voorbereiding en de uitvoering van bevloeiingswerken. (7000)
A. De voorbereiding van de plannen. 7100
I. Voorlopige terreinverkenningen en onderzoekingen. 7110
II. Waarnemingen omtrent het watergebruik. 7120
III. Regenwaarnemingen. 7130
Zie B 440 tot B 450; B 500 tot B 600.
IV. Verdampingsmetingen. 7140
Zie B 440 tot B 450; B 500 tot B 600.
V. Waterstandsbepalingen. 7150
Zie B 440 tot B 450; B 500 tot B 600.
VI. Debietbepalingen. 7l60
Zie B 440 tot B 450; B 500 tot B 600.
a. Meting met oppervlakte-drijvers; inrichting van drijfvakken. 7161
Zie B 440 tot B 450; B 500 tot B 600.
b. Meting met dieptedrijvers. 7162
Zie B 440 tot B 450; B 500 tot B 600.
c. Meting met indirecte stroommeters. 7163
Zie B 440 tot B 450; B 500 tot B 600.
d. Gebruik van de debietkromme. 7164
Zie B 440 tot B 450; B 500 tot B 600.
e. Debietbepalingen in kunstwerken. 7165
Zie B 440 tot B 450; B 500 tot B 600.
VII. Bepaling van de beschikbare en benodigde debieten. 7170
a. De beschikbare debieten; verwerking van de debietbepalingen. 7171
b. De benodigde debielen; de bruto- en bevloeiingsoppervlakken. 7172
VIII. Onderzoek naar de hoedanigheid van het water. 7180
XI. Opnemingen en kaarteringen. 7190
B. Het ontwerpen en begroten. 7200
I. De voorlopige ontwerpen. 7210
a. De algemene opzet; irrigatiekaarten. 7211
b. Het traceren van aan- en afvoerleidingen op de terreinkaarten. 7212
c. De bepaling van bevloeiingspeilen, capaciteiten, lengte- en dwarsprofielen van de leidingen; plaats en aard der kunstwerken. 7213
d. Globale raming van kosten. 7214
II. Definitieve ontwerpen. 7220
a. Het uitzetten van assen en tracé's op het terrein en het opmeten van lengte- en dwarsprofielen. 7221
b. Het grondonderzoek. 7222
c. De ontwerptekeningen. 7223
d. De nota's van toelichting. 7224
III. Het begroten van kosten. 7230
a. De grondwerken. 7231
1e. De berekening van het grondverzet. 7231,1
2e. De eenheidsprijzen voor grondwerken. 7231,2
b. Onteigeningen en schadeloosstellingen. 7232
c. Het kuberen van kunstwerken. 7233
d. De eenheidsprijzen; de grondslagen van het Dept. der B.O.W. 7234
e. De bijkomende kosten. 7235
1e. Hulpwerken voor de uitvoering. 7235,1
2e. Toezicht en administratie. 7235,2
3e. Winst- en risico-posten. 7235,3
C. De uitvoering.
I. Het uitzetten van de kanaaltracé's en kunstwerken op het terrein. 7310
II. De uitvoering van grondwerken. 7320
III. De uitvoering van kunstwerken. 7330
IV. Hulpwerken voor de uitvoering. 7340
V. Werkplan voor de uitvoering van grote werken. 7350
VI. Uitvoering in eigen beheer en in aanneming. 7360
VII. Uitvoering met gestraften. 7370
 
8e Hoofdstuk. Het irrigatiebeheer. (8000)
A. Het beheer en het onderhoud van bevloeiingswerken. 8100
I. Het beheer. 8110
II. Het gewone onderhoud. 8120
III. Buitengewone beschadigingen door bandjirs, aardbevingen en vulkanische uitbarstingen. 8130
B. Het waterbeheer. 8200
I. De waterwetgeving. 8210
II. De waterregelingen op Java. 8220
a. Het kringenstelsel. 8221
b. Het golonganstelsel. 8222
c. De verdeling tussen beneden- en bovenstreken. 8223
d. De verdeling tussen de inlandse en de grootcultures. De Kringwadoeks. 8224
III. Irrigatiekaarten; cultuurplannen; cultuurgrafieken. 8230
C. De irrigatie-afdelingen en waterschappen. 8300
I. De irrigatie-afdelingen op Java. 8310
II. De waterschappen in de Vorstenlanden. 8320
III. De waterschappen op Sumatra. 8330
 
9e Hoofdstuk. De economische uitkomsten bevloeiingswerken. (9000)
A. Betreffende de werken in Ned. Oost-Indië (Indonesië en Nw. Guin). 9100
I. De kosten van voorbereiding. 9110
II. De aanlegkosten. 9120
III. De kosten van onderhoud en herstelling. 9130
IV. De kosten van beheer. 9140
V. De voordelen van de werken. 9150
a. Meerdere opbrengst van rijst. 9151
Zie ook B 800: Landbouwkunde.
b. Meerdere opbrengst van suikerriet. 9152
Zie ook B 800: Landbouwkunde.
c. Meerdere opbrengst van tweede gewassen. 9153
Zie ook B 800: Landbouwkunde.
d. De voordelen voor de schatkist, de rentabiliteit. 9154
B. Betreffende de werken elders. 9200

Bijlage II. Nadere toegang op de inv.nrs. 62-66. Aanhangsel A. Beschrijving van uitgevoerde werken. A000

De code verwijst naar inventarisnummers 62-66.
Overzicht
A, B: Werken in het v.m. Ned. O. Indië, (Indonesië en Ned. Nieuw Guinea). A100, A200.
C: Werken in overig Azië, uitgez. U.S.S.R.: A300.
D: Werken in Afrika A400
E: Werken in Europa, uitgez. Rusland. A500.
F: Werken in Amerika A600.
G: Werken in Australië A700.
H: Werken in Rusland en overig U.S.S.R. A800.
 
A. Werken op Java en Madoera. (A100)
I. In de ress. Bantam en Batavia. A110
a. De Tjioedjoeng-werken. A111
b. De overige werken in de res. Bantam. A112
c. De Gouvernements-waterleidingen in Batavia. A113
d. De bandjirvrijmaking van de hoofdplaats Batavia. A114
e. De Tjitaroem-werken. A115
f. De Tangerang-werken. A116
g. De overige werken in de res. Batavia. A117
II. In de ress. Preanger Regentschappen en Cheribon. A120
a. De Tjihea-werken. A121
b. De Oedjoeng Djaja-werken. A122
c. De overige werken in de res. Preanger Reg. A123
d. De Tjimanoek-werken. A124
e. De Tjiloetoeng-werken. A125
f. De overige werken in West-Cheribon. A126
g. De Menenteng-werken. A127
h. De overige werken in Oost-Cheribon. A128
III. In de res. Pekalongan. A130
a. De werken in West-Brebes. A131
b. De Pemali-werken. A132
c. De Goeng- en Koemisik-werken. A133
d. De Tjomal-Tjatjaban werken. A134
e. De Genteng-Sragi werken. A135
f. De Sengkarang-Blimbing werken. A136
g. De overige werken in de res. Pekalongan, A137
IV. In de res. Semarang. A140
a. De Bodri-werken. A 141
b. De overige werken in de Afd. Kendal. A142
c. De bandjirvrijmaking van de hoofdplaats Semarang. A143
d. De werken bewesten de K. Toentang. A144
e. De Demakse bevloeiingswerken. A145
f. De werken van de Kali Toentang. A146
g. De werken van de Kali Serang en de Babalanwerken. A147
h. De overige werken in de res. Semarang. A148
V. In de ress. Banjoemas, Kedoe en Djocjakarta. A150
a. De Singgomerto-werken. A151
b. De Bandjar-Tjahjana-werken. A152
c. De overige werken in de res. Banjoemas (w.o. de Kroja-werken). A153
d. De werken in Zuid-Kedoe. A154
e. De Manggis-werken. A155
f. De Tangsi-werken. A156
g. De overige werken in de res. Kedoe. A157
h. De werken in de res. Djocjakarta. A158
VI. In de ress. Soerakarta, Madioen, Rembang en in Noord-Soerabaja. A160
a. De bandjirvrijmaking van Solo. A161
b. De overige werken in de res. Soerakarta. A162
c. De Gandong-Tinil-werken. A163
d. De Madioenkanaal-werken. A164
e. De overige werken in de res. Madioen. A165
f. De Kening-werken. A166
g. De wadoek-bevloeiingen in de Solovallei. A167
h. De overige werken in Rembang en Noord-Soerabaja. A168
VII. In de ress. Kediri en in Zuid-Soerabaja. A170
a. De Waroedjajeng-Kertosono werken. A171
b. De Brantas- en Konto-werken. A172
c. De overige werken in de res. Kediri. A173
d. De Sidoardjo-werken. A174
e. De Watoedakon-werken. A175
f. De werken aan de Porrong- en Soerabaja-rivieren. A176
g. De overige werken in Zuid-Soerabaja, A177
h. De Toeloengagoeng-werken. A178
VIII. In de ress. Pasoeroean. A180
a. De Molekwerken. A181
b. De Kedoeng-Kandang werken. A182
c. De Pategoewan-werken. A183
d. De Pekalen-werken. A184
e. De werken in Oost-Kraksaän. A185
f. De overige werken in de res.
Pasoeroean. A186
IX. In de ress. Besoeki en Madoera. A190
a. De Bondojoedo-werken. A191
b. De Bedadoeng-werken. A192
c. De Sampean-werken. A193
d. De Banjoepoetih-werken. A194
e. De overige werken in de res. Besoeki. A195
f. De Samiran-werken. A196
g. De overige werken in de res. Madoera. A197
B. Werken op de overige eilanden der Archipel (A200)
I. De werken op Sumatra. A210
a. De Peusangan-werken. A211
b. De bandjirvrijmaking van Padang. A212
c. De overige werken op Sumatra. A213
II. De werken op Celebes. A220
a. De Bantimoeroeng-werken. A221
b. De overige werken op Celebes. A222
III. De werken op Bali en Lombok. A230
IV. De werken op de overige eilanden (uitgez. Nw. Guin.). A240
V. De werken op Nieuw-Guinea. A250
C. Werken in overig Azië, uitgezonderd U.S.S.R. (A300)
I. In het v.m. Brits-Indië. A310
a. In India. A311
b. In Pakistan. A312
c. Op Ceylon. A313
d. In Burma. A314
e. Op Malakka. A315
II. In overig Oost-Azië. A320
a. In China. A321
b. In Japan. A322
c. In Siam (Thailand). A323
d. In Frans Indo-China. A324
III. In Midden-Azië. A330
IV. In de Arabische landen. A340
V. In Turkije. A350
VI. In Israël. A360
D. Werken in Afrika. (A400)
I. In Zuid-Afrika. A410
II. In Egypte. A420
III. In Noord-Afrika. A430
E. Werken in Europa. (A500)
I. In Italië. A510
II. Op het Iberisch Schiereiland. A520
III. In Zuid-Oost Europa. A530
IV. In Frankrijk. A540
V. In Midden-Europa. A550
VI. In Nederland. A560
a. In Friesland en Groningen. A561
b. In Drenthe en Overijssel. A562
c. In Gelderland en Utrecht. A563
d. In Noord- en Zuid-Holland. A564
e. In Zeeland. A565
f. In Noord-Brabant en Limburg. A566
g. In de Zuiderzeepolders. A567
VII. In overig West-Europa. A570
VIII. In Noord-Europa. A580
F. Werken in Amerika. (A600)
I. In de Westelijke der Verenigde Staten van N. Amerika. A6l0
a. in het stroomgebied van de Columbia (Staten: Washington, Oregon, Idaho). A611
b. in het stroomgebied, van o.a. Klamath (Staten: Oregon en Californië, het gebied tussen Columbia en Sacramento). A612
c. in het stroomgebied van de Sacramento (Californië) en het merengebied van Nevada. A613
d. in het rivierengebied in Californië bezuiden de Sacramento. A614
e. in het stroomgebied van de Colorado en omgeving v.h. Grote Zoutmeer (Staten: Colorado, Utah, Arizona). A615
f. in het stroomgebied van de Rio Grande (Nieuw Mexico, Texas). A616
g. in het stroomgebied van de bovenloop van de Missouri (Dakota, Nebraska). A617
h. in het stroomgebied van de Noord- Platte en Arkansas (Arkansas). A618
II. In de Oostelijke der Verenigde Staten van N. Amerika. A620
a. De werken der Tennessee Valley Authority (Tennessee, Mississippi, Alabama). A621
III. In Noord-Amerika ten Noorden van de Verenigde Staten. A630
IV. In Midden-Amerika. A640
a. in Mexico. A641
V. In Zuid-Amerika. A650
a. in de Guyana's. A651
b. in Venezuela en Columbia. A652
c. in Ecuador, Peru en Bolivia. A653
d. in Chili. A654
e. in Argentinië, Uraguay en Paraguay. A655
f. in Brazilië. A656
G. Werken in Australië, Nieuw Zeeland enz. (A700)
 
H. Werken in Rusland en overig gebied der U.S.S.R. (A800)
 

Bijlage III. Aanhangsel B. Hulpwetenschappen. B 000

Overzicht
A. Bouwmaterialen B100;
B. Toegepaste Mechanica B200;
C. Grondmechanica B300;
D. Hydraulica B400;
E. Klimatologie B500;
F. Geologie B600;
G. Landmeetkunde B700;
H. Landbouwkunde enz. B800;
J. Wiskunde B 900;
K. Economie B1000;
P. Algemene Waterbouwkunde B1500;
Q. Onderwijsinstellingen B1600.
 
Specificatie
A. Bouwmaterialen. B100
I. Hout. B110
II. Steen (natuur- en kunststeen). B120
III. Beton. B130
IV. Staal. B140
V. Bitumen. B150
VI. Kunststoffen (kunstharsen enz.) en rubber. B160
VII. Non-ferro metalen. B170
B. Toegepaste Mechanica. B200
I. Theorie der bouwconstructies. B210
II. Spanningsmetingen in bouwconstructies. B220
C. Grondmechanica. B300
I. Gronddruk. B310
II. Draagkracht van grond, w.o. bodemverbetering. B320
III. Grondwater (grondwaterstroming, instuwing of infiltratie). B330
Zie ook 2400 t/m 2460, B 532.
IV. Berekening van grondlichamen. B340
D. Hydraulica. B400
Inleiding, grondbegrippen. B401
Turbulentie. B402
Stroomlijnen. B403
I. Stationaire eenparige beweging. B410
Stroming door buizen. B411
Stroming door open leidingen. B412
II. Stationaire niet-eenparige bewegingen. B420
De opstuwing. B421
Watersprong. B422
Stroming door opening. B423
Overlaten, meetdrempels, meetstuwen etc. B424
III. Niet stationaire beweging. B430
Algemeen. B431
Theorie voortplanting lange golven, algemeen. B432
Getijden. B433
Translatie-golven in open leidingen. B434
Hoogwatergolf; haar voortplanting op rivieren, afvlakking in en stroming door vergaarkommen ("floodrouting"). B435
Waterstoot. B436
Bufferschacht en slingeren in leidingen. (Schommeling of seiche; haling; Korte golven: windgolven en scheepsgolven;) B437
Andere golven. (De deining; De opwaaiing; De losse golf.) B439
IV. Metingen, algemeen. B440
Debiet- en snelheidsmetingen en -meters (voor overlaten, meetdrempels: zie B 424). B441
Venturimeters. B442
Andere metingen (peilmeting, turbulentiemeting, stroomrichting, zoutbepaling). B448
V. Beweging van vaste stoffen. B450
Sleepstoffen. B451
Zwevende stoffen. B452
Slibmeting, meting zandtransport. B455
Krachten op lichamen werkend. B457
Mechanische aantasting door vaste stoffen. B458
VI. Waterloopkundige laboratoria. B460
Zie voor lichtbeelden: Aanhangsel W. en H.
Theorie en toestellen. B461
Beschrijving van laboratoria. B462
Uitgevoerde proeven. B463
VII. Andere Onderwerpen. (voor vistrappen: zie 2180). B470
Opneming van lucht. B471
Turbines en pompen. B472
Zie ook 6150, 6160, 6170.
Cavitatie. B473
Kolkvorming, energievernietiging ("Stillingbasin" = woelkom). B474
Afsluiters, kleppen. B475
E. Klimatologie, klimaatbeschrijving. B500
I. Meteorologie (verschijnselen en hun uitwerking). B510
Algemene inleiding. B511
Wind en windkrachten. B512
Neerslag. B513
Verdamping. B514
IJs, IJskrachten, IJsbestrijding. B515
II. Hydrologie. B520
Algemene inleiding. B521
Hydrographieën. B522
Waarnemingen en peilingen. B523
III. Voorspelling of verband rivierafvoer uit neerslag. B530
Invloed begroeiing op de afvoer. B531
Andere factoren de afvoer beïnvloedend. B532
IV. Statistische hydrologie (kans op het voorkomen van afvoer, waterstand, etc.). B540
Voor neerslag: zie B513.
Voor infiltratie: zie 1140 en B330.
V. Beheersing hoge waterstanden ("floodcontrol"). B550
F. Geologie. (ook m.h.o. op fundering dammen). B600
I. Opbouw der aardkorst; grondsoorten. B610
Voor lichtbeelden: Aanhangsel B.v.B.
II. Vulcanisme. B620
Voor lichtbeelden: Aanhangsel B.v.B.
III. Tectoniek - aardbevingen. B630
G. Landmeetkunde. B700
I. Landmeten en waterpassen. B710
II. Geodesie. B720
H. Landbouwkunde, Visserij enz. B800
voor Landbouw, zie ook 1200 e.v.; 9151 t/m 9153.
Visserij (zie ook 0216, 2180, 2510). B850
J. Wiskunde. B900
I. Tabellen enz. B910
II. Waarschijnlijkheidsrekening, statistiek. B920
K. Economie. B1000
I. De Waterhuishouding. B1010
P. Algemene Waterbouwkunde. B1500
I. Rivieren, (regiem, bedvorming, oeverbescherming). B1510
II. De bodemuitschuring en haar bestrijding. B1520
Beteugeling van Bergbeken. B1521
Voor lichtbeelden: Aanhangsel B.v.B.
Andere vormen van erosiebestrijding. B1522
Uitvoering van werken. B 1590
Q. Onderwijsinstellingen. B1600