2.25.58 Inventaris van het archief van de Bedrijfsvereniging voor Detailhandel, Ambachten en Huisvrouwen (DETAM), (1930) 1952-1997

Download inventaris als:PDF|XML Download inventaris Download inventaris Sluiten
Taalgebruik in onze archieven Taalgebruik in onze archieven Ik heb het begrepen

Archiefvorming

Geschiedenis van de archiefvormer

De Bedrijfsvereniging voor Detailhandel, Ambachten en Huisvrouwen (DETAM), ook genoemd BV 18, is in 1952 officieel opgericht. Zij is de voortzetting van acht oudere bedrijfsverenigingen, namelijk de Middenstands-Bedrijfs-Vereeniging (1929-1952), De Algemeene Middenstands Bedrijfsvereeniging (1930-1940), de Bedrijfsvereeniging De Middenstands Onderlinge (1930-1944), De Gemengde Bedrijfsvereeniging voor ziekengeldverzekering (1930), de Centrale Middenstandsbedrijfs-vereeniging voor Handel en Nijverheid (1930), de Centrale Kappers Bedrijfsvereniging (1930), de Algemene Kappersbedrijfsziekenkas (1934) en de Nederlandsche Bedrijfsvereeniging voor den Middenstand (1941-1952).
Het ontstaan van bedrijfsverenigingen als de DETAM vond plaats in het kader van de in 1952 tot stand gekomen Organisatiewet Sociale Verzekering. Deze wet droeg met ingang van 1953 de uitvoering van de wettelijke sociale verzekeringen tegen ongevallen, invaliditeit, ziekte en werkloosheid, alsmede de uitvoering van de Kinderbijslagwet op aan destijds 26 bedrijfsverenigingen, ingedeeld naar sectoren van het bedrijfs- en beroepsleven. In de praktijk kwam de uitvoering van de verzekering tegen ongevallen en invaliditeit pas in 1967 bij de bedrijfsverenigingen te berusten, terwijl de Kinderbijslagwet vanaf 1963 door de Raden van Arbeid werd uitgevoerd. Vrijwel alle bedrijfsverenigingen kwamen voort uit reeds bestaande organisaties met een beperkter takenpakket, meestal de uitvoering van één verzekering (zie hierboven). De nieuwe gevormde bedrijfsverenigingen waren gebaseerd op wettelijke voorschriften betreffende de uitvoering van de wetten op de sociale zekerheid en op de nadere afspraken in het overleg tussen werkgevers en werknemers. De bedrijfsverenigingen kenden een verplicht lidmaatschap van werkgevers.
De taken van de bedrijfsverenigingen waren drieërlei: ten eerste de uitkeringsverzorging, ten tweede beheersing van het uitkeringsvolume en het verzekerde risico en ten derde de handhaving. De uitkeringsverzorging omvat de claimbeoordeling, de uitvoeringsbeslissing en de uitbetaling, waarbij de termen volume- en risicobeheersing waren gericht op voorkoming van een beroep van verzekerden op de uitkering.
Net als iedere bedrijfsvereniging kende BV 18 een ledenraad, waarvan de helft bestond uit leden van de werkgeversvakverenigingen en de andere helft uit leden van de werknemersvakverenigingen. De ledenraad was van formele aard en had geen invloed op de samenstelling van de voornaamste organen van de bedrijfsvereniging, het bestuur, het dagelijks bestuur en de kleine commissie. Het bestuur was paritair samengesteld, d.w.z. dat de werkgevers en werknemers gelijkelijk waren vertegenwoordigd.
Leden werden door leden van de vakverenigingen van werkgevers en werknemers aangewezen. Er waren een voorzitter en een tweede voorzitter, welke functies bij toerbeurt vervuld werden door een lid van werkgevers- en een van werknemerszijde. Het dagelijks bestuur werd uit het bestuur gekozen. De Kleine Commissie was samengesteld uit een werkgevers-bestuurslid, een werknemersbestuurslid en de administrateur van de bedrijfsvereniging. In deze commissie werd over speciale gevallen van wetstoepassing, in het bijzonder weigering van uitkering, beslist. De grote meerderheid van de gevallen werd afgedaan door de administratie onder leiding van de directeur of de administrateur.
Hoewel de administratie van leden en verzekerden en de administratie m.b.t. de uitvoering van de sociale verzekeringswetten door veel bedrijfsverenigingen werd opgedragen aan het in 1952 opgerichte Gemeenschappelijk Administratiekantoor (GAK), heeft de DETAM deze administratie steeds zelf gevoerd.
In de steeds ingewikkelder wordende wereld van de sociale verzekeringen had het bestuur behoefte aan een gerichte aanpak van bepaalde onderwerpen in commissies. Zij besloot daarom in februari 1996 de bestuurlijke structuur van de DETAM te wijzigen. Het bestuur wordt teruggebracht tot veertien leden en het presidium. Het Dagelijks Bestuur eindigt in april haar werkzaamheden. Daarnaast besluit het bestuur twee commissies in te stellen, te weten de Commissie Strategie, Jaarplan en Begroting en de Commissie Volumebeleid. Bepaalde bevoegdheden worden door het Bestuur aan deze commissies gemandateerd. Uitgangspunt daarbij was een efficiëntere organisatie, waarbij het Bestuur wel voor de taken van de commissies verantwoordelijk bleef.
Detam Arbo B.V. was een verzelfstandigd onderdeel van de bedrijfsvereniging Detam opgericht in 1994 en verzorgde bij aangesloten bedrijven en instellingen verzuimbegeleiding en –preventie. Detam was voornamelijk gericht op de detailhandel, wat in het begin dan ook de markt vormde voor Detam Arbo. Per 1 januari 1997 kreeg het de naam Commit Arbo B.V.
In 1997 werden de bedrijfsverenigingen opgeheven. Hun taken zijn overgenomen door het Landelijk Instituut voor Sociale Verzekeringen (LISV). Op haar beurt is het LISV in 2002 opgeheven en opgegaan in het Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen (UWV).

Geschiedenis van het archiefbeheer

De aanwezige bestuursstukken van vier voorlopers van DETAM, te weten: de bedrijfsafdeling Kappers (1949-1951), de Kruideniersvak-centrale (1950) en de (toen nog) aparte Bedrijfsverenigingen voor de detailhandel (19495-1951) en voor de Middenstand (1940-1952), vormen een onderdeel van het DETAM-archief.
Het archief van de DETAM werd in 1999 samen met archieven van andere bedrijfsverenigingen overgebracht naar het IISG. Het archief is daar in 2000 geïnventariseerd. Het bevat voornamelijk stukken van algemene aard, met name vergaderstukken en correspondentie. Daarnaast zijn er tevens stukken betreffende bedrijfsafdelingen en contactcommissies en een aantal stukken betreffende overige onderwerpen geïnventariseerd. De jaarverslagen van de voorgangers van DETAM zijn bij het Internationaal Instituut voor Sociale Geschiedenis gebleven en aldaar toegankelijk. Het door het IISG geïnventariseerde archiefdeel bedraagt 6.60 meter.
Het niet door IISG bewerkte deel werd bij de rechtsopvolger van DETAM, het Lisv, opgeslagen en is vervolgens door diens rechtsopvolger UWV ook volgens de klassieke methode geïnventariseerd. Het door UWV geïnventariseerde archiefdeel bedraagt 3.12 meter.
DETAM is altijd zelfadministrerend gebleven en als gevolg daarvan is het bestuursarchief in de loop der jaren door meerdere personen beheerd. Bij sommigen was daarbij sprake van enige archiefkennis en consciëntieus werken, bij de anderen duidelijk niet. Tevens stond het op 3 lokaties opgeslagen, te weten ORBIS amsterdam, Cadans Zeist en DETAM Utrecht, waarbij het zeer waarschijnlijk is dat een groot aantal dossiers door ongeautoriseerde handen is gegaan en vervolgens is vernietigd. Bovenstaande vermeldingen verklaren waarom het archief hiaten bevat.

De verwerving van het archief

Het archief is krachtens bepalingen van de Archiefwet overgebracht.

De verwerving van het archief

Het archief is krachtens bepalingen van de Archiefwet overgebracht.