3.01.06 Inventaris van het archief van de Ridderschap en Edelen van Holland en West-Friesland, 1572-1795 (1811)

Download inventaris als:PDF|XML Download inventaris Download inventaris Sluiten
Taalgebruik in onze archieven Taalgebruik in onze archieven Ik heb het begrepen

Inhoud en structuur van het archief

Inhoud

De eerste afdeling in dit archief bevat de stukken die betrekking hebben op het functioneren van het college van de Ridderschap als eerste lid van de Staten van Holland. Voor goed begrip zij vermeld dat de serie resoluties (inv.nrs. 4-15) hierin ook betrekking heeft op abdijaangelegenheden. De tweede serie resoluties (inv.nrs. 151-155) is opgenomen in de rubriek met betrekking tot het gezamenlijk beheer, daar deze resoluties uitsluitend het beheer van de abdijgoederen betreffen. Het meest volledig zijn in dit archief de archivalia van de abdij van Rijnsburg voorhanden.
Achter het archief van de Ridderschap zijn nog een aantal archivalia gevoegd die de neerslag vormen van de liquidatie van de goederen waarover de Ridderschap het beheer heeft gehad. De uitvoering hiervan was in handen van de commies Daniel Jacob Heeneman. Het betreft rekeningen daterend uit een periode die al ver voor het tijdstip van de liquidatie ligt, maar de datum van afhoring geeft aan dat deze rekeningen onderdeel van de administratie tot opheffing van het college van de Ridderschap hebben gevormd.
De laatste afdeling uit deze inventaris bevat een aantal stukken waarvan het verband met het archief niet gebleken is. Het zijn voornamelijk rekesten. Meilink nam aan dat deze stukken tot het archief hebben behoord, hetgeen ten dele juist bleek
Meilink, Het archief van de Ridderschap van Holland, 94.
. Voor het overige zijn er stukken bij dit archief bewaard gebleven, die hier vermoedelijk als gevolg van uitoefening van nevenfuncties zijn terecht gekoemn. Dirk Gerritsz. van Kessel was namelijk tevens als rentmeester in dienst van de Rekenkamer ter Auditie; mogelijk ook heeft hij als persoonlijk adviseur van Willem van Oranje adviezen op deze rekesten uitgebracht. Op voorhand is evenwel nog niet duidelijk waar deze stukken beter op hun plaats zouden zijn.

Aanwijzingen voor de gebruiker

De belangrijkste informatie over de werkzaamheden van het college van de Ridderschap vindt men allereerst in de resoluties (inv.nrs. 4-15). Deze zijn tot 1768 nader toegankelijk gemaakt door indices op onderwerpen, persoons- en plaatsnamen met verwijzing naar de data van de resolutieregisters. Wel zijn de personen veelal op naam van hun heerlijkheid ingedeeld. Voorin elke index bevindt zich, conform het model in de gedrukte indices op de resolutieboeken van de Staten van Holland, een tafel der respecten (inv. nrs. 26-30)
00.Inv.nr. 26 werd op 21 mei 1767 weer teruggevonden. In deze index wordt alleen verwezen naar de paginering in de resolutieregisters. Inv.nr. 27 bestaat uit twee indices, te weten een index op het resolutieregister van 1640-1647 (identiek aan inv.nr. 26) en een index op de resoluties van 1653-1659, 1689-1720 en van 1727-1745 (inv.nrs. 5-9). Inv.nr. 28 bestaat ook uit twee indices, n.l. een index op de resolutieregisters van 1653-1745 (identiek aan tweede index in inv.nr. 27) en een index op de resolutieregisters van 1746-1753 (inv.nr. 10). De inv.nrs. 29 en 30 beperken zich tot het resolutieregister van 1754 - 1762 (inv.nr. 11) en dat van 1763-1768 (inv.nr. 12).
. Voor de periode 1767-1782 zijn bovendien bijlagen op de resoluties bewaard gebleven (inv. nrs. 31-33). Aangezien de Ridderschap een lid was van de Staten van Holland kan men hier niet mee volstaan, maar is raadpleging van de (gedrukte) resoluties van de Staten van Holland en West-Friesland eveneens vereist
01.Rijksarchief in Zuid-Holland, Archief van de Staten van Holland en West-Friesland, 1572-1795 (3.01.04), inv.nrs. 10-280. Zie voor de indices: inv.nrs. 281- 298. Voor de handgeschreven net- en minuutresoluties, gedrukte en net secrete resoluties, onder welke ingevoegde inv. nrs. zie men: W.E. Meiboom, Inventaris van het archief van de Staten van Holland en West-Friesland, 1572-1795, 's-Gravenhage 1991, 14-38.
.
Daar na de Opstand in 1572 het beheer van de geconfisqueerde goederen van de abdijen van Rijnsburg en Leeuwenhorst één van de belangrijkste taken van de Ridderschap werd, vormen de stukken hierover het grootste deel van het archief. Hiervan werden aparte registers van resoluties bijgehouden, terwijl de "memories van de agenda" daar voor een deel een welkome aanvulling op vormen (inv.nrs. 164-168 en inv.nrs. 176-210). Daarnaast vormt de financiële administratie van de abdijgoederen een wezenlijk onderdeel van dit archief (inv.nrs. 365-495, 586-746, 1371-1646 en 1817-1845). Voor de rest bestaat de inventaris vooral uit veel losse stukken, die rubriekmatig zijn onderverdeeld.
Tot de goederen van de abdij Rijnsburg behoorden de heerlijkheid Akkersdijk en Vrouwenrecht, de heerlijkheid Boskoop en de heerlijkheid Rijnsburg. In de inventaris zijn de stukken daarover verder onderverdeeld dan uit de inhoudsopgave valt op te maken. Men treft hier in aan onder andere redelijk volledige series betreffende benoemingen van burgemeesters, kerkmeesters en weesmannen van Boskoop en van burgemeesters, schepenen, kerk-, gilde- en armmeesters, weesmannen en welgeboren mannen van Rijnsburg en Boskoop (inv.nrs. 1017-1066 en 1124-1155) en andere bestuurlijke functionarissen. Verder het nodige over benoemingen van predikanten, kosters en schoolmeesters te Boskoop en Rijnsburg (inv.nrs. 1085-1094 en inv.nrs. 1223-1232). Bijzondere aandacht verdient wel vanwege het bijzondere aspect, dat het toen in de samenleving had, de rubriek van het arm- en proveniershuis van Rijnsburg (inv.nrs. 1233-1242).
Om de namen van de abdijzusters van Rijnsburg te achterhalen kan men gebruik maken van de in 1760 opgestelde lijst van proven (bijgewerkt tot 1789), waarin de geboortedata van de abdijzusters, de namen van hun ouders, de edelen die hen hebben genomineerd en de datum van confirmatie worden vermeld. De prove verviel door overlijden dan wel door huwelijk, wat in beide gevallen is aangetekend. Bij huwelijk werd de naam van de man genoemd. In de laatste kolom vindt men de naam van de abdijzuster, die de bewuste prove nadien genoot (inv.nr. 510). Zie ook inv.nr. 505 met namen van de in de tweede helft van de 17e eeuw bij beide abdijen benoemde zusters. In inv.nr. 509 zijn de namen te vinden van de abdijzusters van Rijnsburg en Leeuwenhorst, die in de periode 1766-1788 afhankelijk van hun leeftijd een wisselende prove genoten.
Een interessante bron is inv.nr. 485 met gegevens over de beursstudenten van de Leidse universiteit. Tenslotte zij hier nog geattendeerd op de archivalia, die zich in dit archief bevinden inzake de vooral financiële gevolgen van de Tachtigjarige oorlog voor de pachters van de abdijgoederen en de inwoners van Holland (bijv. inv.nrs. 1103, 1277-1297, 1305, 1313-1316, 1327, 1849-1856, 1859).
Naast de in de inventaris beschreven kaartboeken, die in de bijlage nader zijn uitgewerkt, zij ook nog verwezen naar de bij de Adfdeling Kaarten en Tekeningen van het Algemeen Rijksarchief berustende Collectie Hingman. Hierin bevinden zich in elk geval nog vier kaarten met betrekking tot de abdijgoederen
02.Algemeen Rijksarchief, Collectie Hingman, inv.nrs. 2308-2310 en inv.nr. 4176. Inv.nr. 2310 is identiek aan Archief van de Ridderschap en edelen van Holland en West-Friesland, 1572-1795, inv.nr. 1178.
. Een aantal, dat wellicht valt uit te breiden, wanneer men het kaartenmateriaal van de in deze gebieden gelegen plaatsen systematisch doorneemt. Daarnaast zal men bij de kaartenafdelingen van de hiervoor genoemde gemeentearchieven zeker nog meer materiaal kunnen vinden.
Hoewel dit niet expliciet in de titel van de inventaris tot uitdrukking komt, bevindt zich in deze inventaris ook het archief van de commissie, die belast was met de liquidatie van het beheer van de abdijgoederen, die de Ridderschap en edelen tot de komst van de Fransen hadden beheerd (inv.nrs. 1817-1845).
Bij een breed opgezet onderzoek kan het in een aantal gevallen nodig zijn om ook meer te weten over de periode, dat de abdijgoederen nog niet onder het beheer van het college van de Ridderschap ressorteerden. Daarvoor raadplege men de archieven van de abdij van Leeuwenhorst en van de abdij van Rijnsburg
03.Plaatsingslijst van het Archief van de abdij Leeuwenhorst, (1200) 1261-1571 (3.18.17.01). J. Bruggeman, Inventaris van het archief der adellijke vrouwenabdij van Rijnsburg, 1133-1574, in: Inventarissen van Rijks- en Andere Archieven, IV (1931), 162-255 (3.18.20).
. In dit verband kan de handgeschreven studie van Cornelis van Alkemade over de jaren 1262-1618 ook nog goede diensten bewijzen
04.Collectie van C. van Alkemade en P. van der Schelling, 13e-18e eeuw, inv.nrs. 5-7. Voorheen RAZH, Handschriften nrs. 646-648, waar Wijntjes, Het klooster Leeuwenhorst, 73 noot 13 nog naar verwijst. Zie voor verdere historische gegevens dit artikel.
.
Voor de periode na 1572 moet evenmin worden verzuimd hier de gemeentearchieven van Leiden, 's-Gravenhage en Delft bij te betrekken. Hierbij valt te denken aan bijvoorbeeld de notariële archieven, waarin zich akten inzake de abdijgoederen bevinden. Verder raadplege men vanwege de band, die het Hollandse adellijke geslacht Van Wassenaer-Obdam met de Ridderschap had, ook het Huisarchief Twickel. In deze inventaris wordt geregeld naar dit archief verwezen. Het bevindt zich momenteel op het kasteel Twickel in het Overijsselse Delden
05.Zie noot 97.
. Tenslotte kan nog worden gewezen op het archief van Willem, graaf van Bentinck, in het Koninklijk Huisarchief te Den Haag
06.Koninklijk Huisarchief, Archief van Willem, graaf van Bentinck, heer van Rhoon en Pendrecht (1704-1774). Zie voor zijn lidmaatschap van de Ridderschap ook: Briefwisseling en aantekeningen van Willem Bentinck, heer van Rhoon, uitgegeven door C. Gerretson en P. Geyl (Werken Nederlands Historisch Genootschap, Derde serie no. 86), 3 dln., 's-Gravenhage 1976.
. Daarin bevinden zich namelijk stukken met betrekking tot zijn lidmaatschap van de Ridderschap van Holland in het algemeen en het beheer van de geestelijke goederen door dit college in het bijzonder.

Verantwoording van de bewerking

Eerste bewerking

Na de overbrenging van de archieven naar het Rijksarchief in 1816 zijn alle archieven van de kloosters gelegen in de provincie Zuid-Holland, bijeengevoegd en geïnventariseerd als Geestelijke Goederen Holland. In de registers treft men nog de stroken van deze inventarisatie aan. Later is dit archieffonds weer opgeheven en zijn de desbetreffende archieven afzonderlijk geïnventariseerd. In dit kader heeft P.A. Meilink het archief van het College van de Ridderschap beschreven; deze inventaris verscheen in 1925 in de Verslagen omtrent 's-Rijks Oude Archieven.

Verantwoording van de inventarisatie

In 1978 werd besloten tot herinventarisatie van het archief van het College van de Ridderschap in het kader van het project "Inventarisatie van de archieven van de Staten van Holland en West-Friesland na 1572 en van de landsadvocaten en raadpensionarissen". Tevens gaf een supplement op het archief van de Ridderschap hiertoe aanleiding. Als resultaat van deze herinventarisatie verscheen in 1981 een voorlopige inventaris in beperkte oplage.
Van een oude orde viel geen spoor in het archief te bekennen, vermoedelijk ook als gevolg van het feit dat er geen eigentijdse indeling of inventarisatie van het archief van de Ridderschap is geweest. In de in het archief voorhanden lijsten of oude inventarissen staan de stukken in willekeurige volgorde beschreven.
In tegenstelling tot het indelingsschema van Meilink die van het administratieve handelen van de betrokken functionaris uitging, is in deze inventaris een duidelijke splitsing aangebracht tussen het goederenbeheer van de abdijen van Rijnsburg en Leeuwenhorst, waarvan de administratieve neerslag het merendeel van dit archief omvat. Het lag daarom voor de hand dit gezichtspunt te laten prevaleren in de inventarisatie. Deze indeling stemt overeen met de vorm van bestuur en beheer, waar er voor iedere abdij afzonderlijke functionarissen werkzaam waren. De stukken die betrekking hebben op het beheer van de abdijgoederen ge-zamenlijk zijn evenals die van de commiezen die sedert 1737 voor de ad-ministratie van beide abdijen hebben gefungeerd, in een afzonderlijke rubriek ondergebracht. In kopnoten zijn kruisverwijzingen naar de onderscheiden rubrieken en stukken opgenomen.
Hiaten in het archief van het College van de Ridderschap konden worden aangevuld met stukken die zich in adelsarchieven bevinden. Met name in het Huisarchief Twickel bevinden zich stukken die betrekking hebben op het goederenbeheer van de beide abdijen. Deze stukken zijn hier onder blanco nummers opgevoerd
Het betreft de inv.nrs. 47-51, 139-143, 229, 230, 268-279 in de voorlopige inventaris van het huisarchief Twickel van de hand van mw. Fl. Koorn, toen dit archief nog tijdelijk voor inventarisatie was ondergebracht bij het Rijksarchief in Overijssel. Thans berust dit archief weer in het Huis Twickel in Delden, waar de archivaris mw. A.J. Brunt-Bolusset de laatste hand legt aan de definitieve inventaris van dit belangrijke huisarchief. Het is echter op dit moment nog niet mogelijk te verwijzen naar definitieve inventarisnummers van dit archief.
. Ook zijn hier enkele stukken opgenomen uit archieven van de landsadvocaat Johan van Oldenbarnevelt
Inv.nrs. 163, 169, 171, 873, 890, 895, 1357.
.