3.02.05 Inventaris van het archief van het Departementaal Bestuur van de Delf, 1799-1802

Download inventaris als:PDF|XML Download inventaris Download inventaris Sluiten
Taalgebruik in onze archieven Taalgebruik in onze archieven Ik heb het begrepen

Archiefvorming

Geschiedenis van de archiefvormer

Departementaal bestuur van de Delf, 1799-1802

1. Algemeen
Op 23 april 1798 nam het Bataafse volk de "Acte van Staatsregeling" aan. Hierbij zou het grondgebied van de Bataafse Republiek in acht departementen met zoveel mogelijke gelijke bevolkingsaantallen worden ingedeeld. De oude gewestelijke grenzen werden daarbij radicaal gewijzigd
Zie dienaangaande: W.J.C. van Hasselt, Verzameling van Nederlandse Staatsregelingen en Grondwetten, Amsterdam, z.j. (in het vervolg Staatsregeling 1798), p.1.91, Titul I, artikel 3.
. Voor het voormalig gewest Holland betekende dit een splitsing in drie departementen: het Departement van de Amstel, dat van de Texel en dat van de Delf
Staatsregeling 1798, Titul I, artikel 3. Zie voor de archieven van de Departementen van de Amstel en de Texel, J.R. Persman, Archieven van de gewestelijke besturen in Noord-Holland 1799-1802 en 1807-1810. Haarlem 1977, in: Rijksarchieven in Holland, inventarisreeks nr. 11.
. Het VIe Departement, de Delf, kreeg in de gemeente Delft zijn hoofdplaats. Voorts moest elk departement in zeven ringen met een zo mogelijk even grote bevolking worden verdeeld
Idem, Titul I, art. 5.
. Een ring was enerzijds verdeeld in gemeente voor het openbaar bestuur en anderzijds in grondvergaderingen voor de verkiezingen
Idem, Titul I, artt. 5-6, Titul II, artt. 18-19.
. De ringen kregen als hoofdplaats Den Haag, Delft, Schiedam, Rotterdam - welke laatste stad voor twee ringen tegelijk hoofdplaats werd - Gouda en Oudewater
Publicatie van het Uitvoerend Bewind van 17 november 1798. Zie voor de indeling van de Bataafse Republiek ingevolge de Staatsregeling van 1798, Titul I, art. 7 en C. Cóvens, Beknopte staatsbeschrijving der Bataafsche Republiek, inzonderheid met betrekking tot derzelver bevolking en verdeeling in departementen, ringen en gemeenten, en in districten, naar aanleiding der Staatsregeling, volkstelling en van onderscheidene publicatiën dienaangaande, Amsterdam 1800.
.
Het grondgebied van de Delf was gelegen tussen de rivieren de Oude Rijn, de Maas en de Lek.
Volgens de staatsregeling moest het Departementaal Bestuur van de Delf door de ingezetenen van het Departement worden gekozen. Het bestuur diende uit zeven leden te bestaan, een uit elke kring
Staatsregeling 1798, Titul V, artt. 156, 158.
. De eerste verkiezingen, van 18 tot 20 december 1798, waren getrapt; de stemgerechtigden kozen de kiezers die op hun beurt de leden van het bestuur verkozen
Staatsregeling 1798, Titul II, art. 18 e.v. Titul V, artt. 159-164.
.
In het begin van 1799 kreeg het Intermediair Administratief Bestuur van het Uitvoerend Bewind opdracht de feitelijke invoering van departementale besturen voor te bereiden. Lukte het niet de besturen op tijd te installeren, dan moest het zelf de werkzaamheden voortzetten en zich richten naar de gedelegeerden van het Uitvoerend Bewind bij de respectievelijke departementale besturen
Publicatie van het Uitvoerend Bewind van 18 januari 1799.
.
Uiteindelijk pas op 30 maart 1799 installeerde een gevolmachtigde van het Uitvoerend Bewind de nieuwe bestuurders. De gevolmachtigde of commissaris bleef bij het Departementaal Bestuur in functie om toezicht te houden op de uitvoering van de wetten. Hij nam niet deel aan de vergaderingen van het bestuur, maar correspondeerde wel. Tevens was hij op vaste uren voor de ingezetenen te spreken
C.W. van der Pot, Bestuurs- en rechtsinstellingen der Nederlandse Provinciën (Zwolle, 1949), p. 152. Staatsregeling 1798, Titul V, art. 155. Zie voor de gedeponeerde archieven van de commissaris van het Uitvoerend Bewind, ARA, Tweede Afdeling, Archieven van het Staatsbewind, inv. nrs. 450-457.
.
Het Departementaal Bestuur van de Delf fungeerde tot 21 juni 1802. Het werd opgevolgd door het Departementaal Bestuur van Holland, dat ingevolge de nieuwe staatsregeling van 1801 het bestuur kreeg over een ressort dat volgens de oude gewestelijke grenzen van Holland was afgepaald
Op 16 oktober 1801 werd het ontwerp van staatsregeling aangenomen en overeenkomstig het besluit van het Staatsbewind van 4 juni 1802 werd het bestuur benoemd verklaard en op de 21ste van die maand geïnstalleerd.
.
Nieuwe kaart van het Departement van de Delf. Afkomstig uit: Covens, C., Beknopte Staatsbeschrijving der Bataafsche Republiek (Amsterdam 1800), kaart tegenover p. 51.
2. Organisatie
Het Departementaal Bestuur bestond, zoals gezegd, uit zeven leden. Nadat de gevolmachtigde van het Uitvoerend Bewind hen geïnstalleerd had en nadat zij de eed op de constitutie hadden gezworen
Archief het Departementaal Bestuur van de Delf (verder aangehaald als D.B.D.), inv. nr. 40, 30 maart 1799; p.1: 1ste ring, G.C.C. Vatebender; 3de ring, R. van den Bosch; 4de ring, W.H.Teding van Berkhout; 5de ring, R. van Spaen [voormalig secretaris van het Intermediair Administratief Bestuur]; 7de ring door loting; H. Lemstra van Buma; 18 april, pp.142-143; 2de ring, G. van Hasselt en per 16 april S. Cool [voor de 6de ring]. De commissaris van het Uitvoerend Bewind was A.J. la Pierre.
kozen zij schriftelijk buiten aanwezigheid van de gevolmachtigde de voorzitter
D.B.D., inv. nr. 40, 30 maart 1799, pp.2-3.
.
Het bestuur had een vaste secretaris in dienst
D.B.D., inv. nr. 40, 30 maart 1799, pp.16-17. De Wetgevende Vergadering had op 11 februari 1799 een instructie voor de secretaris vastgesteld. Voor de praktijk van authentieke afschriften van de secretaris, zie: D.B.D., inv. nr. 40, 11 april 1799, p.91.
, een commies, een eerste klerk en tweede klerk, een kamerbewaarder, die tevens conciërge was, twee boden en een drukker, die ook leverancier van schrijfbehoeften was
D.B.D., inv. nr. 40, 30 maart 1799, p.20.
.
Ingevolge het besluit van het Uitvoerend Bewind van 22 februari 1799 had het Intermediair Administratief Bestuur voor vergaderruimte voor zijn opvolgers moeten zorgen. Het Departementaal Bestuur van de Delf moest echter een pand van de municipaliteit van Delft huren: het Prinsenhof. Men verzocht het Uitvoerend Bewind om een betere regeling en stelde tevens een commissie van "toezigt en inspectie over de vergaderzaal en het departementaal gebouw" in, die deze zaken nader zou bekijken
D.B.D., inv. nr. 40, 5 april 1799, p. 73; 2 april, p.47; 26 april, pp.180-183.
. Op 16 augustus 1799 kocht het bestuur een gebouw aan de Oude Delf; op 5 september zou men verhuizen en de volgende dag de vergadering daar openen
D.B.D., inv. nr. 41, 16 augustus 1799, pp. 773-774; 4 september, p.889.
.
Onder leiding van de tijdelijke voorzitter W.H.Teding van Berkhout werden stappen ondernomen om te komen tot de formulering van een vergaderreglement
D.B.D., inv. nr. 40, 2 april 1799, p.47. Van den Bosch en Lemstra van Buma kregen opdracht een concept-vergaderreglement op te stellen.
en van de instructie voor het personeel
D.B.D., inv. nr. 40, 2 april 1799, p.47. Van Spaen, Vatebender en de secretaris moesten instructies voor de commies, de klerken, de kamerbewaarder en de boden ontwerpen; Lemstra van Buma en Vatebender dienden te zorgen voor een reglement voor de drukker.
. Op 26 april 1799 stelde hij voor een ander tot voorzitter te benoemen, omdat hij het presidium al een maand lang had waargenomen. Hij zou echter nog tot 31 mei de functie blijven vervullen; op die dag trad het vergaderreglement in werking dat een wisseling van het presidium om de twee weken voorschreef
D.B.D., inv. nr. 40, 26 april 1799, p.183; 31 mei, pp.382-390, art. 3.
. In de vergadering van 13 juni stelde het bestuur de instructie voor het secretariepersoneel vast
D.B.D., inv. nr. 40, 13 juni 1799, pp.451-460.
. De goedkeuring van de voorschriften voor de boden en de kamerbewaarder vergde meer tijd. Ingevolge het besluit van het Uitvoerend
Bewind van 14 maart 1799 moest de Commissaris van het Bewind bij het Departementaal Bestuur met dit bestuur een regeling treffen voor de boden. Het Departementaal Bestuur van de Delf stelde op 4 april voor om één van zijn boden volledig ter beschikking van de Commissaris te houden
D.B.D., inv. nr. 41, 4 april 1799, pp. 65-68.
. Nadat meer dan eens de concept-instructie voor de boden en de kamerbewaarder was behandeld, werd zij op 26 september goedgekeurd
D.B.D., inv. nr. 41, 16 augustus 1799, p.775; 2 september, p.883; 10 september, p.948; 26 september, pp.1077-1083.
. Vijf weken eerder was de instructie voor de drukker gereed gekomen
D.B.D., inv. nr. 41, 19 juli 1799, pp.657-664.
Organisatieschema Departementaal Bestuur van de Delf:
3. Taken
De departementale besturen waren administratieve lichamen die aan het Uitvoerend Bewind ondergeschikt en verantwoording schuldig waren. In geval van plichtsverzuim kon het Uitvoerend Bewind de leden ontslaan, mits het besluit met redenen was omkleed
Staatsregeling van 1798, Titul IV, art. 107 en Titul V, art. 147.
. Hun taak was:
  • bekendmaking en uitvoeren van alle wetten;
    Staatsregeling van 1798, Titul V, artt. 148, 170.
    .
  • toezending aan het Uitvoerend Bewind van bezwaarschriften of van voorstellen afkomstig van inwoners van het departement
    Idem, art. 150.
    of van gemeentebesturen;
    Idem, artt. 171, 172.
    .
  • zorg voor de orde en veiligheid , eventueel met inzet van troepen;
    Idem, art. 173, 174.
    .
  • toezicht op de inning van de nationale belastingen;
    Idem, art. 179.
    .
  • toezicht op de gemeentebesturen;
    Idem, artt. 181-183.
    .
Het was departementale besturen toegestaan onderling overleg te plegen over zaken die aan hen waren toevertrouwd, maar niet over die welke van algemeen belang waren voor de Republiek
Idem, art. 151.
.
Elk bestuur moest de "gehouden registers van deszelfs handelingen" ieder half jaar veertien dagen op een vertrouwde plaats openlijk ter lezing aan de ingezetenen voorleggen
Idem, art. 152.
.
Op de Departementale Besturen van de Texel, van de Amstel en van de Delf gingen de werkzaamheden van de Commissie van Politie over; eveneens die van de Commissie van Koophandel, Zeevaart, Fabrieken en Trafieken, voor zover die niet tot het Agentschap van Nationale Economie behoorden. De briefwisseling van de Commissie van Binnenlandse Correspondentie uit het Intermediair Administratief Bestuur inzake de gehele Republiek werd toevertrouwd aan de Agent van Inwendige Politie. De activiteiten van de Commissie van Polderbestuur betreffende het toezicht op de gehele waterstaat waren reeds in 1798 op het bovengenoemde Agentschap overgegaan. De overige activiteiten van deze commissie werden per eind maart 1799 aan de afzonderlijke polderbesturen toebedeeld, onder toezicht van de departementale besturen inzake de "administratieve policie". De taken van Commissie tot de Kerkelijke Zaken aangaande de geschillen tussen municipaliteiten en kerkeraden kwamen aan de departementale besturen en de betaling van tractementen van "leerraaren" aan de Finantieele Commissie over het voormalige gewest Holland.
ARA, Tweede Afdeling, Archief van het Uitvoerend Bewind, inv. nr. 55, besluit van 1 april 1799 no 82.

Geschiedenis van het archiefbeheer

De verwerving van het archief

De rechtstitel is (nog) onbekend.